De Vlaams-Nederlandse theatergroep BOG zocht actief een groep ‘leden’ om tijdens het creatieproces van haar voorstellingen andere perspectieven op te zoeken. Inmiddels hebben zich 236 leden aangesloten die hun ervaringen en gedachten delen via brieven en enquêtes. Dramaturg Roos Euwe beschrijft hoe BOG werkt.

Door Roos Euwe, foto Serin Utlu

BOG, een poging het leven te herstructureren (2013), de eerste voorstelling van BOG, begon als onderzoek naar het leven als geheel. Het verlangen naar overzicht dat de vier makers Lisa Verbelen, Sanne Vanderbruggen, Benjamin Moen en Judith De Joode dreef, leidde tot de vraag of we een objectieve blauwdruk van een mensenleven zouden kunnen maken. Wat bindt ons als mensen nog meer dan dat we worden geboren en zullen sterven? Aangezien wij zelf allemaal vijfentwintig jaar waren, was de beperking van onze levenservaring overduidelijk. We hadden andere perspectieven nodig, andere levens. We schreven brieven met ouders, grootouders, vrienden en bekenden en stelden hun drie vragen:

1. Als je nu je al geleefde leven moest opdelen in delen, welke delen heb je dan?
2. Als je denkt aan het komende jaar, hoe ziet dat er dan visueel uit? Heb je daar een beeld bij? Kun je dat tekenen?
3. Wat is of was een schakelmoment?

We kregen vijfenveertig antwoorden terug met tekeningen en persoonlijke verhalen. Veel mensen maakten een chronologische verdeling aan de hand van woonplaatsen, opleidingen of werk. Soms deelde iemand het leven in tweeën of drieën: voor en na een grote liefde, en weer iemand anders in thema’s zoals familie, natuur, werk. Naast de verschillende manieren om een mensenleven in te delen, zagen we de mogelijkheid van een blauwdruk door overeenkomstige aspecten te benoemen. We werden wel eens geïnspireerd door specifieke beschrijvingen, maar gebruikten geen van de antwoorden letterlijk. De tekst van de voorstelling BOG die door de vier makers samen werd geschreven, vertelt een heel mensenleven vrijwel uitsluitend in werkwoorden en onthoudt zich zoveel mogelijk van een oordeel of een mening.

Optelsom van perspectieven

Het streven naar objectiviteit is een van de drijfveren van BOG. Objectiviteit is niet het beschrijven van een onpersoonlijke en universele Waarheid, maar de optelsom van subjectieve waarheden. Dat maakt objectiviteit voor ons ook altijd een poging, namelijk een poging in het samenbrengen van zoveel mogelijk perspectieven op hetzelfde object.

In de tweede voorstelling MEN. (2014) was dat object de mening. Kunnen we de mening, het meest subjectieve, zo objectief mogelijk beschrijven? Om MEN. te kunnen maken zochten we meer meningen en gedachten van anderen, een grotere optelsom. Gedurende de tournee in de herfst van 2013 door Nederland en België deden we een oproep om lid te worden van BOG, om donateur te worden van ervaringen die wij als inspiratie kunnen gebruiken. Een half jaar later, voor de repetities van MEN., had BOG zo’n 150 leden. Inmiddels zijn dat er 236.
Het ledenbestand dat we op deze manier opbouwen is geen perfecte doorsnee van de samenleving. We willen dat mensen zich vrijwillig en uit interesse voor ons werk aanmelden bij BOG en accepteren vooralsnog de beperking dat het veelal om hoogopgeleide mensen gaat met een interesse voor theater. Is dat een probleem? Zwakt het onze poging tot objectiviteit af? Enerzijds wel, de variatie aan denkbeelden is minder groot. Anderzijds zijn we alsnog blij verrast door de verschillen in leeftijden, beroepen en woonplaatsen. Dankzij onder meer een tournee langs kleinere Vlaamse cultuurcentra in het kader van Circuit X zijn de leden niet enkel culturele omnivoren uit de Randstad en zijn het grotendeels mensen die we niet persoonlijk kennen.
Een man met een baard

Tijdens het vooronderzoek van MEN., de periode voorafgaand aan de repetities waarin we informatie en inspiratiemateriaal verzamelen voorafgaand aan onze repetities, stuurden we de leden twee korte vragenlijsten: één over de definitie van mening, oordeel, standpunt, idee en indruk en één over hoe de mening wordt gebruikt door henzelf, door anderen. Voor onze laatste voorstelling GOD. stuurden we iedereen eenmaal vijf vragen over wat ze onder geloven verstaan, wat hun ervaringen met geloven zijn en welk beeld ze van God hebben.
Het bedenken van de vragen en het lezen van de antwoorden zijn belangrijke momenten in het maakproces en zorgen voor nieuwe gedachten in ons onderlinge gesprek. De antwoorden bieden een andere blik op een onderwerp waar ieder mens wel eens mee te maken heeft gehad of waar hij over heeft nagedacht. Het lezen van de antwoorden doet ons de complexiteit van een onderwerp ervaren. Het is een oefening om te leren begrijpen hoe iemand anders naar de mening kijkt, hoe iemand anders het woord God gebruikt, wat een ander denkt en gelooft. In het geval van de voorstelling GOD. waren we ons dankzij de leden bewust van het beeld van de man met de baard, dat zeer vaak terugkwam in de antwoorden. Uiteindelijk is een aantal antwoorden waarin een beeld van god werd beschreven indirect verwerkt in de tekst, in onze eigen woorden.

Niet iedereen geeft antwoord; een heel aantal leden vindt de vragen zelf interessant om over na te denken of blijft op deze manier graag op de hoogte van wat we maken. Ongeveer een kwart van de leden stuurt een antwoord terug, wat neerkomt op bijna vijftig antwoorden voor MEN. en zestig voor GOD., oftewel een document van veertig tot zestig pagina’s. Tot nu toe is dat voor ons een behapbare hoeveelheid, want het lezen van de antwoorden is tijdrovend en is niet onze enige bron van inspiratie. Mede om die reden hebben we het vooronderzoek van de voorstelling GOD. naar voren geschoven en stuurden we de vragen acht maanden voor de repetities begonnen.

Daarnaast gaan we ook in gesprek met experts, mensen die wij benaderen vanwege hun vakgebied of ervaring, zoals een journalist, een rechtsfilosoof, een sociaal werker of een religiewetenschapper. Samen met films, poëzie, beeldende kunst, popliedjes, documentaires en essays verzamelen we een veelheid aan materiaal dat tijdens het schrijven en het creëren van de voorstelling wordt samengebald in taal, beeld en muzikaliteit.
Donatie
We beschouwen de antwoorden van onze leden als een gift, als een belangeloos cadeau dat we tijdens het creatieproces kunnen gebruiken naast de andere inspiratiebronnen. We spreken liever van donatie dan van participatie. De leden weten dat we hun antwoorden niet direct in de voorstelling zullen gebruiken of naar buiten zullen brengen, en we vermoeden dat om die reden de antwoorden vaak zo persoonlijk en eerlijk zijn. Die belangeloosheid is niet alleen voor ons essentieel maar ook voor de leden. Een rondvraag onder een aantal leden leerde ons dat hun betrokkenheid voortkomt uit interesse voor ons werk en dat zij niet de behoefte hebben om meer invloed te hebben op het maakproces. ‘Ik hoef niet te weten in welke mate in concreto ík impact heb. Ik wil graag geheel vrijblijvend mee ideeën spuien en zo, maar ik wil verder geen invloed hebben op jullie creatief proces’, schreef een van hen ons terug.

Het stellen van vragen rond een onderwerp is bovendien maar één van de vele manieren om het enthousiasme, de kennis en ervaring van anderen te gebruiken. Momenteel bereiden we Het Democratieproject voor, dat volgend seizoen te zien zal zijn. In dit project delen we ons maakproces met een groep mensen en willen we door directe betrokkenheid en democratisch overleg tot een voorstelling komen. Geïnspireerd door het essay Tegen Verkiezingen van David van Reybrouck bekijken we wat er gebeurt als we een alternatieve vorm van democratische besluitvorming toepassen op een artistiek proces. De deliberatieve democratie is een systeem deels gebaseerd op loting, op het opheffen van het onderscheid tussen politici en burgers, en bovenal op overleg. Met dit project vragen we ons samen met ons publiek onder meer af of iedereen een theatermaker zou kunnen zijn, of democratisch overleg altijd zorgt voor compromissen en of dat een probleem is wanneer het een kunstwerk betreft.

Maar niet niet iedere voorstelling of ieder project vraagt om een vooronderzoek waarbij leden worden betrokken. Voor ONE. solo by Lisa Verbelen (2015) was het ledenbestand artistiek gezien niet nodig als bron van inspiratie omdat de solo vertrok vanuit de positie van één iemand alleen in de wereld. Voor onze volgende voorstelling OER. (zomer 2016) beginnen we ons creatieproces niet met de analyse maar met onder meer bewegingslessen.
Hoe we ons vooronderzoek en creatieproces inrichten, wie we daarin betrekken en waarom, verandert per project. Soms zijn dat meerdere, subjectieve stemmen over één onderwerp, soms één iemand met een geheel andere expertise. In alle gevallen is onze drijfveer de nieuwsgierigheid naar de mens, naar een ander.