Speels Collectief is een divers, mixed-abled theatergezelschap dat werkt vanuit Arnhem en Tilburg. Theaterkrant ging in gesprek met Kir Robben, directielid en hoofd Community Arnhem, en Lisa Jansen, muzikant, performer en workshopdocent bij het Collectief; en met Noor Sloterdijk, adviseur Code Diversiteit & Inclusie.
Waarom moest de toegankelijkheidskaart er komen?
Lisa Jansen: ‘De afgelopen jaren zijn culturele organisaties meer gaan nadenken over toegankelijkheid, vooral gericht op het publiek. De toegankelijkheidskaart is bedoeld om de toegankelijkheidsbehoeften van medewerkers van culturele organisaties, personeel en artiesten bespreekbaar te maken. Zij kunnen aangeven wat ze nodig hebben om goed te functioneren en geen uitsluiting te ervaren.’
Kir Robben: ‘Het draagt bij aan een veiligere en socialere werkomgeving.’
Noor Sloterdijk: ‘Er is op dit moment sprake van structurele (kans)ongelijkheid, terwijl er niet één norm is waaraan iedereen kan voldoen om mee te kunnen doen, of te worden erkend. De een heeft andere toegankelijkheidsbehoeften dan de ander. Als we hier meer op anticiperen, wordt gelijkwaardige deelname aan het culturele veld wél mogelijk.’
Wat staat erin?
Jansen: ‘We hebben zes onderwerpen gekozen: Werktijden en belastbaarheid; Op weg naar werk; Werkplek, gebouw en faciliteiten; Reizen voor werk; Communicatie en informatie, en: Informele momenten.’
Robben: ‘Per onderwerp kun je vijf vragen beantwoorden. Als je invult wat voor jou relevant is, krijg je een landkaart, of zoals ik het liever zie, een vriendenboekje van jouw toegankelijkheidsbehoeften. Dit kun je bespreken met je leidinggevende, HR of personeelszaken, of in groepsverband.’
Sloterdijk: ‘Aanvullend zijn er werkvormen die het gesprek stimuleren. Bij de categorie Informele momenten is dat bijvoorbeeld: hoe ziet jouw ideale teamuitje eruit? Beschrijf het zo gedetailleerd mogelijk. Daarnaast zijn er uitgebreide voorbeelden uitgewerkt vanuit persona’s, personen met verschillende soorten beperkingen.’
Waar gaat Werktijden en belastbaarheid over?
Robben: ‘Hier kun je aangeven welke onderdelen van je werk je hoeveel energie kost. Het gaat bijvoorbeeld om hoe lang je aanwezig kan zijn bij een overleg. Hoeveel impact reizen naar je werk heeft en wat ervoor nodig is om daarna te kunnen werken. Of op welk moment van de dag werken minder energie kost.’
Jansen: ‘Voor de verdieping leveren we bij de toegankelijkheidskaart ook bronnen aan waar meer informatie over het onderwerp te vinden is. Bij Werktijden en belastbaarheid verwijzen we bijvoorbeeld naar de Spoon Theory. Een werkwijze waarmee je aan kan geven hoe je met je beperkte energie omgaat; de term is in 2003 gemunt door de Amerikaanse schrijfster Christine Miserandino, die zelf chronisch ziek is. Wij steunen op de schouders van activisten en schrijvers uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, waar ze al veel verder zijn met deze materie.’
Hoe kan Communicatie en informatie toegankelijker worden?
Robben: ‘Vaak bestaan er ongeschreven regels binnen een organisatie over hoe je met elkaar communiceert. Niet iedereen kent of begrijpt die vanzelf. Het kan prettig zijn om dit expliciet te maken.’
Jansen: ‘Stel iemand is slechtziend en gebruikt een screenreader. Dan is het fijn als de rest er rekening mee houdt dat bepaalde bestandformaten, zoals pdf’s, slecht leesbaar voor diegene zijn. Aandacht hiervoor kan communicatie letterlijk toegankelijk maken voor iemand.’
Robben: ‘Andere voorbeelden: sommige medewerkers vinden het prettig als je aankondigt dat je belt. Of willen afstemmen hoe je feedback geeft. Sommige artiesten kunnen er minder goed mee omgaan wanneer iemand van de organisatie direct na de première met goedbedoelde, opbouwende kritiek komt. Misschien is het dan beter om feedback puntsgewijs per mail te sturen.
Dit is ingestoken vanuit de disability lens, waar het idee van toegankelijkheidsbehoeften vandaan komt, maar het is breder toepasbaar. Voor mensen die trans of non-binair zijn, kan het prettig zijn om aan te geven welke voornaamwoorden je gebruikt. En voor gelovige mensen kunnen bepaalde culturele gebruiken of religieuze dagen belangrijk zijn.’
Wat is nodig voor een structureel gebruik?
Sloterdijk: ‘Maak als organisatie de toegankelijkheidskaart bijvoorbeeld onderdeel van functiegespreken, organiseer een gezamenlijke sessie hieromheen en blijf constant aankaarten dat wensen en behoeften kunnen veranderen. Je moet als het ware continu het gesprek hierover blijven voeren en daar de mogelijkheid toe geven.’
Jansen: ‘Wat er ná het eerste gesprek gebeurt, is belangrijk: de stap naar actie. Die is meestal lastig. Organisaties vragen zich bijvoorbeeld af of ze dit helemaal in kaart willen brengen voor de behoefte van één persoon. Profiteer van alle kennis die we in de toegankelijkheidskaart opnemen. Er is veel onbenutte wijsheid.’
Waarom is de toegankelijkheidskaart nuttig voor het theaterveld?
Robben: ‘Theatermakers werken over het algemeen met intensieve repetitieperiodes van hele volle dagen en dat weken achter elkaar. Ook tourperiodes worden zo vol gepland.’
Jansen: ‘Het is bijna een natural selection: degenen die dit vol houden, kunnen meedoen, anderen niet. We hebben dit systeem zelf gemaakt, dus we kunnen dat ook zelf aanpassen. De toegankelijkheidskaart is een praktische tool om zorgzamer met elkaar om te gaan.’
Robben: ‘Medewerkers en artiesten moeten zichzelf durven toestaan om dit aan te kaarten. Want dit raakt natuurlijk erg aan hoe de sector denkt over werk. Lisa en ik, met onze niet normatieve lichamen, kijken al langer op een andere manier naar functioneren, productiviteit en output.’
Jansen: ‘Ik moet bijvoorbeeld af en toe gaan liggen omdat mijn lichaam het niet meer volhoudt. Nou, dan doe ik die meeting gewoon liggend.’
Robben: ‘Zeker in de podiumkunsten is het gesprek over het normaliseren van dit soort dingen belangrijk. In onze sector heerst toch wel een topsportmentaliteit. Mensen willen op de toppen van hun kunnen presteren en geven alles voor de kunst. Het is een soort martelaarschap.’
Jansen: ‘Het moet bloed, zweet, tranen en drie trauma’s kosten wil iets kunst met een grote K genoemd mogen worden. Maar er zijn ook andere manieren om artistiek werk te maken.’
Robben: ‘Die competitiedrang ontstaat omdat er te weinig subsidiegeld beschikbaar is om iedereen te kunnen voorzien in het leven dat men graag wil leiden. Dus: hoe harder je je best doet, hoe meer kans je maakt. Dat leidt tot kansenongelijkheid, want iemand met een beperking moet drie keer zo hard zijn best doen.’
Jansen: ‘Uiteindelijk gaat het gewoon om wat voor een organisatie je wilt zijn. Als je inclusie in je missie hebt staan, dan kan je hier niet onderuit.’
Vanaf september 2026 is de toegankelijkheidskaart gratis te downloaden via de website van Code Diversiteit & Inclusie. Ook komen er werksessies om met de tools aan de slag te gaan, o.a. op 7 oktober in Schouwburg Tilburg en 5 november in Poppodium Metropool in Enschede. Meer informatie volgt op de websites van Code D&I en Speels Collectief.







