Actrice en kunstenares Fridi Martina maakte naam met optredens bij het Nationaal Theater van Curaçao, bijdragen aan Nederlandse tv en radio, en haar kritische theaterstuk Siegu pa kolo. In 1986 richtte ze in Amsterdam een platform voor biculturele kunstenaars op. Dit Villa Baranka groeide uit tot meer dan een gerenommeerde kunstsalon in de stad: een plaats voor hen wier kunst anders genegeerd zou zijn.

Fridi Martina (1950-2014) werd geboren op Curaçao. Op 22-jarige leeftijd emigreerde ze naar Nederland en werd ze als een van de eerste studenten uit Curaçao toegelaten tot de Amsterdamse toneelschool. Ze verwierf bekendheid met haar toneelstuk Siegu pa kolo (1978), een diepgaande voorstelling over colorisme en racisme. Dit stuk is meerdere keren opgevoerd op Bonaire, Curaçao, Sint Maarten en in Nederland, afhankelijk van het publiek in het Engels, Nederlands of Papiaments.

In 1986 richtte Martina samen met haar toenmalige partner  kunstenaar Margareth Adama (Jakarta, 1950) Villa Baranka op, een kunstsalon in Amsterdam voor en door kunstenaars met een migratieachtergrond. Martina werd aangesteld als speldocent drama aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (1987-1997) en was in die jaren ook gastdocent aan de Theaterschool in Amsterdam. Na 25 jaar in Nederland te hebben gewoond, keerde ze terug naar Curaçao, waar ze nog 20 jaar leefde. Ze produceerde vier muziekalbums, coproduceerde een film en regisseerde een dramaserie voor een nationaal televisiestation. Aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen gaf Martina twee keuzevakken: Podiumkunstenmanagement en Creatieve Vaardigheden van een Acteur voor Managers. Ze overleed in 2014 aan amyotrofische laterale sclerose (ALS).

Villa Baranka: een artistiek kruispunt

Martina en Adama stichtten Villa Baranka op 15 november 1986 aan de Prins Hendrikkade 140 te Amsterdam. Deze locatie, vernoemd naar het Papiamentu woord voor ‘rots,’ fungeerde als een kunstsalon waar theater, beeldende kunst, muziek, poëzie en lezingen samenkwamen. Villa Baranka was gericht op kunstenaars met een biculturele afkomst in Nederland en was meer dan alleen een studio: het was een ontmoetingsplek.

Financiering voor de renovatie van het zes verdiepingen tellende gebouw en de activiteiten van Villa Baranka vormden een uitdaging. De gemeente Amsterdam verwees Martina en Adama hiervoor naar de afdeling ‘minderheden’, die zich voornamelijk richtte op materieel welzijn. Er waren dan ook vooral subsidies beschikbaar voor naai- en kookcursussen voor minderheden in Amsterdam, maar niet voor manieren van artistieke expressie. Dit beperkte de mogelijkheden voor Martina en Adama om structurele subsidies te verkrijgen.

Ondanks deze belemmeringen heeft Villa Baranka met behulp van incidentele fondsen en eigen middelen een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse theater- en kunstgeschiedenis. Martina en Adama gaven stem aan kunstenaars van niet-westerse afkomst, die musea en galeries vaak schaarden onder traditionele kunst of folklore. Villa Baranka streefde ernaar een plaats te zijn voor hedendaagse kunst van kunstenaars met een migratieachtergrond. De kunstsalon bood daarmee een platform voor kunstenaars die anders genegeerd werden.

Martina en Adama stelden in 1985 dat overheidsinstanties en organisaties de term multicultureel vaak gebruiken om een oppervlakkige acceptatie van culturele diversiteit aan te duiden, zonder echt begrip of een gelijke behandeling. Deze acceptatie vertaalt zich volgens hen echter zelden in substantiële steun voor niet-westerse kunst. Martina en Adama beweerden dat instellingen die geworteld zijn in de westerse kunst en cultuur, ermee worstelen om niet-westerse of ‘minderheidskunst’ adequaat te waarderen en te financieren. In die zin loopt de term multicultureel volgens hen het risico een modewoord te worden zonder een substantiële achterliggende betrokkenheid. Adama en Martina betwistten dan ook de beslissing van de gemeenteraad van Amsterdam om in eerste instantie hun voorstel voor financiering te verwerpen, die volgens hen de westerse vooringenomenheid in financiering en erkenning weerspiegelde.

Door de jaren heen organiseerde Villa Baranka lezingen, rondetafelgesprekken over diverse thema’s en drama- en danslessen. Helaas kwam in 1989 een einde aan Villa Baranka, omdat het project door het gebrek aan structurele subsidies financieel niet meer haalbaar was.

Kleurenblind

Martina had moeite om aansluiting te vinden bij het theaterprogramma van de Theaterschool in Amsterdam. Docent Johan Greter hielp haar bij het opstellen van haar eigen curriculum. Samen concludeerden ze dat Martina haar eigen verhalen moest schrijven. Dit resulteerde in Kleurenblind (1978), een toneelstuk dat zich richt op de thema’s racisme en colorisme. Kleurenblind bestaat uit vier monologen, uitgevoerd door Martina met muzikale begeleiding. De monologen belichten de ervaringen van vier verschillende vrouwen en behandelen thema’s als migratie, colorisme binnen relaties en gezinnen, en de impact van huidskleur op sociale status. Martina’s werk vormt een krachtige kritiek op colorisme en racisme, en daagt deze systemen van onderdrukking uit. Haar toneelstuk illustreert hoe culturele praktijken kunnen dienen als een alternatief oraal archief en een middel om sociale ongelijkheden te bestrijden.

Foto: Fridi Martina tijdens tv-opnames in 1978. Collectie Beeld & Geluid/ANP

Dossiers

Theaterjaarboek 2022/2023