In het voorjaar van 1977 is het Publiekstheater al ruim drie jaar de hoofdbespeler van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Het is het enige grote stadsgezelschap dat na de Aktie Tomaat van 1969-1970, min of meer op de golven van die turbulenties, is ontstaan. Het Publiekstheater is deels geïnspireerd door de vraag en het verlangen naar een ‘esthetisch engagement’, deels gemodelleerd naar het voorbeeld van het Théâtre National Populaire van Jean Vilar in Parijs. Het speelplan is gericht op de actualisering en popularisering van het wereldrepertoire – grote klassiekers, ‘herlezen’ voor een breed publiek en geënsceneerd met de adem van het wereldlawaai in de kleren. De artistieke leiding ligt in handen van Ton Lutz (1919) en Hans Croiset (1935). Die laatste heeft Guus Rekers meegenomen. Als ‘conceptuele waakhond’, zegt hij zelf. Als zodanig ontwikkelt Rekers zich tot een fenomeen dat we dan in Duitsland al enige tijd kennen, hier nog nauwelijks: de productiedramaturg.

Rond deze Guus Rekers ontstaat in het voorjaar van 1977 een rel. De toneelspelers mopperen (deels in de kolommen van Telegraaf-criticus Jan Spierdijk) over deze curieuze man, die eindeloos schrijft tijdens repetities, maar die zijn bevindingen nooit rechtstreeks deelt met de acteurs – dat is hem door Croiset verboden. Ook artistiek leider Ton Lutz beklaagt zich over die ‘boosaardige meneer met zijn eindeloze referentiekaders’, die volgens hem ‘niet zozeer het proces bewaakt, maar het remt’.

In mei 1977 barst de bom. Lutz stelt een ultimatum: hij eruit of ik eruit. Rekers wordt ontslagen. En geestig genoeg op aandringen van diezelfde Lutz anderhalf jaar later weer aangenomen. Omdat Ton Lutz inziet dat Croiset zonder zijn hersenknersende wederhelft maar op halve kracht functioneert. Wanneer Rekers in het najaar van 1978 dus weer in het repetitielokaal verschijnt, gooit steractrice Petra Laseur de handdoek in de ring; als die ‘Tomaatgooier’ terugkomt, dan vertrekt zij. Het ensemble smeekt Laseur om te blijven. Laseur blijft. Rekers ook. Voorlopig slot van een rare klapdeurenkomedie.

Guus Rekers studeert in de jaren vijftig Nederlands en loopt in het kader van zijn studie theaterwetenschap in de jaren zestig stage bij de Berlijnse Volksbühne in het voormalige Oost-Berlijn, het ensemble van de Brecht-‘leerlingen’ Benno Besson, Heiner Müller en Fritz Marquardt. Hij ziet in die troep de Duitse variant van Vilars volkstheater en beschouwt dat concept als een nastrevenswaardig ideaal. Hij werkt eerst bij de VARA, onder meer aan de serie Ja Zuster Nee Zuster en aan tv-bewerkingen van Simenons Maigret-verhalen. Als toneelcriticus bij De Groene Amsterdammer schrijft hij (samen met zijn zielsverwant Nic Brink) lange verhalen waarin het Nederlandse toneelbestel onder de loep wordt genomen. Tijdens de Aktie Tomaat houdt hij bevlogen inleidingen, waardoor hij snel te boek staat als ‘ideoloog’ van deze kortstondige beweging. Van hun actiemethodes neemt hij overigens scherp afstand.

In zijn jaren bij het Publiekstheater, vanaf 1973, staat hij mede aan de basis van voorstellingen als Ivanov van Tsjechov, Mijnheer Puntila en zijn knecht Matti en De Kaukasische krijtkring, beide van Brecht. Guus Rekers: ‘Wat was dat een genot om te maken, zeg. Wat Petra Laseur daar als Groesje liet zien, dat is ongelooflijk! Het bleef toch altijd een beetje La Lasora, maar ze ging dwars door het beeld heen dat ze sinds jaar en dag in de wereld had gezet.’ Samen met Hans Croiset en René Lobo staat Rekers ook aan de basis van sterke Vondel-voorstellingen, waaronder een legendarische Lucifer.

Midden jaren tachtig, na de laatste regie van Fritz Marquardt in Nederland, Molières Ingebeelde zieke, met een glansrol van Hans Croiset en Rekers als dramaturg, zakt het gezelschap langzaam weg en verdwijnt Guus Rekers uit beeld. Hij wordt schrijver-dichter en adviseur. Als verhalenverteller creëert hij het ‘personage’ van Frederik. De afgelopen jaren kwam ik hem vaak tegen in Jeugdtheater de Krakeling, als enthousiast bezoeker met zijn kleinkinderen. Een aantal jaren geleden werkte hij nog mee aan een boek over het Publiekstheater van Xandra Knebel, dat verscheen in 2013. Hij kreeg er een eigen hoofdstuk in. En daar staat het nog eens zwart op wit, opgetekend uit de mond van Hans Croiset: ‘Zonder Guus Rekers had het Publiekstheater niet bestaan. Dan was ik er niet aan begonnen. Ik had het niet gedurfd.’

Guus Rekers stierf op 16 oktober 2015. Hij is 76 jaar geworden.