In de theaterwereld zijn ze vaak nog steeds een beetje de new kids on the block. Maar langzaam maar zeker eisen en krijgen makers van nieuwe dansstijlen hun plek op het podium. Wat levert die ontwikkeling eigenlijk op?

Wie weleens bij een breakdance battle, hiphopfeest of een ball van de ballroomscene is geweest, weet hoe opwindend zo’n gezamenlijke danservaring kan zijn. De ene na de andere fenomenale danser laat zijn kunsten zien, opgezweept door joelende toeschouwers. Je persoonlijkheid en je kunnen tentoonspreiden, samen een flow vinden en spontaan op elkaar reageren, daar draait het om op zulke bijeenkomsten.

Hoe anders is het vaak om naar een dansvoorstelling in het theater te gaan, waar het publiek stil toekijkt en waar over elke pas zorgvuldig is nagedacht. Voor ballet en moderne dans is het theater een altijd een vanzelfsprekend platform geweest, maar er zijn ook stijlen genoeg waarvoor dat niet geldt. House, voguing, waacking, dancehall, en hiphopstijlen als popping, locking en breaking, om er een aantal te noemen, zijn onafhankelijk van het theater ontstaan. Ze werden gedanst op straat of in de club, door mensen die zelf gelegenheden creëerden om samen te komen en van elkaar te leren. Geen dansopleiding, maar eigen gemeenschappen met een eigen systeem.

Inmiddels is er wel steeds vaker urban dans in het theater te zien, en er komen nieuwe stijlen bij zoals afgelopen jaar bijvoorbeeld voor het eerst voorstellingen met voguing en dancehall. Maar om deze stijlen naar het theater te brengen is een zekere vertaalslag nodig. We zien daar geen spontane danskring, maar een afgerond geheel, liefst met een achterliggende boodschap, geschikt om een publiek te boeien dat waarschijnlijk weinig kaas gegeten heeft van de dans. Als er zo veel ingrepen nodig zijn om een dans naar het theater te brengen, kun je je afvragen, wat levert die stap dan eigenlijk op? 

Uitwisseling

Laten we beginnen bij breakdance, of breaking, zoals de gemeenschap het zelf noemt. Breaking werd midden jaren negentig enorm populair in Nederland, en is sindsdien ook in allerlei vormen te zien geweest in het theater. Tyrone van der Meer, voormalig b-boy die al sinds 1998 het hiphopfestival The Notorious IBE organiseert, betwijfelt of het theater echt een geschikt platform is voor zijn scene. ‘Ik heb het allemaal gedaan in het begin, een duet met een ballerina bij Conny Janssen Danst, noem maar op. Maar na ruim twintig jaar heb ik niet het gevoel dat het ons echt iets heeft opgeleverd. Breaking mag nooit gewoon in zijn pure vorm worden getoond, er moet altijd een theatersausje overheen. En dan word je beoordeeld door een recensent die niet snapt wat hij ziet.’

Van der Meer heeft niet het gevoel dat er een gelijkwaardige uitwisseling is ontstaan tussen zijn scene en de theaterwereld. ‘Komen er door die voorstellingen nieuwe mensen naar een battle of een hiphopfeest? Volgens mij niet. Ik organiseer elk jaar tijdens de Urban Dansdagen een battle in het Parktheater in Eindhoven, maar de drempel om zoiets in het theater te doen is nog steeds veel te hoog. Iets kleins organiseren dat niet al een jaar van tevoren vastligt, is vaak haast onmogelijk en bovendien is de indeling van de zalen er niet geschikt voor. Dans in het theater moet nog steeds altijd dezelfde vorm hebben, als ik bijvoorbeeld subsidie voor een battle wil aanvragen moet ik eerder gemaakte voorstellingen noemen. Theaters mogen wat mij betreft ook eens een stap naar ons toe doen in plaats van andersom.’

Breaker Niek Traa ziet wel degelijk een belangrijke rol voor break in het theater. Met The Ruggeds uit Eindhoven, een van de twee grote breakingcrews van Nederland, maakte hij afgelopen jaar Between Us. Deze theatervoorstelling, hun tweede na Adrenaline in 2017, gaat over de hechte onderlinge band van de crew. In een decor van een open huis combineren ze breaking met acrobatiek en fysiek theater.

Traa en zijn crewleden wonnen allerlei grote internationale battles en maakten naam in de breakinggemeenschap. Waarom kozen ze ervoor ook het theater in te gaan? Traa: ‘Natuurlijk is het moeilijk in het theater dezelfde energie op te wekken die wij als breakers gewend zijn. In de scene proppen we onszelf met zeshonderd man in een zaal voor driehonderd. Zover ga je het theaterpubliek niet krijgen. Maar het theater biedt ook veel voordelen boven een battle of een jam, waar je vaak maar een halve minuut per keer hebt om te laten zien wat je kunt. In het theater kun je de tijd nemen om écht te laten zien wat breaking is. In Adrenaline zit bijvoorbeeld een solo waarin de danser heel langzaam door een move heen gaat, waardoor je als kijker snapt wat er nou eigenlijk gebeurt. In het theater moet je zesdimensionaal breaken, over alles keuzes maken: licht, kijklijnen, noem maar op. Dat vinden wij een enorm leuke uitdaging.’

Of The Ruggeds het gevoel hadden dat ze zich moesten aanpassen om naar het theater te gaan? ‘We maken wel eens grapjes over b-boys die naar het theater gaan en meteen op blote voeten naast een ballerina staan, maar dat is niet hoe wij het aanpakken. We wilden iets maken op onze eigen manier. We krijgen heus wel kritiek: dat we niet zouden weten wat we aan het doen zijn omdat we geen choreograaf en geen regisseur hebben. Er zit nauwelijks een verhaal in onze voorstelling, maar daar gaat het ons ook niet om. Het gaat om onze persoonlijkheid en onze missie als dansers. We willen dat het publiek echt voelt dat we allemaal samen in die zaal zijn. Ze mogen op ons reageren, opspringen, joelen, maakt ons niet uit. Zo willen we de liefde voor onze scene verspreiden. Daarin bestaan nog zó veel prachtige verhalen en zijn er dansers van wereldklasse waarvan het grote publiek geen weet heeft. Daar moet verandering in komen.’

Acrobatische variant

Met Q4 Quantified van choreograaf Sarada Sarita was dit jaar voor het eerst een dansvoorstelling met voguing in het theater te zien. Voguing ontstond in de jaren zeventig op zogenaamde balls in de arme New Yorkse wijk Harlem, waar lhbti-jongeren uit de latino en zwarte gemeenschap samenkwamen.

Sarada Sarita bestudeerde deze ballroomscene in New York en was een van de eersten die voguing naar Nederland bracht. Ze is sindsdien altijd betrokken geweest bij de Nederlandse scene. Met de nieuwemakersregeling van het Fonds Podiumkunsten maakte zij vorig jaar bij ISH Dance Collective Q4 Quantified, met de acrobatische variant New Way Vogue. Ook is ze bezig aan een voorstelling met waacking, ook nooit eerder door een Nederlandse maker naar het toneel gebracht.

‘Laten zien dat voguing echt een kunst is, dat ik als danser niet onderdoe voor een ballerina, dat was voor mij een belangrijke motivatie’, zegt Sarada. ‘En voguing is gemaakt om mee te performen, de strakke lijnen, de symmetrie ervan: het werkt perfect op het toneel.’

Pionieren met een nieuwe dansstijl in het theater vond ze niet makkelijk. ‘Geen theatermaker kan mij coachen, want niemand kent de scene en de dansstijlen daar goed genoeg voor. Ik heb eerder wel met choreografen gewerkt, maar ik moet er dan zélf voor zorgen dat voguing op de juiste manier gerepresenteerd wordt. Het laatste wat ik wil is het uit zijn context halen, me de stijl toe-eigenen zonder zijn geschiedenis te eren.’

Dat Q4 Quantified een inkijkje in de ballroomscene geeft, zou Sarada niet willen zeggen. ‘Maar de boodschap is wel in lijn met die van de scene. Ik wil mensen aan het denken zetten over de beperkende hokjes van onze maatschappij. Ik wil de normen in twijfel trekken die we gebruiken om anderen te beoordelen. Ik heb dat hopelijk op zo’n manier gevisualiseerd dat iedereen het kan meevoelen.’

Bedenken hoe ze die boodschap zou overbrengen in het theater, noemt Sarada wel een ‘gevecht’. ‘Het theater is toch een erg beperkte en witte structuur, wat dans betreft vooral gebaseerd op ballet. In urban dansgemeenschappen hebben we een heel andere kijk op creëren dan in het theater. Daar moet je al weten wat je gaat maken voordat je er überhaupt aan begonnen bent en je vecht elk jaar met zijn allen om hetzelfde geld. Dat geeft een vreemde sfeer. Om toch te maken wat ik wilde maken binnen die structuur, moest ik mezelf voor 3000 procent geven.’

‘Het is niet per se mijn hoogste doel om voor theater te choreograferen, maar het nieuwemakerstraject kwam toevallig op mijn pad. Ik paste goed bij de labels ‘diversiteit’ en ‘inclusiviteit’. Ik hoop van harte dat die termen meer zullen blijken dan alleen modewoorden, want alleen zo kan het theater vervreemding van de samenleving tegengaan.’

Bruggen slaan

Hiphopchoreograaf Alida Dors slaat met haar gezelschap BackBone en hiphopbeweging en talentontwikkelingsplek Solid Ground Movement al ruim vijftien jaar bruggen tussen de hiphopscene en het theater. Met Solid Ground Movement organiseert ze onder andere Level Up, een wedstrijd waarin hiphopcrews uitgedaagd worden theatraal werk te maken.

‘Ik zie veel slimme en getalenteerde jonge mensen in de hiphopscene rondlopen, die iets te vertellen hebben wat ze in een battle of een jam niet kwijt kunnen. Ik zie het theater als een geweldig extra platform voor hiphop, dat helemaal niet afdoet aan andere uitingsvormen.’

Het heeft geen zin je te beklagen over de vorm van onze dans in het theater, vindt Dors. ‘Een danscirkel, dat werkt gewoon niet echt in die ruimte. Je moet accepteren dat je een spanningsboog aan je stuk moet geven en dat er een verhaal of perspectief moet zijn dat je wilt delen. Je kunt nu eenmaal niet anders dan je verhouden tegenover die vierde wand, die black box, van het theater. Maar iedere maker kan dat op zijn eigen manier doen.

De houding van programmeurs tegenover hiphop is met de jaren opener geworden, vindt Dors. ‘Er is steeds meer nieuwsgierigheid en respect. Natuurlijk gaat het langzaam, we zijn na twintig jaar nog steeds een beetje de new kid on the block. Nog steeds krijgen te weinig makers uit de hiphopscene een plek in de theaterwereld, en nog steeds wordt hiphop vaak gezien als jeugd- of ‘doe eens gek’-programmering. Maar het is aan ons om de status quo te blijven bevragen, te blijven laten zien hoe het anders kan, volgens het hiphopprincipe van each one teach one. We mogen absoluut kritisch blijven op de gevestigde orde, maar we moeten ons niet gaan terugtrekken. Integendeel: we moeten blijven doorduwen. We moeten laten zien dat dit niet zomaar een trend is. Times are changing!

foto Little Shao