In elke turbulente periode in de kunstgeschiedenis waarvoor het predikaat ‘ieder woelt hier om verandering’ geldt, vallen kunstenaars tussen de schepen in. Misschien was Theo Kling wel zo iemand. Hij was door grote tradities gevormd. Radicale pioniers verdrongen hem echter steeds.

Theo Kling, acteur, vertaler, regisseur, hoorde aanvankelijk bij Centrum, later bij Toneelgroep Theater. Dat waren ruim vijftig jaar geleden belangrijke plekken in ons toneel. In de vroege jaren zestig, toen de wereld nog niet rood kleurde maar al wel naar hasj rook, trokken puberende toneelliefhebbers in Noord-Holland (waarvan ik er eentje was) vanaf het platteland vaak naar Haarlem. Naar die rare, mooie, oude, excentrisch gelegen schouwburg aan het Wilsonplein, die dit jaar 100 jaar wordt. Daar speelde Toneelgroep Centrum. Waar de reusachtige Guus Hermus en Joan Remmelts acteerden en regisseerden. Waar een aantal jonge spelers van het latere Werkteater debuteerden. Waar Pinter werd gemaakt zoals je die bijna nergens anders zag. Waar ze de Duitser Hagen-Mueller Stahl naar Haarlem haalden om te tonen hoe je Brecht ook kunt spelen. Daar werkte Theo Kling. Een erudiete, belezen man, als speler nog gevormd door Albert van Dalsum. In zijn memoires (Apocrief, 2014) schrijft Kling ontroerend over die reus, zijn toneelheld ‘Dal’: ‘Op zijn ronde rug draagt hij alle Klassieken mee, in zijn stem klinkt de poëzie van Egidius tot Marsman, op de vale rand van zijn hoed dansen Puck en Mackie Messer, zijn bolle ogen kunnen bliksemen, zijn handen verbeelden beurtelings duivels, goden en dansende rabbi’s.’

Bij Centrum regisseerde de classicus Theo Kling in 1967 Sophokles’ Elektra met zijn vrouw Henny Orri in de titelrol. De decors en kostuums waren van Roger Chailloux, die wijdse ruimten bedacht met een abstracte schoonheid. Muziek: Reinbert de Leeuw. Ook bijzonder. Voor mij en mijn leeftijdgenoten van het Noord-Hollandse platteland was dit onze eerste Griekse tragedie. De voorstelling hakte er flink in. Het seizoen daarop zagen we, ondertussen de trotse bezitters van een écht puberabonnement, onze eerste Sartre, ook een regie van Theo Kling: Vuile handen, met Carol Linssen als Hugo, Marja Kok als Olga en Guus Hermus als de pragmatische politicus Hoederer. Soms brandt een voorstelling zich in je geheugen. Dit was er zo een. In de tweede helft van de jaren zestig werd Centrum meer en meer het werkterrein van de combinatie Walter Kous (die er al sinds 1958 werkte) en nieuwlichter Peter Oosthoek. Zij introduceerden een breed repertoire van Britse angry young men tot Gerben Hellinga. Theo Kling vertrok. Bestemming: Toneelgroep Theater in Arnhem.

Daar kreeg hij te maken met de Nederlandse toneelvernieuwing door de combinatie van Elise (Liesje) Hoomans en de jonge, ambitieuze Hans Croiset, twee regisserende acteurs. Hier zagen we Brecht, Shakespeare, Pirandello en Goldoni zoals we die niet eerder zagen, hier speelden ze educatieve programma’s voor scholieren in kleine zalen. Theo Kling leverde zijn bescheiden maar boeiende bijdrage. Een combinatie van Strindbergs Pelikaan en Pinters Kamer op één avond (1966) met een ijzersterke rol voor Elise Hoomans in beide stukken. La Musica (1968) van Duras met Henny Orri en Eric van der Donk (muziek: Theo Loevendie). En als meesterzet Peter Handkes Kaspar, een speelse, muzikale voorstelling die om toneelspeler Bernhard Droog was gebouwd, met muziek door Pierre Courbois, de broer van Kitty, die tien jaar later triomfen zou vieren met dezelfde rol. Theo Kling, die de Defresne-prijs voor deze regie kreeg, schrijft in zijn memoires: ‘Kaspar, een onbeschreven blad, geen weet van de wereld, en nu, via stemmen die op hem in praten, klaargestoomd voor die wereld. Een kakofonie die hem tot trotse wereldburger maakt’.

Bij vlagen fascinerende lectuur trouwens, die in kleine kring uitgebrachte herinneringen van Theo Kling. Geen aangenaam toneelboek overigens. De man die tragisch tussen de schepen van pioniers beklemd raakte, slaat wild om zich heen. In zijn latere jaren regisseerde hij nog enkele solovoorstellingen van Henny Orri. Theo Kling stierf op 22 februari 2018. Hij is 88 jaar geworden.

Foto: Wouter van Heusden