‘Goed, wat zijn jullie vragen?’

Mijn dochter en ik zaten zo’n negen jaar geleden aan de eettafel bij Gerben Hellinga in Amsterdam-Oost, waar hij met zijn vrouw Jinny heen was verhuisd, vanuit zijn geliefde kunstenaarsdorp Ruigoord. Gerben ging voor ons de I Tjing werpen. Wat ik gevraagd heb weet ik niet meer, maar Lola vroeg aan Gerben: ‘Krijg ik ooit een leuk vriendje?’ Waarop Gerben without a beat antwoordde: ‘Daar hoef ik de I Tjing niet voor te werpen, dat kan ik zo wel zien.’ Het tekent Gerben. Een intuïtieve, erudiete, warmbloedige man en een raadgever aan hen die antwoorden zoeken.

Met de dood van Gerben Hellinga (1937) verliezen we niet alleen een begaafd en origineel toneelschrijver, maar ook een auteur van geweldige thrillers, een psychonaut en een I Tjing duider. Zelf ontmoette ik Hellinga toen ik voor Hollandia een voorstelling op locatie mocht maken. Ik koos Ruigoord, maar kende er niemand. Dwalend bij het kerkje aldaar, stuitte ik op Gerben, nog altijd een knappe man op zijn zestigste, die me met een geamuseerde glimlach gadesloeg: ‘Zoek je iets?’ Gerben maakte me wegwijs in de culturele vrijhaven, toonde me het ‘Kosmisch Lek’ en stelde me voor aan interessante bewoners. Ik voelde me meteen thuis en dat kwam door zijn open, eerlijke houding.

In alle werken van Gerben – theater, essays, thrillers, gidsen voor drugsgebruik – kom je diezelfde overrompelde eerlijkheid tegen. Een open blik naar wat er om de hoek van de directe realiteit ligt; het occulte, het onverwachte, het wezenlijke. Hij was een zoeker, een ziener, voor velen een vriend; iemand ook die zich in zijn leven en werken door het lot liet verrassen. Zoals Hellinga zelf schrijft in het autobiografische Wintervlinder over zijn kennismaking met de I Tjing: ‘Ik had gevonden waar ik naar zocht, zonder geweten te hebben dat ik ernaar op zoek was.’

Hellinga heeft een belangrijke rol in de naoorlogse vernieuwing van de Nederlandse toneelschrijfkunst gespeeld. Met stukken als Ajax-Feijenoord(gebaseerd op een echte wedstrijd in ’69), Mensch, durf te leven (een spannend stuk over de moord op de cabaretier Jean-Louis Pissuise op het Rembrandtplein) en vooral met zijn briljante bewerking van Kees de jongen van Theo Thijssen voor Centrum, bewees Hellinga een geweldig oor voor toneeltaal te hebben en een goed gevoel voor structuur. Zijn verdeling van de titelheld uit Kees de Jongen in twee Kezen – de realist en de fantast – gaf een heldere, niet psychologische ingang voor de spelers.  Hoofdrolspelers Wim van der Grijn en Hans Dagelet werden idolen, de tekst is later nog door Liesbeth Coltof geënsceneerd.

Hellinga – die in Wenen een acteursopleiding aan het Max Reinhardt Seminar volgde – wíst hoe je voor toneelspelers moest schrijven. ‘Het moet klinken, het moet bekken, het moet vloeien’, zei hij in 1991 in een interview dat ik met hem had over zijn nieuwe stuk Semmelweis, over de Weense arts die het middel tegen kraamvrouwenkoorts ontdekte. Gerben was toen al een paar jaar weer ‘terug in het toneel’, nadat hij het een tijdlang te navelstaarderig en introvert had gevonden. Als toneelrecensent voor Vrij Nederland had hij een unieke, voor makers zeer stimulerende toon van schrijven over voorstellingen.

Gerben was een van die zeldzame mensen die je, als je hem sprak, echt aankeek, die je echt zag. Daarnaast zag hij ook méér dan de meeste mensen. Zoals hij in Wintervlinder beschrijft, heeft hij diverse malen occulte ervaringen gehad. Hij deed daar niet interessant of mystiek over; het waren gewoon dingen die hij ervoer: ‘Ik zie mezelf als een rationeel denkend mens die, waarschijnlijk door een bepaalde aanleg, wel eens onverwachts buitengewone dingen meemaakt.’ Het heeft mede een magische glans aan zijn (theater)teksten verleend.

In zijn laatste boek met de meesterlijke titel Over de dood en meer… onderzoekt Gerben in alle oprechtheid of er meer kan zijn aan gene zijde. Na een gloedvol (zelf)onderzoek besluit hij met deze realistische en tegelijk hoopvolle woorden: ‘Het heeft geen zin om je in het leven na de dood te verdiepen. We kunnen beter op zoek gaan naar de betekenis van het leven voor de dood.’

Dossiers

Theaterkrant Magazine maart 2026

3 Reacties op "Zachtmoedige taaltovenaar met het derde oog – Gerben Hellinga (1937-2026)"

  1. herr seele schreef:

    Fantastisch eerbetoon

  2. Angelica schreef:

    Wow wat prachtig geschreven

  3. Neske schreef:

    Mooi geschreven Don. Dank je.
    Gerben en Jinny waren en zijn het hart van Ruigoord. Heb zijn boeken hier en heb Jinny vaak raad gevraagd in moeilijke tijden. 💙 gelaagd volk 🤍
    Zijn I Tjing boek is heel gebruiksvriendelijk en extreem goed vertaald. Aanrader.

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.