Ik ken bijna niemand in het toneel die de zoektocht van het repetitielokaal gretiger tegemoet trad dan Matthijs Rümke. Voor hem was dat eindeloze proberen (niet: repeteren, want dat is herhalen) een proeve van proeven, struikelen, soms vinden, en dan weer door zoeken. Eigenlijk een permanente variant van samen muziek maken, waar hij minstens net zo dol op was. Drie woorden waren in Rümkes beleving van het toneel als kunstvorm absoluut verboden: Dat Kan Niet. Alles kan. En als zíj zeggen dat het niet kan, dan gaan wíj laten zien dat het wel kan. Zo simpel is toneel – immers een veredelde manier van toveren met het onmogelijke. Menig schrijver, coregisseur, toneelspeler, dramaturg, ontwerper, technicus en muziekmaker zal dat van hem hebben opgestoken. Er zijn veel en vaak gelukkige kunstenaars geboren uit de ontmoetingen met Matthijs Rümke.

Een paar keer mocht ik bij hem om de hoek kijken, in zijn keuken. Aan het begin van de nieuwe eeuw maakte hij bij het Noord Nederlands Toneel van zijn vriend en zielsverwant Koos Terpstra De driestuiversopera. Met een mix van toneelspelers, komedianten, cabaretiers. Met Viggo Waas als Mackie Messer, Han Römer (die ook de liederen geniaal vertaalde) als Peachum, Carice van Houten als Polly, en nog veel meer jonge en oude speelbeesten bij elkaar in een vrolijk wildebeestenhok. Hij vroeg Sanne Danz een maagdelijk wit decor te ontwerpen, met een loopplank de zaal in. Hij introduceerde een lichtkrant voor, deels ter plekke, geïmproviseerd commentaar. Tijdens het repeteren vielen veelvuldig verwijzingen naar Maatschappij Discordia, zijn grote leermeesters: het spel is een permanent discours met het publiek; de voorstelling is een voorstel hoe deze keer met het materiaal om te gaan; de toneelspeler verdwijnt niet achter zijn personage; kernopdracht is zijn op de speelvloer. De voorstelling werd een snijdend commentaar op de onhebbelijkheden van de egocentrische mens in het derde millennium. Acteurs en performers waren op de vloer permanent in gevecht met elkaar. En door een slim geplunderd werkgelegenheidspotje zat er een compleet en sterk orkest in de bak. De voorstelling was een hit.

Dat gebeurde Matthijs Rümke vaker. Hij was er volgens mij niet zo op uit. Maar hij bezat nu eenmaal het fonkelende talent om de juiste mensen en het goede materiaal op een slim gekozen plek bij elkaar te laten horen, dat zo te houden en iedereen te doen schitteren. Dat heet ook wel regie. Zo ging dat bij Richard de Derde, met die mooie ploeg om Gijs Scholten van Aschat en Tom Waits heen, bij Orkater, in de Amsterdamse Stadsschouwburg, in 2010 en 2012. Zo ging dat bij de Córdoba-karavaan bij Artemis & Co in 2004, over de kortdurende vreedzame co-existentie (conviventia) van joden, moslims en christenen rond 1000 na Christus, een bijzonder project, met kunstenaars uit alle windstreken van het Nederlandse en Vlaamse toneel. En dan heb ik het nog niet over de Theaterkeuken van Artemis (2001), waarin hij Gerardjan Rijnders, Bodil de la Parra en Koos Terpstra voor kinderen liet schrijven, en waarin Matthijs Rümke in de regie van zichzelf zijn mooiste rol speelde, Jonas, een jochie van vier, die een beetje raar was, want te vroeg geboren.

Hij nam in 2005 Het Zuidelijk Toneel van Johan Simons over. Het toneelbestel was taai en tanig geworden in die jaren. Hij moest bij wijze van spreken het dak repareren onder onbehoorlijk verslechterde weersomstandigheden. En de wereld om het toneel heen was kouder en gelijkhebberiger. Matthijs Rümke bleef de man van 1001 ideeën. Nieuwe schrijftalenten aantrekken, spelen op onorthodoxe locaties, toneel maken dicht op de huid van mensen in de regio. De sandwichformule opnieuw uitvinden. Grote namen in publiekstrekkers, zoals De reis om de wereld in 80 dagen (2009). Afgewisseld met projecten waarin veel meer op het spel staat, zoals Mahagonny (2011), de voorstellingen over gemeentepolitiek en journalistiek, en niet te vergeten de twee cycli met ‘zeer korte toneelstukken’, oogappels van hem.

Er stond en staat nog een hoop op stapel, waarvan hij de afronding niet meer heeft kunnen meemaken. Matthijs Rümke stierf op 12 september 2015 aan de gevolgen van kanker. Hij is zestig jaar geworden.

Dossiers

Theatermaker oktober 2015