‘Hallo! Heb je lekker geslapen?’ Zo stapt Saskia Temmink vier middagen per week rond de klok van drie bij mij in de auto. Vandaag is het een half uurtje eerder. We hebben namelijk een reis van meer dan twee uur voor de boeg. We weten dat we vanaf Bergen op Zoom enkel weiland en water mogen aanschouwen en vanavond niet voor twaalven thuis zijn, maar ons hoor je niet. Wij gaan op weg naar Jacques!

Saskia kent Jacques nog niet, althans niet in persoon. Ik vertel haar namelijk al weken dat Doet sneeuw pijn spelen in Rilland misschien wel de leukste avond van de tour gaat worden. We parkeren de auto vlak voor de deur van het dorpshuis met daarop de wapenspreuk van de provincie Zeeland Luctor et Emergo. ‘Ik worstel en kom boven.’ Inmiddels weet ik dat dit niet alleen op het eeuwenoude gevecht met het water slaat, maar ook op het leiden van een theater in een dorp in Zeeland met minder dan drieduizend inwoners. Zeker sinds in 2013 de gemeentelijke subsidiekraan dichtgedraaid werd.

‘Jacques’ is Jacques Boonman: al sinds de jaren tachtig programmeur en drijvende kracht achter Podium Reimerswaal. Jacques gaf cabaretiers en kleinkunstenaars als Jochem Myjer en Claudia de Breij aan het begin van hun carrières de kans om te spelen en is ze sindsdien altijd trouw gebleven. En zij hem. Toen Freek de Jonge en Erik van Muiswinkel vernamen dat de – voor meer dan de helft uit SGP-leden bestaande – gemeenteraad ‘het bekostigen van voorstellingen geen kerntaak vond’, organiseerden de bekende cabaretiers een succesvol benefietconcert voor het voortbestaan van hun geliefde try-out theater.

Van binnen is Podium Reimerswaal een typisch jaren zestig dorpshuis. Na een kleine ontvangstruimte met donkergrijze vloerbedekking, komen we in restaurantje met een ronde bar. We krijgen het gevoel in een bruin café beland te zijn. Aan de bar zit Jacques die ons joviaal ontvangt. Podium Reimerswaal heeft dan wel geen massagestoelen, luxe artiestenfoyer of grote kleedkamers met regendouches maar blinkt uit in hartelijkheid. Het is niet eens de vraag of cast en crew mogen mee-eten. Voor we het doorhebben zitten we om stipt zes uur samen met een ploeg behulpzame vrijwilligers aan een lange tafel en krijgen een driegangenmenu voorgeschoteld. Jacques wil dat iedereen zich thuis voelt. Artiest én publiek.

Zo blijkt als de bezoekers het pand binnenkomen. Iedereen kent Jacques en Jacques kent iedereen. Hij begroet alle gasten – jong en oud – met evenveel enthousiasme en interesse. Het Zeeuwse publiek is kind aan huis. Na afloop van de voorstelling blijft het nog lang druk rondom de bar. Ook ik voel me inmiddels als een vis in het water en weet uit ervaring wat er morgen thuis op het menu staat. Om half elf rijden Saskia en ik traditiegetrouw met een potje kwaliteitsmosselen, twee grote bossen bloemen – ja, ook voor de inleider – en vooral twee grote glimlachen terug naar Amsterdam. Nog twee uur te gaan.