Oerol, Terschelling
Theater Rast in coproductie met De Meervaart
Concept en spel: Saman Amini, Yannick Jozefzoon en Werner Kolf
Met teksten van Simone Atangana Bekono
★★★★★

Uw recensent van dienst moet u iets bekennen. Ik heb een enorme zwak voor het moderne multiculturele theater. Misschien dekt ‘multicultureel’ de lading niet meer helemaal. Het gaat inmiddels om meer dan een wereldtentoonstelling van iets wat normaal buiten onze landsgrenzen is. En het traditionele theaterpubliek, dat alleen wakker te pochen leek met Hamlet, valt terecht voor dit nieuwe genre als een blok.

Zo is daar nu ook Drie Bro’s. Bij binnenkomst zit de sfeer er al goed in. De stevige beats van Traag (door Bizzey, Jozo en Kraantje Pappie) warmen het publiek vast op terwijl het naar z’n stoel wordt begeleid. ‘Doe het voor me, doe het traag. Het is niet moeilijk voor je, doe het traag.’ Wie is de ‘me’ en wie is de ‘je’ hier? Zijn de drie bro’s ‘me’ en ik ‘je’ of juist andersom? ‘Ga maar lekker zitten’, zegt Amini terwijl ik op een van de weinig plaatsen op het podium mag plaatsnemen. Die nabijheid, het gevoel dat je ze aan kan raken, hun deodorant kan ruiken, wordt geslepen uitgespeeld. We zijn geen publiek maar voyeurs van deze mannen en hun vriendschap.

Ja, jeetje, die vriendschap. Laten we beginnen met even stil te staan bij de titel. Er staat bro’s, maar eigenlijk staat er ook ‘broos’. Drie jongens (Yannick Jozefzoon, Saman Amini en Werner Kolf) hangen bij een bushokje en twijfelen of ze naar een voorstelling zullen gaan. Hun samenzijn is een wankel evenwicht, hun condition humaine blijkt steeds fragieler en gevaarlijker. Hun woorden lijken eerder een poëtische bezwering van alles waar ze bang of boos over zijn dan dat ze een uiting zijn van wat ze echt denken. Amini treitert en filosofeert, Kolf heeft een getergde gelatenheid, Jozefzoon een naïeve gedrevenheid. De discussie is de paraplu voor een reeks dynamische scènes losjes gebaseerd op Tsjechovs Drie Zusters. Simone Atangana Bekono schreef eerder een prachtige dicht- en brievenbundel (Hoe de eerste vonken zichtbaar waren) over sociale stempels als ras en geslacht en samen met deze jongens werkte ze dat om en uit tot een pastiche op Tsjechov. Ze spugen een mengeling van slang en typische Tsjechov eloquentie, een mix van grappige scènetjes, rap en beschouwende monologen, volledig up to date en on point voor deze drie jongens dankzij Atangana Bekono. 

De voorstelling stemt tot nadenken. Ik heb het geluk dat ik in Theatermaker een beetje achter de meute aan schrijf, dus inmiddels is bekend dat zowel Hein Janssen (Volkskrant), Kester Freriks (NRC), Hans Smit (Parool), Sander Hiskemuller (Trouw), Marijn Lems (Theaterkrant.nl) en ook Loek Zonneveld (De Groene) unaniem lovend zijn. Daar sluit ik me graag bij aan. Dit is een absolute must see, niet alleen voor de liefhebbers van multicultureel theater, hoewel die in groten getale aanwezig waren bij de première.

Nog één klein lolletje, omdat het zo’n heerlijk ding is. Bij deze voorstelling zit het vernuft niet in de clou maar in de mop. ‘It is not the destination, it’s the journey that matters’, zoals Amini zelf zegt. Iedereen weet dat de drie zusters uiteindelijk niet naar Moskou gaan. De drie bro’s gaan wel, maar komen even later terug: uitverkocht. ‘Hoezo uitverkocht?’, zegt Kolf chagrijnig tegen Jozefzoon. ‘Gewoon, geen plek meer voor ons op de tribune. Vol is vol.’

In iedere editie van Theatermaker schrijft Tjeerd Posthuma een recensie over een voorstelling die hij niet gezien heeft.

Dossiers

Theatermaker zomer 2018