Elf jaar gaf Rob Ligthert (61) leiding aan de Toneelacademie Maastricht. Aan het begin van dit schooljaar heeft hij de functie neergelegd. In de docentenkamer blikt hij terug op een bewogen tijd. ‘Ik heb me binnen die constellatie van hogeschool en autonome kunstvakschool net iets te vaak donquichotterig moeten gedragen, terwijl ik liever voor de rol van Sancho gecast had willen worden.’
Wat is er met de vergeten 28 gebeurd? Dat vroeg Rob Ligthert zich af toen hij als kersverse theaterschooldirecteur door de gangen van de Toneelacademie Maastricht liep en stilstond bij de portrettengalerij met alumni. Op elke foto stond een afstuderende jaargang: steevast trotse, blije hoofden, gestoken in hun beste pakken. Het probleem: van die pakweg dertig afstudeerders per jaar, kende hij er meestal nog maar twee. ‘Ik dacht: wat is er met de rest gebeurd? Zij waren toch ook goed genoeg bevonden om de opleiding te doorlopen? Wat heeft de opleiding voor hen betekend? En waarom zouden we die twee die we nog wél kennen, a priori succesvoller vinden dan de anderen?’
De afgelopen elf jaar gaf hij leiding aan de Toneelacademie Maastricht, aanvankelijk als directeur, later als opleidingsmanager en teamleider. Maar bij aanvang van dit schooljaar verruilde hij zijn directiekamer aan de overkant, voor een bureau in een gedeelde docentenkamer, op de bovenste verdieping van het voormalig weeshuis om de hoek van het Vrijthof. Hij blijft als kerndocent voorlopig nog nauw betrokken bij de opleiding.
Inmiddels voeren Anne de Loos, die sinds 2024 al als opleidingsmanager naast Ligthert werd aangesteld, en Milone Reigman als duo de dagelijkse leiding over de Toneelacademie Maastricht.
Het plan was eigenlijk dat hij twaalf jaar vol zou maken, maar de voortdurende frictie met de managers van Hogeschool Zuyd, waar de academie onder valt, zette Ligthert ertoe dit schooljaar de functie al neer te leggen, vertelt hij begin oktober. ‘Ik geloof in heldere plannen en dat elke constellatie een eindigheid heeft. Dan moet je of jezelf opnieuw uitvinden, of plaatsmaken. Ik koos al vanaf het begin voor dat laatste. En dat werd een jaartje eerder dan gepland.’
Had je dan ook een helder plan toen je elf jaar geleden op de functie solliciteerde?
‘Goeie vraag. Nee. Ik had geen plan, behalve dat ik me al langere tijd had voorgenomen om hier weer terug te keren.’
Want de gangen en lokalen aan de Lenculenstraat waren niet nieuw voor Ligthert. Eind jaren tachtig studeerde hij er zelf, in de richting docent drama.
Na zijn afstuderen in 1989 maakte hij vooral naam als regisseur. Samen met zijn vaste toneelschrijver Peer Wittenbols (óók een alumnus van de Toneelacademie Maastricht, óók op de docentenopleiding), richtte hij direct na zijn afstuderen De Federatie op, dat in 2001 met Theater van het Oosten opging in Toneelgroep Oostpool. Van 2007 tot 2010 was hij daar artistiek leider. In 2014 werd hij directeur van de Toneelacademie Maastricht.
Bij zijn aantreden als directeur kreeg hij vanuit de overkoepelende onderwijsinstelling Hogeschool Zuyd mee dat hij vooral ‘op de winkel moest passen’. De Toneelacademie Maastricht staat bekend als de toneelschool met veel oog voor ambacht en techniek. Ligthert omschrijft de academie in die tijd als een prestigieuze school, waar de boel gerund werd door een ambitieus en fanatiek zelfsturend team, dat zich terdege bewust was van de naam en de faam. ‘Er was een grote drang om studenten zo snel mogelijk klaar te stomen voor de beroepspraktijk. Dat was natuurlijk ook een grote kwaliteit en die wil ik zeker niet diskwalificeren. Maar in retrospectief kan ik zeggen dat het soms voor te veel druk zorgde.’
De Toneelacademie was volgens hem geënt op een hiërarchische georiënteerde theaterwereld: een piramide waarbij vooral naar de famous few in het puntje erg wordt opgekeken, de acteurs die in grote gesubsidieerde producties de hoofdrollen vertolken. ‘Lange tijd was de hele infrastructuur van de sector daarop ingericht. Dat kon ook, er waren in elke stad grote gezelschappen met vaste contracten. Maar dat resulteerde ook in hardnekkige mythes over wat goed acteren is.’
De theaterwereld veranderde, maar de Toneelacademie bleef hangen in het oude. Dat leidde tot veel druk, stress en een soort ‘permanente hijgerigheid’ om de beste onder de studenten te worden.
Ligthert wilde de rust terugbrengen op de opleiding, een omgeving scheppen waar studenten ook langer dan vier jaar over hun ontwikkeling konden doen, en logica en efficiëntie niet per se leidend waren als het gaat over het klaarstomen voor de beroepspraktijk als theatermaker. Goed onderwijs, leerde hij van pedagoog Gert Biesta, gaat over vertragen en onderbreken: niet rechtstreeks naar een einddoel, weg bewegen van die instant-behoeftebevrediging, maar omwegen maken en dwalen. ‘Ik dacht voorzichtig: kunnen we ons als kunstvakopleiding meer richting een ontwikkelhuis bewegen? Waar studenten vanuit betrekkelijke rust hun eigen positie en eigen plan kunnen trekken, in plaats van zich te schikken naar de ratrace die voor ze is uitgestippeld.’
Dat stuitte ongetwijfeld op weerstand.
‘Tja, iedereen wil graag geloven in zijn eigen mythen, en dat gold ook op de Toneelacademie. De school genoot veel aanzien, waardoor er niet echt redenen waren om de bestaande opvattingen te bevragen. Tegelijkertijd was ik niet de enige die dat gevoel van volheid herkende. Het werd al heel lang opgemerkt, maar nog niet voldoende geproblematiseerd.’
Wat betekende dat voor de opleiding?
‘Dat we ons niet vooral meer bezighielden met het puntje van die piramide, maar dat hele bouwwerk serieus gingen nemen. Ik geloof in de veelheid van deze kunstvorm. Dat betekende dat de student centraal meer centraal kwam te staan, dat iedereen gezien wordt als maker. Dat was vroeger ondenkbaar. En dat we onze structuren moesten omgooien: de manieren waarop we onderwijs inrichten en beoordelen. Vragen als: wat is het verschil tussen macht en hiërarchie?’
Vragen die op de opleiding neem ik aan sowieso aan urgentie wonnen, in een tijd waarin anders naar sociale veiligheid wordt gekeken?
‘Machtsstructuren worden blootgelegd aan de hand van de excessen die ze voortbrachten. Het kan niet anders dan dat je als school jezelf dan binnenstebuiten gaat keren en met elkaar in gesprek gaat over hoe de macht is georganiseerd. Dat gesprek heeft bij ons ook plaatsgevonden.’
Zoals elke toneelschool heeft de Toneelacademie Maastricht de afgelopen tien jaar ook te maken gehad met grensoverschrijdend gedrag en, in het verlengde daarvan, de veranderende perspectieven op hoe een veilige leer- en werkomgeving wordt ingericht. Eind 2017 kwam de opleiding in het nieuws vanwege jarenlang grensoverschrijdend gedrag bij een bewegingsdocent.
‘We zijn natuurlijk een kleine gemeenschap, dat is een kracht en een zwakte. Informele en formele structuren lopen dan al snel door elkaar heen. Ik kwam tot de conclusie dat het al snel een grijs gebied werd.’
Er was behoefte aan heldere protocollen, zegt Ligthert. ‘We zijn met elkaar, ook met studenten, in gesprek gegaan over didactische hygiëne en sociale veiligheid. Ik geloof dat studenten ook behoefte hebben aan een soort gestrengheid. Ik denk dat hiërarchie goed is en macht per definitie corrumpeert. Er is een verschil tussen feedback geven en beoordelen, en het is belangrijk om wederzijds goed duidelijk te maken wanneer waar plek voor is.’
Reageert een theaterschool op veranderingen in het theaterveld, of is het andersom, en verandert het theaterveld omdat de scholen vernieuwen?
‘Dat is altijd de vraag, ook bij de jaarlijkse overleggen met het Landelijk Netwerk Theaterscholen: in hoeverre ben je als opleiding vormend of volgend? Elke school zal zeggen voornamelijk vormend te zijn, dat hoop je toch.
‘Tegelijkertijd reageer je natuurlijk ook op veranderingen in de sector, voor zover je die kunt vaststellen. Van sommige dingen is dat helder. Een trend die je recent niet kan zijn ontgaan, is dat de onlinestreamingdiensten van nieuwe Nederlandse series niet bij te houden zijn, en dat er in de gamewereld steeds meer narratieven worden opgetuigd op basis van personages die op acteurs gebaseerd zijn.
‘Aan de andere kant weten we dat er maar een stuk of dertig vaste contracten voor acteurs zijn. Dat betekent dat je acteurs dus niet meer, zoals een paar decennia geleden, alleen moet opleiden om bij een groot repertoiregezelschap te spelen. De top van die piramide wordt steeds spitser, maar kijk eens hoe breed die basis inmiddels is.’
Waar ben je trots op als je terugblikt op de afgelopen 11 jaar?
Denkt een tijdje na. ‘Ik denk dat de acteursopleiding van de Toneelacademie vroeger als het hart van de school werd gezien en de rest als het lichaam dat dat hart dient. Maar ik durf wel te zeggen dat er nu meer doorbloeding is, dat we met alle opleidingen – acteurs, performers, regisseurs, vormgevers en docenten – samen een levend organisme zijn geworden, en daardoor dus ook veel sterker.
‘Dat ik nu niet meteen tien concrete succesjes kan opsommen, betekent in feite dat ik goed naar het geheel heb gekeken. We zijn als school een noodzakelijke transitie aan het ondergaan en die is nog in volle gang, en daar ben ik medeverantwoordelijk voor.’
Heeft dat ook offers gevraagd?
‘Je lijdt gegarandeerd wat noodzakelijke verliezen tijdens zo’n curriculumvernieuwing. En dan heb ik het vooral over ervaring. Collega’s die zijn vertrokken.’
Wat is in die 11 jaar (nog) niet gelukt?
‘Hogeschool Zuyd ervan te overtuigen dat ze voorzichtig moeten omspringen met een van de kostbare parels in hun kroon, dat ze daar trots op moeten zijn. Dat is een doorlopende strijd die ik al vanaf het begin al voer. Ik heb me binnen die constellatie van hogeschool en autonome kunstvakschool net iets te vaak donquichotterig moeten gedragen, terwijl ik liever voor de rol van Sancho gecast had willen worden.’
Tijdens je directeurschap ben je ook gaan lesgeven. Waarom?
‘Ik wilde dicht bij de praktijk blijven. Daar, aan de overkant, bloed je toch een beetje dood. Hier zie je de groei in de praktijk, en krijg je altijd iets terug.’
Onder studenten stond Ligthert bekend als een gepassioneerde, enigszins chaotische directeur, die benaderbaar was maar ook bewust afstand bewaarde. De manier waarop hij het curriculum vernieuwde en van de Toneelacademie meer een ontwikkelplek maakte dan een school waar een vastomlijnde stijl en ambacht wordt nagestreefd, wordt onder studenten breed gewaardeerd. Een oud-student zegt: ‘Hij heeft de blik van binnen naar buiten centraal gezet.’
Wat vond je zelf je sterkste kanten als directeur?
‘Ik ben volgens mij behoorlijk onbewust bekwaam. Ik vaar op mijn intuïtie en mensen voelen zich snel op hun gemak bij mij. Ik ben gul in wat ik weet en niet te ijdel om te ontkennen dat ik dingen niet weet.
‘En ik heb een goed oog voor de medewerkers. Als je verzeild raakt in de ambitie en hectiek van dit huis, en je wordt ziek, of je partner wordt ziek, dan denk ik mee. De kunst is om ervoor te zorgen dat je niet gegijzeld wordt, niet door je hypotheek, maar ook niet door je eigen werkethos. Ik heb het altijd belangrijk gevonden om ook de intrinsieke waarden aan de dienstverbanden toe te kennen.’
Waarom vond je het belangrijk om vorig jaar Anne de Loos in een duo-functie naast jezelf aan te stellen?
‘Omdat ik ervan overtuigd ben dat het matriarchaat andere kwaliteiten met zich meebrengt die we nu heel hard nodig hebben: minder snel in de vechtstand, het werkbare compromis niet als gif voor kwaliteit bestempelen, niet altijd in polarisatie schieten. Dingen die, tja, de mannetjes, meestal wel doen. Er is behoefte aan zoveel mogelijk vrouwelijk leiderschap.’
Op dat moment komt stemdocente Berbke Hermans de docentenkamer binnen, die haar collega’s uitspraak direct relativeert. ‘Nou, een beetje van het één en van het ander zou het prettigst zijn.’ Ligthert: ‘Maar zéker minder van het één.’
Wat worden voor je opvolgers de grootste uitdagingen?
‘Woorden die in me opkomen: bodemplaat, kostenbeheersing, verdeelsleutel. Managementtaal kortom. Het gevecht met de Hogeschool Zuyd. Ik gun ze meer lol dan ik heb gehad.’
Ben je opgelucht nu je een stap opzij hebt gezet?
‘Weet je, sinds ik gestopt ben loop ik bij de osteopaat, want the body keeps the score. Op een gegeven moment stel je jezelf de vraag: waarom doe ik dit nog? Waarom moet ik altijd op de bok zitten van die kar? En toen besefte ik dat er genoeg mensen zijn die het kunnen én willen. Ik heb het zeker leuk gevonden, maar het is ook zwaar geweest. Dat merk ik nu pas echt.
‘Dus ik heb mezelf nu ontkoppeld als locomotief en haak weer ergens als wagon aan. Zo hoop ik nog een tijdje mee te reizen en dan ook tijdig weer ergens af te stappen.’
Beeld Herman van Bostelen






