De veranderde arbeidsomstandigheden in de cultuursector grijpen diep in op het personeelsbeleid van podia en gezelschappen en op de bestaanszekerheid van werkenden in de podiumkunsten. Naar aanleiding van de uitholling in de theatersector stellen we in de serie Wendingen de vraag centraal: wat doet de materiële schaarste in de kunsten met de manier waarop mensen voor en achter de schermen zich ontwikkelen? En welke andersoortige biografieën van de Nederlandse podiumkunstenaar levert dat op?

Giselle Vegter
Tabula rasa

Giselle Vegter (1976) studeerde Theaterwetenschappen in Utrecht, regie in Amsterdam en dramatherapie in Berlijn. Tot 2011 was ze vooral actief als regisseur. Ze is oprichter en artistiek leider van Hotel Eldorado (www.hoteleldorado.nl) en sinds 2013 is ze coördinator van het culturele programma in de Rotterdamse Pauluskerk. De Pauluskerk biedt opvang aan dak- en thuislozen en aan ongedocumenteerde vluchtelingen.

over het werk in de Pauluskerk:

‘Ik probeer ‘gemeenschap’ te creëren. Er komen hier mensen met honger. Soms wordt er iets vers binnengebracht en dan krijg je een knokpartij. De eerste keer dat ik dat meemaakte, schrok ik. Dit is het centrum van Rotterdam en mensen vechten zich kapot voor een bekertje yoghurt. Dus voor het maken van meer ruimte voor elkaar, gebruik ik kunst en creativiteit.

Je moet enorm opletten met de rol van een soort hulpverlener die je hier krijgt. Dat je denkt te weten wat goed is voor mensen. Ik ben er na al die jaren achter dat ik dat niet weet. Maar ik weet wel: ik kan iemand stimuleren, ik kan kunst bieden. Ik werkte vroeger met acteurs en nu werk ik met mensen die in de marge zijn beland. Ik inspireer hen iets van zichzelf te ontdekken, zich te ontwikkelen, mondig te worden.

Toen ik begon, had ik dat beeld al wel voor me. Ik had het alleen publiekelijker willen neerzetten, en dat viel fors tegen. Ik liep er heel erg tegenaan dat de kunstenaars, en ik ook, op resultaat gericht zijn en via schoonheid kijken. Voor buitenstaanders is – helaas – het leven in de marge interessant. Maar voor de mensen die dat leven leiden, spelen heel andere dingen. Dus ik ben eerst helemaal opgeschoven naar bijna welzijnsachtige cultuur om eerst die gemeenschap, het vertrouwen en een begrip van kunst te kweken.’

over de wending:

‘Ik was acht jaar als regisseur bezig, moest sappelen voor mijn inkomen, en ik voelde me niet gezond. Ik dacht: ik moet te hard werken voor iets wat niet mijn kracht alleen kan zijn.

Ik had Finland gemaakt met Gerardjan Rijnders, naar aanleiding van reizen in Bosnië. Ik had daar workshops gedaan met vrouwen en kinderen en toen wist ik: nu gaat het anders lopen.

Ik heb een tijd baantjes gehad en gewoon – geleefd. Van 2011 tot 2013 heb ik op een houtje zitten bijten, bewust, omdat ik ruimte wilde houden. Ik wilde me niet vastleggen op een nieuwe baan. Ik heb die twee jaar masterclasses gevolgd bij de Russische regisseur Anatoli Vassiliev, en dansworkshops in Parijs, ik ben zelf weer gaan spelen. Ik wilde gewoon helemaal vrij zijn. Voordat er weer inspiratie kon ontstaan en een idee, moest ik tabula rasa creëren.

In 2013 ging ik de opleiding dramatherapie in Berlijn doen. Ik dacht: dan leer ik ook de methodiek om therapeutisch te gaan werken. Ik zocht ook een nieuw beroepsveld waarvan ik weet: daar kan ik rustig 80 mee worden. Want ik wist dat het ging instorten. De subsidies. Ik herinner me een heel helder moment bij de Toneelmakerij. De zakelijk leider zei: we gaan weer toe naar een tijd met dubbele beroepspraktijken. En toen dacht ik, ja maar, dat is toch heel gezond?’

over de toekomst:

‘Ik heb hier in de Pauluskerk een vier, vijfjarenplan. We zitten nu in het vierde jaar en ik probeer een structuur te bouwen waarmee vrijwilligers, stagiaires en kunststudenten verder kunnen.

En ik ga verder met Hotel Eldorado, de stichting die ik al had voor ik de theaterwereld een beetje verliet. Ik wil Boals Theater van de Onderdrukten en theatertherapie aanbieden voor mensen die leven op plekken waar onverdraagzaamheid en uitsluiting op de loer liggen. Om ze veerkracht te bieden en hun positie te helpen verbeteren. En met hen voorstellingen maken, die het publiek meer bewust maakt van de mechanismen in een samenleving en hoe snel mensenrechten – ook in Nederland – in gevaar komen. Niet als activist, maar als kunstenaar.

Van Vassiliev leerde ik te kijken naar de momenten waarop onze ethische moraal – van familie, geschiedenis, mens-zijn, God – botst op de wetten van macht en geld. Daar begint het conflict van het leven. Door de Pauluskerk weet ik: ik werk midden in zo’n moment hier. Hier zie je telkens het grote conflict waarmee Nederland worstelt.

Ik ben op een ander punt beland, ik vind dat ik een heel rijk leven mag leiden, mijn horizon is echt veel breder geworden. Ik spreek elke dag mensen die dingen vertellen waarvan ik met mijn oren sta te klapperen. Velen hier hebben Jezus gezien of de stem van God gehoord. De verhalen van politiek vluchtelingen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Je isoleren binnen je eigen artistieke blik, je eigen perceptie, dat kan uiteindelijk heel beperkend zijn.’

Isabella Chapel & Saskia Mees
Een klein boompje in het open veld

Isabella Chapel (1968) is actrice, werd opgeleid aan de HKU en speelde eerder bij De Appel, Würz, Het Syndicaat en Aluin. Saskia Mees (1955) is actrice en regisseur, studeerde in Amsterdam, in Essen en aan DasArts. Van 1999 tot 2012 was ze artistiek leider van Alba Theaterhuis en ze was lange tijd freelance verbonden aan De Appel. Samen treden ze op als Claudine & Claudette, afgelopen september nog te zien in Pulchri op het Lange Voorhout in Den Haag.

over Claudine & Claudette:

Chapel: ‘Vanavond spelen wij, terwijl het publiek buiten op een stoeltje zit met een koptelefoon op, de voorstelling Claudine & Claudette 2.0. Over twee zussen op zeer hoge leeftijd, die met geen enkele vezel willen toegeven dat ze kwetsbaar zijn, terwijl ze elkaars hulp nodig hebben. Het gaat ook over hoe moeilijk dat is, om dat uit je strot te krijgen.’

Mees: ‘Het is ontstaan bij De Appel, voordat we op moesten komen als godinnen bij Heracles. Vanuit daar hadden we uitzicht op de achterburen. We zijn gaan fantaseren over die mensen, tot het moment waarop we een heel leven om ze heen hadden bedacht. Die twee vrouwen zijn ontstaan omdat we alles gingen bekritiseren wat we zagen in dat huis. Dat zit er nog steeds in, dat we naar buiten kijken en we niets heel laten van wat daar loopt, al dat wandelend en shoppend publiek.’

Chapel: ‘Het was de ontdekking van elkaar. Dat was waanzinnig. We hebben ontdekt hoever we met zijn tweeën kunnen gaan, hoeveel we op elkaar lijken. En hoeveel we verschillen en daardoor elkaar dus echt omhoog kunnen duwen. Maar vooral hoe onze breinen en onze muzikaliteit als actrices en bedenkers zo bij elkaar passen.’

over carrière:

Chapel: ‘Het was 2003 en ik zou gaan spelen bij Het Syndicaat en ik werd ziek, ik moest echt stoppen. De mededeling was: u bent ziek, u kunt niet meer werken, vergeet het maar. En toen werd ik zo woest. Die klotefoldertjes waarin staat dat ik totaal op kosten van de maatschappij moest gaan leven! Eerst was het een shock en daarna was het van nee, het is niet zo, dat ben ik niet.

En dat was ook zo. Na een maand of vijf kon ik toch weer spelen, in een stuk op de Parade en ik dacht, ik ben weer terug. En ik ben anders. Vanaf dat moment sta ik er zo in: jij bent zèlf de basis. Hier ben je en vandaar start iets. Ik heb dus ook nooit gedacht: ik heb hier recht op.’

Mees: ‘Ik kwam van de toneelschool, cum laude geslaagd, en ik kreeg ook nog de Folkwangprijs. Dus heb je die verwachting: ik kan, ik ben, en ik ga het ook nog eens worden. En dan gaat het leven heel anders en overal waar ik heen ging stootte ik tegen dingen die helemaal niets met die carrière te maken hadden.

Later ben ik naar DasArts gegaan, dat was een fantastische postacademische opleiding en daar heb ik besloten om te gaan regisseren. Ik woonde in Driebergen en daar was een grote Marokkaanse gemeenschap. Die jongens hingen daar maar en met hen ben ik aan het werk gegaan. In ’92 was dat. Dat was nog voor de grote hype van ‘we moeten daar wat mee’. En daarna heb ik Alba opgericht. Ik wilde iets doen voor de wereld en ik wilde ook goed theater maken. Ik wilde doordat ik mijn eigen plek niet had gevonden, anderen inspireren en motiveren om te spelen.

Dat heb ik met heel veel liefde gedaan totdat de subsidie zei: stop maar. Dat was in 2012.’

Chapel: ’Ze zeggen tegen mij: ‘daar zit geen werk meer in voor jou’. Ik ben 49 hè. Dat zeggen ze gewoon. Maar ik kijk precies zo als in 2003. Het gaat zichzelf wel uitzoeken. Het kabinet kan weer veranderen, er kan meer geld komen voor de kunsten, of weer minder, geen idee.

Mees: ‘Bij mij is het altijd hetzelfde geweest. Mij is nooit iets komen aanwaaien.’

over De Appel en het afscheid:

Chapel: ‘Toen De Appel ophield te bestaan was ik niet bang. Ik kwam in het open veld. Met daarin een heel klein boompje waarvan ik wist dat het aan het groeien was. En dat waren wij.’

Mees: ‘Voor deze Claudine & Claudette hebben we besloten om iemand van buiten het te laten schrijven, Saskia Rinsma. En het is ook heel erg bijzonder dat we het met een kring van Appel-mensen doen. Fred doet productie en zakelijk, Anita de publiciteit en Henry doet weer het licht. Dus we zijn eigenlijk met elkaar op een stilzwijgende en productieve manier aan het rouwen. Heel wonderlijk.’

Chapel: ‘Een beetje zoals in andere culturen, die rouwen in het wit. We vieren dat we je gekend hebben en nou gaan we naar iets anders.’

over de toekomst:

Mees: ‘We gaan de volgende aanvraag al schrijven en we zijn bezig met de vraag hoe je het nou kunt verbreden. Hier in Pulchri bijvoorbeeld, en in andere contexten. Die koptelefoons zijn natuurlijk een heel mooi theatraal middel. En we gaan juist de kwetsbare mens opzoeken. ’

Chapel: ‘Nu hebben we nog WW. Over twee jaar niet meer en dan wordt het spannender voor ons en de stichting en alles wat we er voor moeten doen. Wat we heel graag zouden willen als we weer mogen spelen, is dat het hele team goed betaald wordt. Want als iemand met wie je werkt prettig betaald wordt, dan vliegt-ie.’

Mees: ‘Geld is belangrijk. Maar het komt niet op de eerste plaats. Dan neem ik liever nog een baan. Op DasArts kregen we les van iemand van Fluxus en die zei: ‘If you want to do what you do: get a job!’ Nou, ik heb me al aangeboden hoor, voor de mensen die door microfoons spreken op Schiphol. Die wil ik zo graag coachen. Ik heb nog geen antwoord gekregen.’