In Nederland worden schrijvers te weinig als makers erkend, constateren Theater Bellevue en Dawn Collective. In dat licht startten ze gezamenlijk de Schrijversstudio. Beginnende schrijvers gaan een gedegen begeleid traject in, waarbij het ook gaat om de ontwikkeling van schrijvers met minder vaak gehoorde verhalen. ‘Wat zouden zij op het toneel willen zien?’
Oumaima Belkhdar (2000) begon met schrijven toen haar moeder haar rond haar dertiende een keyboard cadeau gaf. Ze was toentertijd groot fan van Taylor Swift en vond het geweldig dat de wereldster haar eigen nummers schreef. ‘Ik wilde ook schrijven en muziek maken’, zegt Belkhdar op een terras in Amsterdam.
Heel wat nummers later vroeg ze zich af of ze ook zou kunnen schrijven zonder een instrument of haar zangstem nodig te hebben. Zo rolde Belkhdar de poëzie in en deed mee aan Poetry Circle, begon bij literair platform Vuurland en nam deel aan de schrijfresidentie van het Vlaams-Nederlandse cultuurhuis DeBuren.
Ook meldde ze zich aan voor de Junior Schrijvers van Theater Bellevue, een workshopprogramma voor jongeren om zich als auteur voor theater te ontwikkelen. Hoewel Belkhdar en de andere deelnemers tijdens dit traject ook aan de slag gingen met hun eigen teksten, merkte ze dat ze meer wilde. Vaker sparren, meer tijd om een idee om te zetten in een compleet scenario. ‘Ik had de tools om te schrijven, nu wilde ik plannen gaan realiseren.’
Dus toen de Schrijversstudio in het leven werd geroepen in 2025 voelde het als de logische volgende stap voor haar. Als ze tot de geselecteerden zou behoren, zou ze haar allereerste scenario uit kunnen werken.
De bron van een stuk
Het initiatief voor de Schrijversstudio ligt bij Theater Bellevue en Dawn Collective, een Amsterdams theaterproductiehuis dat zich vooral richt op nieuwe stemmen. Het idee is om schrijvers te begeleiden wier perspectieven momenteel minder gehoord worden, denk aan vrouwen of biculturele, neurodiverse of queer mensen, vertelt Eve Hopkins, directeur van Theater Bellevue, in een kamertje in het theater.
Nasim Miradi, artistiek directeur bij Dawn Collective, vult aan: ‘Maar die ongehoorde verhalen komen niet altijd van mensen die aan de reguliere schrijfopleidingen zijn afgestudeerd. Daarom doen we ons best om deelnemers te zoeken die bijvoorbeeld een achtergrond in de poëzie, spoken word of storytelling hebben.’
Over waarom ze zich op schrijvers richten zijn Hopkins en Miradi heel duidelijk en gepassioneerd: in Nederland worden schrijvers te weinig als makers erkend. Hopkins: ‘Anders dan in het Angelsaksische model zijn bij ons regisseurs allesbepalend. Zij geven opdrachten aan schrijvers om een bepaald scenario uit te werken of een boek te bewerken.’
Miradi: ‘Het komt veel minder vaak voor dat de schrijver de bron is van een stuk.’
Hopkins: ‘Bij Bellevue proberen we daar al verandering in aan te brengen door drie producties per jaar te programmeren die vanuit een schrijver zijn ontstaan. Denk aan Teckel afgelopen jaar, een toneelstuk dat is geïnitieerd door Nina van Tongeren en waarbij we haar zo’n drie jaar lang hebben begeleid. Pas later zijn we regisseurs gaan zoeken bij dit werk, dat zijn uiteindelijk Eva Knibbe en Paulien Geerlings geworden.’
Maar meer auteurs zijn zeker welkom. Vandaar de Schrijversstudio, met twee trajecten: nummer 1 voor beginnende theaterschrijvers en nummer 2 voor degenen die al eens eerder een theatertekst hebben geschreven of een schrijf- of kunstvakopleiding hebben afgerond.
In beide tracks werken de deelnemers binnen een jaar tot anderhalf jaar toe naar een compleet scenario van een half uur (Schrijversstudio 1) of een uur (Schrijversstudio 2). De deelnemers (respectievelijk zes en drie) krijgen een vergoeding en persoonlijke begeleiding van een al gevestigde theaterauteur of dramaturg. Bovendien zijn er twee lezingen met professionele acteurs en een regisseur voor een publiek om er beter achter te komen wat er wel of niet werkt in een tekst en hoe wat er op papier staat overkomt op het toneel.
Die lezingen vinden voor een publiek plaats in Theater Bellevue, maar ook tijdens makersfestivals als Jonge Harten in Groningen of Festival Cement in Den Bosch.
Herkenning
Voor Miradi is de noodzaak voor het opvoeren van ongehoorde verhalen al jarenlang evident: haar productiehuis stond – tot 2024 onder de naam Rose Stories – aan de basis van succesvolle voorstellingen als Melk en dadels (2018), Happy in Holland (2023) en het recente Black Joy (2026). Voorstellingen over biculturaliteit die zeer resoneerden bij de bezoekers in de zaal. Miradi: ‘Het publiek bestond bij deze werken vaak uit mensen die zich konden herkennen in wat ze op het podium zien. De chemie die op zo’n moment kan ontstaan is fantastisch. Ik had dat zelf jaren geleden bijvoorbeeld bij Nobody Home.’
In die door Daria Bukvić geregisseerde voorstelling uit 2014 reflecteren vier kunstenaars met een vluchtachtergrond op hun leven en op het vluchtelingenbeleid in Nederland. Nobody Home werd een groots succes: recensenten prezen het licht verteerbare werk dat hier en daar wat mokerslagen uitdeelde. Miradi herinnert zich zeker de impact ervan, maar wat er zo resoneerde bij haar staat haar ook goed bij: ‘Het was voor het eerst dat ik op het toneel het accent van mijn moeder hoorde en dat dat niet gekoppeld was aan terrorisme.’
Eenzelfde soort reacties van herkenning kreeg ze te horen na eerdergenoemde voorstellingen als Happy in Holland, een coproductie van Theater Bellevue en Via Rudolphi over een familie met een Chinees-Indisch restaurant. ‘Ik zie mijn verhaal voor het eerst’, kreeg Miradi vaak te horen van de veelal Chinees-Nederlandse bezoekers.
Doemsdag
Hoe hartverwarmend deze voorbeelden ook zijn, met de Schrijversstudio proberen Theater Bellevue en Dawn Collective niet alleen maar te mikken op herkenbaarheid; ze zoeken niet alleen naar egodocumenten of naar verhalen over één specifieke groep. Miradi: ‘Het gaat er vooral om dat er meer ruimte moet zijn voor de ontwikkeling van minder gehoorde verhalen en voor schrijvers met die verhalen. Wat zouden zij op het toneel willen zien?’
Schrijver Pelumi Adejumo rondde vorig jaar Schrijversstudio 2 bijvoorbeeld af met een tekst over de liefdesrelatie tussen schrijver Alice Walker en singer-songwriter Tracy Chapman. Miradi: ‘En Debby Sevenhuysen werkt nu aan een verhaal over wat AI met de mensheid gaat doen. Ik denk dat het een grote toevoeging is dat iemand die neurodivers is dit onderwerp uit gaat diepen.’
Oumaima Belkhdar werkte, toen ze tot haar grote vreugde vorig jaar werd toegelaten tot Schrijversstudio 1, aan een verhaal dat redelijk dicht bij haar lag. Lash gaat over twee Marokkaanse zussen, van wie de een binnenkort gaat trouwen met een man. Beide zussen zijn queer, maar gaan anders om met dat deel van hun identiteit, waardoor er frictie tussen hen ontstaat.
Na afronding van Schrijversstudio 1 meldde Belkhdar zich aan voor Schrijversstudio 2 – zo enthousiast was ze over het werken aan een theatertekst. Nu verdiept ze zich sinds een paar maanden in een compleet ander scenario. ‘Ik wilde iets neerzetten wat minder hyperrealistisch was dan mijn eerste werk’, zegt ze. ‘Dit nieuwe verhaal speelt zich af op doemsdag, de laatste dag op aarde. De personages zijn een vrouwelijke imam, een disco-cowgirl en een caissière, die elkaar in een ingestorte kerk ontmoeten.’ Ze vindt het geweldig om haar fantasie de vrije loop te laten. Ook kan ze nu een andere vorm onderzoeken: muziektheater. ‘Ik heb aangegeven daarmee te willen experimenteren en heb nu dramaturg en theatermaker Janine Brogt als begeleider – echt een icoon!’
Lezingen
Van Schrijversstudio 1 heeft Belkhdar veel geleerd. Met theatermaker en filmmaker Fadua El Akchaoui, haar externe begeleider, besprak ze bijvoorbeeld hoe ze met de tijd in het stuk kon spelen. Misschien hoefde ze geen sprongen in de tijd te maken, maar konden de minuten in real time wegtikken: we volgen de twee zussen precies gedurende een half uur van hun leven.
Na veel geschaafd te hebben aan de tekst volgde de eerste lezing. Belkhdar begint te stralen: ‘Dat was heel bijzonder. Er waren idolen van mij aanwezig: Jouman Fattal deed de regie en Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane en Nora Akachar waren de acteurs. Ik weet nog dat ik dacht: mijn moeder heeft films en series gezien waar jullie in spelen!’
Tijdens die lezing vielen direct een paar dingen op. Ten eerste hoe goed de acteurs de personages snapten omdat ze bijna allemaal zelf ook een Marokkaanse achtergrond hebben. Maar Belkhdar merkte bijvoorbeeld ook dat een paar zinnen out of character waren voor een van de zussen – die zou ze later schrappen.
Een paar maanden en wat versies van de tekst later, volgde de tweede lezing, die compleet anders was. Dit keer was de regisseur Abdel Daoudi, die met veel respect omging met Belkhdar als auteur. ‘Hij gaf het woord veel aan mij of de actrices – hij was zich er denk ik heel erg van bewust dat het stuk ging over vrouwen’, zegt Belkhdar. ‘Maar ik was benieuwd wat hij ermee zou doen. Ik had hem dus misschien duidelijker moeten maken dat ik hem het complete vertrouwen gaf en dat ik flexibel ben met mijn tekst, dus dat hij er los mee mocht gaan.’
Dit maakte deze tweede lezing ook zeer waardevol voor de jonge theaterschrijver: ‘Voortaan zal ik altijd om één-op-één-tijd met de regisseur vragen zodat we onze werkwijzen goed door kunnen spreken.’
Pratende apparaten
Mo Mohseni is een getalenteerde alleskunner. Hij heeft bos- en natuurbeheer, biologie, internationaal land- en waterbeheer, natuur- en sterrenkunde en docent theater gestudeerd, én speelt vijf instrumenten. Binnenkort begint hij ook nog eens aan het Conservatorium van Amsterdam, met als hoofdvak zang.
Lange tijd dacht hij dat hij niet goed was in taal. ‘Op de basisschool had ik het maximale aantal punten gehaald voor mijn citotoets, maar begrijpend lezen was niet mijn sterkste vak, waardoor ik geen vwo-advies kreeg. Docenten zeiden ook tegen me: Thuis spreek je weinig Nederlands, dus het gaat misschien moeilijk worden op de middelbare school’.’
Als Mohseni nu teksten schrijft, merkt hij dat hij daarom af en toe denkt: oef, kan ik dit wel? Desondanks meldde hij zich begin dit jaar aan voor Schrijversstudio 1. ‘Voor die aanmelding moet je al een tekst inleveren, dus de mensen achter het programma hadden wel al iets van me gelezen. Aangezien ik geselecteerd ben hebben ze kennelijk vertrouwen in mijn kunnen.’
Sindsdien heeft hij zich daarom niet laten tegenhouden door zijn imposter syndroom en werkt aan een tekst over een dochter die haar vader bezoekt en erachter komt dat hij eenzaam is en zijn geboorteland Iran mist.
Mohseni’s begeleider is Jibbe Willems. ‘Heel vet’, straalt hij. ‘Ik vind hem heel goed: hij legt niet te veel dingen uit, maar laat veel aan de verbeelding over. Als sparringpartner vind ik hem ook heel fijn, hij neemt de tijd om zijn woorden te kiezen.’
De eerste versie van de tekst stuurde hij een tijdje geleden op, dit was een ‘meukversie’. ‘Daar had ik van alles in gestopt wat in me opkwam, gewoon om dingen uit te proberen. Ik wilde allerlei ideeën in de trechter gooien en hoopte dat Jibbe me zou helpen trechteren.’
Willems zei toen dat Mohseni te veel verschillende vertelstrategieën had gebruikt. ‘In één scène horen we bijvoorbeeld via een voice-over wat er in het hoofdpersonage omgaat, in een andere scène heeft het personage een dialoog met een lamp waaruit haar innerlijke gevoelswereld blijkt.’
Mohseni leerde keuzes maken, en heeft ondertussen het idee met een pratende lamp en andere huishoudelijke apparaten die communiceren verder uitgewerkt. ‘Via die apparaten in het huis van de krijgt ze allerlei informatie over hem, waardoor ze hem beter leert kennen. Dat absurdistische aspect is heel leuk aan theater, in film moet je toch iets realistischer zijn.’
Andere feedback die Mohseni goed is bijgebleven komt van het team van de Schrijversstudio. Mohseni dacht dat het een beetje veel zou zijn als het personage bovenop alle thematiek ook nog eens queer is. Maar hij werd juist aangemoedigd dat uit te zoeken – misschien krijgt de afstand tussen vader en dochter een diepere lading als dat personage non-binair blijkt te zijn en de vader dat niet helemaal begrijpt.
Netwerk
Uiteindelijk is het niet de insteek van de Schrijversstudio dat de geschreven stukken daadwerkelijk worden opgevoerd – alleen tijdens de twee lezingen is er publiek aanwezig. Maar dan is er geen decor en de acteurs en regisseur hebben slechts een paar uur met elkaar gewerkt. Is dat niet zonde na al je harde werk? Mohseni vindt dat meevallen: ‘Zo zit er weinig druk op, dat vind ik fijn. En ik zie dit vooral als ontwikkelkans.’
Oumaima Belkhdar is ook vooral blij dat ze tot nu toe zo veel heeft geleerd van de Schrijversstudio’s. ‘En ik weet dat ik bij Bellevue of Dawn Collective terecht kan als ik zou willen onderzoeken hoe het stuk wel op de planken zou kunnen komen.’
De twee jonge makers merken bovendien dat hun netwerk is gegroeid. Ze kennen nu andere beginnende makers, hun begeleiders, acteurs, regisseurs en mensen bij allerlei theaters of productiehuizen. Denk aan Theater aan de Rijn, NITE, Het Nationale Theater of het festival voor toneelschrijven Shakespeare is Dead. Zij komen vaak naar de lezingen of geven aan interesse te hebben in de nieuwe lichting schrijvers.
Hopkins: ‘Veel van die gezelschappen zijn echt op zoek naar schrijvers, ook voor de grote zaal. Maar dat kun je als schrijver niet in één keer – je moet vlieguren maken. Daar kan de Schrijversstudio bij helpen.’
Zij en Miradi noemen een lijstje op van deelnemers aan de Schrijversstudio die nu al opgepikt zijn door die gezelschappen of productiehuizen. Actrice Cripta Scheepers bijvoorbeeld, die vorig jaar een tekst schreef over een dochter die bij haar ouders op bezoek gaat van wie de werelden ver uit elkaar liggen. Maar één ding bindt de drie gezinsleden: hun liefde voor sciencefiction-televisieserie Star Trek. Het stuk begint daarom realistisch, maar verandert plots van stijl als het gezin met een ruimteschip op reis gaat.
Hopkins: ‘Tijdens de lezingen zagen we hoe goed speelbaar en grappig dit werk is, en die scifi-interventie is ook zo verrassend. Daarom gaan wij als Theater Bellevue en Dawn Collective dit stuk zelfs binnenkort maken samen met productiehuis Via Rudolphi.’
Ander voorbeeld: de eerdergenoemde schrijver Pelumi Adejumo is sinds dit traject benaderd door onder andere Theater Oostpool, Theater aan de Rijn, Likeminds en What You See Festival om samen te werken. ‘Deze gezelschappen en plekken zijn dus echt op zoek naar nieuw talent dat ze in de gaten willen houden of dat ze aan zich willen binden’, zegt Hopkins.
Dat kan betekenen dat die gezelschappen vooral schrijvers zoeken om de ideeën van regisseurs uit te werken, wat niet helemaal strookt met het doel van de Schrijversstudio om de schrijver meer als maker te zien. Maar Hopkins en Miradi zijn hoopvol. ‘Als je eenmaal binnen bent, kun je zelf ook ideeën gaan voorleggen’, zegt Hopkins. Miradi: ‘Misschien veranderen we niet binnen twee jaar het veld, maar wel over tien jaar. Hoe meer schrijvers we stutten, hoe dichterbij dat doel komt.’






