In 2016 schudde het dansveld op zijn grondvesten door de soms verbijsterende subsidiebesluiten voor het nieuwe kunstenplan. De indruk dat het er met de dans in Nederland niet zo goed voor staat lijkt sterk te leven, maar is eerder een gevolg van de tijdgeest die doorklinkt in het discours over dans dan van de artistieke ontwikkelingen. Op de Nederlandse podia was het afgelopen jaar veel kwaliteit te zien.

In de Staat van de Dans stelde danscriticus Annette Embrechts op 7 oktober: ‘Met de nadruk op de intrinsieke waarde van de dans, op de schoonheid, de esthetiek, de beleving, de dynamiek, hoe belangrijk ook, komen we er niet. We worden simpelweg niet verstaan en moeten opnieuw een vocabulaire vinden om het verhaal van de dans wel verstaanbaar te maken.’ Embrechts gaf haar speech op een uiterst moeilijk moment: de harde klappen van de subsidiebesluiten dreunden nog door tijdens de Nederlandse Dansdagen. Toch is er op haar observatie wel wat af te dingen, zeker als ze met ‘verstaan’ ‘beter worden gehoord’ bedoelt.

Dans heeft momenteel vooral te lijden onder de enorme bezuinigingen op kunst en cultuur, maar de discipline is niet harder geraakt dan andere kunstvormen. En nu de bezoekcijfers voor dans volgens het CBS weer langzaam uit het dal klimmen, blijkt dans zelfs relatief de grootste stijger te zijn. Ook vanuit het buitenland is de interesse groot, zowel voor de grote gezelschappen als voor kleinschaliger werk van jonge talenten als Joeri Dubbe en Marina Mascarell. En er zijn genoeg wapenfeiten: Michaela DePrince is te zien in de videoclip van Beyoncé’s Lemonade en choreografe Ann Van den Broek gaat de komende jaren aan de slag in het Barbican Centre in Londen.

Indien we ‘verstaan’ opvatten als verstehen of begrijpen, zagen we afgelopen jaar zowel op het gebied van de klassieke benadering van choreografie als in de eigentijdse dans en performance interessante ontwikkelingen. Dans kan op allerlei manieren worden begrepen of ervaren: als kinesthetische, affectieve ervaring of door zijn communicatieve, expressieve, visuele, ruimtelijke en tijdgebonden kwaliteiten.

Verbinding
Op fascinerende wijze maakte LeineRoebana tijdens hun eenmalige jubileumvoorstelling 25 jaar LeineRoebana zichtbaar hoe een danstaal in een aantal decennia kan evolueren, door het lichaam te laten reageren op de veranderende tijdgeest. Zij kozen voor een doorlopende ontmoeting op het toneel van dansers en musici die elkaar tegelijkertijd uitdagen en de ruimte geven. Het stuk toont de veelzijdigheid van hun vocabulaire.

Ook hun meest recente voorstelling Light is een logisch vervolg op vroeger werk. Light gaat over verbinding en veranderende identiteit en maakt de confrontatie zichtbaar van een onder invloed van een westers perspectief ontwikkelde bewegingstaal met een andere culturele voedingsbodem, in dit geval Indonesische dans. Parallel aan dat proces stelt componist Iwan Gunawan verschillende muziektradities en -culturen aan de kaak. Het is een interessante reflectie op hoe uitwisseling tussen culturen kan bijdragen aan wederzijds begrip.

Politiek
Bij het Nederlands Dans Theater drong de politieke realiteit door in nieuwe stukken van Crystal Pite en Hofesh Shechter. Met de vergadertafel als toneel waarop met verantwoordelijkheden wordt geschoven en veldslagen worden geleverd, legt Crystal Pite in The Statement op briljante wijze mechanismen in machtsstructuren bloot waarbij het lichaam zowel onder druk van interne en externe krachten een scherpe bewegingstaal uitslaat. De wijze waarop Hofesh Shechter in Clowns met zijn beeldende bewegingstaal naar terrorisme verwijst, doordrenkt met expliciete gebaren zoals het doorsnijden van een keel, is confronterend. De dans wordt uitgevoerd met een soms achteloze intentie, maar getuigt op andere momenten van een steeds sterker wordend fanatisme.

Taal
Klare taal – in beweging of tekst – lijkt veel choreografen te inspireren. Tekst had in dansvoorstellingen voorheen vaak een fragmentarisch karakter dat net zo goed als beweging of geluid kon worden opgevat, in plaats van om interpretatie te vragen. Herkenbaarheid, leesbaarheid of helderheid lijkt nu echter het nieuwe credo. Taal of een narratief heeft een duidelijke plek in de dans ingenomen. Ted Brandsen maakte met zijn Mata Hari een verhalend ballet voor Het Nationale Ballet. Naast de virtuoze en overtuigende performance van Anna Tsygankova is het raakvlak van danseres Mata Hari met de geschiedenis van de moderne dans een interessant gegeven.

Ook andere choreografen toonden hun belangstelling voor taal. Zo bewerkte Iván Pérez met regisseur Michiel de Regt de indringende en hoogst actuele roman Wachten op de barbaren van J.M. Coetzee. De liefde voor literatuur van choreograaf Guy Weizman leidde ertoe dat hij de eerste choreograaf aan het hoofd van een theatergezelschap in de Basisinfrastructuur wordt.

Muziek
Met de voorstelling Pablo bij Scapino Ballet bevestigde de Spaanse choreograaf Marcos Morau zijn bijzondere inbreng in de danskunst. Zijn sterk beeldende werk trekt de toeschouwer de wereld van Pablo Picasso in. Door zijn ogen krijgt zij te zien hoe een door oorlogen geteisterd land eruitziet. Hoe de verscheurdheid van een moederland zich blijvend in het werk van een van zijn kunstenaars kan nestelen wordt op intrigerende wijze zichtbaar gemaakt en versterkt door de livemuziek van Sinfonia Rotterdam.

In de welkome reprise van Dance (1979), een deel van de choreografie van Lucinda Childs waarmee het Introdans-programma Absoluut Amerika opende, ligt de focus op de rijke wisselwerking tussen dans en muziek. Childs wordt meestal aangehaald om haar experimentele dans bij het Judson Dance Theatre in de jaren zestig, maar heeft zich na wat zij zelf een korte periode noemt vooral beziggehouden met een diepgravend onderzoek naar de relatie tussen muziek en beweging in een bijna mathematische benadering.

Twee andere hoogtepunten van het jaar waren de choreografieën van Toer van Schayk in het programma Hollandse Meesters bij Het Nationale Ballet. Uit de veelzijdigheid van zijn dansvocabulaire blinkt een oog voor detail dat is gevormd door de multidisciplinaire oorsprong van zijn werkwijze als beeldend kunstenaar en choreograaf. Toer van Schayk maakte het nieuwe duet Episodes van fragmenten voor dansers Qian Liu en Young Gyu Choi, waarbij de muzikale compositie ‘Extase, opus 21’ van Eugène-Auguste Ysaÿe ook live op het toneel werd uitgevoerd door pianist Michael Mouratch en violist Jeroen van der Wel. De bewegingen van de dansers zijn als een tekening met verbluffende precisie, waardoor het vervliegende karakter van dans lijkt te worden geaccentueerd.

De herneming van zijn grootschalige groepschoreografie Requiem (1990), een aanklacht tegen de schade die de mens de natuur toebrengt, is zowel qua inhoud als vorm actueel en interessant. In retrospectief is Requiem een modern ballet dat qua inhoud en vorm destijds misschien dichter aanlag tegen de ontwikkelingen van het eigentijdse danscircuit dan tegen het ballet.

Vorm
Voor zijn performance Hashtag vertrok Loïc Perela, winnaar van de prijs van de Nederlandse Dansdagen 2015, vanuit de vraag wat een belichaamde ervaring in de digitale wereld is. Hij maakt dat zichtbaar en voelbaar doordat zijn dansers zich aan een herkenbaar idioom overgeven: dat van de clubdans. De belangstelling voor deze van oorsprong sociale dansvorm is groot onder een jonge generatie dansmakers en kan misschien worden verklaard doordat het een vorm is waartoe iedereen zich kan verhouden.

Anne Teresa De Keersmaeker presenteerde haar nieuwe voorstelling Work/Travail/Arbeid in een museale ruimte. Recensente Claire Bishop lanceerde hiervoor in Art Forum de term skilled choreography. Uit die formulering spreekt de gedachte dat er vormen van choreografie bestaan waarbij bepaalde kwaliteiten van het vakmanschap van een dansmaker inmiddels minder evident zijn. Had het merendeel van de choreografen in het verleden zelf een dansachtergrond – lange tijd vrijwel de enige manier om het vak in te rollen –, tegenwoordig blijft de belangstelling vanuit andere hoeken groeien. De danskunst wordt hierdoor vanuit andere disciplines gevoed en vice versa.

Blik
De blik van de ander, in dit geval op het vrouwelijk lichaam, werd subtiel gefileerd in de intrigerende voorstelling The Dry Piece XL. Keren Levi maakte de voorstelling een aantal jaren geleden, maar kreeg tijdens Julidans de kans om een versie voor het grote toneel te maken. Terecht, want het is een stuk dat je lang bijblijft. Levi werkt met performers en plaatst op momenten een scherm tussen hen en de toeschouwers. Die prachtige esthetische keuze versterkt het bewustzijn van verschillende media.

Hoe de blik van een choreograaf invloed heeft op het presenteren van foto’s in een tentoonstellingsruimte is zichtbaar in Free Fall, een fotostudie van Jiří Kylián. Hierin verbindt hij het denken over de ruimte, de dramaturgie in de opstelling en het benadrukken van stilte en geluid met de foto’s van de theatrale expressie van zijn muze Sabine Kupferberg. De installatie leidt tot een bijna wetenschappelijke benadering van noties als tijd, ruimte en licht.

Het artistieke potentieel van de ontwikkeling van de danskunst blijkt geen lineair proces, zoals de continue nadruk op vernieuwing nogal eens doet vermoeden. Er ligt een complex lijnenspel aan ten grondslag met verschillende richtingen en ritmes. Dat er sinds de jaren negentig van de vorige eeuw vurige discussie wordt gevoerd over basale noties als ‘beweging’, ‘dans’ en ‘choreografie’ en dat de spanningen daarbij soms hoog zijn opgelopen, betekent niet alleen dat de grenzen van de danskunst worden opgerekt maar juist ook dat de aantrekkingskracht van dans als klankbord voor het denken over beweging en lichaam is gegroeid.

De complexe en veelzijdige ervaring die de danskunst kan geven is juist nu relevant: het is een reflectie op de hedendaagse samenleving die van realisme getuigt.