Met Ifigeneia Koningskind schreef Pauline Mol zesentwintig jaar geleden een van de eerste rigoureuze toneelbewerkingen voor kinderen, waarin ze Euripides’ Ifigeneia in Aulis vertelde vanuit het perspectief van het kind. Voor het eerst sinds de oeropvoering door Teneeter in regie van Liesbeth Coltof, waagt zich nu weer een gezelschap aan een enscenering. Bij NTjong bijt Noël Fischer zich vast in Mols tekst. Het verhaal van Ifigeneia draagt Pauline Mol haar hele leven mee: ‘Er blijven voortdurend nieuwe lagen in die thema’s te ontdekken.’

Schrijven voor (jeugd)theater doet Pauline Mol al heel lang niet meer. Maar schrijfles geven aan de toneelacademie Maastricht of ’s zomers workshops verzorgen in haar verblijf in de Franse Cevennes, daarvan geniet ze nog altijd. Mol: ‘Mijn schrijfworkshops gaan eigenlijk altijd over het schrijfproces: hoe ontvangen we datgene dat via ons verteld wil worden?’ Het is een thema dat haar leven tekent. ‘Ifigeneia Koningskind is echt het stuk van mijn leven. Eind jaren tachtig zag ik op de Arnhemse toneelschool een voorstelling van Euripides’ Ifigeneia in Aulis en die knalde bij mij naar binnen. Dit is hét stuk over kindermishandeling, realiseerde ik me. En kindermishandeling was in die tijd een groot maatschappelijk onderwerp. De positie van het kind, de vraag hoe we naar kinderen kijken en hoe we ons jegens hen gedragen, hield ons bij Teneeter al langer bezig. Ik zag in deze Euripides een heel confronterend, leerzaam en ontroerend verhaal voor kinderen, met als enige probleem dat het oorspronkelijk wordt verteld vanuit het perspectief van Agamemnon en niet vanuit dat van het kind. Bovendien was het in de klassieke versie uiteraard onverstaanbaar voor kinderen van nu. Ik begon te dromen van een bewerking, maar durfde het eerst niet aan, het was zo groot: wie gaat er nou aan Euripides zitten morrelen en zich zijn tekst toe-eigenen? Die is door de eeuwen heen bijna heilig geworden. Het duurde zeker drie, vier jaar voordat ik eraan toe was om daar een pen in te steken.’

Het feit dat Ifigeneia zelf beslist haar leven aan haar vader te geven, maakte destijds een diepe verontwaardiging bij Mol los. ‘Tegelijkertijd wist ik: dit is waar, dit doen wij. Wij zeggen gewoon: “Neem dan in godsnaam maar mijn leven als dat jouw problemen oplost.” Dat is gruwelijk maar het is waarom kindermishandeling kan blijven bestaan. We hebben onze ouders nodig en geven hun wat we menen dat zij van ons nodig hebben, wat dat ook voor onszelf betekent. Dat is denk ik ook waarom volwassenen altijd weer geraakt worden door dit verhaal. Het raakt aan iets wat we allemaal in ons dragen, waarin we allemaal onze eigen tragedie hebben beleefd.’

Wat betekent Ifigeneia Koningskind voor u als schrijver?

‘Vanochtend las ik het stuk voor het eerst sinds lange tijd weer eens terug. Vervolgens heb ik ook gekeken naar stukken tekst die ik de afgelopen jaren schreef, voortbordurend op de grote vragen die erin zitten. Het stuk blijft zich van tijd tot tijd aan me opdringen, het is diep verweven met mijn leven. Steeds opnieuw wil ik ernaar kijken en er mijn eigen taal voor vinden. Ik realiseerde me vanochtend dat ik het stuk destijds anders schreef dan ik nu zou doen. Een aantal keren heb ik dat ook geprobeerd, vanuit de gedachte dat ik iets heel belangrijks in deze materie nog niet aangeraakt heb. En dus ging ik stukjes schrijven, in prozavorm of essayistisch, om te bekijken of ik voorbij de psychologie kon komen. Want als ik erop terugkijk, is het stuk daar wel sterk door getekend. Ik zeg niet dat de psychologische insteek niet de moeite waard is, of dat ik daar niet blij mee ben, maar er is meer. Neem die cruciale keuze van Ifigeneia om in te stemmen met het offer; ze motiveert die met het vooruitzicht dat ze beroemd zal worden. Toch eindig ik mijn stuk, in tegenstelling tot Euripides, met de redding van Artemis, zoals de mythologie vertelt. Inmiddels denk ik dat we niet “gered worden van de dood” als we een offer brengen vanuit een hang naar roem. Misschien maakt Ifigeneia dat zichzelf wijs om de angst voor de dood te weerstaan. Ik heb dit punt, deze spirituele laag in het stuk, nog niet voldoende verkend. Vijfentwintig jaar geleden verstond ik dit anders dan nu. Er blijft nog zo veel te ontdekken. Het is een tekst die veel op het spel zet, er is moed nodig om hem te spelen. Daarom is het ook zo spannend om het nu in regie van Noël Fischer te kunnen gaan zien. Het gesprek over wat het uitdrukt gaat dan weer verder.’

In de jaren tachtig was het bewerken van klassieke teksten voor kinderen niet bepaald gebruikelijk. Ifigeneia Koningskind was een belangrijk moment in de ontwikkeling van het toneelrepertoire voor kinderen. Hoe heb je dat ervaren?

‘Het was toen inderdaad behoorlijk uniek. En voor veel volwassenen was het in beginsel moeilijk te geloven dat het voor kinderen geschikt zou zijn, want deze tekst kan zelfs bij een droge lezing heel sterk binnenkomen. Precies omdat je aangesproken wordt op iets wat iedere volwassene herkent: een universeel proces van volwassenwording. En wijzelf, mijn collega’s van Teneeter en ik, waren ook wel even bang: zitten we ernaast? Zijn we nu doorgeslagen in de overtuiging dat je kinderen helemaal als menselijk wezen, als totaalmens, serieus moet nemen? Maar nadat we eenmaal een aantal voorstellingen gespeeld hadden, gingen de acteurs voelen hoe ze contact konden maken met de kinderen. Ze hadden zo geïnvesteerd in de voorstelling dat ze elk woord transparant konden maken. Ze gaven alles de juiste energie om te communiceren met het publiek. Het was de eerste voorstelling waarin kinderen niet meer enthousiast “ja leuk!” riepen na afloop. Nee, ze waren heel stil. Ze zeiden niet “leuk”, ze zeiden “mooi”. Met Ifigeneia Koningskind hebben we bijgedragen aan het verleggen van de grens die tot dan toe bepaalde waarop je kinderen kon aanspreken. We verruimden het gesprek met hen. Dat was even zoeken, maar we gingen stoutmoedig door. In het jeugdtheater ben je als maker ook nog eens totaal afhankelijk van volwassenen: de programmeur, de leerkracht, de ouders. Het was niet gemakkelijk om van hen de ruimte te krijgen zodat het publiek de zaal binnenkwam. Maar goed, het stuk heeft het gered. We hebben twee seizoenen gespeeld met pakweg vijftig voorstellingen per seizoen.’

Het stuk werd in Nederland en Vlaanderen met lof overladen. Gold dat ook voor andere landen? Hoe keek men daar naar zo’n rigoureuze bewerking?

‘Tja, er was interesse maar tegelijkertijd overheerste het idee: “Dat doe je niet”. Duitsers beschouwen het repertoire van bijvoorbeeld Goethe als heilig, daar mag je niet aankomen. De Fransen, Engelsen, Amerikanen waren allemaal wild enthousiast maar toen puntje bij paaltje kwam, werd het stuk in die landen niet uitgevoerd. Waarom niet? Voor velen was het blijkbaar een brug te ver. In Duitsland en de Scandinavische landen is het uiteindelijk wel enkele malen uitgevoerd. In Nederland eigenlijk niet; het werd eenmaal door Inèz Derksen gedaan als afstudeervoorstelling bij de HKU en verder is het ontzettend vaak in het amateurcircuit gespeeld.’

Wat denk je dat Ifigeneia Koningskind het publiek van nu, een kwart eeuw later, te bieden heeft?

‘Dit verhaal over een kind dat opgeofferd wordt, geofferd op een altaar door de eigen ouders, dat was toen niet vanzelfsprekend om te vertellen. Maar misschien is er nu zelfs nog wel minder ruimte voor. Hoe krijg je publiek voor zulke ernstige stukken als Ifigeneia? Toen ik Artemis verliet, was de tendens al ingezet dat voorstellingen voor kinderen kleurrijker en vrolijker moesten zijn. Dat raakt weer aan hoe wij nu, in deze tijd, naar kinderen kijken en nadenken over wat goed voor hen is.’

Mol maakt zich regelmatig zorgen over wat zij en haar generatiegenoten eigenlijk teweeg hebben gebracht met hun werk. ‘Het theater dat wij dertig jaar geleden maakten, daarin voelden we echt de noodzaak om de wezenlijke stem van het kind te leren kennen en te laten horen. Om naar het kind te luisteren, het tegemoet te treden, op zijn stem te reflecteren en het daarmee te confronteren. Kinderen serieus nemen, was ons motto. Maar ik denk dat kinderen nu vaak te serieus genomen worden. Dat ouders heel veel ruimte geven aan hun kinderen en geneigd zijn voor hen te buigen. Dat het kind een enorme macht heeft gekregen. Kinderen tonen veel moeilijker respect dan vroeger en ik denk dat ze in het algemeen te weinig grenzen ervaren. Dat doet hen en de samenleving geen goed. Het gesprek over wat een kind is, wat een kind tot een kind maakt, wat een kind echt nodig heeft en hoe wij het dat geven is enorm belangrijk. We moeten dat gesprek steeds opnieuw weer voeren, helemaal als je kunst voor kinderen maakt.’

Martine Manten, dramaturg Het Nationale Theater:

Ifigeneia Koningskind zit in het collectieve geheugen. Veel mensen uit het veld noemen het hun lievelingsstuk. Wij vinden het dan ook heel bijzonder om het nu weer te kunnen brengen. Voor onze familievoorstellingen zoeken we het liefst stukken die uitgaan van het perspectief van het kind.

Noël Fisher en ik houden erg van de Grieken. In onze zoektocht stuitten we op deze tekst en werden getroffen door de directheid van de taal, terwijl het heftige onderwerp toch heel licht en relativerend gebracht wordt. Pauline Mol heeft een groots verhaal op een heel concrete, overzichtelijke manier geschreven, met een flinke dosis humor. Ik denk dat zij de eerste was die een dialoog in het Engels introduceerde in het jeugdtheater, in de scène waarin de ouders even niet willen dat het kind meeluistert. Het verhaal is heel herkenbaar en tegelijkertijd is het groots en mythisch. Aardig is ook dat het perfect aansluit bij de Oresteia, die Theu Boermans dit jaar bij Het Nationale Theater regisseert.

De vraag hoe kinderen zich gedragen in probleemsituaties wordt in dit stuk tastbaar uitgewerkt in een innerlijke dialoog tussen twee personages, Ifigeneia en Kind. Dat is een heel mooie, heldere vertaalslag, ook voor de kinderen in de zaal. Het is een intelligente theatrale manier om inzicht te geven in de innerlijke wereld van een kind dat eigenlijk alleen maar in gesprek is met volwassenen.’

 

Ditte Pelgrom, De Nieuwe Toneelbibliotheek:

‘We hebben een aantal teksten van eind jaren tachtig, begin jaren negentig opnieuw uitgegeven, om aan te geven dat dit echt sleutelteksten zijn in het (jeugdtheater)repertoire. Ook in de hoop dat ze weer opnieuw gespeeld zullen worden. Dat gebeurt gelukkig ook steeds meer. Want we vergeten ze een beetje: al die mooie en belangrijke teksten die er al liggen en die gewoon weer gespeeld moeten worden. Dat is bij Ifigeneia Koningskind  echt zonde, want die tekst is zo ontzettend mooi. Omdat alles zo expliciet gemaakt wordt in de toegevoegde personages van de Oude Man en het Kind. Zij verwoorden precies wat er intern bij ze leeft. Het is allemaal heel schoon opgeschreven en tegelijkertijd heel muzikaal. Dat maakt dat de emotie echt opgestuwd wordt.

Wat je niet moet vergeten is dat deze tekst mede tot stand is gekomen dankzij Liesbeth Colthof. Zij deed de vormgeving en regie en voerde vele gesprekken met Pauline Mol. Het afgelopen seizoen heeft Liesbeth Lear gemaakt. Daarover wordt gezegd dat het zo bijzonder is dat ze het verhaal vanuit de kinderen vertelt. Dat is een doorgaande lijn in haar werk; in Ifigeneia Koningskind zie je dat al heel duidelijk.’

foto Bas Mariën