Verwarring en vervreemding zijn een bewust handelsmerk van het jonge collectief La Isla Bonita. Van leden Luit Bakker, Milou van Duijnhoven, Mirthe Labree, Aukje Schaafsma en Lisa Schamlé mogen show, humor en entertainment gerust samengaan met de ernstigste politieke vraagstukken.

‘Welbeschouwd slaat het helemaal nergens op’, oordeelde de Volkskrant vorig jaar over de voorstelling Dogs of War van performance-collectief La Isla Bonita op De Parade. De recensent wist zich geen raad met een voorstelling die het Israël-Palestina-conflict combineerde met het BDSM-seksrollenspel Puppy play, inclusief leren maskers en leibanden. La Isla Bonita plaatste de quote echter trots op haar website. Verwarring en vervreemding zijn een bewust handelsmerk van het jonge collectief.

In hun debuut- en tevens afstudeervoorstelling La Isla Bonita (2015) voerden de leden als ritmische gymnasten in strakke glittermaillots al een zogenaamde waarschuwingsshow voor vluchtelingen op. En deze zomer thematiseerden de jonge performers in La Lucha Libre het feminisme in uitputtende Mexicaanse worstelacts. ‘We proberen zowel in vorm als in inhoud zoveel mogelijk kleuren naast elkaar te zetten’, zeggen spelers Milou van Duijnhoven en Mirthe Labree in een gesprek over hun werkwijze.

Hoe ontstaan die bizarre combinaties?
Labree: ‘Het begint vrij praktisch. Voorafgaand aan elke voorstelling stellen we ons de vraag: wat zouden we nog een keer willen leren of doen? We zijn bij de performance-opleiding van de Toneelacademie Maastricht heel beeldend en fysiek opgeleid, dus meestal komen we dan op een bepaald ambacht of kunde uit de lichamelijke of sportieve hoek. Bij La Isla Bonita wilden we een keer een heel moeilijke showsport leren, bij Dogs of War wilden we leren bewegen als honden en bij La Lucha Libre wilden we gewoon iets heel stoers doen.’

Van Duijnhoven: ‘De maatschappelijke kwestie dringt zich vervolgens vanzelf op. In La Lucha Libre bijvoorbeeld wilden we heel sterk overkomen. Geen mooie, blonde lieve meiden zijn, maar elkaar al worstelend supervet te lijf gaan en daarbij onze masculiniteit opzoeken. Maar net door dat heel hard te pogen, kwamen vooral de verschillen met mannen bovendrijven. We konden vervolgens niet meer om het man-vrouwonderwerp heen.’

Labree: ‘We vertrekken altijd vanuit het lichaam, en dat blijkt dus altijd politiek. Als collectief gaan onze voorstellingen uiteindelijk ook altijd over groepsdynamica, over wie wie volgt, daar komen we niet onderuit.’

Dat klinkt bijna als noodzakelijk kwaad.
Labree: ‘We wilden bij La Luche Libre van tevoren echt geen voorstelling maken over feminisme of het glazen plafond. Wie durft daar nu nog een standpunt over in te nemen? Net als over de Palestijnse kwestie en vluchtelingen. Daar zitten wij als blonde, witte vrouwen totaal niet middenin, dus het is echt niet aan ons om er iets over te zeggen. Toen we uiteindelijk toch op deze thema’s uitkwamen, vonden we dat ook best eng. Tegelijkertijd vonden we dat we er als theatermakers eigenlijk ook niet omheen konden. We dachten voortdurend: wie zijn wij om hier iets over te zeggen? Maar ook: wie zijn wij om hier niét iets over te zeggen?

Is moraal taboe?
Van Duijnhoven: ‘We zullen nooit een standpunt innemen bij een bepaalde kwestie. In plaats van een idee te poneren, pogen we een palet uit te vouwen met zoveel mogelijk facetten rond een onderwerp. Ons streven is dat het publiek naar buiten gaat met meer vragen dan antwoorden. We hebben totaal niet de illusie dat de toeschouwer na onze voorstellingen zijn of haar hele leven anders gaat inrichten.’

Wanneer is een voorstelling dan geslaagd?
Labree: ‘Als er tijdens de voorstelling iets gebeurt met de kijker, als er verwarring ontstaat en er daardoor misschien een beetje ruimte is voor zelfreflectie. Dat je bijvoorbeeld een keer grinnikt om jezelf, of dat je eerst denkt: ‘Oh, dit is heel mooi’, en daarna: ‘Oh, wat erg dat ik dat dacht’.

Van Duijnhoven: ‘We vinden het al heel wat als die ene man op rij 1 die zo hard zat te lachen opeens helemaal stilvalt of rood aanloopt. Of als de zaal in tweeën gaat, als de ene helft applaudisseert en de andere daar geschokt op reageert.’

Is die verwarring ook iets waarnaar jullie doelbewust op zoek gaan? 
Van Duijnhoven: ‘Ja, we proberen zowel in vorm als in inhoud zoveel mogelijk kleuren naast elkaar te zetten. We gaan ergens compromisloos voor en schoppen het daarna weer onderuit. Een stoere scheidsrechter zingt een gevoelig lied van Madonna. Een turnster houdt een afstotelijke, racistische monoloog terwijl ze een ongelooflijk bewonderenswaardig knappe hoelahoep-act uitvoert. We werken met boven- en ondertonen die elkaar steeds weer aanraken en uit elkaar gaan. De avond moet een crossroad voor de toeschouwers worden, een stuiterende ervaring van walging naar genot en terug.’

Hoort die horizontale manier van werken bij jullie generatie?
Labree: ‘Ik denk het eigenlijk niet. Ik zie bij onze voorstellingen mensen van alle leeftijden zitten. Omdat we het intellect schuwen en veel show- en entertainmentelementen gebruiken zijn ze geschikt voor alle mensen uit de samenleving, jong en oud, met of zonder intellectuele of theatrale bagage. We voelen ons als makers net zoveel verbonden met gezelschappen als Carver, De Warme Winkel en Jetse Batelaan als met onze generatiegenoten.’

Men zou jullie ook een gebrek aan diepgang kunnen verwijten.
Labree: ‘Onze voorstellingen zijn niet klassiek opgebouwd. We bieden niet per se diepgang door mensen mee te nemen in een gevoel en ze een catharsis te laten beleven. We werken bewust horizontaal en niet als een geconcentreerde spiraal naar beneden. De diepgang zit in de snelheid en veelheid van beelden. Scènes versterken elkaar, geven als spiegels diepgang.’

Van Duijnhoven: ‘We nemen het ook allemaal heel serieus. We staan echt op ons allerbeste te turnen, te dansen of te vechten. We trainen daarvoor ook heel erg hard.’

Labree: ‘We doen ook uitgebreid research. We hebben een bodem nodig, om daar daarna volledig van af te wijken. Voor La Lucha Libre hebben we natuurlijk Virginia Woolf en Simone de Beauvoir gelezen, ook veel naar popsterren als Miley Cyrus en Madonna gekeken, en ons verdiept in de cultuur van Mexico en de tragiek van de gemaskerde luchadores daar. Na het lezen van alle grote filosofen en schrijvers kwamen we er echter vooral achter dat het onderwerp veel dichter bij onszelf lag. Bij onze eigen ervaringen als vrouw, ons eigen lichaam.’

Welke rol speelt humor in jullie voorstellingen?
Van Duijnhoven: ‘Humor zorgt voor ontlading, het geeft ruimte om te ademen, het gesprek open te gooien. En het is natuurlijk ook lekker en leuk om te doen. Het past bij de manier waarop we als collectief dagelijks met elkaar omgaan, dat is met heel veel zelfspot en ironie. Elke dag heb ik tranen van het lachen om mensen uit onze groep. Onze eigen humor werd automatisch onze stijl.’

Jullie gaan soms best ver bij jullie voorstellingen. In La Lucha Libre worden vrouwen extreem vernederd.
Van Duijnhoven: ‘Het gaat er bij ons onderling soms ook erg bijtend en sarcastisch aan toe. We kunnen elkaar heel belachelijk maken. Dat kan omdat er veel liefde is. We zaten in dezelfde klas en kennen elkaar dus al zeker zes jaar door en door. De scheidslijn tussen collega’s en vrienden is heel nauw.’

Labree: ‘We zoeken graag de grenzen op, op het perverse af. We ontzien onszelf nooit, we proberen echt iets te ondergaan in onze voorstellingen. Bij La Lucha Libre hebben we met elkaar afgesproken nooit fysieke uitputting te faken, alle geluiden moeten uit onze kloten komen. Ook mentaal en emotioneel doen we niet voorzichtig. Ik heb het gevoel dat mensen tegenwoordig best snel bang voor elkaar zijn. We weten niet goed meer hoe we met elkaar moeten omgaan. In het theater kun je gelukkig nog compromisloos keiharde grappen maken, iemand even totaal naar beneden halen.’

Als je overal een grap en een show van maakt, hoeft het ook nooit ernstig te worden. 
Labree: ‘Het is inderdaad te makkelijk om alleen dingen belachelijk te maken. We spelen onze personages daarom altijd zo oprecht mogelijk. We trekken ze vaak in het extreme, het zijn uitvergrote archetypen, maar we proberen ze wel altijd met enige liefde, integriteit en sympathie te spelen. In La Isla Bonita bijvoorbeeld vertellen de turnsters over hun waarschuwingsshow in Alexandrië, Egypte. Tijdens onze research hebben we het toen veel gehad over leeftijdgenoten die vrijwilligerswerk in Afrika gaan doen. Bij dat soort hulp heb ik vaak een dubbel gevoel, zeker als mensen foto’s gaan posten over hoe lief de kindertjes daar zijn. Anderzijds gaan ze en doen ze wel iets. Ik wil ze daarom zeker niet uitlachen.’

Van Duijnhoven: ‘Misschien pogen we de naïviteit te belichamen, de knulligheid van de mens die het in de porseleinkast van de wereld oprecht probeert en daarin faalt. Het mooie is dat mensen vaak al behoorlijk ironisch van zichzelf zijn en zichzelf voortdurend tegenspreken. We gebruiken vaak letterlijk teksten uit YouTube-filmpjes die automatisch grappig klinken. We zijn zelf natuurlijk ook al een komisch personage op zich, van die westerse vrouwen die in Nederland opgevoed zijn en best makkelijk praten hebben in hun luxepositie.’

Foto: Bas de Brouwer