In oktober gaat de voorstelling Ignite van choreograaf Shailesh Bahoran in première. Begonnen in de breakdance heeft hij een eigen bewegingsvocabulaire ontwikkeld waarin verschillende invloeden zichtbaar zijn. ‘Ik merk dat ik steeds meer de drang voel, zowel op artistiek als op persoonlijk vlak, om mijn eigen roots te zoeken.’

Door Marcelle Schots, foto Studio Breed

Soms wordt zijn dans verward met Indiase dans. Toch hebben de bewegingen in zijn dansvocabulaire een andere oorsprong. Zelf ziet Shailesh Bahoran de mimiek, gebaren, houdingen en handbewegingen als zijn eigen benadering van de dansstijl popping. Volgens Bahoran zijn er wel overeenkomsten tussen de twee vormen, zoals het relatief tweedimensionale beeld dat wordt neergezet. Bahoran: ‘Het ziet er vaak uit als een foto, waarbij de contouren van een pose heel scherp zijn.’ En er zijn meer overeenkomsten tussen Indiase dans en popping. ‘Een van de hoofdelementen van popping zijn de isolaties. Die essentie zie ik ook sterk in Indiase dans terug: isolaties van de voeten, vanuit de hand of een hoofd of ogen die alleen bewegen. Popping heeft veel ontleend aan pantomime. Er worden illusies gewekt en sketches gedaan. Dat verhalende karakter en die uitgesproken mimiek herken ik in Indiase dans. Zo zie ik allerlei elementen in Indiase dans waarmee ik me kan verbinden. Als je ergens mee bezig bent heeft dat invloed, maar ik kan het geen Indiase dans noemen.’

Dit jaar reisde Shailesh Bahoran voor het eerst naar India, het land van zijn voorvaderen. Hij werkte er aan een documentaire met filmmaker Shueti, met wie hij eerder de indrukwekkende korte dansfilm Agohri maakte. Hij ging naar Calcutta om te zien waarvandaan zijn voorouders vertrokken naar Suriname. De reis is geen directe inspiratiebron voor zijn nieuwe voorstelling Ignite, maar zijn Indiase achtergrond speelt altijd een rol sinds hij autonoom werk maakt.

Contractarbeiders

Shailesh Bahoran maakt zijn voorstelling Ignite onder de vleugels van ISH. In samenwerking met Korzo begeleidt ISH Shailesh in zijn ontwikkeling, ondersteund met een tweejarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten. Daardoor kon Bahoran zich de afgelopen jaren verder ontwikkelen als choreograaf binnen het eigentijdse danscircuit.

Met zijn eerste solo Heritage, over de betekenis van zijn Hindoestaanse achtergrond voor zijn identiteit en persoonlijkheid, wist Bahoran meteen de juiste snaar te raken bij velen in het dansveld. Voor het duet Sat Cid Ananda lieten hij en danser Rajiv Bhagwanbali, een Rotterdamse popper met Hindoestaanse roots, zich inspireren door de mythische wereld van de veda’s. Voor het groepsstuk Lalla Rookh vormde het verleden van de contractarbeiders die na de afschaffing van de slavenarbeid als eersten de bootreis van India naar Suriname maakten het vertrekpunt. Bahoran: ‘Op driejarige leeftijd ben ik vanuit Suriname naar Nederland gekomen, maar mijn familie komt van oorsprong uit India. Meestal heeft mijn werk een referentie met India. Ik merk dat ik steeds meer de drang voel, zowel op artistiek als op persoonlijk vlak, om mijn eigen roots te zoeken.’

Voor zijn groepsstuk voor vijf mannen, Ignite, liet hij zich inspireren door de hindoegod Agni. ‘Agni is de god van het vuur. Het woord ignite komt eruit voort. Waar eerdere voorstellingen van Bahoran, zoals Lalla Rookh, een verhalende ontwikkeling kenden, gaat hij voor Ignite associatieve en abstracter te werk: ‘Ignition betekent ontbranding, maar er zijn allerlei manieren om dit concept te vertalen. Van het maken van vuur met twee stenen tot de big bang. Ik kijk naar spirituele en ook biologische betekenissen van vuur. Vanuit de Ayurveda is vuur van betekenis op onze levenswijze. Ik ben op zoek gegaan naar waar ontbranding in het lichaam plaatsvindt. Voedsel in je maag bepaalt wat je verbrandt en wat je lichamelijke staat is. Innerlijk vuur heeft verband met je mentale staat. Als je de drang hebt om meer te willen weten, vinden er allemaal kleine ontbrandingen in je plaats. Zo vond ik voor de voorstelling allerlei dingen die uit vuur en ontbranding voortkomen. Van die verschillende ideeën ben ik vanuit mijn eigen vocabulaire naar danskwaliteiten gaan zoeken die dit in zich hebben.’

Verschillende idiomen

Shailesh Bahoran is een begenadigd performer. Daarbij heeft hij raakvlakken met andere choreografen voor wie het thema identiteit een aanknopingspunt is in hun artistieke onderzoek. Zo danste hij met Sooraj Subramaniam het duet Material Men (2015, Southbank Centre) van de Britse choreografe Shobana Jeyasingh, waarover de Britse pers lovend schreef. Bahoran: ‘De voorouders van Sooraj Subramaniam moesten in Maleisië op de rubberplantages werken. Soorai groeide op in Maleisië en kwam vervolgens via Australië in Europa terecht. We zijn vanuit hetzelfde startpunt – India – uit elkaar gegaan en hebben elkaar later weer gevonden in Europa. We dansen allebei verschillende idiomen, Sooraj Subramaniam is opgeleid in  Bharatanatyam, en vanuit de dans zijn we verder gegaan.’

Zelf heeft Bahoran een achtergrond in breakdance, popping en locking. Bahoran: ‘Oorspronkelijk dachten we in de hiphopscene dat die verschillende stijlen allemaal bij breakdance hoorden. Het was nog voor het internettijdperk. In die tijd kwam de enige informatie over breakdance via de media, zoals films en documentaires. Ook in een film als Breakdance the Movie (1984) liepen verschillende stijlen door elkaar en we waren volledig afhankelijk van het beperkte beeldmateriaal dat er destijds was. Breakdance en popping en locking zijn verwant, maar de laatste twee zijn funk-stijlen ontstaan aan de Westkust van de Verenigde Staten. Later kwam in New York, waar de breakdance is ontstaan, de electric boogy. Dat is eigenlijk hetzelfde als popping, de scheidslijnen zijn vaag.’

Bahoran behoort tot de generatie breakdancers die door de hernieuwde belangstelling voor deze dansvorm in de jaren negentig werd gegrepen en kennis opdeed uit de eerste hand van de pioniers uit de jaren tachtig. Bahoran: ‘Niemand in Nederland kwam direct in aanraking met de bron. Daarom vind ik het heel mooi dat ik met de eerste generatie heb mogen dansen en tegen hen gebatteld heb. Van hen heb ik veel geleerd. Zo ben ik erachter gekomen dat de Nederlandse breakdance een eigen ontwikkeling heeft.’

Eerste Nederlandse hiphopvoorstelling

Voordat Bahoran zijn weg vond in het eigentijdse danscircuit had hij al jarenlang podiumervaring opgedaan met zijn crew Illusionary Rockaz. Bahoran: ‘Met onze crew wonnen we veel competities, vooral met showcases die ook tijdens battles worden gepresenteerd. Vanaf het begin lag onze kracht en interesse in het creëren. We werkten vanuit een thema, gebruikten andere muziek dan gangbaar was en varieerden met de sfeer. Daardoor werden we populair. Dankzij dat succes mochten we in 2003 een theatervoorstelling maken onder de vleugels van Culture Coalition, Age of Chaos, een van de eerste Nederlandse hiphoptheatervoorstellingen.’

Maar Bahoran had meer ambities. Hij deed audities in het buitenland en leerde Nita Liem kennen. Hij danste vijf jaar lang bij Don’t Hit Mama en werkt sindsdien bij ISH. Hij was betrokken bij vele kleinschalige projecten, zoals Korzo’s Cross Town en Conny Janssens’ Danslokaal. Bahoran: ‘Tussendoor heb ik met veel mensen mogen werken. In die tijd is mijn eigen stijl gaan verbasteren, kreeg steeds meer eigenheid. Wie ik ben en wat ik wil is steeds meer van invloed op mijn dans. Toen ik vijftien of zestien was begon ik met hiphop en dat leidde tot allerlei botsingen thuis. Nu is mijn werk gebaseerd op dat waarvoor ik destijds ben weggerend.’

Zijn breakdance vermengt hij met steeds meer andere elementen. Ze heeft een experimentele vorm gekregen. Bahoran: ‘Elke techniek die ik beheers komt vanuit de stijlen breakdance en popping. Binnen de breakdance zijn er verschillende stromingen. Sommige mensen gaan voor de pure vorm, de foundation, vanuit de gedachte dat het zo is ontstaan en we dat moeten proberen na te leven. Andere mensen in het circuit zeggen: destijds werd er zo gedanst om uniek te zijn. Iedereen had er een eigen definitie van. En als elk individu in de hiphop uniek wilde zijn, waarom reproduceren wij dan wat er destijds gebeurde? Dat is toch niet waarvoor de hiphop stond? Wij moeten de vorm verder ontwikkelen en laten groeien.’

Beide stromingen zijn volgens Bahoran noodzakelijk. ‘Je hebt volgers en vernieuwers, die balans is nodig. Als je begint, leer je eerst de basics en je geschiedenis. Dan heb je tools en kun je je eigen beeldhouwwerk maken. Sinds ik begon te dansen had ik vaak het gevoel dat het niet mijn manier was om het zo te doen. Ik heb geen Latijns-Amerikaanse of Afrikaanse achtergrond. Ik ben niet opgegroeid in het getto en heb andere intenties met mijn dans. Dat ben ik allemaal niet, maar wie ben ik dan wel? Daarnaar ben ik op zoek gegaan.’