Summer Dance Forever bestaat tien jaar. Het festival is in die jaren uitgegroeid van club event tot grootschalig internationaal urban dansfestival, dat in hoge mate heeft bijgedragen aan de emancipatie en ontwikkeling van de urban dans scene.

De geschiedenis van Summer Dance Forever begint met de viering van het 25-jarig dj-jubileum van Kees Heus, destijds (en nog steeds) hoofdprogrammeur bij Paradiso. Dat was in 2009 en het speelde zich af in de Amsterdamse Club Trouw. In het clubcircuit, werd toen vastgesteld, werd zo weinig meer gedanst. Wat doe je nog als dj, als je publiek alleen maar staat en zit te kletsen met een biertje binnen handbereik? Dit tij moest gekeerd, vonden mét Heus ook Luc Deleau, toen hoofd publiciteit bij Paradiso, en John Agesilas, danser, docent en nog veel meer.

Samen organiseerden zij in Trouw een housedance battle die ze ‘Forever’ noemden. Bijzonder aan deze wedstrijden was dat in de finale de winnaars van de verschillende rondes het opnamen tegen de leden van de jury. Een kans dus op een krachtmeting met een grootheid uit het internationale battle-circuit. Dat bezorgde ‘Forever’ een hoop publiciteit. Pierre Ballings, destijds directeur van Paradiso, werd benaderd. Ook werd er contact opgenomen met de grote stand-up battle Juste Debout in Parijs, die al vanaf 2002 bestond en een groot internationaal publiek trok.

Besloten werd in één weekend de (nu) Summer Dance Forever geheten battle en de Juste Debout battle te houden.

Vanaf 2011 vonden die twee plaats in Paradiso, waarvan de directeuren – Ballings en zijn opvolger Mark Minkman – tot op de dag van vandaag Summer Dance Forever op diverse manieren hebben gesteund.

Summer Dance Forever beschikte al over belangrijke contacten in Frankrijk en pakte Juste Debout gretig op als een bondgenoot op de eigen weg naar erkenning. Deze alliantie heeft Summer Dance Forever een sterke boostbezorgd.

Wat begon als een club event is al snel uitgegroeid tot een groot internationaal urban dans festival. Paradiso is nog steeds het huis voor de battles, maar Summer Dance Forever beschikt over meer locaties in het uitgaanscentrum van Amsterdam: de schouwburg (sinds 2014), de Melkweg, het DeLaMar Theater (sinds 2016), de Academie voor Dans en Theater en de OBA. Het festival wordt nog steeds geleid door Agesilas, Deleau en Heus.

Inmiddels gaan de ambities van het driemanschap veel verder dan uitgaanspubliek aan het dansen te krijgen. Summer Dance Forever heeft ten doel urban/hiphop op de culturele kaart te zetten als een volwaardige vorm van kunst, uitgaand van de battle. De wereldwijde hiphop-community heeft haar eigen regels en gebruiken, ook als het over dans gaat, en die stroken lang niet altijd met de regels en gebruiken van de gevestigde kunstscene. De gevestigde scene kent competitie in allerlei vormen, maar geen battle. Waar hiphop zich tussen de uitingen van de ‘reguliere’ cultuur begeeft, heeft hiphop iets uit te leggen.

Toch zijn de verhoudingen in de loop van de laatste tien jaar sterk verbeterd – getuige het feit dat Summer Dance Forever is toegelaten tot het Kunstenplan 2017 – 2020, op grond van een positief advies van het Fonds Podiumkunsten. Volgens de adviescommissie van het fonds speelt het festival een belangrijke rol in de nog prille ontwikkeling van de urban dans als podiumkunstvorm. Behalve de ruime mogelijkheden tot experimenteren met nieuwe vormen in het genre en andere kunstdisciplines, waardeert de commissie de ‘combinatie van het zelf beoefenen van de dans en het tonen van theaterwaardige urban dansproducties’. Met andere woorden: de combinatie van battles en theaterdans.

De commissie ziet bij Summer Dance Forever ‘een grote zeggingskracht voor een jonge en cultureel divers samengestelde publieksgroep in een grootstedelijke context’.

De openingsavond van de theatrale editie 2014 vond plaats in de Stadsschouwburg Amsterdam. In een volgepakte zaal kreeg een in meerderheid urban publiek negen voorstellingen te zien.

De beschrijving in het projectplan geeft een mooie indruk van de sfeer van die avond: ‘De programmamix aan dansvoorstellingen en battles levert binnen de wisselende contexten van pop-, club- en stadsschouwburgzaal een ongebruikelijk en tegendraads geheel op dat (…) bijna een subversief karakter krijgt. (…) De avond is er een waarin theater, entertainment, showcases, kunst en pulp elkaar in hoog tempo afwisselen. Dat alles met het doel de veelzijdigheid en rijkdom van urban danstheaterover het voetlicht te brengen.’

Een ambitieus programma van deze omvang vereist een ambitieus podium. Aan die eis beantwoordde de Stadsschouwburg – waarbij letterlijk op straat geboren urban dans het plaatselijk bolwerk van de gevestigde theaterkunst bezet hield, al was het maar voor één avond. In 2016 viel het tweede bolwerk: het DeLaMar Theater.

Deelnemers aan Summer Dance Forever kwamen en komen overal vandaan – hiphoppers bewonen een wereldomspannend netwerk waarbinnen ze gewend zijn veel te reizen. Magneten in dit krachtenveld zijn de internationale evenementen, zoals Juste Debout bij Parijs, het International Breakdance Event (IBE) in Heerlen en de Battle of the Year (BOTY) op wisselende locaties. Hiphoppers stromen toe uit heel Europa, de VS, Korea, Japan en vele andere landen, om te battlen, voorstellingen te presenteren en les te geven, te jureren en elkaar te ontmoeten. Zoals gezegd onderhoudt Summer Dance Forever nauwe contacten met Frankrijk, dat met een in de loop van decennia opgebouwde urban infrastructuur, theaters en culturele centra, urban gezelschappen en talloze hiphop crews lange tijd heeft gegolden als een gidsland, in elk geval voor Nederland.

Over de programmering van de editie 2019 valt nú – begin juni – nog weinig te zeggen, behalve misschien dat deze iets minder op Frankrijk georiënteerd zal zijn, en dat we kennismaken met enkele interessante producties uit Engeland. Die ‘voelen anders aan’, volgens John Agesilas – minder rauw en heftig – en brengen een erfenis mee uit Jamaica en de Cariben.

Het festival opent in de schouwburg met Queen Blood van Ousmane Sy aka Babson en zijn gezelschap Paradox-sal, een groep jonge vrouwen die opgroeit in een Parijse wijk en met wie hij al tien jaar werkt. Ousmane Sy is een housedance-choreograaf, een betrekkelijke zeldzaamheid in de urban dans-scene, afkomstig uit de ‘iconische’hiphop-crew Wanted Posse en mede-oprichter van Serial Steppers. In Nederland is hij geen onbekende; een preview van Queen Blood was te zien in 2018. Thema van het stuk (en zijn voorganger, Fighting Spirit) is ‘female power’ en de vraag wat het betekent om ‘vrouw te zijn’. Persoonlijke verhalen van de danseressen worden vervlochten tot een dansperformance. Urban dans als commentaar op maatschappelijke thema’s.

Londen is present met BLKDOG van Botis Seva, van gezelschap Far From The Norm, aangekondigd als ‘a cutting edge blend of hiphop dance and physical theatre’.

Between usvan de Eindhovense crew The Ruggeds, in de schouwburg, kun je nauwelijks meer beschouwen als een Nederlandse bijdrage aan het festival: ze zijn voortdurend op reis en volledig geïnternationaliseerd. Hun productie gaat over het leven achter de schermen van zo’n mobiele crew – met veel hilarische momenten. Eerder waren The Ruggeds op Summer Dance Forever met Adrenaline.

Twee jonge makers uit Nederland zijn Dalton Jansen en Denden Karadeniz. Jansen heeft in Amsterdam gestudeerd aan de Academie voor Dans en Theater en maakte in zijn tweede jaar een stuk dat nog steeds loopt. Hij is geen battler, combineert hiphop en contemporary en is op zoek naar een eigen stijl. Met twee dansers/vrienden – Terencio Douw en Gihan Koster – vormt hij het trio Double Collective. Hij heeft meegedaan met zijn eerste voorstelling aan de wedstrijd Hiphop Games Concept (die bestaat uit een battle, een groepschoreografie en opdrachten voor solo’s) op aanraden van en met begeleiding van John Agesilas. Hij heeft bij de finale in Parijs de eerste prijs gewonnen, wat hem automatisch recht geeft om met een nieuwe productie op Summer Dance Forever te verschijnen. Thema van de eerste voorstelling was de sprekende gelijkenis tussen zijn twee dansers. Thema van de voorstelling die nu gemaakt gaat worden (One of Each): hoe krijgen twee dansers die zo sprekend op elkaar lijken toch hun eigen identiteit? Deze voorstelling wordt geproduceerd door Summer Dance Forever en is te zien in de OBA.

Denden Karadeniz met zijn urban-contemporary gezelschap Ground Zero is de grote verrassing bij de Nederlandse deelname aan Summer Dance Forever. Begonnen als breakdancer heeft hij een MBO-dansopleiding gevolgd en zich verder ontwikkeld via trainingen in Los Angeles en Australië – en veel ervaring opgedaan in het commerciële (televisie)circuit (So You Think You Can Dance,The Ultimate Dance Battle).

Hiervan profiteert hij in de volledig op eigen kracht geproduceerde voorstelling die hij tijdens het festival laat zien. Hij werkt met elf dansers (hemzelf meegerekend) die in achtergronden sterk van elkaar verschillen en verschillende stijlen vertegenwoordigen. Karadeniz weet dit heterogene ‘materiaal’ naadloos te verbinden in een volstrekt natuurlijk ogende fusie. Daarmee creëert hij een voorstelling geïnspireerd door de reis van Dante door hel, vagevuur en hemel, waarmee hij ‘de moeilijke weg van de danser schetst’, met slechts een korte blik in de hemel.

Dit zijn maar enkele voorbeelden uit een aanbod aan battles en voorstellingen dat vele kanten uitwaaiert. Is nu het doel bereikt dat het driemanschap Agesilas-Deleau-Heus zich bijna tien jaar geleden gesteld had?

De adviescommissie van het Fonds Podiumkunsten vindt van wel. Die noemt Summer Dance Forever in haar hierboven al geciteerde beoordeling een ‘onmisbare schakel’ in de emancipatie van het genre. Volgens de commissie speelt het festival een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een choreografisch vocabulaire voor de urban dans. Door het samenbrengen van (potentieel) talent en gevestigde rolmodellen geeft de organisatie volgens de commissie bovendien concreet invulling aan doorstroming en ontwikkeling. Dat doen ze behalve met battles en voorstellingen, door middel van workshops, masterclasses, debatten. Dat alles ondergebracht in een festival, een context voor ontmoetingen – gezocht en ongezocht, georganiseerd of toevallig – rond het verschijnsel ‘urban dans’. Fanatieke battle-cats, experimenterende choreografen, internationale grootheden en vers aanstormend talent vinden ruimschoots tijd en plek om ervaringen en plannen uit te wisselen.

De kracht van het festival zit in de opzet waarbij – in de woorden van John Agesilas – ‘alles gelinkt is’. Overal zijn verbindingen te bespeuren. Juryleden kom je buiten battle-tijd weer tegen als leiders van workshops. Zo treedt bijvoorbeeld Ousman Sy bij diverse gelegenheden op. Een crew als The Ruggeds blijkt producties te maken, enzovoort. Binnen deze gemeenschappelijke context versterken de deelnemers en bezoekers aan Summer Dance Forever elkaar. Waarbij wel nog moet worden opgemerkt dat het met de aansluiting tussen verschillende disciplines nog niet erg wil vlotten.

Het festival heeft in hoge mate bijgedragen aan de groei van een cultureel klimaat waarin de urban dans kan gedijen. Nu het tweede decennium van zijn bestaan in aantocht is, rijst de vraag wat de volgende stap zal zijn. Na tien jaren van voornamelijk presenteren van andermans prestaties ligt er genoeg internationale ervaring als basis om ook op internationaal niveau en in internationale samenwerkingsproducties te gaan maken.