Choreografe Krisztina de Châtel maakte in 1984 de voorstelling Thron samen met de Duitse kunstenaar en choreograaf VA Wölfl. Vanaf 3 oktober reist de voorstelling na dertig jaar weer langs theaters en musea, zoals het Kröller-Müller Museum en het Gemeentemuseum Den Haag. Krisztina de Châtel: ‘In mijn dans gebeurt er veel in het lichaam, maar zonder bravoure.’

Krisztina de Châtel roert zich regelmatig in het dansveld, ook nog nu de gezelschappen die zij oprichtte, Dansgroep Krisztina de Châtel in 1976 en Dansgroep Amsterdam in 2009, niet meer bestaan. Momenteel zijn haar activiteiten ondergebracht in twee stichtingen. Met De Châtel sur Place maakt ze nieuw werk, vaak op bijzondere locaties of met mensen zonder professionele dansachtergrond, zoals brandweermannen en stratenmakers. Recent ging de voorstelling Puur in première, een voorstelling met Parkinson-, MS- en reumapatiënten. Met haar in 2009 opgerichte Stichting Imperium deelt De Châtel haar kennis en ondersteunt ze projecten en jong talent, ook financieel. Zo stelde ze dansers Sina Saberi en Rand Taha afgelopen zomer in staat deel te nemen aan de Summer Intensive Workshop van het festival Dancing on the Edge en ontving choreografe Kat Valastur een bijdrage om een choreografie te realiseren. En dan verleent De Châtel haar naam ook nog aan Krisztina’s Keuze, een programma van korte dansstukken van jonge, onbekende makers, die daardoor een groter publiek kunnen bereiken. Een van de dansers die ze in het verleden ondersteunde om een dansopleiding aan Codarts te volgen en die later stage liep bij haar gezelschap is inmiddels teruggekeerd naar Zuid-Afrika en maakt daar zelf werk. Er ligt een plan om dat volgende zomer in Zuid-Afrika te dansen, in een programma samen met haar voorstelling Infinite (2011). De Châtels persoonlijke en professionele ontwikkeling werd opgetekend door filosofe Désanne van Brederode en verscheen dit jaar in de biografie Denk! Dans!.

Minimalisme

Van de werken die Krisztina De Châtel sinds 1976 creëerde, kwam een aantal al eerder terug, zoals Staunch en Imperium. Het legendarische Föld werd gefilmd en op locaties in binnen- en buitenland gedanst en maakte decennia later opnieuw indruk op theatertoeschouwers. Maar de voorstelling Thron, die ze in 1984 maakte met de Duitse kunstenaar en choreograaf VA Wölfl, werd nog niet eerder hernomen. Thron werd gemaakt in de periode waarin het werk van De Châtel zich kenmerkte door een ‘esthetisch minimalisme’ waartoe ook de stukken Lines (1979), Light (1980), Forgó (Hongaars voor ‘draaien’, 1982), Wiederkehr (1983) en Change (1988) behoren. Omdat de ruimte een van de grote uitdagingen in haar choreografieën is, werkte de choreografe veel samen met beeldend kunstenaars. In haar boek Dwars door de ruimte (2001) noemde danscriticus Isabella Lanz de choreografie Lines het oerstuk van De Châtel. ‘In het decorontwerp van Lines van beeldend kunstenaar Jan van Munster was een vierkant van de toneelvloer afgebakend door zestien lichtsculpturen die lichtbanen op het toneel lieten schijnen waar de dansers zich naar richten. De Châtel: ‘Het was een heel zwaar stuk voor de dansers. Een reeks van kleine bewegingen op zes tellen en dat twintig minuten lang op muziek van Philip Glass. Vervolgens nog twintig minuten in stilte, je hoorde alleen het geluid van hun voeten. Lines heb ik hernomen toen ik met Itzik Galili in 2009 Dansgroep Amsterdam begon. Het was een periode waarin de dans een grote vrijheid kende en alles kon. Daardoor viel het juist op hoe helder het concept van Lines was. Er kwamen veel jonge mensen op af die er gefascineerd naar keken en in de greep van het stuk raakten. Destijds werd Lines al door velen gewaardeerd, maar nu was het het publiek dat de concentratie opbracht om de choreografie volledig tot zijn recht te laten komen. Daar ben ik heel trots op.’

Met de voorstelling Thron vervolgde de choreografe de weg die zij met Lines was ingeslagen. Ook Thron heeft een sterk minimalistisch karakter, net als de door Patricio Wang gecomponeerde muziek. De Châtel: ‘Maar Thron is rijker door de thema’s die uitgewerkt worden in het bewegingsmateriaal. Er zitten ook meer extremiteiten in. Bewegingen worden met verschillende intenties gedanst, zoals een marcheerstap, in super-slowmotion is die ontzettend moeilijk om uit te voeren. Terwijl de dansers in Lines naar het licht of juist in een zwart gat keken, kijken de danseressen in Thron het publiek in. Het zijn persoonlijkheden, hun volledige aanwezigheid is belangrijk. Dat is wat ik bij Koert Stuyf heb geleerd. Want ‘er zijn’ is al erg moeilijk als er amper wat gebeurt op het toneel.’

Nadat Krisztina de Châtel in 1969 naar Nederland kwam volgde ze twee jaar lessen bij choreograaf Koert Stuyf en danste ze drie jaar lang in zijn baanbrekende choreografieën. De Châtel: ‘In zijn werk had hij een oosterse benadering, je deed niet veel meer dan zoeken en zoeken tot je de essentie van een beweging vond. Het ging om verinnerlijking. We werkten met de Graham-techniek. Oorspronkelijk is die ongelooflijk psychologisch van aard, maar het dramatische aspect werd er helemaal uitgehaald. De techniek werd puur functioneel ingezet, alleen het lichamelijke bleef over. Dat dat nog steeds in mijn lichaam zit heb ik aan Koert Stuyf te danken.’

Ontploffen

Die periode met Stuyf had een grote invloed op De Châtels denken over dans en de ontwikkeling van haar eigen esthetiek. Tijdens dit interview staat ze regelmatig op om haar woorden met bewegingen kracht bij te zetten. De Châtel: ‘In mijn dans gebeurt er heel veel in het bovenlichaam. De rug, de spiraal van het lichaam is belangrijk. Het centrum, de kern, blijft onbewogen. De armen worden vaak heel krachtig ingezet. Verder bewerk ik wat nodig is. De benen kunnen heel sterk zijn. Soms draaien ze uit in een rond de jambe, daar ben ik dol op. Het is een kwestie van analyseren wat er dan in het lichaam gebeurt en om de balans te houden. Want hoe doe je dat? Hoe controleer je al die verschillende processen die zich in je lichaam afspelen? Om mijn werk te kunnen dansen heb je een goede techniek nodig, een volledige controle over je lichaam en een sterke concentratie. Dat je druk voelt naar het niets, maar het niets is toch alles, qua uitstraling. Met niets bedoel ik dat je alles wat je met je lichaam kunt doen moet terugbrengen naar een heel beperkt iets. Dat is moeilijk om uit te voeren. Als je een been omhoog doet, zwiep je dat niet de lucht in. Je doet veel met je lichaam, maar zonder bravoure. Van de innerlijke spanning van de dansers die de confrontatie aangaan met de ruimte gaat een enorme samengebalde energie uit en het is net alsof je tijdens de uitvoering aan het ontploffen bent.’

Voor de instudering van Thron werkt Krisztina De Châtel samen met voormalig danser Dries van der Post als repetitor. Om haar repertoire te laten heropvoeren zijn de condities waaronder dit gebeurt cruciaal. De scherpte die haar werk eigen is en de houding van de dansers zijn daarbij van wezenlijk belang. De Châtel: ‘Tijdens de auditie voor Thron hebben we het bewegingsmateriaal allemaal doorgenomen en dan is heel goed te zien wie dat aankan. Gemiddeld gezien – we hadden een enorme toeloop bij de auditie, ruim driehonderd mensen – waren dat de dansers die klassiek geschoold zijn. Als danser moet je op zo’n moment onmiddellijk aanvoelen waar het om gaat, zoals de trots en elegantie die typerend zijn voor Thron. Je moet enorm goed op je benen staan om dat te doen en je moet het kunnen waarderen. Tegenwoordig zie je juist bij dansers dat flow heel belangrijk is, ze hebben een hekel aan controle, het moet er allemaal natuurlijk uitzien.’

Voor Krisztina De Châtel is dans geen synoniem voor vrijheid van bewegen of plezier. De Châtel: ‘Ik heb een hang naar controle en structuur, ik voel de drang om een systeem te creëren van beheersing en concentratie. Ik ben streng opgevoed en kom uit een krankzinnig streng systeem, het communisme. Ik leef nu in vrijheid maar dans hoeft geen lol of vrijheid te betekenen. Daar ben ik onbewust altijd mee bezig geweest. Toen ik heel jong was, 22, kwam ik erachter dat ik een piekerend persoon ben. Toch wilde ik dansen. Dat is een grote tegenstelling. Het lichaam als contrast met dat gepuzzel in je hoofd. Door in mijn bewegingen uiting te geven aan mijn karakter en de complexiteit daarvan kon ik heel veel energie kwijt. Als ik een choreografie maak, lach ik veel en raak ik bepaalde dingen kwijt. Dat lukt me vooral in dans. Dat betekent niet dat je dan lekker danst, maar dat je daarvan een stijl of systeem maakt om dingen te beheersen, door beperkingen te stellen. Ook in relatie tot de ruimte, want het gaat erom hoe je de wereld ervaart. In mijn allereerste solo draaide ik alleen maar om mijn as. Je zoekt je beperkingen, want dat zit in je. Het enige wat ik deed was met mijn armen om mijn as draaien.’

Inperken

De Châtel volgde haar dansopleiding in Duitsland, waar ze vijf jaar doorbracht aan de beroemde Folkwang Hochschule, de bekende kunstacademie in Essen die sinds 1972 onderdeel is van de Universiteit daar. Choreograaf en danser Kurt Jooss was in 1927 een van de oprichters. In de tijd dat De Châtel op school zat, zat ook Pina Bausch er. De lijst met spraakmakende kunstenaars die de school voortbracht is lang; ook Tino Sehgal komt van Folkwang. Het was tevens de plek waar De Châtel en kunstenaar-choreograaf VA Wölfl elkaar leerden kennen. De Châtel volgde de dansopleiding, VA Wölfl de opleiding fotografie.

De Châtel: ‘VA Wölfl maakte prachtige foto’s en ontwierp bijzondere affiches. Later heb ik hem vanuit Amsterdam vaak opgezocht. In die tijd had ik mijn eigen groep al opgericht en VA Wölfl was bezig met beeldende kunst en choreografie. Hij is een bijzondere geest, politiek bewust en heel intelligent. In Duitsland is hij absoluut nummer één als het gaat om experiment. Hij is heel consequent in zijn keuzes en trekt zich er niets van aan dat maar weinig mensen dat snappen. Omdat hij net als ik ook heel strak werkt, heb ik hem destijds benaderd.’

Het radicale werk van VA Wölfl en zijn in Düsseldorf gevestigde groep Neuer Tanz was de afgelopen jaren tijdens Julidans te zien. Daar spraken De Châtel en VA Wölfl elkaar na lange tijd. Spontaan legden zij hun idee om Thron te hernemen voor aan de programmeur van de Stadsschouwburg Amsterdam. VA Wölfl ontwierp destijds het decor en de kostuums voor Thron, die nu opnieuw vervaardigd worden. De Châtel: ‘VA Wölfl heeft het prachtig geformuleerd in een tekst: een troon (Thron in het Duits) is een eeuwige macht die zich niet beweegt. Ook hier is hij er indirect mee bezig hoe de wereld in elkaar zit.’

VA Wölfl liet zich inspireren door de werkwijze die De Châtel de voorgaande jaren had ontwikkeld in samenwerking met beeldend kunstenaars en waarbij de ruimte voor de dansers werd afgebakend. De Châtel: ‘Door het inperken van de dansers laat je als het ware een territorium ontstaan waaruit je niet kunt ontsnappen maar waarbinnen je wel allerlei variaties kunt maken. VA Wölfl maakte een constructie van houten platen die door de wiskundige manier waarop ze werden neergezet een ritueel karakter kregen, als een Zen-tuin.’

De Châtel haalt een tekening tevoorschijn waarop de structuur van de opstelling van de houten platen vanuit vogelvlucht te zien is. De weergave staat ook afgebeeld op het affiche van de reprise van Thron. De Châtel: ‘In die opstelling is er op sommige plaatsen weinig ruimte voor de dansers, waardoor er maar twee tegelijk kunnen zijn, en op andere plekken is er meer ruimte, voor wel vier dansers. Via verschillende wegen gaan de dansers van het ene patroon naar het andere. In Thron gebeurt heel veel en het is erg complex. Het is een van mijn langste stukken, het duurt bijna anderhalf uur. Ik vraag me regelmatig af hoe het kan dat choreografen tegenwoordig zogenaamd weer minimalistisch werken, dat is totaal verschillend van wat we destijds deden.’

Thron wordt door vijf vrouwen gedanst. Maar een feministisch statement was het destijds niet. De Châtel: ‘Uit het idee van VA Wölfl over de kostuums volgde dat de danseressen mannenkleding zouden dragen. Met hun gesteven overhemden en broeken en daaronder klassieke schoenen die geluid maken zien ze er streng uit. Daardoor krijgt het een twist. De keuze voor vijf vrouwen komt ook voort uit het idee dat de dansers in Thron een eenheid moeten vormen en die is bij vrouwen vaak sterker. Nu waren er in die tijd nog niet zoveel mannen die voor moderne dans kozen, maar een man tussen de vrouwen zou te veel aandacht hebben getrokken. Ik werk ook graag met vrouwen. De elegantie van mijn stijl komt beter uit bij vrouwen, al is deze aan de andere kant ook heel mannelijk, aards en met krachtige armbewegingen.’

Ook componist Patricio Wang is opnieuw betrokken bij de voorstelling. Waar VA Wölfl tot in detail het oorspronkelijke voorstellingsconcept volgt om kostuums en decor opnieuw te realiseren, heeft Wang voor de herneming van Thron een nieuwe benadering gevonden van zijn minimalistische compositie. Hierdoor is de verwijzing naar Zuid-Amerikaanse klanken met meer expressie getoonzet in de dialoog met elektronica die in samenwerking met Huib Emmer is ontstaan.

Foto: Bob van Dantzig