Er waren genoeg redenen om het over kleur te hebben. Ik heb sterk de indruk dat met het sluiten van het MC Theater een tijdperk werd afgesloten met als gevolg dat de grote instituten het probleem van hun eigen gebrekkige diversiteit niet meer bij een aparte multiculturele theatergroep over de heg konden gooien. Dat vermoeden werd bevestigd bij het maken van het septembernummer van Theatermaker, waarin de jongste generatie makers het onderwerp weer gretig op de agenda zette.

Dit past uiteraard in een bredere maatschappelijke trend. Het zwartepietendebat blijkt een vliegwiel voor jonge mensen met een biculturele achtergrond om hun grieven te manifesteren over de ongelijkheid die wel degelijk bestaat in de Nederlandse samenleving, hoe graag we onszelf ook als egalitair zien. Is het in het theater beter? Jazeker, we zijn allemaal progressief en ruimdenkend, maar hoeveel ruimte is er om op te eisen? En waar blijft het gekleurde publiek dan?

Over diversiteit praten is al een probleem. Om te beginnen: als je het thema aankaart, welk woord gebruik je dan? Woorden als ‘multicultureel’ en ‘cultureel divers’ zijn afgekloven en bot geworden (termen die overigens in zwang raakten nadat ‘migrantentheater’ versleten raakte; nu kun je af en toe horen spreken over ‘hedendaagse grootstedelijke verhalen’ – dat wordt het nieuwe eufemisme). We kozen voor het woord ‘kleur’ om helder te schetsen waar het ons om gaat: waarom is het Nederlandse theater toch zo wit?

Volgend probleem: hoe pak je dit onderwerp aan met een geheel witte redactie? We hadden stevige discussies tijdens de redactievergaderingen. Wat bedoelen we eigenlijk als we het over diversiteit hebben? Is sociaal-economische diversiteit niet een veel groter probleem in het theater dan culturele diversiteit? Moeten we juist niet de artistieke kwaliteit centraal stellen? Die discussies houden echter een nogal hoog theoretisch gehalte, en daarom verheugde het ons dat we journalist en commentator Harriët Duurvoort bereid vonden op te treden als gastredacteur voor dit nummer.

Maar een essentieel kwartje viel pas bij het horen van een lezing van de Britse cultuurstrateeg Hassan Mahamdallie tijdens het festival Rightaboutnow afgelopen december in het Compagnietheater. ‘Diversiteit is niet “een probleem”. Diversiteit ís,’ zegt hij in het betoog dat we hebben opgenomen in het themadossier. Ook ik was het thema aan de problematiseren, en daarmee maakte ik het iets vervelends, een stom klusje. Terwijl het iets anders, iets inspirerends moet zijn: het uitbreiden van de kring waarbinnen het gesprek over artistieke kwaliteit wordt gevoerd.

Ik hoop dat dit nummer daaraan een bijdrage is, met een uiterst divers koor van elkaar regelmatig tegensprekende stemmen. Van persoonlijke verhalen van gearriveerde kunstenaars, zoals Monique Duurvoort die na jaren werken ontdekte dat ze een essentieel deel van haar artistieke persoonlijkheid was vergeten, tot gedreven jongeren als Majd Mardo die hun eigen voorwaarden willen bepalen.

Door het maken van dit nummer werd ik niet pessimistischer. Het theater- en danslandschap wordt snel kleurrijker en relevante nieuwsfeiten (een zwarte actrice die Hermione speelt in een Harry Potter-voorstelling, de diversiteitscommissie van ACT, een diapositief gecaste Othello) volgden elkaar op een gegeven moment sneller op dan we ze konden bijbenen.
Kortom: de makers verkleuren (mede onder invloed van maatregelen bij de opleidingen), maar het publiek nog te weinig. Dat was ook een van de conclusies van de commissie-Ter Horst, waarover we verder spraken met de directeuren van de brancheverenigingen. Maar waar nog échte verandering nodig is, is achter de schermen. Subsidiecommissieleden, programmeurs, recensenten; de poortwachters zijn welwillend, maar wit. Daarom wil dit nummer van Theatermaker nadrukkelijk geen definitieve state of the art zijn, maar een belofte om zelf te veranderen.

foto: Titia Hahne

Dossiers

Theatermaker februari 2016