De laatste keer dat ik hem zag spelen was als doodgraver in Hamlet vs Hamlet door de beproefde combinatie Shakespeare, Lanoye en Cassiers in 2014. Dat optreden had de rondborstige goedlachsheid die ook zijn legendarische Tommy Cooper imitaties in spelersbussen moeten hebben gehad, waaraan Josse De Pauw refereert in zijn ontroerende afscheidsgroet in De Standaard van 15 december 2017, de dag nadat Marc Van Eeghem ver voor zijn tijd overleed. De Pauw: ‘Toen ik later de sketches van Cooper himself bekeek waren die minder. Dat lag niet aan Tommy Cooper. Dat lag aan Marc’. De eerste keer dat ik Marc Van Eeghem zag spelen herinner ik me ook nog goed. Don Carlos in de versie van Koos Terpstra in Rotterdam, met de aangrijpende scènes samen met Cees Geel als Posa. Dat was 1995. Marc moet toen al minstens tien jaar aan het toneel, de televisie en de film zijn geweest. Hij droeg van meet af aan de signatuur van de Studio Herman Teirlinck waar hij werd opgeleid, het teken van de rotsmens in het Vlaamse toneel. Van Eeghem slalomde als een springbok door het landschap. Hij was een omnivoor. Bewoog zich door het vroege werk van Ivo van Hove en Guy Cassiers net zo soepel als in de latere hoogtepunten, zoals De man zonder eigenschappen (2010) en Maria Stuart (2014). Marc Van Eeghem stierf op 57-jarige leeftijd aan een rotziekte. Josse De Pauw: ‘Het is godgeklaagd. Prostaatkanker. Het is van de kloten.’

Foto: Diego Franssens

Dossiers

Theatermaker februari 2018