‘Je kunt ook niets meer zeggen tegenwoordig.’ Het is een opmerking die cabaretiers als Erik van Muiswinkel, Javier Guzman en Daniel Arends met of zonder ironie in hun voorstellingen verwerken. Juist op het gebied van comedy vlammen de discussies hoog op. Waar mag je grapjes over maken en waarover niet? En waar ligt dan de grens? Howard Komproe en Leon van der Zanden praten over hoe ze omgaan met de gevoeligheden die in onze samenleving zijn komen bovendrijven. 

In 2012 riep comedian Howard Komproe via twitter 9 maart uit tot Nationale Negerdag, als reactie op die merkwaardige vrouwen-, pannenkoeken- en warmetruiendagen. Een woedende discussie barstte los, met veel extreme reacties aan het adres van Komproe: mensen vonden het niet kunnen. ‘Er zaten hele serieuze bedreigingen bij. Mensen hadden pistolen gefotografeerd met het bijschrift: “we weten waar je woont”. Aan het eind van de dag had ik politiebewaking.’ Hij schreef er een boekje over: De grens van de grap, waarin hij de gebeurtenissen van 9 maart reconstrueerde. De conclusie was kort gezegd: ‘De grens ligt voor iedereen anders. Met andermans grenzen kun je als theatermaker eigenlijk geen rekening houden, dan ontwikkelt je voorstelling zich niet.’

Mensen reageren volgens Komproe te snel op grapjes, zonder de afzender of context te bestuderen. ‘Sanne Wallis de Vries wordt beschuldigd van antisemitisme door de hele wereld, haar impresariaat bedreigd, vanwege een parodie op de Israëlische bijdrage aan het songfestival. Ze is nota bene zelf Joods. Het slaat helemaal nergens op.’ Hij vergelijkt het met de spelshow van Willem Ruis. ‘Dan moest iemand vallende stokken vangen. Daar zijn we nu mee bezig, maar dan met dingen die iemand ergens heeft gezegd. Iedereen staat op scherp. Ontspan. Het is toch niet leuk om de hele dag op te letten of er iets is waar je boos om kan worden?’

‘Je mening is het allerbelangrijkste in Nederland’, zegt cabaretier Leon van der Zanden. In zijn voorstelling Kameleon staat hij stil bij het onderbuikgevoel dat ten grondslag ligt aan die woedende meningen. Je krachtiger voordoen dan je bent, is een trend. ‘Je ziet veel mensen die zich groot houden. Weinig mensen zijn klein en kwetsbaar. Tonen dat je iets niet weet, dat je mens bent, dat je het moeilijk vindt – dat lijkt haast niet te kunnen.’

Volgens Komproe zijn extreme reacties niet typisch voor cabaret, maar meer een internetfenomeen. ‘Op mijn YouTube-vlog Komproeven probeer ik producten uit die in de winkel verkocht worden als Surinaams. In reacties noemen mensen me een kankeraap. Omdat ik iets ga proeven. Wat zijn dat voor mensen? (Lachend) Dan spoor je toch niet?’ Sommige grappen zijn blijkbaar niet geschikt voor het internet. ‘Ik heb geleerd dat ik grappen niet op sociale media moet weggeven, maar moet bewaren voor mijn voorstellingen. Als ik het twintig minuten lang had over #negerdag in mijn eigen voorstelling, dan kon ik het zo gek maken als ik wilde, en dan kreeg ik die reacties niet.’

Het heeft ook te maken met bekendheid. Van der Zanden zat in het kader van Zwarte Piet eens bij een showprogramma op nationale televisie. ‘Dan ontploft niet heel twitter over wat ik heb gezegd. Stel dat je Theo Maassen vraagt wat hij vindt van Zwarte Piet. Dat heeft grotere consequenties voor hem. Hij heeft meer aanzien, veel mensen letten op wat hij zegt. Dan moet je misschien wat voorzichtiger zijn.’

De verantwoordelijkheid van een cabaretier

In het theater werkt dat dus anders. Wat cabaretiers Howard Komproe en Leon van der Zanden betreft, kun je op het toneel in principe alles zeggen. Komproe: ‘Mensen weten dat ze naar een cabaretier gaan kijken, dus ze nemen wat je zegt met een korreltje zout. Daardoor kun je korte bochten nemen. Als je alles letterlijk neemt, heb je denk ik ook niets in de zaal te zoeken.’ Bij fijngevoelige onderwerpen liggen de verantwoordelijkheden wel anders: ‘Als er in je zaal iemand in een rolstoel zit, en je wilt daar een grap over maken, dan maak ik het liefst een grap waar diegene ook om moet lachen. Als je dat niet doet, is het alleen eigenbelang en effectbejag. Dat vind ik minder interessant.’

Van der Zanden: ‘Het ligt aan je intentie. Als je intentie goed is – dat wil zeggen, een beetje liefdevol voor waar je het over hebt – dan kun je het gewoon allemaal zeggen.’ Maar niet iedereen kan om zichzelf lachen. ‘Als iemand het te letterlijk neemt, en niet wil kijken wat de bedoeling is van de cabaretier. Ja, dat ligt dan eigenlijk aan die persoon zelf’, zegt Van der Zanden.

Een verkeerde intentie is meteen voelbaar, volgens Van der Zanden. ‘Dan gaat het pijn doen. En dan krijg je daar, terecht, reactie op.’ Hij weet het uit ervaring. Zijn handelsmerk is zijn intense contact met het publiek. Hij werd tijdens een scène over een gehandicapt meisje onderbroken door een toeschouwer die vroeg: ‘Wat heb jij tegen gehandicapten?’ Er ontstond een klein gesprekje. ‘Iedereen lachen. Maar ondertussen had die persoon me het prachtige inzicht gegeven dat ik vanwege mijn onvermogen harder aan het vitten was dan ik wilde. Dat spiegelt iemand in de zaal mij dan.’

Van der Zanden studeerde zelf ooit filosofie en gaat altijd bij zichzelf na of zijn eigen intentie zuiver is als hij gevoelige onderwerpen bespreekt. In zijn voorstelling Kameleon vraagt hij het publiek om apengeluiden te maken als hij komt oplopen. Als halve Afrikaan vraagt hij zich af of hij die Zwarte Pietendiscussiewoede kan voelen namens zijn voorouders. Een deel van het publiek doet enthousiast mee, een ander deel blijft koppig stil. Dan gaat hij in gesprek met de stilzittende mensen: waarom niet? Wil je mij niet helpen? ‘Ik voelde dat ik daar op een zenuw zat, en een hele goede ook. In de try-outs zoek ik uit of ik geen onderliggende frustraties heb. Als ik er eenmaal achter ben dat ik niet nog stiekem in mijn hart aan het afrekenen ben met iets, dan kan het. Dan zit hij er gewoon dik in.’

Gevoelige zaken

Komproe haalt zijn materiaal het liefst uit zijn eigen leven. Hij neemt herkenbare gebeurtenissen als aanleiding om te praten over grotere onderwerpen. ‘Je moet naar de samenleving kijken. Hoe zijn we hier gekomen met zijn allen? In mijn huidige voorstelling ga ik het hebben over mijn dochters. Die zijn zich aan het ontwikkelen tot knappe, jonge vrouwen. Mensen zeggen: ‘En? Heb je al een buks gekocht? Dat gaat problemen opleveren…’ Nee, natuurlijk heb ik dat niet! Daar schiet ik toch niks mee op? Er zit daar iets scheef. Als je een knappe zoon krijgt, heeft niemand het daarover.’ Zo probeert hij de structuren waar #MeToo uit voort komt te behandelen, al benoemt hij dat in zijn voorstellingen verder niet. ‘Be about it, don’t talk about it.’

Met een onderwerp als Zwarte Piet is het verleidelijk om het te behandelen als kort nieuwsitem. Niks voor Komproe. ‘Dan heb je vijf minuten een blokje over iets dat nu speelt. Het is niet iets dat nu speelt, het speelt al heel lang. Het is niet vandaag aan de hand en morgen niet meer. Ik wil het niet behandelen als iets dat je even pakt en weer terug stopt. Daar maak je een hele voorstelling over’, zegt Komproe. ‘Hans Sibbel kan dat goed. Die vertelt veel, maar laat je nadenken over wat jij vindt. Dat vind ik veel interessanter dan dat ik je ga vertellen wat ik ervan vind.’ Als hij het onderwerp zou behandelen, zou Komproe het koppelen aan zijn eigen leven. ‘Mijn ouders zijn allebei in Suriname geboren en naar Nederland gekomen. Die hebben gevochten voor onze opvoeding. Nu heb ik zelf kinderen en ben ik ook aan het opvoeden. Die hele kolonisatielijn, de negatieve en positieve effecten ervan, die kan je daarin verweven, in plaats van zeven minuten als een blokje.’

Van der Zanden put in Kameleon net op een andere manier uit eigen ervaringen. Hij presenteert het ene na het andere dilemma aan de zaal en nodigt mensen uit om ook hún verhaal te vertellen. ‘Zij die er zijn, zijn daar niet toevallig, dat geloof ik. Zij hebben op dit moment ook iets te vertellen, en mijn taak is om dat aan het licht te brengen.’ Daar komen interessante verschillen uit. ‘Ik vraag ze, moet je betaald krijgen voor iets dat je vanuit je passie doet? Ik zou zeggen, ja. Maar er waren ook veel mensen die vonden van niet. Het is heel interessant om dan door te vragen.

“Nee, dat vinden we te makkelijk”, zeggen ze. Of “Wat je leuk vindt, moet je in je vrije tijd doen. Werk is werk.” Dat vind ik interessante gedachten.’

Het is een unieke stijl van cabaret maken, die volgens Van der Zanden bijzondere momenten oplevert. Hij vertelt in Kameleon hoe hij na de dood van zijn vader diens aanwezigheid nog heeft gevoeld, alsof hij links achter hem stond, soms met een hand op zijn schouder. Een aantal mensen in de zaal herkennen het en vertellen op uitnodiging van Van der Zanden openhartig waar en wanneer ze hun overleden familieleden naast zich hebben voelen zitten. ‘Cabaretiers hebben het vaak over yoga of spiritueel doen, maar sabelen dat dan altijd neer. Geitenwollensokken, dat soort grappen. Maar het echt meegemaakt hebben, en er dan iets over zeggen? Ik ken niemand die dat doet. We hebben het daar niet zo snel over. Nog niet.’

Hij schuwt de moeilijke onderwerpen niet. ‘Ik zie het als mijn taak om de zenuwen bloot te leggen en dat doe ik door erop te drukken.’ Hij gaat met opzet op zoek naar ingewikkelde thema’s, zoals gehandicapt zijn en leven na de dood. ‘Er zijn veel cabaretiers die die zenuw ook blootleggen door iets te zeggen als ‘alle gehandicapten moeten het land uit!’ Dat is ook een manier. Dan denkt je publiek: jeetje, mag dat allemaal wel? Dan zijn ze het met je oneens. Mooi, dan zitten we ergens in het midden aan het eind van de voorstelling. Maar ik hou ervan om dat vanuit een kwetsbare onzekerheid aan te vliegen.’ Hoe kwetsbaarder hij zich opstelt, hoe meer dat raakt. ‘Daar moeten ze heel hard om lachen. Maar eigenlijk lachen ze om hun eigen ongemak, dat ze het ook niet zo goed weten.’ Er is geen goed of fout, dat polariseert alleen maar. ‘Dan zijn we klaar. Dan ben je voor of tegen, je kunt eventueel een beetje bijdraaien. Maar daar gaat het mij niet om. Ik presenteer de vraag.’