Met de start van het Holland Dance Festival op 25 januari is het veelzijdige programma niet alleen in Den Haag te zien, maar doen ook Amsterdam, Rotterdam en Delft mee. ‘Eclectisch’, noemt artistiek en algemeen directeur Samuel Wuersten het door hem samengestelde programma met trots, ‘niet alles hoeft per se nieuw te zijn, maar het moet wel nieuw zijn voor Nederland.’

Naast zijn artistiek leiderschap van HDF geeft Wuersten leiding aan Codarts in Rotterdam. Sinds drie jaar is daar de door hem ontwikkelde Bachelor Contemporary Dance aan de Universiteit in Zürich bij gekomen. De eerste lichting is net afgestudeerd. Wuersten is als curator betrokken bij de samenstelling van het internationale programma in Moskou en St. Petersburg onder artistieke leiding van Diana Vishneva. Zijn jarenlange ervaring in het internationale dansveld hebben tot de overtuiging geleid dat de ontwikkeling van een choreograaf van veel kanten aangevlogen moet worden. Wuersten: ‘Een choreograaf moet veel mogelijkheden krijgen. Als je kijkt naar choreografen die succesvol zijn geworden, zijn het de mensen die veel werk hebben gemaakt. Voor de praktijk van choreografie is het belangrijk om in de flow van creatie te komen. Dat moet je beoefenen. Choreografie vereist vakmanschap en vaardigheden en is tegelijkertijd een ongrijpbaar vak.’

Statement

De Amerikaanse dans heeft een speciale plek in deze festivaleditie. Zo komt de Martha Graham Company voor het eerst sinds ruim twintig jaar naar Nederland. Wuersten: ‘Lange tijd ging het niet goed met het gezelschap, maar inmiddels heeft het onder de nieuwe leiding een enorme vlucht genomen door zorg voor het repertoire en goede inbedding in de 21ste eeuw. Ook worden eigentijdse choreografen gevraagd nieuwe werk voor het gezelschap te creëren, zoals Sidi Larbi Cherkaoui.’

De Martha Graham Company danst verschillende stukken, uitgevoerd door jonge dansers, waaronder het uit 1936 stammende Chronicle. Wuersten: ‘Chronicle werd door Graham gemaakt als een statement tegen het fascisme. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vroeg Hitler aan haar om de Olympiade te openen. Graham weigerde, en Chronicle, haar artistiek antwoord dat op 20 november 1936 in New York in première ging, gaat daar over’.

De oorspronkelijke vijf delen van Chronicle werden tot drieluik bewerkt. Dit bestaat uit in 1994 gemaakte reconstructies op basis van filmfragmenten en foto’s van de choreografieën Spectre-1914 en Prelude to Action en het in 1989 gereconstrueerde middendeel Steps in the Street op basis van de film van Julien Bryan. Dat Chronicle door louter vrouwen wordt gedanst geeft het in deze tijd een andere, interessante lading, net als de esthetiek van Graham in het licht van de grote belangstelling voor de op martial arts gebaseerde dansstijlen.

Lamentations is een choreografie uit Grahams oeuvre waarvan het beeld -een bewegend vrouwenlichaam volledig gehuld in een stretch kostuum – grote bekendheid geniet. Het in de jaren veertig door haar gedanste origineel is op film te zien tijdens het festival.

Wuersten: ‘Jonge choreografen hebben als reactie hierop korte vignettes gemaakt die live worden uitgevoerd.’ Deze Lamentation Variations werden in 2007 als eenmalig event voor de herdenking van 9/11 gemaakt. Ook de laatste choreografie van Graham wordt getoond. Wuersten: ‘Maple Leaf Rag is eigenlijk een atypisch stuk van Graham. Het is formalistisch, abstract en heeft een vrolijkheid die je niet snel bij haar werk verwacht.’

Een jonge loot aan de Amerikaanse stam is het in Los Angeles gevestigde repertoiregezelschap Body Traffic. Wuersten: ‘Repertoire is een belangrijk aspect in het hele scala van dans maken en presenteren. Initiatieven die repertoire op het toneel brengen, moeten gekoesterd worden. Ik denk dat een klein gezelschap zoals Body Traffic dynamischer kan werken dan een groot gezelschap, dat als een harnas kan worden ervaren. Body Traffic verstrekt choreografie-opdrachten aan internationale choreografen, maar we hebben voor het festival juist gekozen voor namen die deels voor Nederland nieuw zijn.’

Levenskwaliteit

Meer dan bij andere dansfestivals speelt het publiek een rol bij HDF. Niet alleen doordat het festival grote namen uit de dans toont en publiekstrekkers programmeert, maar ook doordat de belangstelling van amateurdansers flink wordt aangewakkerd en er wordt ingezet op de verbinding tussen dans kijken en dans beoefenen. Er is een ruim aanbod aan workshops en masterclasses; sinds lange tijd speelt Martine van Dijk, Directeur Cultuureducatie en Participatie van het festival, hierin een belangrijke grote rol.

De activiteiten van het Holland Dance festival beperken zich niet tot de tweejaarlijkse festivalperiode. ‘Dans kan de levenskwaliteit van mensen verbeteren’, stelt de organisatie op haar website en daarom richt het festival zich op speciale doelgroepen. Het festival is betrokken bij de organisatie van het jaarlijkse gala Free to Move, waar de grote dansgezelschappen belangeloos optreden en geld wordt ingezameld voor het Prinses Beatrix Spierfonds. Van de kaartjes die 30 euro kosten kan daardoor 28 euro aan wetenschappelijk onderzoek worden besteed.

Afgelopen november vond voor de tweede keer DanceAble plaats, een driedaags evenement met voorstellingen door dansers met en zonder beperking, en een symposium. Op dit gebied moet Nederland nog een inhaalslag maken volgens Samuel Wuersten, en HDF wil de kennis hierover vergroten. Het onderzoek naar manieren van bewegen bij een kunstvorm die vaak nog op virtuositeit is gericht, biedt nieuwe perspectieven. Wuersten: ‘Dans is het uitgangspunt en de diepe kennis van dans blijft op allerlei manieren geborgd, maar er is veel meer mogelijk op basis van bewegingskwaliteiten.’

In het hoofdprogramma van HDF staat de voorstelling The Enormous Room van het Britse gezelschap Stopgap dat met dansers met en zonder beperkingen werkt. Een van de performers is Dave Toole. Wie ooit de film The Cost of Living van DV8 heeft gezien, herinnert zich ongetwijfeld zijn rol waarmee het perspectief van een persoon met een fysieke beperking op indrukwekkende wijze invoelbaar wordt gemaakt voor iedereen. Het Zweedse Skånes Dansteater toont een duet van een danser in een rolstoel en een danser zonder.

Dansende oudere

De ‘dansende oudere’ is geen noviteit in de dans. Jiri Kylian heeft met de oprichting van NDT3 onmiskenbaar een voortrekkersrol gespeeld op dit vlak en dat maakt het in retrospectief extra pijnlijk dat de groep gedwongen werd te stoppen. De ouder wordende danser is een hot topic, The New York Times pakte recentelijk groots uit met een artikel over dit fenomeen. De ‘dansende oudere’ is extra zichtbaar dit festival. Het meest opzienbarend zijn misschien de Dancing Grandmothers uit Korea. Er is ook een mixed bill waarin choreograaf Mats Ek en zijn muze Ana Laguna een duet dansen en de film Scalamare van Jiri Kylian wordt getoond.

Dance On is een in Berlijn gevestigde groep van 45+-dansers die als opvolger van NDT3 wordt gezien. Dance On nodigt choreografen uit om werk te creëren voor de danser die door een jarenlange ervaring over andere performatieve kwaliteiten beschikt dan jonge dansers. Dance On komt met choreografieën van Jan Martens en de Duitse Johannes Wieland, die hiervoor samenwerkte met de Zweedse 40+-groep Age on Stage, opgericht door Charlotta Övferholm.

Tijdens het vorige festival introduceerde HDF het community project Good [old] Times, Into my arms voor senioren met en zonder danservaring. Deze productie van Jerome Meijer en Isabelle Chaffaud werd later in Sadler’s Wells in Londen uitgenodigd. Voor de tweede versie wordt gewerkt met PRA muziektheater. Dries van der Post en Andrea Beugger tekenen voor de choreografie. Wuersten: ‘Het is ook leuk omdat er een omkering van de gangbare situatie in het theater plaatsvindt. Nu komen kleinkinderen kijken naar hun oma.’

Foto: Hibbard Nash Photography