Sint-Petersburg: Strapatsen voor Serebrennikov
Door Constant Meijers

De viering van de uitreiking van de Europese Theaterprijzen 2017, waarvoor enkele honderden theatermedewerkers uit Europa zich van 13 tot 17 november in Sint-Petersburg verzamelden, beleefde een opmerkelijk slotakkoord. De weer in al haar pracht en praal glanzende voormalige hoofdstad van Rusland vormde het decor van dit jaarlijkse prijzenfestival voor Europese regisseurs. De stad was bereid de organisatie voor zijn rekening te nemen, zowel wat betreft mensen (enkele honderden) als middelen (enkele tonnen). De 17de Europese Theaterprijs ging dan ook naar Valery Fokin, directeur van de oudste en meest prestigieuze schouwburg van Rusland, het Alexandrinski Theater. Het slotgala vond in zijn schitterende theater plaats, in het decor van Maskerade, herinnering aan de toekomst, een zo getrouw mogelijke reproductie van de legendarische door Meyerhold geregisseerde tekst van Mikhail Lermontov die tijdens de Februarirevolutie van 1917 in dit theater in première ging. Voorafgaand aan de overhandiging van de prijs aan Valery Fokin werd aan een aantal Europese regisseurs de 15de Europe Prize Theatrical Realities uitgereikt, ten tonele gevoerd door clownesk uitgedoste personages uit Maskerade.

Maar terwijl de acteurs vrolijk met hun strapatsen in de weer waren, namen de prijswinnaars de gelegenheid te baat om de Russische overheid een masker af te trekken. Het was al tot de aanwezigen doorgedrongen dat een van de winnaars, Milo Rau, niet bij machte was geweest om naar Sint-Petersburg te komen, onder het voorwendsel dat enkele technische details een tijdige behandeling van zijn visumaanvraag hadden opgehouden. Rau was wel in staat gebleken een verklaring door te sturen die halverwege het gala door een afgezant werd voorgelezen. Daarin riep Rau de feestelijk uitgedoste aanwezigen, onder wie de Russische minister voor Cultuur, Vladimir Medinski, en de gouverneur van Sint-Petersburg, Aleksander Beglov, op zich af te vragen of een feestelijk bijeenkomst wel gepast was in een land waarin een gewaardeerde collega als Kirill Serebrennikov al meer dan anderhalf jaar onder huisarrest wordt gehouden op grond van een of andere vage beschuldiging. Rau’s pleidooi om dat arrest zo spoedig mogelijk te beëindigen werd ondersteund in het dankwoord van de Poolse regisseur Jan Klata, de Belgische choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui,de Portugese auteur, acteur en regisseur Tiago Rodrigues en, last but not least, de gelauwerde Russische regisseur Lev Dodin, die in plaats van zijn collega Valery Fokin in de lucht te steken, de kritiek op het vasthouden van Serebrennikov nog eens dunnetjes overdeed. En ook Fokin kon in zijn dankwoord niet anders dan de eerder gedane oproepen ondersteunen. Waarna het toneel werd vrijgemaakt om plaats te maken voor Maskerade, Fokins artistieke eerbetoon aan een van de grote Russische theatervernieuwers.

Istanboel/Diyarbakir: Koerdisch theater doet hopen
Door Pieter Verstraete

Na de militaire couppoging van 2016 is de macht in Turkije totaal gecentraliseerd rondom de president. Ook de basisinfrastructuur voor staatstheaters, opera en dansgezelschappen valt nu direct onder zijn bevoegdheid. De coup leidde tot een echte heksenjacht binnen de instellingen over het gehele land, en artiesten van Koerdische afkomst – zoals Zehra Doğan, Xece Herdem, Fatoş Irven, en de auteur die in het Zaza dicht, Fadıl Öztürk – belandden in de gevangenis. Ook vele Koerdische instituten gingen dicht, waaronder alle vestigingen van het Mesopotamisch Cultureel Centrum (het MKM), het Koerdisch Instituut van Istanboel en het staatstheater van Diyarbakir in het Zuid-Oosten – de officieuze hoofdstad van Koerdistan.

Inmiddels is er wel weer culturele activiteit te bespeuren bij deze instellingen, zoals op de Facebookpagina van het MKM te zien is, maar de theatervoorstellingen gingen eigenlijk de hele tijd door, vaak ondergronds of op privé-initiatief. We zagen dus het laatste anderhalf jaar een interessante paradox: aan de ene kant lijkt het regime inmiddels zo totalitair dat politiek engagement en dus ook vrije artistieke expressie vrijwel onmogelijk is geworden. (Nu was er bij de Turkse staatstheaters en in Koerdische theaters allang sprake van censuur van plaatselijke politiebeambten, smalend wel ‘inofficiële dramaturgen’ genoemd.) Aan de andere kant biedt het doorzettingsvermogen van Turks-Koerdische theatermakers een lichtpuntje van hoop voor de Koerdische bevolking ondanks de censuur en het voortdurende criminaliseren van de Koerdische beweging.

Uit een unieke reeks interviews met Koerdische theatermakers die deze maand uitkomt bij Performance Matters blijkt hoe fragmentarisch en complex het teksttheater in de Koerdische taal, het Kurmanji, is. Omdat de Koerdische taal – zelfs het zingen in het Koerdisch – tot begin jaren negentig verboden was, was er vrijwel geen levende Koerdisch dramatraditie. De eerste Koerdische stukken waren dan ook bij de langzame culturele openstelling zodanig politiek beladen dat het Koerdisch drama nu de naam heeft altijd politiek te zijn, ondanks dat de meeste Koerdische makers expliciet geen uitgesproken politiek theater willen maken.

Het feit dat het theater gewoon doorgaat, ondanks de hernieuwde druk op de culturele verworvenheden van de Koerdische gemeenschap, is natuurlijk ook al politiek en geeft hoop. Celil Toksöz van Theater RAST regisseerde in 2012 de eerste Shakespeare in het Koerdisch in samenwerking met het stadstheater van Diyarbakir. Daarin was de Dengbêj-traditie van muzikale vertellingen goed te zien, die nu aan een inhaalslag bezig is sinds de oprichting van het ‘Mala dengbêjan’ (het Huis van Dengbêj). Dat huis draagt bij aan de ontwikkeling van een 21ste eeuwse culturele identiteit voor de Koerden. Na het ontslag van de acteurs en het sluiten van het stadstheater in Diyarbakir werd het meteen weer privaat opgericht. Ondanks de angst en soms ook de avondklok waren er het afgelopen jaar talloze theateractiviteiten. Eén van de hoofdoprichters van Koerdisch theater Şermola Performans in Istanboel, Mîrza Metin, merkte op: ‘Koerdisch drama is in de censuur geboren. Het weet hoe ermee om te gaan en vindt steeds nieuwe oplossingen op het probleem. Het verzet gaat door.’

Pieter Verstraete woonde tot 2017 in Turkije en is vanwege politieke druk uitgeweken naar Berlijn en Amsterdam.

Verenigd Koninkrijk: Onzekerheid over Brexit
Door Teunkie van der Sluijs

Komend voorjaar begint het complexe proces waarin een halve eeuw Brits lidmaatschap van de Europese Unie moet worden hervormd tot een nieuwe relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en het continent. Buiten dat het nog onzeker is hoe deze verhouding eruit gaat zien en dat het summiere mandaat van de regering-May met de dag krimpt, is inmiddels duidelijk dat de Britse theatersector de effecten gaat merken van het nabije einde van vrij verkeer van personen. Niet alleen worden de mogelijkheden tot uitwisseling en samenwerking met makers van het vasteland gefrustreerd door een complexe visumplicht, ook wordt een artistieke impuls aan de Britse scene ontnomen. De eerste gevolgen daarvan worden geleidelijk zichtbaar in een afnemende ontvankelijkheid voor internationaal georiënteerd werk.

De Britse theaterwereld is hybride en veelzijdig. Met name de omvangrijke gesubsidieerde sector laat sinds de eeuwwisseling een kentering zien; een Europees-geïnspireerd regisseurstoneel leidde tot een vernieuwing in dramaturgie en visuele esthetiek, in een traditioneel door schrijvers gedomineerd landschap. Baanbrekende producties zoals Ivo van Hoves Romeinse Tragedies en A View from the Bridge, Sebastian Nüblings Three Kingdoms en Katie Mitchells talrijke internationale (co)producties bereidden de weg voor een generatie Britse theatermakers, schatplichtig aan een Europese vrijheid met vorm en interpretatie. Dit werd ondersteund door een infrastructuur van theaters – groot (The Barbican), middelgroot (The Young Vic) en klein (The Gate) – en festivals zoals Edinburgh International Festival en Manchester International Festival.

De populistische campagne in aanloop naar het Brexit-referendum heeft echter geleid tot een verhit en vergiftigd publiek debat over nationale identiteit. De theatersector heeft daar ruim twee jaar later nog niet echt een antwoord op gevonden. Theaters en gezelschappen lijken hun vingers niet te willen branden aan een kwestie die de Britse samenleving tot op het bot verdeelt.

Een pessimistische lezing van de recente stoelendans onder artistiek leiders zou doen concluderen dat de sector kiest voor behoudende veiligheid. Emma Rice moest na een jaar het veld ruimen bij Shakespeare’s Globe (te vrijzinnig), Conrad Lynch verliet na één seizoen Theatre by the Lake (in Brexit-stemmend Cumbria) en onlangs vertrok de Duitse Walter Meierjohann bij HOME in Manchester, een theater met een sterk internationale artistieke agenda. Dat is echter geen volledig beeld; bij gerenommeerde plekken zoals het Bush Theatre, Royal Court en Young Vic werden juist progressieve keuzes voor artistiek leiders gemaakt: jong, vrouwelijk en van cultureel diverse achtergrond. Maar waar zij een groot engagement tonen met Britse sociaal-politieke ontwikkelingen, is hun oriëntatie tegenover Europa (nog) onduidelijk.

Vooralsnog reageert de Britse theaterwereld net als andere sectoren in Groot-Brittannië als het op Brexit aankomt: afwachtend en onzeker.

Teunkie van der Sluijs is theaterregisseur in Nederland en Groot-Brittannië.