Dacht je na het pionierswerk van kunstenaars als Hans van Manen en Erwin Olaf zo langzamerhand wel veilig en ingeburgerd te zijn als queer maker, niets blijkt minder waar. Hein Janssen zag de afgelopen tijd voorstellingen van drie jonge theatermakers en sprak met hen over hun werk, hun gay-zijn, en hun inspiratiebronnen.

In een nogal openhartig interview onlangs in de Volkskrant, waarin Joop van den Ende Wilders een gezwel noemde en ex-minister Eppo Bruijns een gek, zei de producent ook verheugd te zijn dat dit land voor het eerst een homoseksuele premier krijgt. ‘Het is toch fantastisch dat we in deze tijd van vertrutting een premier krijgen die openlijk gay is, en vrolijke foto’s van zijn vriend deelt? Er is nog van alles mogelijk.’

Halleluja, zou je inderdaad denken: een openlijk gay-premier, met een leuke vriend notabene, en weg met de vertrutting. De realiteit is toch net even anders: toen Jetten namens D66 de verkiezingen won, kwamen daar uit het buitenland veel enthousiaste reacties op, maar op sociale media kreeg hij ook een hoop bagger over zich heen. Ook in Nederland lijkt de homo-emancipatie niet alleen tot stilstand gekomen, maar er is in toenemende mate sprake van agressie en geweld tegen homoseksuelen.

Dat zie je ook terug in het theater, waar hoogstpersoonlijk bekentenistheater al langere tijd in trek is. Theater als vluchtheuvel voor veelal jonge makers die willen vertellen over hun afkomst, cultuur, geloof of gender. Een deel daarvan gaat over queer-zijn; jaren geleden al vielen in die zin makers als Florian Myjer, Char Li Chung en Lars Brinkman op. Recenter maakten ook Just van Bommel, Thor Braun en Rowan Kievits persoonlijke voorstellingen over hun identiteit, eveneens opvallend vaak vanuit een klassieke inspiratiebron, zoals hier een boek Oscar Wilde of de films van Pier Paolo Pasolini.

Ronduit stilmakend en droevig was het slot van de voorstelling Pride & Prejudice van Theater Oostpool, waarin Jane Austens roman in regie van  Florian Myjer geestig en inventief wordt verweven met persoonlijke verhalen van de drie acteurs Eelco Smits, Kharim Amier en Just van Bommel. Die bekentenissen zijn aanmerkelijk minder geestig, integendeel ze getuigen van angst, twijfel en somberheid, en soms regelrecht geweld.

Dachten we dat we na Gerard Reve, Albert Mol, Hans van Manen en Erwin Olaf – om maar een paar belangrijke voorvechters te noemen – geheel en al veilig waren, geaccepteerd en ingeburgerd, krijg je dit weer: klappen. Het afgelopen jaar zag ik voorstellingen van drie jonge theatermakers en ik sprak met hen over hun werk, hun gay-zijn, en hun inspiratiebronnen. Gesprekken over ramen die beschoten worden, schaamte, subsidies en bouwvakkers. Maar ook over: kruip uit je schulp, trek die jurk aan, of die wollen zwembroek, vier feest, en leef!

Thor Braun

Thor Braun (26) maakte als student aan de theateropleiding van ArtEZ in Arnhem samen met regisseur Char Li Chung de voorstelling Jongens (2025), over zijn fascinatie voor de Italiaanse schrijver en filmmaker Pier Paolo Pasolini. Hij debuteerde al op tienjarige leeftijd in de film Het Geheim en is vooral bekend uit de tv-serie Oogappels. Ook was hij te zien in de voorstelling Postillon d’amour van Steef de Jong. In Jongens schildert hij ook, zijn tekeningen zijn onderdeel van de performance.

‘In de zomer van 2023 heb ik in Monaco min of meer bij toeval een exposite over Pasolini bezocht. Ik kende hem niet, maar werd meteen door zijn werk aangetrokken – die sluimerende homoseksuele gevoelens, dat romantische Italiaanse. Ik ben toen alles over en van hem gaan lezen, de dagboeken, de essays en natuurlijk ook zijn films gaan zien. Met al die informatie als basis begon ik brieven aan hem te schrijven, die ik later heb gebruikt voor de voorstelling. Eerlijke brieven, vol bewondering, maar ook met walging omdat het bij Pasolini toch ook gaat over zijn verlangens naar minderjarige straatjongens. Ik voelde schaamte daarover, maar tegelijkertijd herkende ik het, dat verlangen naar de jeugd, seksualiteit, erotiek. Ik denk soms dat ik een oude ziel heb, die ik in die films herkende – die tijdloosheid, dat struinen door de velden, die jongens…

Ik heb lang moeite gehad met het uitkomen voor mijn qay-zijn. Ik heb het ontkend, ermee geworsteld en mijn gevoelens geparkeerd, terwijl ik toch uit een artistiek, liberaal gezin komt. Nu heb ik een relatie waarin ik heel gelukkig ben. Maar nog steeds sluimert het gevoel dat ik door het ontkennen van wie ik werkelijk ben, veel heb gemist. Die mooie zomers waar het in Jongens ook over gaat, heb ik zelf nooit meegemaakt. Dat leidt bij mij soms tot een gevoel van rouw, van afscheid nemen van iets dat je niet hebt gekend.
De voorstelling gaat voor mij zowel over bevrijding als over schaamte, en ik ga best ver in mijn fantasieën. Ik weet dat Jongens ook een erotische voorstelling is en vind het ontroerend en grappig dat het daardoor een groot gay-publiek aantrekt, oud en jong. Ik sta daar in mijn eentje op het podium, in mijn wollen zwembroek, waar het trouwens in Pasolini’s werk vaak over gaat. Vervelende reacties kreeg ik gelukkig niet, behalve die ene keer dat er een man onaangekondigd in mijn kleedkamer stond.

Ik vind het moeilijk me te verhouden tot het queer-activisme van deze tijd, het wordt vaak zo politiek gemaakt. Maar natuurlijk steun ik de acties voor gelijkwaardigheid. Pasolini was in die zin een voorvechter en in alles omstreden. Ook daarom vind ik het belangrijk hem aandacht te geven, en op mijn manier eer te bewijzen: hij hoort gewoon bij onze queer-geschiedenis. Ik kan me voorstellen dat veel queer-mensen heimwee hebben naar die losse, vrije tijd van mannen in tuigjes, mannen naakt op rolschaatsen door de stad, vrouwen die een performance maakten met slijpstollen tussen hun benen.  Dat soort provocaties, dat zo uitbundig vieren van diversiteit, fantastisch moet dat zijn geweest. Pasolini was misschien niet zo uitbundig in zijn stijl, maar wel schaamteloos uitgesproken in zijn opvattingen. Ik vind het belangrijk dat die geschiedenis gekend blijft. De tijden nu zijn veel bedeesder, en in die zin denk ik toch vaak aan dit citaat van Pasolini: ‘Als je gedoemd bent om niet volgens de regels van de maatschappij lief te hebben, wordt de behoefte eraan obsessief.’

Rowan Kievits

Rowan Kievits foto RM Visuals.

Rowan Kievits (29) studeerde aan de AHK, en viel dit seizoen op met zijn voorstelling DORIAN: portret van een onstilbare, losjes gebaseerd op The Picture of Dorian Gray (1890) van Oscar Wilde. Daarnaast werkte hij met Karina Holla en is hij regelmatig te zien in kleinere rollen bij Nationale Opera & Ballet. Zo speelde hij een student in de shooting-school opera Innocence (regie Simon Stone) waarmee hij de wereld over reisde, van San Francisco tot Australië.

‘Ik ben als danser begonnen, maar had eigenlijk een voorkeur voor musical. Op school vonden ze dat niet zo chic, te veel entertainment en zo. Gaandeweg ben ik me steeds meer gaan ontwikkelen als performer. Maar ik kreeg gelukkig wel lessen in zang en spel. Al vrij snel wilde ik de kant van maker op en mijn eerste voorstelling Laatbloeier speelde ik in het Tapas Theater, een keldertje met vijftien mensen in de zaal. Dat was een dansduet met flarden tekst, een sprookjesachtig coming of age-verhaal. Het publiek vond het apart, dat ik midden in een lift (een bepaalde danspose, red.) ineens een tekst uitsprak. We speelden drie keer op een avond.

Toen kwam corona en werd alles stilgelegd, ik raakte volledig geblokkeerd. Niets kon meer, er was geen werk. Gelukkig vroeg Karina Holla me voor de voorstelling Oorlogsvrouwen, maar ook in die tournee vielen grote gaten. Gelukkig werk ik veel bij  Nationale Opera & Ballet – Der Rosenkavalier was de eerste productie waaraan ik meedeed, en nu vragen ze me regelmatig terug voor allerlei dingen.

DORIAN heb ik gemaakt nadat ik was afgestudeerd. Ik las The Picture of Dorian Gray al op de middelbare school, maar de queer-thematiek had ik toen totaal niet door. Mij trok vooral het duistere in dit verhaal, het hedonisme ook. Samen met Igor Cugat en Josephine Scholte hebben we van het boek een rigoureuze bewerking gemaakt die veel explicieter is en voor mij vooral gaat over hoe je te verhouden tot schoonheid. Dat onderwerp is namelijk wel een ding in mijn gay-bubbel: hoe je eruit ziet, en hoe lang dat houdbaar is. Ik kom wel aan mijn portie aandacht nu, maar ik zou me wel zorgen gaan maken als dat zou verdwijnen.

Tegenwoordig zijn er best veel sombere queer-voorstellingen ja, en vaak gaan ze over een moeizame coming-out. Alsof dat het eindpunt is, terwijl het queer leven dan pas begint. Ik wil niet blijven hangen in die bepaalde struggle. Ik vind het interessanter hoe me te verhouden tot die queer-community, hoe mijn werkzame leven en mijn liefdesleven in te richten in een heteronormatieve samenleving. Hot and happening is nu zeker ook activistisch theater, je krijgt een stuk makkelijker je financiering rond als je het in je subsidieaanvraag hebt staan. Maar het activisme in het theater vind ik vaak ook preken voor eigen parochie. Tenzij je die voorstellingen speelt op scholen of midden op de Dam.

Ja, ik weet dat de rechten voor queer mensen onder druk staan en dat is zorgelijk, maar in mijn werk wil ik daar niet te veel op focussen. Ik ben een levensgenieter, ik leef in het hier en nu, en geen idee hoe het er over drie maanden uit zal zien. Daarom ook is Dorian geen moralistische voorstelling, althans dat hoop ik. Het heeft een open eind, ik wil het publiek niet beïnvloeden in hun oordeel. Je moet uiteindelijk leven met de keuzes die je hebt gemaakt’.

Lars Brinkman

Lars Brinkman in Lola, foto Erik van ’t Hof

Lars Brinkman (32) studeerde aan de HKU en maakte indruk met solovoorstellingen Nader tot U (over zijn fascinatie voor de katholieke kerk) en Männerbund (over de vervolging van homoseksuelen in de Tweede Wereldoorlog). Hij speelde mee in de langlopende voorstelling Boys won’t be boys, en schreef als work-in-progress het toneelstuk Blauwe Lelies, op basis van interviews met Amsterdammers die vrienden en geliefden hebben verloren aan de gevolgen van de aids-epidemie. In 2024 verraste hij op De Parade met My Darling Demon, waarin hij zichzelf presenteerde als dragartiest Lola.

‘Nee hoor, Lola was geen eenmalig iets voor op De Parade, Lola blijft. Dat is een kant die ik in mijzelf heb ontdekt en die ik nu vrij kan laten. Via Lola kan ik uiting geven aan mijn dromen en angsten. Ik heb lang de angst gehad dat ik niet goed genoeg was, dat de feminiene kant in mij werd veroordeeld. En ik heb angst voor mannen, voor witte hetero cis-mannen. Komende zomer maak ik als Lola op locatie de voorstelling Dans, Man, Dans bij het Nieuw Utrechts Toneel. Daarin gaat Lola de confrontatie aan met vijf bouwvakkers en dat levert een hoop ongemak maar hopelijk ook verbinding op. Ze gaat op zoekt naar een manier om nader tot die mannen te komen, zich tot hen te verhouden. Het maken van die voorstelling start vanuit mijn angst, de stemmen in mijn hoofd, het monster dat in mijn hoofd leeft en toch steeds weer vraagt of ik wel mag zijn wie ik wil zijn. Het wordt spannend, het is voor het eerst dat ik zoiets groots maak.

In Theater De Richel heb ik vorig jaar zomer tijdens Pride Amsterdam drie avonden lang Lola’s Huis gepresenteerd met optredens, gesprekken en performances. In die periode bruist de stad van allerlei superfeesten, maar volgens mij gaat het niet zo goed met de queer-gemeenschap. Tijdens Pride hing de regenboogvlag aan mijn huis en vervolgens werden met een luchtbuks de ramen beschoten. Dat voelt niet echt veilig. Ik draag graag deze witte teddyjas en oorbellen, maar wordt op straat geïntimideerd, uitgescholden en er worden filmpjes van me gemaakt. Ik ga zomers niet in een jurk naar buiten, ook al zou ik dat graag willen, ik loop als Lola niet meer over straat. Vooral drag-queens en queer-visible personen hebben daar last van. Daar hebben we het in Lola’s Huis over gehad, wat je eraan zou kunnen doen, waar de hoop zit, en waar de verbondenheid.

In mijn linkse queer-bubbel hoor je vaak dat het niet aan ons ligt, maar aan de ander, aan al die heteromannen en -jongens. Maar ik denk dat die hele groep van ons afduwen niet werkt, en daarom wil ik contact met die mannen juist opzoeken. Het kan best zijn dat ik mijn eigen angsten te veel op hen projecteer. Daarom is het spannend Dans, Man, Dans te maken. Ik denk ook dat ik voor dansende mannen minder bang ben.

Ja, ik snap dat je drag ook als iets van vroeger kunt zien, iets nostalgisch, travestieten die Shirley Bassey zingen en dan vijf minuten gelukkig zijn. Voor mij is drag een visuele, beeldende vorm van theater maken, die ik combineer met een vleugje horror, waardoor mijn werk hoop ik een extra laag krijgt. En drag is de toekomst, daar ben ik van overtuigd! Wat mij persoonlijk betreft: drag geeft mij de vrijheid dingen te zeggen die ik anders niet zou zeggen. Daardoor kan ik harder zijn, en ook grappiger, hoop ik.’

Omslag: Jongens van Thor Braun/ Theater Oostpool
Foto Bart Grietens

Credits

Jongens van Thor Braun/Theater Oostpool is te zien in Theater Bellevue Amsterdam van 14/5 t/m 6/6

DORIAN: Portret van een onstilbare van Club WILD staat op 17 april, 15 mei, 12 juni en 24 juli in het café van De Richel in Amsterdam

Dans, Man, Dans van Lars Brinkman en Nieuw Utrechts Toneel is te zien van 4/6 t/m 21/6

Dossiers

Theaterkrant Magazine maart 2026

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.