Theaterwetenschapper Talitha Stijnman was de eerste in haar familie die ging studeren. Jarenlang voelde ze zich soms ongemakkelijk in de theaterwereld waarvoor ze zo’n passie koestert. Voor Theaterkrant Magazine interviewt ze collega’s die, net als zij, uit een andere sociale omgeving komen over hoe zij dit ervaren en welke positieve bagage ze vanuit hun achtergrond meebrengen. In deze editie: Daniëlle Kersten.

Daniëlle Kersten is oprichter en samen met Ine de Boer eigenaar van Eigen Naam BV, gespecialiseerd in het produceren van grote evenementen zoals De Stormruiter,Hanna van Hendrik en De Vergeten Twentse Lente. Daarnaast boeken zij diverse theatertournees en verzorgen het agentschap van een breed scala artiesten, zoals Richard Groenendijk, Eva Crutzen en Nina de la Parra. Kersten is (als enig kind) geboren en getogen in Nijmegen, in de wijk Goffert, een buurt waar naar verhouding veel mensen wonen met een lager opleidingsniveau en die moeten rondkomen van een klein inkomen. Na de Havo ging ze naar het vwo en was de eerste in haar familie die naar het hbo ging.

Wie is je vader, wie is je moeder?
‘Mijn vader leeft niet meer. Hij was elektricien en verwarmingsmonteur. Mijn moeder was in die tijd huisvrouw en maakte schoon bij andere mensen. Ze waren een hecht, liefdevol team. Als mijn vader spoedklussen had ’s avonds of in het weekend ging ze altijd mee. Helpen. Of schoonmaken. Twee hardwerkende mensen die probeerden op die manier de extraatjes te verdienen.’

Hoe ben jij in het theater terecht gekomen?
‘De gymlerares van mijn middelbare school was getrouwd met de adjunct-directeur van de Schouwburg. Ik was een jaar of 15 en gefascineerd door het theater. Dat komt uit het niets, want mijn ouders waren helemaal niet cultureel ingesteld. Samen met mijn beste vriendinnetje, met wie ik nog steeds bevriend ben, had ik gevraagd of we een keer backstage mochten kijken. Hij had geregeld dat we bij de voorstelling van Paul van Vliet een dag mee mochten lopen. Bouwen, voorstelling kijken en daarna afbreken. Ik werd gewoon gegrepen door het theater en de hele sfeer eromheen. Ik mocht in de coulissen zitten en voelde wat er op zo’n plek gebeurde. Dat wilde ik ook! Die technici boden aan dat ik gratis voorstellingen mocht kijken als ik mee zou helpen met afbreken. Dat deed ik in mijn vrije tijd. Tot ik na een afgebroken opleiding fysiotherapie stuitte op de studie Cultuur & Beleid op de Hogeschool Holland en naar Amsterdam ben verhuisd.’

Werd je van huis uit gestimuleerd om te leren?
‘In keuzes werd ik gelaten. Mijn ouders hebben mij nooit hoeven stimuleren. Mijn moeder kon me niet helpen en mijn vader was druk met zijn eigen werkzaamheden. Dus ik heb het altijd uit mezelf gehaald. Die gedrevenheid heeft mij ook ver gebracht. Het feit dat je zelf de verantwoordelijkheid hebt of krijgt werkt ook goed. Ik heb soms wel twijfels als ouders hun kinderen direct bijles geven. Uiteindelijk is het prettig wanneer je zelf gemotiveerd bent.’

Zouden kinderen van nu vanuit motivatie de route die jij gevolgd hebt kunnen bewandelen of is dat moeilijker geworden?
‘Ik denk dat dat nog steeds wel mogelijk is. In mijn vak dan. Als je gewoon alles aanpakt, dan kom je echt wel bovendrijven. Maar het is wel moeilijker, omdat er nu ook goede opleidingen zijn op het gebied van productie en techniek. Werkgevers zullen sneller kiezen voor iemand die een papiertje heeft. Maar als ik iemand op de vloer zie, van wie ik denk: oh die snapt het, dan vraag ik die voor een volgend project. Vooral als het gaat om productie, dat is toch gewoon een uitvoerend vak, dus dan weet je op de vloer al vrij snel wat iemand waard is. Je herkent de aanpakkers.’

Merk je dat je uit een andere sociale klasse komt?
‘Nee, ik heb daar geen last van. Ik heb het gevoel dat dat ook niet zo speelt in de culturele sector. Ik denk dat als je in de advocatuur werkt, het veel meer van belang is wat je achtergrond is. En ik heb me ook wel op een bepaalde manier ontwikkeld. Ik heb een aantal interesses, en heb vrienden die ook die interesses hebben. En in mijn omgeving komen ook veel mensen uit een arbeidersgezin, dus die snappen waar ik vandaan kom. Je verzamelt toch gelijkgestemden om je heen. Maar als ik naar mijn familie kijk, en ik hou heel veel van mijn familie, denk ik wel: het is echt een andere wereld.’

En pas je je dan aan, als je weer bij hen bent?
‘Ik vind het moeilijk me tot hen te verhouden. Vroeger kon ik er een beetje op neerkijken. Dat gevoel heb ik gelukkig niet meer. Ik zie inmiddels de waarde van hoe ieder zijn leven leidt en ik vind het belangrijk dat te respecteren. Maar zelf heb ik me toen vanuit weerstand een andere richting uitgeduwd: ik wilde financieel onafhankelijk zijn, ik wilde niet iedere avond voor de tv zitten. Ik wilde ertoe doen. Ik ben zelfs, toen ik me ervan bewust werd dat ik een Nijmeegs accent had, lessen ABN gaan volgen. Het was niet zo extreem dat ik mijn afkomst verloochende, maar ik wilde wel echt een andere kant uit.
Maar nu dat gelukt is, zie ik ook dat wij in onze Amsterdamse bubbel zitten. Als ik op locatie sta bij Hannah van Hendrik in Twente hoor ik dat mensen radicaal anders denken over dingen, die nu spelen. Wij zien onze eigen omgeving als basis maar het is natuurlijk veel interessanter om je te verhouden tot de ander.’

Doe je daar ook iets mee?
‘Ik doe heel veel met humor. En ik heb in de loop der jaren ook geleerd alert te zijn op mijn eigen vooroordelen. Dat ik open moet staan voor mensen van wie ik juist ben weggegaan, en die niet per se hetzelfde denken als ik. Om in verbinding te blijven.’

Snapt jouw familie jouw huidige leven?
‘Ik heb het daar gewoon niet over. Ik vind het ingewikkeld om uit te leggen, het is zo’n andere wereld. Zelf wist ik vroeger ook helemaal niet dat mijn beroep bestond. Ik ben daar ook maar ingerold. Na mijn studie was ik officemanager bij een geluidsbedrijf, zo kwam ik bij La Bloemen Productions terecht en vandaaruit ben ik het management voor artiesten gaan doen en kwam het produceren erbij. Ik heb ook nog nooit een vijf jarenplanning gemaakt, dat zit niet in mijn systeem. Ik ben wel op dit moment aan het denken: waar word ik nu echt blij van? En welke dingen wil ik niet meer?’

Ben je ambitieus?
‘Meer trots. Dat ik ondertussen weet dat ik iets kan. Dat helpt, omdat ik het bijvoorbeeld soms lastig vind in een omgeving te werken waar ik me niet prettig voel. Ik durf me daar nu meer over uit te spreken.’

Welke waarde heb jij meegekregen van huis uit?
‘Eerlijkheid. Hard werken en niet zeuren. Sparen, ik heb geleerd goed met geld om te gaan. Je nergens te goed voor voelen. Ik denk dat je daar het verst mee komt, zeker bij van die grote locatieprojecten met veel medewerkers. Dat iedereen zich verantwoordelijk voelt. Maar dat kan ook doorslaan. Als iemand te lui is om iets te doen, dan word ik daar een beetje onaardig van, haha.
En wederzijds vertrouwen. Mijn moeder kon 1000 procent op mij vertrouwen dat ik geen dingen deed die niet mochten. En omgekeerd dat wat er ook gebeurde, zij er altijd voor mij zou zijn. En verder is mijn moeder super trots op mij, al gaat ze zelf maar sporadisch naar theater.’

Wat is volgens jou de reden dat mensen niet naar theater gaan? Geld? Onbekendheid?
‘Ik moet eerlijk zeggen dat het ook wel een ouderwetse vorm is. Al die gebouwen in elk zichzelf respecterend dorp, die de hele dag leeg staan. En ‘s avonds komen daar mensen een kopje koffiedrinken en gaan het theater in. Ik heb het gevoel dat de vorm lastig is voor mensen. Het is natuurlijk toch heel statisch, ook al gebeurt het live. En ik denk zeker dat geld een rol speelt. Naar theater gaan is duur, je moet er wat voor over hebben.
Ik had vroeger zendingsdrang om mensen naar theater te krijgen, dan ging ik ze adviseren, omdat ik het jammer vind dat ze die magie van theater niet meemaken. Dat heb ik in Twente ook gezien. Daar kwamen mensen die nog nooit naar het theater waren geweest betoverd naar buiten. Dat vind ik het mooiste aan theater.
Natuurlijk zijn er ook best veel voorstellingen die niet heel goed zijn. Maar het gekke is dat mensen dat wel van televisie of series accepteren. Daar zit ook veel middelmatigheid, al voel je dat niet direct in je portemonnee.
En het gaat volgens mij ook om een gesprek kunnen voeren met elkaar over wat je gezien hebt – om iets aan te wakkeren. Als niemand van je familie naar theater gaat, dan is het ook geen gespreksonderwerp. En dat is toch de basis, dat je elkaar ergens vindt in een gemeenschappelijkheid van wat je gezien of wat je ervaren hebt. Als dat te ver uit elkaar ligt, is er geen grond.’

Hoe vind je het dan dat er gemeenschapsgeld naar de kunsten gaat?
‘Ik vind het heel goed dat er mogelijkheden zijn om dingen te ontwikkelen die er anders niet zouden zijn. Ik zou het erg vinden als de culturele wereld verschraalt, dat er alleen maar entertainment is. Het is belangrijk, net als dat er uitvindingen zijn, dingen te ontwikkelen die je op een andere manier naar iets doen kijken. Anders wordt dat pad nauw en ontstaan er ook geen nieuwe vormen of nieuwe uitgangspunten. Het is van belang in de breedheid dingen te kunnen blijven maken, zodat het iets teweeg kan brengen.
Maar ik ben me wel heel bewust van het feit dat je met gemeenschapsgeld dingen mag maken en dat daar ook iets tegenover moet staan. Daarom vind ik het belangrijk dat er beweging blijft in de sector en dingen niet statisch zijn. Gelukkig waait er nu een nieuwe wind, dat voel je met Eline Arbo en Daria Bukvić. En dat werd ook wel tijd.’

beeld Herman van Bostelen

Dossiers

Theaterkrant Magazine maart 2024