MOSKOU

Op de zwarte lijst

In de vorige Globe werd verslag gedaan van de toenemende invloed van de Russische overheid op de theaterwereld. Die leidde er onder meer toe dat een van de bekendste theater-, film- en tv-regisseurs, Kyrill Serebrennikov, begin dit jaar weigerde zijn meest recente toneelvoorstelling te laten selecteren voor het Russische theaterfestival, een activiteit van het Russische Ministerie van Cultuur.

Het lijkt er inmiddels op dat Serebrennikov die weigering en meer in het algemeen zijn protesten tegen de Russische politiek (lees: Poetin) plus de toenemende invloed van de Russisch Orthodoxe Kerk op culturele zaken moet bekopen met een verhevigde aandacht van de autoriteiten voor zijn werk. Wie het vorig jaar verschenen onthullende (en onthutsende) All The Kremlin’s Men – Inside The Court Of Vladimir Putin van Mikhail Zygar heeft gelezen weet dat er zwarte lijsten bestaan met kunstenaars wier naam en werk niet meer mogen worden genoemd en die vervolgens ook geen werk meer krijgen aangeboden (de voortreffelijke actrice Oxana Mysina, die een aantal jaar geleden ook bij ons indruk maakte met haar monoloog K. I. From Crime, staat bijvoorbeeld op zo’n lijst) en dat de Russische overheid er geen been in ziet om onwelgevallige stemmen (inmiddels vrijwel alle liberalen) met een bedachte casus het leven zuur te maken.

Zo bedacht het Russische Openbaar Ministerie dat het Gogol Center, Serebrennikovs eigen theater in Moskou (dat het nodig vindt om op zijn website ‘Gogol Center is a place of freedom’ te vermelden), misbruik had gemaakt van subsidiegelden door te beweren eind 2012 de voorstelling A Midsummer Night’s Dream te hebben uitgebracht. Nadat Serebrennikovs appartement in mei was doorzocht, werd in juni voormalig zakelijk leider Aleksei Malabrodsky opgepakt en voor de rechter geleid, verdacht van het op grote schaal verduisteren van overheidsgeld. Serebrennikov vroeg via Facebook mensen die de voorstelling hadden gezien daarvan getuigenis af te leggen, waaraan in ruime mate gehoor werd gegeven. Verder liet Serebrennikov honderd affiches van de voorstelling bij het Openbaar Ministerie bezorgen plus de recensie van John Freedman, een uit Amerika afkomstige en in Moskou gevestigde theatercriticus (en toevallig (?) ook de echtgenoot van Oxana Mysina) die de productie een blik ‘into the dark recesses underlying Shakespeare’s play’ noemde.

Het maakte allemaal geen indruk op de officier van justitie die, geheel in de geest van de klassieke Russische propaganda, zou hebben gereageerd met de opmerking dat iedereen kan schrijven en drukken wat hij wil.

Een volgende tegenslag kreeg Serebrennikov te verwerken toen het Bolsjoi Theater begin juli de wereldpremière van de balletvoorstelling Nureyev afgelastte. Rudolf Nureyev was niet alleen een legendarische balletdanser, hij was ook een van de eerste kunstenaars die de Sovjet-Unie ontvluchtte. En hij was homoseksueel. En hoewel er geen officiële verklaring voor de afgelasting werd gegeven, kwam naar buiten dat het expliciet tonen van Nureyevs seksuele geaardheid de reden was voor de afgelasting. In een toespraak tot de cast zei Serebrennikov dat de voorstelling in de ‘huidige tijdgeest helaas niet kon worden getoond maar in de toekomst zeker zou worden uitgebracht en dan een langdurig succes tegemoet kon zien’.

De afgelasting past in het beleid van Poetin (en de Russisch Orthodoxe Kerk) waarin Rusland als hoeder van de christelijke beschaving wordt gezien (het zogenoemde Derde Rome waarvan Kiev de basis vormt) en het ‘decadente’ Europa tot in de televisiejournaals laatdunkend wordt aangeduid als ‘Gayropa’.

Half augustus werd bekend dat Serebrennikov de European Theatre Award krijgt toegekend.

Constant Meijers

BERLIJN

Storm bij de Volksbühne

Hoe de sleutel precies werd overgedragen is niet vastgelegd voor het nageslacht, maar de gezichten zullen niet vriendelijk zijn geweest. Sinds 1 augustus is Chris Dercon de baas van de Volksbühne in Berlijn, maar de nu ruim twee jaar durende shitstorm rond zijn opvolging van de legendarische Frank Castorf maakt de kans op succes niet bijster groot.

Het begon al met de aankondiging van zijn komst, in april 2015. De Vlaamse Dercon is geen theaterman, maar directeur van het Tate Modern in Londen en eerder van Boijmans van Beuningen in Rotterdam, en zijn eerste communiqué stelde dat hij van de Volksbühne een multidisciplinair huis wilde maken, met onder anderen Susanne Kennedy, Mette Ingvartsen en Boris Charmatz als vaste kunstenaars.

De storm brak pas echt los toen de oude garde van de Volksbühne publiekelijk tegen hem in het geweer kwam. Zomer 2016 schreven de medewerkers van het theater een brandbrief aan de gemeente. ‘Deze wisseling van artistieke leiding is geen vriendschappelijke overname. Het is een historische nivellering en sloop van identiteit. De artistieke verwerking van maatschappelijke conflicten wordt verdrongen ten gunste van een wereldwijd verbreide consensuscultuur met uniforme presentatie- en verkoopmodellen.’ Eén woord uit de brief komt steeds terug in de (talrijke en uitgebreide) commentaren in de pers en online: Eventbude; Dercon zou van de Volksbühne een ‘evenementenkraam’ maken, zonder eigen artistiek en politiek smoel – wat nu juist het unieke was aan de bende van Castorf.

De verontwaardiging lijkt overdreven, maar is beter te begrijpen als je hem ziet als uiting van de grote identiteitscrisis van de stad Berlijn. De Volksbühne was een van de laatste bolwerken van de esprit van het oude Oost-Berlijn – antikapitalistisch, theoretisch marxistisch en politiek kritisch – en Castorf zag de hereniging van de twee Duitslanden in 1990 nadrukkelijk als een overname. De Volksbühne was in zijn visie het laatste bastion van het Oosten. Castorf werd intendant in 1992, kort na de Wende, en heeft de stad waar hij geboren is ingrijpend zien veranderen en wat hem betreft niet ten goede. De straten rondom het theater zijn inmiddels stevig gegentrificeerd, met hippe koffiezaken, flagship stores van Adidas en Hugo Boss en heel veel galeries. Dercon is, volgens zijn critici, iemand die hoort bij die beweging, niet iemand die daar kritisch tegenover staat.

Redelijker criticasters, die inzien dat Dercons werk niet beoordeeld kan worden voor het begonnen is, hekelen vooral de politieke achtergrond. Castorf zelf wilde niet weg, maar de Berlijnse cultuursenator Tim Renner vond het tijd voor een nieuwe koers voor de Volksbühne en parachuteerde Dercon in een mijnenveld. Renner is inmiddels weg en zijn opvolger Klaus Lederer heeft al geprobeerd de hele procedure ongedaan te maken en Dercon te wippen. Tevergeefs, maar politieke rugdekking voor de nieuwe Volksbühne-leiding is dus afwezig, te meer omdat de Berlijnse burgemeester Michael Müller (traditioneel eindverantwoordelijk voor het hoofdstedelijk cultuurbeleid) zich geheel afzijdig houdt.

Castorf heeft de laatste maanden van zijn Intendanz gebruikt om van het afscheid van de oude Volksbühne een pamflet voor het Oost-denken te maken, en daarbij de grootste show uit haar geschiedenis. De nieuwe leiding werd de toegang tot het gebouw ontzegd en traditionele vijanden als Claus Peyman, de oude vos die nu het Berliner Ensemble leidt, werden ingezet in de pamflettenstrijd.

De laatste dagen werd de ene coup de théâtre na de andere gepleegd: neonletters ‘OST’ werden al brandend van de gevel getakeld. Er was een straatfeest en aan het eind gingen alle lichten van het gebouw uit.

Felle strijd werd geleverd om het Räuberrad – het in staal uitgevoerde logo van wiel op pootjes dat op het plein voor het theater staat. Castorf en de zijnen wilden het verwijderen, maar de gemeente en de erven van scenograaf Bert Neumann, die het logo ontwierp, willen het graag voor de stad behouden. Er kwam een door de stad afgedwongen compromis: de sculptuur werd op 30 juni verwijderd en reisde met de troupe mee naar Avignon, waar de laatste voorstellingen gespeeld werden. Komend jaar wordt het opgeknapt en daarna wordt het teruggeplaatst – mits de gemoederen een beetje zijn bedaard.

Die kans lijkt klein. Als de afsluiting van het tijdperk Castorf vooral een excuus was voor wat overdreven Ostalgie, zou het nu wel gedaan moeten zijn. Dat is niet zo. Op 1 augustus nam de nieuwe leiding het gebouw over, en ook de sociale-media-accounts. De Volksbühne presenteert zich voortaan in vijftig tinten rood en heet niet lang meer ‘Volksbühne am Rosa Luxemburgplatz’ maar ‘Volksbühne Berlin’. Op de nieuwe site is het ruim tweehonderd pagina’s dikke programmaboek te downloaden. Het werd door de Castorf-fans allemaal met klinkende hoon en haat onthaald. Een petitie die het stadsbestuur oproept haar beslissing te herzien is al ruim 35.000 keer ondertekend.

Zo heftig was de agressie dat op de Facebookpagina een oproep werd geplaatst voor een respectvolle discussie. En zo begint Dercon zijn bewind met zeer weinig vrienden, een enorme hoop scepsis in een stad die weinig zo bevredigend vindt als een stevige strijd om de kunsten. Het echte werk begint op 14 september als Boris Charmarz zijn eerste project presenteert op het voormalige vliegveld Tempelhof.

En Castorf? Die gaat regisseren bij het Berliner Ensemble. Zijn Les Misérables naar Victor Hugo gaat op 1 december in première in het Bertolt Brechttheater.

Simon van den Berg