Er lijkt ruimte te komen voor een nieuwe instelling voor erfgoed, reflectie, onderzoek en kennis over en voor de podiumkunsten. Hoe zou zo’n instelling er idealiter uit komen te zien? Theatermaker vroeg vier kunstenaars hun visie. Deel drie: Nicole Beutler

Het begon voor mij allemaal in de bibliotheek van het Centre Pompidou in Parijs, de stad waar ik in 1988 een jaar verbleef. Ik was negentien jaar oud en wilde dansen, dans studeren, iets met dans doen, maar wist niet zo goed hoe ik het aan moest pakken. Ik had van Pina Bausch gehoord, maar nog nooit een stuk ‘live’ gezien. In de bibliotheek op de vijfde etage van het Centre Pompidou vond ik de registraties van haar stukken en haar films. Ik bekeek alles: Cafe Müller, Walzer, Blaubart, Kontakthof, Komm Tanz Mit Mir, Nelken enzovoort. In een roes bracht ik meerdere (zonnige) dagen door in die kleine donkere cabines: met een koptelefoon op voor een scherm. Als een bezetene keek ik het ene na het andere werk, volledig gelukkig en bezield en opgevuld met inspiratie, met hoop voor de toekomst en met een groot gevoel voor potentie in mijn leven. Deze ontmoeting met Pina Bausch in die bibliotheek in Parijs heeft mijn leven voorgoed veranderd (ook al duurde het nog een aantal jaren voordat ik de weg naar het theater vond).

Iets later, in 1990, werden in een kleine arthousebioscoop in München alle films van Andreij Tarkovsky vertoond binnen een retrospectief. Daar ging ik vaak in mijn eentje naar toe, om vervolgens na twee uur volledig in trance weer op straat te staan met een voorgoed veranderde visie op de wereld en op het menszijn. Veel later, in 2008, tien jaar na mijn afstuderen aan de SNDO, ontdekte ik per toeval in de videotheek van het toenmalige Theaterinstituut het ballet Les Sylphides, dat mij in zijn abstractie inspireerde om het in een vernieuwde context te plaatsen. Vanaf dat moment begon de geschiedenis van de dans (en later ook van theater) een inspiratiebron voor mijn werk te worden.

In alle drie de gevallen vond ik iets waarvan ik niet wist dat ik het zocht, op een plek waar ik naar toe ging omdat ik nieuwsgierig was, maar nog zonder specifiek doel. Ik kwam er omdat de plekken aantrekkelijk waren; ze hadden de aura van iets spannends, iets artistieks. De plekken waren diepgeworteld in de theater-, film-, en kunstgeschiedenis. Met die geschiedenis, daar wilde ik mee vooruit, het leven in, gedragen door de kennis over het verleden. Dat mijn zoektocht succesvol was had veel te maken met het feit dat die locaties in de verschillende steden artistiek en inspirerend waren.

Daarom pleit ik voor een fysieke plek waar de geschiedenis, filosofie, vormentaal en ontwikkeling van het theater in relatie tot de wereld eromheen centraal staan. Een plek waarin het collectieve geheugen van het theater geopend wordt voor iedere geïnteresseerde. Een plek waar verschillende generaties elkaar ontmoeten en inspireren. Een plek die tijd en ruimte biedt voor inhoudelijke verdieping, een plek waar de nieuwsgierige onderzoeker kan verblijven. Wellicht klinkt mijn betoog voor een fysieke plek ouderwets in onze ver-netwerk-te online realiteit, maar ik geloof vol overtuiging in het fysiek samenkomen – in het fysieke netwerk – anders zou ik geen theater meer maken. Zo stel ik me voor: een café met bibliotheek, centraal gelegen in de stad, uitnodigend en toegankelijk. Een plek waar mensen kunnen komen om samen te denken, te beleven en te reflecteren over de wereld en het menszijn in relatie tot theater en performance in de breedste zin van het woord. Een eigen plek specifiek voor de internationale theatergeschiedenis omdat ik vind dat theater als kunstvorm vol trots en overtuiging deze ruimte mag claimen. Sfeer, artistieke ambitie en gastvrijheid zijn cruciaal, het aanbod van biologische etenswaar in het café vanzelfsprekend.

Daarnaast werkt die plek als levendig organisme, die als een kloppend hart de theaterwereld van verse zuurstof voorziet, wereldopen door de tijd beweegt, trots op het verleden en met nieuwe inzichten de toekomst vormgeeft. Met inhoudelijk vooruitstrevend discours en de dialoog tussen de generaties als kernwaarde: in deze tijd van innovatiedrift dreigt een oudere generatie theatermakers in de vergetelheid te raken, daarmee gaat veel kennis verloren.

Wat is werkelijk innovatie? Elke seconde transformeert het nu naar de verleden tijd. Komt het nieuwe niet voort uit dat wat er al was? Meer gedeelde kennis over de theatergeschiedenis zorgt volgens mij voor meer impact en een betere verankering van de kunst in onze samenleving. Laten we om een (nieuw) begin te maken deze plek ook daadwerkelijk claimen.