Door Gable Roelofsen, Naomi van der Linden, Kimberley Smit, Simon van den Berg

‘De behoefte van een nieuwe generatie is: gezamenlijk ontdekken dat er al mensen waren die wielen uitvonden en wier ‘legacies’ jou de weg kunnen wijzen. Want ook al ben je niet de eerste, de weg die je gaat kan eenzaam zijn als je voorgangers niet zichtbaar genoeg zijn.’

Dit schreven we tweeënhalf jaar geleden in de inleiding van het The Need for Legacy-nummer van Theaterkrant Magazine. In dat nummer deden we ons best om aan te tonen dat de theatergeschiedenis in Nederland veelkleuriger en diverser is dan de verhalen die we elkaar daarover meestal vertellen.

Tijdens de laatste dagen van de productie van dit Theaterjaarboek – de volgende samenwerking tussen The Need for Legacy en Theaterkrant – spraken we onderling over wat er op de cover moest. Weer gewoon ‘The Need for Legacy’? Of moest daar iets bij om aan te geven dat we een stap verder zijn? Welke nieuwe inzichten kunnen we ontlenen aan de stukken die we in deze editie bij elkaar gebracht hebben?

Een aantal formats die we de vorige keer ontwikkelden, blijft bruikbaar. We presenteren opnieuw negen ‘Legacies’: korte portretten van theatermakers van kleur die een belangrijke rol hebben gespeeld in de Nederlandse theatergeschiedenis, van Gerda Havertong en Donald Jones tot Maureen Tauwnaar en Natascha Emanuels. En we vonden opnieuw schrijvers die vergeten geschiedenissen uitzochten en tot leven brengen, zoals Henriëtte Rietveld die Zwarte personages in zeventiende-eeuwse toneelstukken onderzocht en Rachid Novaire die een prachtig verhaal schreef over zijn vader, de Marokkaanse mimer en toneelspeler Mnine Houcine.

Tegelijk zien we dat het debat rondom diversiteit en inclusie in de kunsten merkbaar veranderd is. In de nasleep van Black Lives Matter kregen te weinig gehoorde stemmen gezag, en is er toegang tot meer soorten geluiden gekomen. Het veld en de verhoudingen zijn in beweging. In deze volgende fase waarin we inmiddels weten dat we meer moeten doen dan Zwarte vlakken op Instagram plaatsen – of althans: dat het dan pas begínt –, zijn wij blij met bijdragen die de theaterpraktijk concreet voorzien van taal en voorbeelden van mogelijke paden voor dat volgende werk. We zijn ontzettend dankbaar dat denkers en onderzoekers als Sruti Bala en Julian Isenia hun academische werk voor een breder publiek ontsluiten. Veel schrijvers die meewerkten aan dit nummer geven met hun expertise en taalgevoel toegang tot denken en handelen dat breder gekend en gedragen zou mogen worden. Simone Zeefuik schrijft over wat er mis kan gaan bij het ondertitelen van film, televisie en theater; Janice Deul bespreekt het langzaam doorbrekend bewustzijn en de nood aan kennisdeling rondom Zwart haar in de productieketen van de podiumkunsten. Nataly Burgzorg schreef over zeven vrouwen die theater op Curaçao naar een hoger plan tilden, in een kleine gemeenschap waar de overheid  de kunsten niet ondersteunt.

Als redactie zijn we blij met de onbedoelde parallellen tussen de stukken van Lara Nuberg, Quinsy Gario en Nancy Jouwe. Alle drie beschreven ze een aantal voorstellingen uit het afgelopen seizoen – in die zin is dit ook echt een Theaterjaarboek. Soms zijn ze (zeer) kritisch, maar ieder – vanuit het eigen perspectief en met een eigen aanvliegroute –  komt tot een gelijkaardige conclusie: in voorstellingen over (koloniaal) verleden of over een ander dan historisch dominant perspectief, gaat het om samenwerking en het bewust zijn van je eigen subjectiviteit. Durf je positie te delen of af te staan, en stop met het afromen van de kennis of het verhaal van een ander. Alleen dan kunnen er op gezonde manieren beelden en perspectieven aan onze ervaring van de podiumkunsten worden toegevoegd.

Kimberley Smit schreef in dit licht een belangwekkend stuk over de ontwikkelingen in de theaterkritiek. Schrijvers van kleur en met ondervertegenwoordigde perspectieven zijn hard nodig om taal te geven aan werk en zo de dialoog uit te breiden naar het publiek, maar ook naar andere makers en poortwachters.

Veel stukken in dit nummer gaan expliciet of impliciet over taal. Ze ontsluiten voor sommigen gesloten werelden. Vaak nuanceren de schrijvers van dit Jaarboek de historisch dominante manier van dingen zien. Via taal stellen ze onze blik bij.

Is ‘werken aan een gedeelde taal’ een motto waaronder we deze fase zouden kunnen vatten? Dat zou een vergissing zijn. De voorstellen in deze editie zijn niet per se te veralgemeniseren, en gelukkig zijn we tegenwoordig geoorloofd subjectief. Praten en schrijven over kunst is daarnaast inherent tijdsgebonden en we moeten niet in de val trappen te denken dat we op een gegeven moment het werk afgerond hebben.

Of het nu gaat om een archief, een collectie schilderijen of foto’s: het werk is nooit af. Dit is nadrukkelijk het geval met het ‘compendium’ van toneelschrijvers van kleur dat we in deze editie publiceren, wat het begin is van een groter gesprek over welke teksten we (digitaal of in druk) beschikbaar willen hebben en wat we aan iedereen willen laten lezen. We voegen beelden en artikelen toe als onderdeel van een lang proces van het zoeken naar vormen, taal en attitudes die oude verhoudingen helpen herschikken. Zodat wellicht, hopelijk steeds meer mensen zich welkom voelen in het theater, als kunstenaar, publiek of in welke hoedanigheid dan ook.

We zijn blij dat Podiumkunst.net, de netwerkorganisatie van voor digitaal erfgoed van theater en muziek, dit Jaarboek opnieuw ruimhartig ondersteunt. In samenwerking met hen en de grote erfgoedinstituten in hun netwerk, kunnen we ervoor zorgen dat de onderbelichte geschiedenissen die we met dit nummer aandacht geven, blijvend zichtbaar worden in de verhalen over het Nederlandse theater die we in de toekomst gaan vertellen.

Hoe voorlopig de voorstellen in dit nummer ook zijn en hoe tijdelijk de gedeelde taal is waarmee we over hedendaagse kunst met elkaar proberen te spreken, voor onszelf hebben we een aantal piketpaaltjes geslagen. In dit nummer schrijven we, in navolging van een aantal media, Zwart met een hoofdletter. Zwart is een op geen enkele manier toereikende beschrijving van een huidskleur, eerder een identiteit van een zeer diverse verzameling mensen, gevormd door onderdrukking. Ook gebruiken we het n-woord niet – als het voorkomt in titels of citaten gebruiken we asterisken.

Het Theaterjaarboek kent een aantal vaste rubrieken. Zo staan de verzamelde seizoenslijstjes van de theatercritici weer achter in dit nummer, waarbij we zien dat de poule critici iets meer kleur krijgt, maar dat dat wel heel langzaam gaat. Om naast, tegenover en voorbij deze lijstjes een extra perspectief te bieden vroegen we de elders uit de gemeenschap van The Need for Legacy om hún meest onvergetelijke voorstellingen te noemen – die wellicht in toen ze gemaakt werden niet genoemd zijn in de lijstjes van dat jaar. Ook de theaterfotografen vroegen we weer om hun mooiste foto’s van afgelopen seizoen. Het is opvallend om in hun selectie – zonder dat we erom hebben gevraagd – te zien hoe kleurrijk en divers het theaterlandschap van 2022/2023 was.

‘The Need for Legacy’ kortom – zonder ondertitel. Dezelfde beweging, maar steeds in een nieuwe context.

Dossiers

Theaterjaarboek 2022/2023