De jongste generatie is groot, véél, gedreven, ongeduldig, ambitieus, idealistisch, volhoudend, egocentrisch, angstig, niet daadkrachtig genoeg, welwillend, jaloers, schuw, haatdragend, liefdevol, ondernemend, arrogant, oververmoeid, werkzaam in de horeca, dromend, de schone schijn ophoudend en ze neemt ondanks de huidige situatie, die tig keren benoemd wordt maar niet verandert, risico’s, laat niet los en blijft zoeken naar ruimte, leermeesters, ontwikkeling, confrontatie, uitdaging en nog veel meer.

Ondanks dat het gros van mijn generatie alles nu wil hebben, vooral de fun and fame, geloof ik dat er met mij genoeg anderen zijn die nee durven te zeggen, iets durven te vinden, oprechtheid waarderen, professionaliteit afdwingen waar nodig, geduldig zijn en vertrouwen op het feit dat wij de volgende generatie zijn.

Daarom is het van groot belang dat de oudere generatie de confrontatie of communicatie met de jongste generatie aangaat. Dat in het belang van de kunst ervaring, kennis en wijsheid gedeeld worden. De ruimte voor de jongste generatie is beperkt, maar misschien moeten we kijken naar wat de mogelijkheden zijn, in plaats van iets te blijven eisen van het onwetende en domme systeem dat gewoon niet begrijpt waarom het ambacht van het spelen en het ritueel van verhalen vertellen van essentieel belang is in het leven en dus in de maatschappij.

Tg Stan heeft een supermooie Kersentuin gemaakt met een groep pas afgestudeerde acteurs en een aantal van de gevestigde orde. Het niveau op de vloer wordt gelijkgetrokken en ‘jong’ en ‘oud’, ervaren of beginnend, gaan het met elkaar aan. Je ziet hoe de stijl van het gezelschap door de jongere spelers tastend wordt overgenomen en dat zij op hun beurt de oudere spelers meenemen in de dans – die in het stuk onmisbaar is. Iedereen werkt mee om samen zo helder mogelijk het verhaal te vertellen. Laten we die mentaliteit overnemen in het Nederlands theater, laat de oudere generatie risico nemen.

En kijk naar de nieuwe winden! Dit geldt niet alleen voor de kloven die ontstaan door leeftijd maar ook door afkomst. Als wij kunstenaars een afspiegeling zijn van de maatschappij, waarom is het dan, grof gezegd, zo verdomd wit op het toneel? Als je je niet weet te interesseren voor een ander universum, zowel in leeftijd als in afkomst, dan doe je jezelf en je publiek tekort.

Niet alleen gezelschappen, regisseurs en acteurs zijn verantwoordelijk voor het behouden en doorontwikkelen van de kunsten; ook casting directors, programmeurs, theaterscholen en schouwburgdirecteuren moeten proberen te begrijpen welke taal we met zijn allen nou eigenlijk precies spreken. Waarom voelt de afstand zo groot, terwijl we zo dicht bij elkaar staan door het ambacht dat we allemaal zo noodzakelijk achten?

De oudere generatie is ook de jongste geweest, de oudere generatie heeft ook gezeurd en gedemonstreerd, maar dan wel met een kraan die open stond. Mijn collega’s en ik werken in koffiebars, serveren frietjes, tappen bier of poetsen toiletten. Tegelijk vragen we residenties aan, werven we fondsen; we onderzoeken en we groeien. Het is vermoeiend, fysiek en mentaal, maar we zijn nog steeds niet bang om ons in het onzekere te begeven.

We hebben leermeesters nodig, we hebben fysieke ruimte nodig, we hebben rust en financiële ruimte nodig. Leer ons het zelf te doen, zo leer je ook het meest over jezelf.