De voorstelling is het belangrijkste onderdeel van het bezoek aan de schouwburg, maar op zijn weg van en naar de zaal maakt de bezoeker nog veel meer mee. Dat is het terrein van ontwerper Terry Brochard, die de bezoekersbeleving in theaters onderzoekt en waar mogelijk verbetert. In deze nieuwe rubriek deelt hij zijn bevindingen met Theatermaker.

Het theater als een magische poort

Een acteur heeft vanaf binnenkomst in het theater tot het moment van spelen tijd nodig om ‘in een rol te komen’. Iedere acteur doet dat op zijn of haar eigen manier. De een heeft een moment rust nodig. De ander heeft een make-up ritueel en een derde houdt een peptalk tegen zichzelf in de spiegel. Zo ondergaan ze een transitie van persoon tot personage. Deze transformatie vindt plaats in onder andere de kleedkamers van het theater. Een goed theater heeft goede voorzieningen getroffen om ervoor te zorgen dat een acteur zich optimaal kan voorbereiden om te spelen. Ook dit is helaas niet in ieder theater optimaal, maar dat is wellicht een onderwerp voor later.

Een bezoeker doorloopt ook een transformatie. Namelijk van ‘gewone burger’ tot ‘theaterbezoeker’. Het is een cliché, maar bezoekers willen ‘een avondje uit’, ‘er eventjes helemaal uit zijn’, ‘even iets anders’. Ze willen door de magische deur van de Soundmixshow, waarna ze ineens veranderd zijn in ware sterren. Dát is de functie van een schouwburg: die magische poort zijn naar de kunstvorm.

Hoe maak je van je theater die magische poort? Er is helaas geen universele oplossing voor alle theaters, maar wat voor theater je ook bent, de basiselementen voor een fijne theaterbeleving zijn hetzelfde: artistiek, sociaal en flow. De bezoeker dient artistiek geprikkeld te worden, wil zich welkom voelen en wil een zorgeloos bezoek. Deze drie belangen spelen tijdens het hele bezoek, in alle stappen en in alle handelingen. Drie simpele termen die helaas nog niet in ieder theater begrepen worden of goed zijn geïmplementeerd.

Terug naar de garderobe

Bij het afgeven van mijn jas en tas, kreeg ik wel een nummertje voor mijn jas maar niet voor mijn tas. Die werd ergens in de buurt gelegd. Ik moest maar aangeven dat het mijn tas was bij het afhalen. Ik vroeg nog hoe ze zeker zouden weten dat het mijn tas was, maar daar hoefde ik me geen zorgen over te maken. Aan het einde van het bezoek zag ik hoe mijn tas verderop aan een andere bezoeker gegeven werd.

 Deze korte anekdote laat goed zien hoe iets kleins grote gevolgen kan hebben voor de totale ervaring. Je wilt als theater de bezoeker zoveel mogelijk ontzorgen, dat is een van de redenen waarom je jassen en tassen aanneemt. Er is een basisbehoefte aan een garderobe. Ik wil me als bezoeker volledig kunnen ontspannen en kunnen focussen op de voorstelling, en dan wil ik geen zorgen hebben over mijn jas of tas. Niet voorafgaand aan de voorstelling, niet tijdens de voorstelling, maar ook niet na afloop.

Er zijn ook theaters die je extra laten betalen voor de garderobe. Niet via toelage op het ticket maar extra bijbetalen tijdens je bezoek. Dat is totaal niet gastvrij (niet sociaal) en het brengt extra handelingen met zich mee (geen fijne flow). Dat op zich is dus al verschrikkelijk natuurlijk, maar dan hangt er ook nog een bordje dat zij niet verantwoordelijk zijn voor schade of diefstal. Pardon?! Ik betaal jou toch om op mijn spullen te letten? Waarom zou je daar dan niet verantwoordelijk voor zijn?
Een volgende keer neem ik mijn jas en tas wel mee tijdens het hele bezoek. En dat is voor niemand leuk.

Over de garderobe is nog heel veel meer te zeggen. Bijvoorbeeld: veel theaters hebben weinig ruimte in de foyer en gebruiken die ruimte voor meerdere functies. Ik zie te vaak garderobes die onderdeel van de foyer zijn. Hier wordt de fout gemaakt dat er meerdere functies en stadia van het bezoek door elkaar lopen. Bij sommige theaters sta je nadat je de voorstelling uitkomt, zelfs voordat je het door hebt, al in de rij voor de garderobe. Dit stimuleert vertrek, terwijl je als schouwburg juist wilt dat mensen blijven hangen. Vergelijk dit met een verjaardag. Als de eerste persoon vertrekt, gaan er gelijk meer mensen weg. Gelukkig zijn er ook theaters waarbij het wel goed gaat. Zoals bijvoorbeeld bij het Amphion in Doetinchem. Bij binnenkomst is het eerste wat je tegenkomt de garderobe; je kunt direct je jas kwijt. Vervolgens ga je een trap op richting de foyer, met op de route een grote spiegel om te kijken of je kleding nog wel netjes zit. We zijn tenslotte in een theater. Door deze indeling en routing zijn de garderobe en de foyer niet met elkaar verbonden en niet eens in elkaars zicht. Dit zorgt dit voor rust waardoor er een fijnere nazit is.

Soms is er qua logistiek niet zo snel iets te veranderen aan bijvoorbeeld de locatie van de garderobe (hier dient dus bij het ontwerpen van een nieuw theater of bij een verbouwing goed over nagedacht te worden). Toch kan je als theater zelf van alles doen om zelfs bij de garderobe in te spelen op ‘artistiek, sociaal en flow’. Zo kan het nummertjessysteem  bijvoorbeeld op kleur, zodat bezoekers in de buurt van hun jas gaan staan. Je kunt informatie of entertainment bieden in de rij. Tijdens het wachten is het een goed moment om bezoekers te informeren over bijvoorbeeld start-, pauze- en eindtijd (‘flow’) of ze al artistieke prikkels te geven die de transformatie in gang te zetten. Zo heeft het EYE filmmuseum in Amsterdam op de garderobe kluisjes in plaats van alleen nummers ook foto’s van acteurs. En in het Boijmans van Beuningen is het garderobesysteem een kunstwerk op zich. Op deze manier wordt er artistieke waarde toegevoegd aan de garderobe.

Je bent een theater, vergeet dat niet!

 De kern van het theaterbezoek is de voorstelling. ‘Voor een lekker biertje ga ik wel naar de kroeg’, zei een participant in een van mijn onderzoeken. Als theater faciliteer je een voorstelling. Je zorgt ervoor dat de bezoeker deze voorstelling optimaal ervaart. Alles wat je doet zou moeten dienen voor die optimale voorstellingsbeleving. Daarin wordt de garderobe meer dan een plek om je jas af te geven. Het is een middel voor het theater om de bezoeker tijdens het bezoek te ontzien van de zorg voor de jas. Zo zou dat ook moet gelden voor al het andere dat je als theater doet. Zoals een consumptie in het theater voor of na de voorstelling. Welke rol speelt dit in het geheel? Ik daag je uit hierover na te denken.

Ik denk dat veel theaters hun hogere doel uit het oog verliezen. Esthetisch is het vaak prima in orde, logistiek is het soms niet verkeerd, maar is het overal waar je komt duidelijk dat je in een theater bent? Daar mag je als theaterlocatie mee spelen, iets nieuws uitproberen, een keer gek doen, breken met de realiteit of daar juist extreem de focus op leggen.

Theater is een continu veranderende kunstvorm, de theaters zijn daartegenover vaak erg statisch en eerlijk gezegd een beetje saai. Laten we daar alsjeblieft verandering in brengen.

Illustratie: Bente Bak