Lot Vekemans’ nieuwe stuk heet Niemand wacht op je. Het wordt gespeeld in raadszalen door heel Nederland.‘Ik hou van theater dat ook een richting laat zien waar we naartoe zouden kunnen.’

‘Waar we echt geen behoefte meer aan hebben in deze tijd zijn cynici.’ Als Lot Vekemans over de toekomst fantaseert, dan laat ze geen ruimte voor opgehaalde schouders en een onverschillige blik. Geen ruimte voor mensen die aan de zijlijn staan te roepen ‘Maar dat kan toch helemaal niet? Dit hebben we in het verleden al gedaan en dat werkte toen ook niet.’ Vekemans kijkt liever welke deuren wel opengaan.

Haar nieuwste voorstelling heet dan ook Niemand wacht op je. In tegenstelling tot eerdere toneelstukken, zoals Gif, laat dit stuk zich bijna lezen als een activistisch manifest. Het staat dan ook niet in de schouwburgen, maar in Nederlandse raadszalen. In het hart van de politiek. En de boodschap is luid en duidelijk: ‘Als je zelf de ring niet instapt, zal iemand anders je plek innemen. En sta je zelf aan de zijlijn te roepen wat er beter moet.’

We spreken elkaar twee uur lang, halverwege pelt ze een mandarijntje. Vekemans heeft geen haast en is wars van routine. Ze ziet wel hoe de dag zich ontvouwt, plant nooit verder vooruit dan twee weken. Uit bouwjaar 1965 is ze. Millennials mogen het lastig hebben op de arbeidsmarkt, maar toen Vekemans afstudeerde, had níemand een baan. Daar word je flexibel van. En dan kun je na je propedeuse net zo goed een jaar op reis gaan. Naar Zuid-Amerika bijvoorbeeld. Tijdens dat jaar reizen kreeg ze dat allesverpletterende inzicht dat vele anderen pas op latere leeftijd overvalt: dat op deze aardkloot alles met alles samenhangt. Dat alle grote wereldproblemen uiteindelijk terug te voeren zijn op hele concrete handelingen die jij en ik elke dag doen. Dat besef hoorde ze nog duidelijker verwoord in een van de stellingen die Milo Rau (artistiek leider van NTGent) samen met een aantal politiek activisten had geformuleerd aan de nieuwe Bondsdagregering: ‘Iedereen in de keten van productie en consumptie is verantwoordelijk voor het totaal.’ ‘En als ik me dat als consument goed realiseer,’ zegt Vekemans, ‘en op consumentenniveau een andere keuze maak, dan beïnvloed ik de hele keten.’

Niemand wacht op je (Matzer Producties) schreef ze in drie monologen, alle drie gespeeld door José Kuijpers. We beginnen met Jantje, een 80-jarige vrouw die op een dag besluit het straatafval waaraan ze zich ergert, zelf maar op te rapen: ‘Want als je met één vinger naar een ander wijst, dan wijs je er tegelijkertijd met drie naar jezelf.’ Je hebt zaken waar je niks aan kunt doen en zaken waar je wel wat aan kunt doen. ‘Niet wijzen, zelf doen.’ En gewetensussertjes als Giro 555 stimuleren die eigen verantwoordelijkheid bepaald niet. Want vandaag een euro in de collectebus, morgen tien euro aan fastfood en een pakje sigaretten.

Na Jantje volgt politica Ida. De politica besluit zichzelf op te heffen, ze stapt uit de fractie. Want de huidige politiek is haar doelen voorbijgeschoten: ‘We moeten steeds meer onze meningen en ideeën verpakken als zekerheden (…). We kletsen ons gelijk tegen elkaar aan alsof het kaatsballen zijn. En u weet wat er gebeurt als er twee ballen kaatsen. Die raken verder van elkaar verwijderd.’
Na de politica volgt actrice José. En haar valt op dat de zogenaamd grootste kneusjes altijd de beste verhalen hebben. Dat de mensen met blauwe plekken het interessantst zijn. ‘Als we dat eens zouden beseffen, dan hoefden we niets op te houden.’

‘Normaal vind ik dat kunst voor zichzelf moet spreken,’ zegt Vekemans.‘Geen nagesprekken dus. Maar bij deze voorstelling dient het nagesprek de ontmoeting. Wij vertellen niet over het maakproces, maar het publiek voert een open gesprek over de politiek van vandaag. En daar komen veel emoties bij los.’ Tijdens het nagesprek in Purmerend blijkt daar geen woord aan gelogen. De eerste stem die het woord krijgt, een voormalig raadslid, klinkt verstikt door emotie: ‘Het klopt wat de politica zegt, wij weten het ook niet. Het lukt ons niet meer, al jaren niet.’

Even zit ik met bonkend hart te luisteren. De theaterjournalist in mij is in verwarring. Ik schreef wel altijd dat theater de ontmoeting faciliteert, en dat het verbindt waar ons dat op eigen kracht niet meer lukt. Maar ik geloofde mijn eigen woorden al een tijdje niet meer. En hier gebeurt het toch, voor mijn ogen. Raadsleden laten door deze voorstelling even alle schijn vallen en gaan met elkaar in gesprek. Een écht gesprek zonder partijpolitiek.

‘De reactie die mij raakte,’ vertelt Vekemans, ‘was van de PvdA-partijvoorzitter in Roosendaal. Die zei: ‘Als ik eerlijk zou toegeven dat iets niet lukt, dan word ik afgemaakt.’ Dat doen wij elkaar dus aan met de publieke opinie. Daardoor moeten politici wel doen alsof ze alles zeker weten en nooit twijfelen. Die wethouder putte troost uit een zin in de voorstelling: wat als we als mensheid één lichaam zouden zijn, waar zouden we dan heen bewegen? Daardoor realiseerde hij zich dat de hand die hem slaat – dus die publieke opinie die hem afmaakt – in feite zijn eigen hand is.’

Het is belangrijk dat we onze eigen stem blijven horen en herkennen, vindt Vekemans. In de politiek, maar ook als toneelauteur en theatermaker. ‘Daarvoor heb ik gepleit in de Staat van het Theater. Sommigen hebben daarna gezegd dat ik alleen maar aan mezelf denk. Of dat ik oproep tot het verwaarlozen van het publiek. Die gedachten vind ik onterecht en zelfs dom. Want als er geen beginpunt is, waarmee kan zich dat dan verbinden? Dan kom ik met lege handen aan.’

Zo ziet Vekemans dat theater vaak een spiegel is van de wereld waarin we leven. ‘Dan kijk je en zeg je: ja, zo is het exact, wat knap gedaan. Maar mij doet dat niet zoveel. Ik hou van theater dat ook een richting laat zien waar we naartoe zouden kunnen.’ Het overkwam haar bij De Warme Winkel speelt De Warme Winkel. ‘In die voorstelling zat een anekdote over tempels in Japan die om de zoveel tijd werden afgebroken en precies op dezelfde manier weer werden opgebouwd. De tempel was dus duizend jaar oud, maar de versie was steeds maar tien jaar oud. Ik voelde hoe er toen iets in me verschoof. Het bracht een nadenken op gang over traditie en originaliteit. Stel dat we de democratie konden afbreken en weer opbouwen. Dat zouden we weer even haar volledige potentie te zien krijgen.’

En in welke richting ziet Vekemans de politiek dan gaan? ‘Het probleem is nu dat we één keer mogen kiezen en daarna vier jaar onze mond moeten houden. Dan begint die publieke opinie natuurlijk te gillen. We hebben als instrumenten namelijk alleen de sociale media en heel hard roepen. Waar ik meer in zie, is een burgerplicht tegen een redelijke vergoeding. Daar zijn wereldwijd al goede en werkende voorbeelden van. David Van Reybrouck heef zelf experimenten uitgevoerd met een raad van honderd burgers, die per issue geïnformeerd werd door onafhankelijke deskundigen die echt verstand hebben van dat thema.’

Ja ho even, hoor ik mezelf denken. Maar dat kan toch helemaal niet? Onafhankelijke deskundigen bestaan niet. Die zijn ook weer om te kopen. Voor je het weet zitten die honderd burgers te luisteren naar propaganda. Ik voel hoe ik in gedachten met een uitgestoken vinger Lot terecht wil wijzen. Ik wijs. En voel drie vingers op mezelf gericht. Niemand wacht meer op de cynicus.

Foto: Ben van Duin