Op 7 november overleed oprichter van Jeugdtheater Hofplein Rotterdam Louis Lemaire in zijn geliefde Griekenland.

Als zijn schoonzoon kende ik hem als een man met een groot hart en een rijk innerlijk leven. Hij brandde voor theater, maar ook voor beeldende kunst en literatuur. Zijn grote engagement en inzet voor ‘zijn’ stad combineerde hij met een grenzeloze liefde voor zijn familie en vrienden. Hij vond het noodzakelijk dat jongeren door middel van theater leerden dat spel, verhalen en schoonheid een houvast kunnen zijn. Hij glunderde van trots wanneer hij vertelde over het werk van zijn kinderen, die beiden in zijn voetsporen getreden zijn: zoon Philippe als theatermaker en dochter Eva als regisseur. Hij kon kritisch en streng zijn, discipline in het werken was een tweede natuur. Maar hij kon je ook verrassen met zijn even positieve als moedige kijk op de dingen. Hij leek soms wel het optimisme zelf te hebben uitgevonden. Hij had het lef om de kracht en het mooie in jonge mensen te zien. En dat brengt me bij misschien wel zijn meest wonderlijke karaktereigenschap. Hij gaf vrijwel iedereen het gevoel: Louis is ook een beetje mijn vader. Zijn uitvaart in de Rotterdamse Laurenskerk werd bijgewoond door zo’n duizend mensen. De meesten waren ex-leerlingen van Hofplein. Voor velen was dat ooit een warm thuis in moeilijke tijden.

Louis begon in 1960 als acteur bij het Nieuw Rotterdams Toneel. Enkele jaren later vormde hij het cabaretgezelschap In Den Twijfelaar. Maar zijn grote kracht zou het jeugdtheater worden. Hij startte in 1970 Kindertheater Wiedus, samen met Louis Kockelmann en Loes Vos. Hun voorstellingen werden razend populair. De groep kreeg een televisieprogramma, toerde door Europa, en werd in 1982 opgevolgd door Kindertheater Ziezo. Ook ontmoette Louis in deze periode zijn grote liefde en latere theaterdirectrice Christine Lemaire.

Met Hofplein Rotterdam zou Louis in 1985 een instituut oprichten dat inmiddels niet meer weg te denken is uit de stad. Hij bleef er directeur tot 2013. Het was zijn heilige overtuiging dat een wereld mét theater een betere is dan eentje zonder. Onder zijn bezielende leiding leerden in de loop der jaren tienduizenden jongeren het toneel kennen. Ze volgden lessen en speelden in voorstellingen. Het waren groot opgezette producties, met als bijzonder kenmerk: alles om de kinderen heen, van kostuumatelier tot theatertechniek, was professioneel.

Louis schreef in die jaren meer dan zestig scripts, die hij meestal zelf regisseerde. Kruimeltje (ook verfilmd), Inde Soete Suikerbol, Peter Pan — het zijn slechts drie voorbeelden die in het geheugen van zo velen gegrift staan. Een gouden samenwerking bleek die met de bandleider van Kayak, Ton Scherpenzeel, die voor vrijwel alle producties muziek componeerde. Zo ontstond een soort ‘totaal-theater’ waarin ieder kind — al dansend, zingend, acterend — in z’n kracht kon staan.

De grote zaal met vijfhonderd stoelen was altijd uitverkocht. Toen een brand in 1999 alles verwoestte, zamelden prominente theaterpersoonlijkheden als Youp van ’t Hek en Loes Luca, die bij eerdere producties betrokken waren geweest, geld in voor de renovatie. Ook dat illustreert het belang dat dit instituut voor de stad had.

Ondanks het succes bleef het in essentie altijd om iets anders gaan: Hofplein was een plek waar je je veilig en welkom mocht voelen. Soms moest er hard gestreden worden voor Louis’ geesteskind. In 1990 was het op een haar na afgelopen. De arbeidsinspectie vond het veel te veel theater voor de minderjarige spelers. Louis ging in hoger beroep bij de Raad van State, bijgestaan door leerlinge Anna van der Heide, die in een brief aan de minister van Sociale Zaken voor een wijziging van de regels pleitte. Zo geschiedde. En in 2012 dreigde er 750 duizend euro gekort te worden. Onder luid protest werd die maatregel teruggedraaid. Weer bleek de onmisbaarheid van Hofplein.

In 2007 werd Louis benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, voor zijn grote betekenis voor de Nederlandse jeugdcultuur. Bij zijn afscheid van Hofplein ontving hij de Wolfert van Borselenpenning, voor de prominente rol die hij in de Rotterdamse samenleving gespeeld heeft.

Burgemeester Carola Schouten schreef een bericht naar aanleiding van zijn overlijden: ‘Laten we met zijn allen een beetje Louis Lemaire zijn voor onze jongeren’.

Dossiers

Theaterkrant Magazine januari 2026

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.