Een laatste interviewvraag aan topbankier Sjoerd van Keulen. Heeft hij nog een tip ‘voor de bankiers hier aanwezig?’ Die heeft hij wel: ‘Jongens, blijf bescheiden.’ De schouwburgzaal barst in lachen uit, want de bestuursvoorzitter van SNS Reaal heeft zojuist schaamteloos opgeschept over het lef waarmee hij risico’s durft te nemen. Met de kennis van nu is de tip een waarschuwing aan Van Keulen zelf, want zijn overmoed zou de val veroorzaken van zowel de bank als de man.

De kracht van deze grap uit Door de bank genomen zit ’m in de werkelijkheidswaarde ervan. De bankier zou het echt zo gezegd kunnen hebben, want tekstschrijver George van Houts toont met zijn derde Verleiders-voorstelling opnieuw de absurditeit aan van de Nederlandse realiteit.

Maar de vijf spelers en makers van Door de bank genomen zijn zelf ook niet bepaald bescheiden in de manier waarop zij hun inzichten in het bankwezen presenteren. Na de tweede Verleiders-productie over het Ahold-concern, die niet zo brutaal en overrompelend was als de eerste, is het vijftal, aangejaagd door Tom de Ket en George van Houts, weer op volle sterkte. Leopold Witte en Pierre Bokma zijn terug, er doen geen vrouwen meer mee en de misstanden in de mannenwereld van het grote geld worden weer beantwoord met een ongeremd acteursmachismo. Werd de reconstructie van de vastgoedfraude gedreven door verbijstering, in Door de bank genomen overheerst het protest en het zeker weten. De toeschouwers worden toegesproken als ‘financieel bewustelozen’. Ze krijgen door middel van publieksondervragingen hun gebrekkige kennis ingewreven over het hypotheeksysteem dat alleen werkt ‘als u uw handtekening zet’ en worden opgejut om stem te geven aan hun verontwaardiging. ‘Wij hebben de banken gered. Maar hebben ze schuld bekend? Hebben ze hun leven gebeterd? NEE! Dat kan wel wat harder, jongens en meisjes!’

Suffe burgers

Het is bijzonder hoe De Verleiders het schouwburgtoneel inzetten als een middel tot maatschappelijke bewustwording en verandering. Maar het wij- en zij-denken is in hun nieuwste productie prominenter dan in De casanova’s van de vastgoedfraude. Daarin ging het nog over hun eigen amorele gulzigheid, aan de hand van Bokma’s vette schnabbel op een overdadig vastgoedfeest. Nu wordt alleen Frans Bauer genoemd als artiest die een bankierspartijtje komt opluisteren. ‘Wij’ zijn alle suffe burgers die zich door de bank hebben laten nemen.

Dat ‘wij’ meer zijn dan machteloze toeschouwers bewijst het burgerinitiatief dat De Verleiders met ondersteuning van een aantal deskundigen in het leven hebben geroepen. Waar de meeste theatermakers roepers aan de zijlijn blijven, hebben deze zich ontpopt tot ware actievoerders. Dankzij zo’n 130 duizend verzamelde handtekeningen wordt op 14 oktober in de Tweede Kamer een ingediend voorstel behandeld om het bankwezen zo in te richten dat de staat weer controle krijgt over onze banken en hypotheken niet meer over giraal geld maar over echte biljetten worden verstrekt. En hun nieuwste ‘guerrilla-actie’ probeert de beursgang tegen de houden van ABN Amro, die met ‘ons’ geld overeind is gehouden en nu door de regering in de uitverkoop is gezet.

Gek genoeg wordt over deze twee acties alleen héél kort iets geroepen aan het eind van Door de bank genomen. Terwijl de losse theatervorm van sketches, smeuïg opgediende feiten en uitgeserveerde analyses zich leent voor tekst en uitleg over deze veranderingsvoorstellen moet het publiek die zelf maar op internet gaan opzoeken.

De voorstelling zelf besteedt veel tijd aan het afkammen van ‘hen’, de bankiers. Hoewel deze vermaledijde oplichters aan het begin van de voorstelling al door publiek en spelers worden uitgejouwd, wordt het bankiersvolkje door het vijftal uitgebreid en tenenkrommend clichématig neergezet als inwisselbare, deftig pratende seksisten die uitwijden over de opengesperde schaamlippen van hun vrouwelijke bewonderaars en kritiek op hun handelswijze afdoen als ‘vuilspuiterij van de media’. In een beginscène leggen deze vijf bankiers een eed af waarin ze beloven geen misbruik te maken van hun positie; in het slottafereel betuigen ze spijt en krijgen ze als straf een uit de nok van de schouwburg neergedaalde vuilnisbak over hun hoofden.

Deze vlakke bankiersscènes vallen in het niet bij de diepgaande systeemanalyse waarbinnen Joris Luyendijk de beroepsgroep plaatst in zijn boek Het kan niet waar zijn, en ook bij de psychologische studie van de ING-top in het boek en de productie De Prooi (2012) van het Nationale Toneel. Bij het nagespeelde interview met Sjoerd van Keulen wordt niet vermeld dat journalist Jelle Brandt Corstius al in 2013 een eenmansactie startte om de bonus van Van Keulen terug te eisen (wat uitmondde in een publieke lynchpartij). De Verleiders noemen amper bronnen voor hun opgediste feiten, alsof zij de enigen zijn die zich met deze materie bezighouden. In het randprogramma na afloop van hun voorstelling treedt weliswaar een keur aan deskundigen op, maar dat zijn dan toch hún gasten. En hoeveel zinnige uitleg er ook wordt gegeven over de virtualiteit van giraal geld en een verhullend begrip als ‘aflossingsvrij’ – het theater schittert hier als een Brechtiaanse volksopvoeder – het ontbreekt in het snedige script van Van Houts aan een samenhangende visie. En sommige uitgeserveerde geldfeiten zijn zo langzamerhand heus wel doorgedrongen tot de ‘financieel bewustelozen’ in de zaal.

Bankier-bashing

Veel interessanter dan de collectieve bankiersscènes is de casestudy in Door de bank genomen over een strandtenthouder die door een joviale medewerker van zijn ‘eigen’ bank een veel te hoge lening krijgt aangepraat, om door diezelfde bank gruwelijk klem te worden gezet als hij afbetalingen mist. Dit zorgt voor de twee enige interessante, emotioneel aansprekende personages in de voorstelling. Het fysieke inkrimpen van Pierre Bokma als de strandtenthouder is aangrijpend, evenals het wanhopig geschreeuwde ‘eigen schuld, dikke bult!’ van bankier Viktor Löw als zijn uitgeknepen ‘vriend’ hem ter verantwoording roept. Maar het klemzetten van de strandtenthouder heeft zo’n cabaretesk tempo dat je als toeschouwer niet goed weet waar de analytische uiteenzetting overgaat in absurdistische overdrijving. En doordat de casestudy is doorsneden met informatieve monologen en staaltjes bankier-bashing vervluchtigt het meeleven en meedenken met de personages van Bokma en Löw.

Belangwekkend is de theatrale kruistocht van De Verleiders tegen de Hollandse graaipraktijken absoluut. Maar Door de bank genomen had een betere voorstelling kunnen zijn. Hierbij dus nog een kleine tip voor deze voortvarende theatermakers, in antwoord op hun triomfantelijke slotaankondiging dat in de volgende productie het zorgsysteem tot op het bot zal worden gefileerd. Jongens, blijf bescheiden.

foto Raymond van Olphen