‘Waarom moet jij weer dingen máken?’, vraagt het personage Leyla aan Sven, de regisseur die haar vier jaar eerder verkrachtte en nu doodleuk aankondigt dat hij opnieuw het podium opzoekt. ‘Waarom kun jij niet gewoon onzichtbaar blijven?’

In Hoge bomen onderzocht theaterauteur Koen Caris hoe we moeten omgaan met daders die na hun wandaden weer terugkeren in het veld.

Precaire materie, die natuurlijk ook op de theaterredacties regelmatig ter sprake komt. Wat doen we als we beschuldigden (soms na jaren, soms veel eerder) in persberichten stilletjes weer terugvinden tussen de credits? Gaan we gewoon schrijven, of maken we een statement door weg te blijven? Benoemen we tussen haakjes waarvan diegene beticht is, en zo ja: hoelang gaan we daarmee door?

Antwoorden daarop zijn natuurlijk niet eenduidig, het levert geregeld discussies op aan de redactietafel.

Zelf kreeg ik, een paar weken nadat duidelijk werd dat onder Ivo van Hoves directeurschap een structureel onveilige werksfeer bij ITA was ontstaan, het verzoek van de krant om zijn nieuwe voorstelling op de Ruhrtriennale te bespreken – het was zijn eerste jaar als intendant.

Ik twijfelde: ik had uitgebreid over de kwestie geschreven en me regelmatig kritisch over zijn handelen uitgelaten. Bovendien zou deze voorstelling alleen in Bochum spelen; doorgaans zijn we terughoudend met het bespreken van werk dat niet in Nederland te zien is. Houden we, door voor deze première alsnog naar Duitsland af te reizen, die gewraakte prestigestatus rondom de regisseur niet juist in stand? Tegelijkertijd was het ook nieuws: bekende, in opspraak geraakte regisseur opent belangrijk kunstenfestival. Bovendien met een voorstelling met Sandra Hüller!

We kwamen uit op een reportage waarin ik zowel kon ingaan op de artistieke kwaliteit van de voorstelling, maar ook mijn ongemak rondom het bespreken van deze première handen en voeten kon geven, en de (vlak daarna overigens verbroken) verwevenheid tussen ITA en de Ruhrtriennale kon bevragen.

Onder sommige collega’s was naderhand scepsis over mijn artikel: zij vonden dat ik de productie los had moeten zien van de misstanden hier in Nederland, en dat het artistieke team van deze voorstelling niets te maken had met de situatie bij ITA.

Ik moest denken aan een recensie die ik een jaar eerder voor Theaterkrant schreef, over werk van een theatermaker die een in opspraak geraakte regisseur gevraagd had voor de eindregie. Ik besloot destijds de kwestie in mijn artikel niet aan te halen, omdat ik vond dat (potentieel) publiek van deze relatief nieuwe maker – met nauwelijks nog recensies in het archief – een bespreking op artistieke inhoud verdiende. Bovendien is het niet ongebruikelijk om eindregisseurs niet expliciet te crediteren in een recensie.

Op de dag van publicatie kwam meteen kritiek: een theatermaker was verbijsterd dat ik er met geen woord over repte. Dragen we als journalistiek platform zo niet bij aan een kritiekloze terugkeer van een dader van machtsmisbruik? Vegen we het noodzakelijke – ongemakkelijke – gesprek hierover, op deze manier onder tafel? Heel terechte vragen, natuurlijk.

Na de eerste #MeToo-golven, zitten we nu in de fase waarin daders steeds vaker zullen terugkeren (of in sommige gevallen, niet eens weggaan). Daartoe zullen we ons moeten verhouden, ook als journalisten. Dat doen we zo integer mogelijk, maar het blijft zoeken, steeds opnieuw afwegen. We discussiëren erover tijdens vergaderingen en in de foyers, en laten ons voeden door voorstellingen die de gedachten daarover scherpen (noteer alvast The Actor van Florian Myjer en The Imposter van Ada Ozdogan en iona&rineke, later dit seizoen). We houden rekening met slachtoffers, maar zijn er ook om nieuws en context bij de lezer te brengen.

Ja, het gedrag van daders is vaak pijnlijk, en woestmakend natuurlijk. Maar in de kern, voorbij alle nuances, mitsen en maren, was het vaak ook heel duidelijk: dit wijzen we eensgezind af.

De fase waarin we nu zijn beland, roept veel meer morele verdeeldheid op. Feit is: wanneer een dader genoeg ‘gestraft’ is en of daar überhaupt sprake van kan zijn, daar denkt iedereen anders over. Dus zal er kritiek (blijven) komen op de keuzes die we maken: we zullen ons als journalisten door het ongemak van onszelf en van anderen heen moeten navigeren, en wat mij betreft doen we dat met open vizier en aanspreekbaar.

‘Natuurlijk mag jij terugkeren naar de samenleving’, zegt Leyla tegen Sven, ‘maar daarmee heb jij niet gelijk weer recht op een publiek.’ Ze heeft gelijk: die gunst – het ‘recht’ op publiek – moet elke keer weer verdiend, bevochten en bevraagd worden.

Beeld Herman van Bostelen

Sander Janssens is theaterjournalist voor de Volkskrant en Theaterkrant.

Dossiers

Theaterkrant Magazine januari 2026

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.