‘Op de toneelschool moesten wij als klas collectief in therapie omdat er geen goeie chemie tussen ons was en daarmee geen onderling vertrouwen. Ik vond het niet leuk in die klas, maar die therapeute vond ik superinteressant – het graven naar wat er echt aan de hand was. Ik was altijd al gefascineerd door hoeveel verschillende versies er van jezelf en een ander bestaan, en hoe mensen elkaar onbewust manipuleren.

Tijdens mijn studietijd was er kort een bezetting door studenten van een van de schoolgebouwen, onder leiding van iemand die het hele systeem omver wilde werpen. Of zoiets. Ik vond het onduidelijk wat hij wilde, maar hij was heel charismatisch. Het was een rare periode, waarin sommige leerlingen zonder nadenken een verzonnen hek oversprongen. Omdat iemand zei dat dat moest. Ik had daar een afkeer van.

Je moet natuurlijk kritisch zijn, maar als het over theater maken gaat, is dat misschien niet de juiste omschrijving. “Kritisch zijn” suggereert iets afstandelijks, terwijl je je in een maakproces ook ergens in moet storten, je oordeel moet kunnen uitstellen, inconsequent moet kunnen zijn. Dat is belangrijk.

Maar ik denk dat je goed moet blijven kijken naar wat er achter de dingen zit die je te zien krijgt. Dat is vaak niet wat het lijkt en ik vind theater mooi als het méér is dan wat het lijkt.

Daarin wil ik ook onbevangen blijven ten opzichte van mezelf, of ten opzichte van acteurs die ik regisseer. Want het is moedig om telkens weer naar jezelf te laten kijken. En als je onzeker bent, wat altijd gebeurt in een creatief proces, is het niet makkelijk om open te blijven, om niet te verharden of dicht te klappen.

Naarmate ik ouder word, is mijn bewustzijn over wat ik doe in mijn werk steeds verder gegroeid. Je overziet – soms helaas – beter wat de consequenties zijn van wat je op het podium doet, en je leert je eigen beperkingen of angsten kennen. Die wil je natuurlijk niet zomaar accepteren, daar wil je tegenaan duwen, je wilt risico’s nemen. Dan kun je op je bek gaan, en voor falen is vaak niet veel ruimte. Toch gaat het daar wel om: dat je jezelf en het verhaal dat je jezelf en je publiek over jezelf vertelt, durft open te breken. Dat is een doorlopend proces.

Ik weet niet waarom ik dat steeds doe. Ik weet alleen dat ik zo in elkaar zit. Het is een combinatie van blijven zoeken naar hoe ik verder kan gaan, en toch ook accepteren wat er is, waarmee ik het moet doen. Maar als je me vraagt waar kunst toe dient, dan kan ik wel de meetbare economische waarde noemen, de waarde voor een sterke democratie, culturele erfenis etcetera – en natuurlijk ben ik het daar mee eens – maar dat betekent niets voor iemand die kunst niet ziet als onmisbaar onderdeel van een bloeiende gemeenschap, waarvan hij of zij zelf ook deel uitmaakt.

Ik zou iedereen een “kunstervaring” toewensen. Ik denk dat het veel uitmaakt als je dat zelf ooit hebt gehad, dat je er op wat voor manier dan ook door bent aangeraakt. Ik werd zelf als kind meegenomen naar toneel, en werd meteen gegrepen door wat ik zag. Het zei me iets over de werkelijkheid, iets wat ik toen in het echte leven niet onder woorden kon brengen. Ik zag in een paar uur iets kleins wat mijn hele leven, het hele leven, groter en transparanter maakte.

In mijn werk vind ik het ook spannend de complexe realiteit met al die verschillende betekenislagen te laten zien. In het dagelijks leven word ik vaak gek van al die verschillende indrukken, maar in het theater kan ik dat allemaal naast elkaar laten bestaan. Daar vertellen al die verschillende perspectieven samen toch een verhaal.

Maar om dat allemaal te kunnen vertalen moet er wel ruimte zijn voor het experiment, en ik denk dat die er nu – met name voor jonge makers – steeds minder is. Jonge kunstenaars lijken meer en meer op zichzelf te worden teruggeworpen als het aankomt op zakelijke, productionele en communicatie-ondersteuning, waardoor er minder ruimte is om je te kunnen bezighouden met de kern van je vak, en dus om je verder te kunnen ontwikkelen als kunstenaar.

Eigenlijk is dat het allerbelangrijkste: educate yourself. Ontwikkel jezelf actief en zo breed mogelijk; daar kun je altijd tijd en ruimte voor maken. Nieuwsgierig blijven en jezelf af en toe weer eens uitvinden. En of je nou linksom of rechtsom gaat, we proberen toch altijd alle puntjes met elkaar te verbinden totdat er een redelijk verhaal ontstaat. Een verhaal over onszelf waarmee we kunnen leven.’

Opgetekend door Marijn Lems