In dit Magazine gaat het regelmatig over werk – in twee betekenissen van het woord. Enerzijds het kunstwerk dat gemaakt wordt; de productie, het eindpunt van een artistieke reis, het resultaat. En anderzijds de arbeid die ervoor nodig is om daar te komen, deels artistiek (inspiratie opdoen, plannen, ontwerpen, repeteren) een deels niet-artistiek (subsidieaanvragen schrijven, de uitgaven bijhouden, promoten). Het werk staat in dienst van het werk.

In de beeldende kunst is er al lang een stroming die dit onderscheid aanvecht. Ik las over Mierle Laderman Ukeles, de officiële artist-in-residence van het New York City Department of Sanitation, waar haar eerste werk in 1979 en 1980 bestond uit het schudden van de handen van de 8500 medewerkers van de vuilnisophaal en straatreiniging, met de woorden ‘Thank you for keeping New York City alive’.

Dit en vergelijkbaar werk is geen productie die op een gegeven moment klaar is, maar een doorlopende opgave – meer vergelijkbaar met het opvoeden van kinderen, het huishouden of het zorgen voor ouderen. Dit idee, van kunst als een vorm van zorg, vind ik erg inspirerend. Ook in het theater in Nederland zijn mooie voorbeelden, zoals Motus Mori, het archief van bewegingen van Katja Heitmann.

Het idee van zorg of care is ook het uitgangspunt voor Nina van Tongeren en Paulien Geerlings voor hun gesprek met de Franse theatermaker en gezelschapsleider Caroline Guiela Nguyen. Het komt ook terug in het artikel over de rol van artistiek onderzoek in de werkplaats van Oerol van Iris van Lieshout. Daarnaast publiceren we een prachtig essay van Erica Smits; als dramaturg en moeder bracht de theateropvoeding van haar kinderen een geheel nieuwe relatie met theater met zich mee.

Een aantal stukken in dit nummer gaat over de achtergestelde positie van vrouwen. Hierbij speelt zorg ook weer een rol. Omdat zorgtaken in onze samenleving nog steeds overwegend op de schouders van vrouwen terecht komen en daarbij te weinig erkend, gezien en beloond worden, hebben ze heftige en soms funeste invloed op het artistieke werk en de carrières van vrouwen. Dat laat het onderzoek dat Saskia Driessen deed naar de positie van vrouwelijke toneelschrijvers scherp zien.

Op veel plekken in de sector proberen vrouwen nieuwe invulling te geven aan leiderschap, waar verschillende vormen van care aan de orde komen; lees de reportages over Astrid Boons en Andrea Voets van respectievelijk Wendy Lubberding en Gina Miroula. Ook Stephanie Louwrier wordt vaak door vrouwelijke cabaretiers gevraagd als eindregisseur. ‘Vrouwen zijn met een enorme opmars bezig in het cabaret. Dat zie ik niet als een concurrentiestrijd, maar dat inspireert mij’, zegt ze in het vrolijke profiel dat Rosalie Fleuren van haar maakte.

In twee stukken kijken we ver over de grens. Brechtje Zwaneveld ging naar Pune in India om het volgende deel van Liesbeth Coltofs en Dennis Meyers megaproject 10Children te bekijken. Ook daar gaat het over vrouwen, die daar met heel andere uitdagingen te maken krijgen. Constant Meijers interviewde de Russische regisseur Kirill Serebrennikov die voor het Holland Festival bij de Nationale Opera Boris Godoenov maakt. Ze spraken elkaar al eerder, in 2004 in Moskou – ‘Een andere tijd, een andere wereld’, zegt hij nu.

En ten slotte hebben we het laatste interview dat Petra Laseur gaf. Xandra Knebel sprak haar door de jaren heen regelmatig; samen zetten ze haar leven, haar relatie met haar moeder Mary Dresselhuys, en de grote veranderingen in het Nederlandse toneel op een rij.

Dossiers

Theaterkrant Magazine juni 2025

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.