Het tijdschrift dat u nu in handen heeft, heeft in zijn bijna 150-jarige geschiedenis al vele namen gehad. Daarachter ligt een interessant patroon. Het blad begint in 1872 als Het Tooneel, het officiële orgaan van het Nederlands Toneelverbond. Maar als exponent van het theaterestablishment verstoft het blad en roept het na verloop van tijd zelfs aversie op, waardoor anderen een nieuw tijdschrift beginnen.

De oprichters van Toneelspiegel, Teatraal, Mickery Mouth en Notes wilden een ander geluid laten horen over theater, een geluid dat ze in het toenmalige ‘officiële’ tijdschrift niet kwijt konden. Maar altijd blijkt dit vooral generationele heibel en steeds weer wordt het alternatieve blad uiteindelijk opgenomen in het oorspronkelijke. De liefde voor het theater wint het van de rebellie. Meestal krijgt het blad dan een nieuwe naam. Zo onstaan Toneel Theatraal en Theatermaker

Althans: zo stel ik me voor dat het gegaan is. Toen ik met vier anderen in 1997 de theaterwebsite Moose.nl oprichtte, was dat in ieder geval uit afkeer van het toen spiksplinternieuwe Theatermaker. En moet je me nu eens zien.

En nu dus een nieuwe naam: Theaterkrant Magazine. Die keuze heeft een andere reden dan hierboven geschetst. De vernieuwing komt niet van buitenaf, maar door ons eigen toedoen. Toen mijn voorganger Constant Meijers in 2012 de website Theaterkrant.nl lanceerde, konden we (ik was als redacteur van het blad en met mijn online ervaring met Moose ook al betrokken) alleen maar dromen van het succes dat de site al vrij snel ten deel viel.

De afgelopen jaren is Theaterkrant.nl veel meer dan alleen de krant óver theater, de krant ván en vóór het theater geworden. We zijn de startpagina geworden voor heel veel mensen die in de podiumkunsten werken: de eerste halte voor recensies, nieuwtjes en meningen. 

Aan de lijzijde van dat succes dreigde het tijdschrift – met zijn eigen naam en eigen artikelen – een beetje onzichtbaar te worden. Door de titel van het blad in strakker aan Theaterkrant.nl te binden, kunnen we de lezers van Theaterkrant.nl veel makkelijker wijzen op de achtergrondartikelen, interviews en verdieping in het magazine, en kunnen professionals hopelijk beter zien dat je de site steunt door een abonnement te nemen.

We zitten inmiddels met z’n allen in de derde theaterlockdown van het verschrikkelijke coronatijdperk. De werkers in de theaterwereld zijn gelaten, moe en leeg. Het aangekondigde vaccin is een lichtpuntje aan het eind van de tunnel, maar wie we zijn als we daar komen, en met hoeveel we dan zijn, zijn vragen die angst inboezemen.

In dit eerste nummer van Theaterkrant Magazine vrijwel geen artikelen over corona, al zit het impliciet in al het werk. We profileren enkele kunstenaars die nieuw zijn opgenomen in de vierjarige subsidiestructuur, zoals Julian Hetzel en Tjon Rockon. Daarnaast blikken we terug met enkele wijzen die kort of lang geleden afzwaaiden: Mette Bouhuijs, Nicolas Mansfield, Aram Adriaanse en cultuurambtenaren Jan Riezenkamp en Kees Weeda. Ook het liefdevolle in memoriam voor Frie Leysen door Joost Ramaer valt in die categorie. 

Marijn Lems reconstrueert de saamhorige lobby voor meer geld voor het Fonds Podiumkunsten en Nina Aalders schrijft mooi over de nieuwe visie waarmee Theaterfestival Boulevard deze zomer een alternatief festival in de stad optuigde. Heel bijzonder is de voorpublicatie van het nieuwe boek van Frans Strijards. In Als een nacht zonder slaap dramatiseert Strijards zijn eerste zomer als ambitieuze theaterjongeling in het Amsterdam van 1972. Het is een bijzonder, hallucinant coming of age verhaal tegen de achtergrond van een roerige theaterwereld. 

Ten slotte heeft Theaterkrant Magazine drie nieuwe columnisten: Emma Lesuis, Samya Hafsaoui en Enver Husicic. Wellicht zijn zij degenen die over dertig jaar, in een tijdschrift met weer een andere naam, verhalen van het theater in het lange, al te lange coronajaar 2020-2021.

Dossiers

Theaterkrant Magazine januari 2021