Wat hebben de dood, Europa en Shell gemeen? In het theater hebben ze alle drie voor de rechter gestaan. Wat is de aantrekkingskracht van de rechtszaak voor theatermakers?

Drie theaterprojecten gebruikten onlangs de vorm van een rechtszaak. Theatermaker Bart van de Woestijne organiseerde samen met Eva Knibbe de Rechtszaak tegen de dood, waarin zij de dood daagden voor haar onrechtvaardige en willekeurige karakter. Curator Lara Staal zette samen met mensenrechtenactivist Yoonis Osman Nuur The Trial Trilogy op, waarin in achtereenvolgens Europa, Nederland en Amsterdam terecht staan voor hun rol in de vluchtelingencrisis. En tot slot De zaak Shell van Rebekka de Wit en Anoek Nuyens, een langdurig project waarin zij zich vanuit hun rol als theatermakers verhouden tot de rechtszaak die Milieudefensie heeft aangespannen tegen Shell.

Hoewel deze drie projecten qua doelen en inhoud zeer uiteenlopen, hebben ze duidelijk ook veel gemeen. Zo kwamen in de gesprekken over de aantrekkingskracht van het recht vaak dezelfde elementen terug. Hieronder heb ik drie zaken geschetst die voor mij de aantrekkingskracht van het huwelijk tussen de rechtspraak en het theater inzichtelijk maakten.

1. De vorm van het recht

Allereerst is een rechtszaak een duidelijke vorm die al veel raakvlakken met theater heeft. Er zijn rollen, kostuums en gerepeteerde teksten. Daarbij heeft het net als een voorstelling een begin, midden en einde, namelijk de aanklacht, het zien van bewijsmateriaal en horen van getuigen en uiteindelijk het vonnis. Het biedt een structuur voor een voorstelling en een herkenbare vorm om mee te werken.

Maar misschien nog wel belangrijker is dat in die vaste, herkenbare vorm een heel aantrekkelijk element ligt verborgen: een poging om op zorgvuldige wijze achter de waarheid te komen. Vele sprekers worden gehoord, bewijs wordt gezien en uiteindelijk wordt het geheel gewogen. Het geeft de mogelijkheid om te wikken en te wegen en om te erkennen dat er verschillende perspectieven, vertegenwoordigd door verschillende pleiters, op een onderwerp bestaan.

Maar ondanks dat in het recht wordt erkend dat de waarheid niet eenvoudig te vinden is, wordt er uiteindelijk wel recht gesproken. Dat is een belangrijk deel van de aantrekkingskracht van het recht: er wordt gewikt en gewogen, maar daarna wordt er ook besloten. Alle nuances en perspectieven komen op tafel, maar uiteindelijk wordt in het vonnis besloten wat rechtvaardig is.

Daarbij is de rechtspraak een vorm waarbij er niet alleen ruimte is om verschillende perspectieven aan het woord te laten, maar die ook iedereen verplicht om naar verschillende perspectieven te luisteren. Het model van de rechtspraak is door de eeuwen heen zo ontwikkeld dat het ons het gevoel geeft dat er een zeker gevoel van eerlijkheid is, dat iedere stem voldoende wordt gehoord.

In Europe on Trial is goed te zien hoe de vorm van de rechtszaak kan worden ingezet voor theater. Het onderwerp, de rol van Europa in de vluchtelingencrisis, is erg complex. Het vergt nogal wat om erachter te komen wat de ethische, maatschappelijke en juridische verplichtingen zijn van een heel continent inzake een van de meest ingewikkelde politieke kwesties van dit moment. De rechtszaak is in die zin een logische vorm, omdat er zoveel zorgvuldigheid en ruimte voor nuance is ingebouwd, maar het zal nooit verzanden in een tandeloos ‘de waarheid ligt in het midden’.

Daarbij waren Lara Staal en Yoonis Osman Nuur op zoek naar een alternatief voor weer een debat over dit onderwerp. Lara Staal: ‘Ik wilde geen panelgesprekken waar sprekers onder leiding van een moderator met elkaar in debat gaan. Het recht heeft een model waarbij vanuit verschillende rollen verschillende perspectieven gedeeld worden. En daarbij heeft het ook een soort verplicht luistermodel. De rechtszaak gaat over getuigenissen en pleidooien, meer dan over debat en vraagstellingen.’ Doordat de vorm een rechtszaak was, konden er meer uiteenlopende sprekers worden uitgenodigd die niet sensationeel met elkaar in debat hoefden te gaan en kon er aan die sprekers een andere vraag worden gesteld. Sprekers werd gevraagd een pleidooi te schrijven, en konden diepgravende vragen verwachten.

2. Het gewicht van het recht

Bovendien draagt de vorm van de rechtspraak, het ritueel waarin naar waarheid en rechtvaardigheid wordt gezocht, een gewicht in zich dat in weinig andere gebieden te vinden is. Wat in een rechtszaak wordt gezegd en opgebracht, krijgt een groot belang mee, en ook dat is aantrekkelijk.

Een manier om dit gewicht uit te leggen, is het te zien als een niet-vrijblijvend narratief. Wat in een rechtszaak wordt gezegd heeft gevolgen en kan niet zomaar worden genegeerd. Rebekka de Wit: ‘Een van de redenen om ons met het recht bezig te houden, is dat het recht een van de weinige instituties is waar iedereen onder valt. Het is een niet-vrijblijvende fictie. Je hoort zelden iemand tegen een rechter zeggen: dat is dan jouw waarheid.’ Door de setting van een rechtszaak te hanteren beseffen sprekers, makers en publiek wat er op het spel staat.

Een belangrijk effect van het gewicht van het recht, is dat het onrecht erkent. Dit is goed te zien bij De rechtszaak tegen de dood. Knibbe: ‘Als iemand doodgaat kun je het gevoel hebben van onrecht, dat het niet klopt. Vaak is er op begrafenissen wel ruimte voor het gevoel dat het goed is, maar niet voor de woede en het onrecht.’ De dood dagen is haar ter verantwoording roepen voor het onrecht dat zij mensen dagelijks aandoet. Het gewicht dat het instituut heeft, richt zich daarmee niet alleen op het straffen van de dood, maar ook op het erkennen van het onrecht. Van de Woestijne: ‘Het is een vervangend ritueel in een tijd waarin een geïnstitutionaliseerde ruimte om gevoelens te kanaliseren voor veel mensen ontbreekt.’

3. Ethiek, maatschappij en empathie voor het recht

Tot slot heeft het theater ook veel te bieden aan het recht. Theater lift niet alleen mee op het gewicht en de vorm van het recht, maar heeft zelf kwaliteiten waar in de rechtspraak behoefte aan is. Het recht is een belangrijk en gewichtig instituut, maar kunstenaars kunnen toevoegingen doen die niet door advocaten geleverd kunnen worden. Wat die toevoegingen zijn verschilt per maker en per voorstelling.

Voor Lara Staal en Yoonis Osman Nuur mist het recht vaak een discussie over de fundamentele ethische en maatschappelijke waarde. In de rechtszaak hoor je een juridische discussie, maar de ideologie die daaronder ligt, blijft buiten schot. Zo stellen zij in Europe on Trial niet alleen de vraag of Europa mensenrechten schendt, maar ook wat wij ethisch aanvaardbaar vinden op het gebied van gastvrijheid. Lara Staal: ‘We hebben mensenrechten, en mensenrechtenverdragen, maar hoe je die uitvoert heeft alles met moraliteit en ethiek te maken. Ik observeer dat we die laag veel te weinig bespreken. We praten te weinig over wat we moreel verantwoord vinden. Recht doet alsof het neutraal en objectief is maar sommige dingen zijn fundamenteel subjectief. Veel asielzaken tonen aan hoe de uitkomst afhangt van onze morele positie. Dat overslaan, brengt zaken voort die nog louter uit bureaucratische procedures bestaan en hebben niets meer met mensenrechten te maken.’

Bij Bart van de Woestijne en Eva Knibbe lijkt de toevoeging veel meer te zitten in het onderwerp. Zij laten met hun Rechtszaak tegen de dood juist zien dat de zoektocht naar waarheid en rechtvaardigheid die het recht onderneemt ook relevant en belangrijk is voor zaken die we normaal helemaal niet met het juridische associëren.

De toevoeging van Rebekka de Wit en Anoek Nuyens aan De zaak Shell is misschien wel het meest concreet. De zaak die Milieudefensie tegen Shell heeft aangespannen is nog niet ontvankelijk verklaard. De zaak bestaat dus nog niet echt, en het is maar de vraag of ze ooit zal gaan bestaan. Het theater heeft volgens De Wit en Nuyens echter de unieke kwaliteit om zaken die nog niet bestaan toch al een plek te kunnen geven. Door hun pre-enactments proberen zij de ideeën die onder de zaak liggen te repeteren, waardoor ze in het theater al even hebben bestaan nog voordat de rechter zich er straks over gaat buigen.

Afsluiting

Het zou te gemakkelijk zijn om het recht een vorm te noemen. Het is namelijk juist de vorm die van project tot project verschilt. Waar voor Lara Staal en Yoonis Osman Nuur de rechtspraak als een alternatief voor een debat wordt gehanteerd, benadrukken Bart van de Woestijne en Eva Knibbe juist dat zij theater in de bestaande structuur van het recht willen introduceren. En dit is slechts een kleine uitsnede van een heel spectrum: denk bijvoorbeeld ook aan het Amerikaanse toneelstuk Twelve Angry Men, of documentair werk als The Congo Tribunal van Milo Rau.

Wat The Trial Trilogy, De rechtszaak tegen de dood en De zaak Shell gemeen hebben, is dat ze ontstaan vanuit een gevoel van onrecht. Soms is dat onrecht maatschappelijk, soms diep menselijk en existentieel, soms een zichtbare maatschappelijke misstand en soms een sluimerend onheil. Theatermakers voelen zich, net als velen, geroepen om iets aan dit onrecht te doen. Blijkbaar voldoet een volgende Shakespeare of nog een debat niet om dit onrecht aan te spreken. Van de Woestijne: ‘Wat doe je als je onrecht ervaart? Dan stap je naar de rechter.’

Kader 1: The Trial Trilogy – Lara Staal en Yoonis Osman Nuur

Berecht door: een volksjury (het publiek)

Vonnis: schuldig aan het schenden van mensenrechten door een ondoordringbaar fort te vormen en weinig solidariteit te tonen met de landen die de meeste vluchtelingen opnemen.

The Trial Trilogy trapte in mei 2018 af met Europe on Trial, waarbij Europa terecht staat voor haar handelen gedurende de huidige vluchtelingencrisis. Deze performatieve conferentie neemt de vorm van de rechtszaak aan, maar plaatst deze in het theater. Daarbij wordt in deze rechtszaak niet alleen het juridische, maar ook het ethische en het maatschappelijke onder de loep genomen. Wat zijn de ethische plichten van Europa gedurende deze crisis, en is ze schuldig aan het schenden van mensenrechten?

Kader 2: De rechtszaak tegen de dood – Bart van de Woestijne en Eva Knibbe

Berecht door: een tribunaal bestaande uit de rechters Boekhorstarrillo, Röttgering en Van Holten, in tegenwoordigheid van N.J., griffier.

Vonnis: Het Tribunaal, rechtdoende in hoogste ressort verklaart zich niet bevoegd om in deze zaak tegen de dood een oordeel te geven.

Op 14 juli 2017 spanden Eva Knibbe en Bart van de Woestijne binnen de context van Over het IJ Festival in Amsterdam een Rechtszaak tegen de dood aan. De dood stond terecht op basis van artikel II-62 van de Europese Grondwet: eenieder heeft recht op leven. Het vond plaats in het Paleis van Justitie, met echte advocaten en rechters en met een echt vonnis. Het enige verschil met een gewone rechtszaak is wie er in het beklaagdebankje zat: de dood.

Kader 3: De zaak Shell – Anoek Nuyens en Rebekka de Wit

Berecht door/Vonnis: niet van toepassing bij deze repetitie

Theatermakers Rebekka de Wit en Anoek Nuyens zijn voor het project De zaak shell een langdurige samenwerking aangegaan met Milieudefensie, die ze volgen in de rechtszaak die zij tegen Shell aan hebben gespannen. Dit vertaalt zich in een serie pre-enactments, avonden waarin een situaties worden geoefend die nog niet hebben plaatsgevonden. Gedurende deze pre-enactments spelen acteurs de door de Wit en Nuyens geschreven pleidooien voor stakeholders in deze zaak, zoals de consument, de CEO van Shell en de aarde.

foto Jan Boeve