Nineties Productions brengt het theater naar het publiek, in hippe of achteraf-galeries en oude concertzalen. Plekken waar je als niet-reguliere theaterbezoeker het gevoel hebt dat je welkom bent, dat theater ook voor jou is. Met acts met een hoopvolle boodschap. ‘Een aanmoediging om ergens in te geloven al is het maar voor even.’

‘The revolution will not be televised’, zingt Gill Scott Heron in 1970. In 1978, acht jaar later, start de flamboyante Glenn O’Brien, een sleutelfiguur in de dan nog niet zo bekende The Factory van Andy Warhol, het televisieprogramma TV-Party. Een langdradig en rommelig televisieprogramma dat wordt uitgezonden in New York. Live zie je optredens van artiesten zoals Blondie en David Byrne en vreemde, trage interviews met bijvoorbeeld Jean-Michel Basquiat. De dan nog jonge New Yorkse artscene laat zijn gezicht zien in de vorm van  slome, onduidelijke, plotloze televisie.
TV-party is één van de dingen die voorbij komt in een brainstormsessie over Untitled 2017 van Nineties Productions en Paradiso Melkweg Productiehuis. ‘We dachten, wat tof dat de kunstenaars daar ruimte voor zichzelf claimden’, vertelt regisseur Anne Maike Mertens. ‘Het was een soort anarchistische punk: dit is wat we maken, we weten niet precies wat we maken, maar we maken het gewoon en we nodigen iedere week een kleine groep mensen uit om samen tv te maken, maar we maken met die kleine groep zodanig tv dat de gewone mens in New York ook kan zien dat dit er is. Ruimte die vrij was om in te vullen met eigen concepten en ideeën, die wel invloed zou kunnen hebben op veel mensen.
Galerie Zamen in Amsterdam Noord. Een rommelig pand met grote ramen, een koffiebar, tafels om overdag taart aan te eten. Aan de muren hangt kunst. Twee banken staan opgesteld voor wat deze avond als podium geldt. Achter de banken: rijen stoelen, daarvoor zitzakken. Op de uit vlakken bestaande vloerbedekking staan woorden geschilderd, untitled 2017, sincere. Langs de wand een kledingrek, op de vloer drie stoelen, camera’s op statief, handcamera’s, hele kleine camera’s, een drumstel, een cactus, microfoons, een synthesizer. Op kleine vierkante televisies in de ruimte tikt de tijd af. ‘Het is allemaal echt, ze kunnen jullie horen’, zegt Yannick Noomen, op dat moment in de rol van TV-host. De laatste tien seconden tellen de acteurs samen met het publiek af. Vanavond probeert Nineties Productions je een miniatuur perspectief op het leven van onze generatie te geven, legt Yannick in het Engels uit. De generatie van onder meer ‘image building loners en non-protesting losers. We are gonna do our utmost best to be sincere.’

Afstand van de verslagenheid

Oprechtheid als insteek voor theater. Waarom niet gewoon gaan voor ironie? Voor een overstijgend perspectief, waarbij je altijd de troefkaart, cynisme, in handen houdt? Mertens:’Ironie gaat ons allemaal veel te goed af, vind ik soms. We zijn daar goed in, het is hoe we onszelf houding weten te geven, hoe we laten zien dat we iets niet kunnen oplossen: we maken er grappen over of we benaderen een probleem ironisch. Als makers dachten we: kunnen we dat ook anders doen? Kunnen we daar iets tegenover zetten? Kunnen we ook acts maken met een hoopvolle, warme boodschap? Een aanmoediging om ergens in te geloven al is het maar voor even.’
Een van de eerste interviews van de avond is direct oprecht, want niet geacteerd. Annelinde Bruijs, nu in de rol van host, spreekt met de wat oudere kunstenaar George, die werk heeft hangen in Galerie Zamen. Het is een lang interview. George is ingetogen, vriendelijk, beleefd. Hij vertelt dat zijn dochters zijn instagramm-account beheren en dat hij er nooit op kijkt. Maar dat is wel hoe de wereld nu werkt, vertelt hij. Op de vraag: ‘Wat heeft je gebracht tot het worden van kunstenaar?’ geeft hij een rommelig antwoord, met als conclusie: ‘Dat zou ik niemand meer aanraden, nu, kunst maken.’ Dit theaterstuk van Nineties Productions is misschien een beweging tegen het statement dat George hier maakt. Een beweging weg van het cynische postmodernisme, weg van de verslagenheid, het niet protesteren, het van bovenaf bespotten wat er in de realiteit gebeurt. Mertens:’We waren ons vanaf het begin bewust van dat we altijd moesten blijven vechten tegen dat postmoderne element. Dat is ook vaak de discussie geweest tijdens het maken: ‘deze show is alles behalve hoopvol. Het cynisme druipt er vanaf’. Dan sloegen we een andere richting in. Dat is ons bij vlagen ook goed gelukt.’ Zo hebben ze in Untitled 2017 geprobeerd zorgvuldig met alle verhalen en personages om te gaan. ‘Als we de voorstelling niet zo goed speelden, werd die vanzelf cynischer.’

Goudvissen
Waarachtigheid creëren op een podium is zo makkelijk nog niet, misschien zelfs ongewoon en unheimlich. ‘Ik denk dat iedereen zichzelf constant oprecht moet vormgeven en niet moet proberen om een grappige show te maken’, zegt Mertens. Hierin zocht het gezelschap naar waar het metamodernisme mocht verschijnen in het stuk. ‘In hoeverre mag onze agenda als makers er letterlijk doorheen komen: dit is waar we mee bezig zijn, maar dit kunnen we tegelijkertijd ook niet, dus we laten ons onvermogen zien.’

De zet van Nineties Productions? Wetenschappers Robin van den Akker en Timotheus Vermeulen letterlijk – als personages – op het podium neerzetten, iets na de helft van de voorstelling. Dit duo schreef een artikel over metamodernisme. De term bedachten ze ’s avonds in een kroeg, en ‘de volgende ochtend sloeg het nog steeds ergens op.’
Yannick, weer in de rol van host, kondigt het duo als volgt aan: ‘U had het misschien nog niet door, maar we leven inmiddels in het metamodernisme.’ Het interview is een playbackshow. Timotheus, Robin en de interviewer spreken als goudvissen de tekst na die door de speakers galmt. De hele scène voelt als een tenniswedstrijd tussen postmodernisme en metamodernisme.

Volgens 8weekly is dit het ‘satirische hoogtepunt’, maar misschien is dit juist het gezelschap op z’n naaktst. Een dappere en gevaarlijke poging om transparant te zijn, het stuk echt metamodern in te steken.

‘Hier keren we de boel open en om,’ legt Mertens uit. ‘Door die jongens daar playbackend neer te zetten, en door die tekst op het einde nog eens, vervormd, terug te laten komen. We doen dit ook om transparant te zijn: dit is wat we willen, maar als makers worstelen we er tegelijkertijd ook mee.’

Bewegen, ergens tegenaan schampen, vragen stellen zonder direct het antwoord te weten, maar wel ergens voor op de barricade staan, dingen roepen als: ‘Welcome back to Untitled 2017. Donald Trump is still the president of the United States of America’ – zo rammelt het stuk voorzichtig aan het publiek. Zoals metamodernisme geen manifest is, maar een tijdvak, een constatering. Er is tegenstand, maar te weinig beweging, te weinig protest, er is eerder ironie. Kijk alleen al naar hoe de run van Trump werd verslagen in de (linkse) media. Het zijn zachte klappen die worden uitgedeeld, slagen van een bokser die net is begonnen: zoekend naar waar je het beste de kaak kan raken om de tegenstander eindelijk eens tegen de vloer te krijgen.
Niet alleen in tekst, in de lyrics van de zangers die optreden, de lege-huls-heid van de interviews, maar ook in vorm beweegt het stuk op een zoekende wijze. Het live uitzenden van de voorstelling is een duidelijke vormkeus, zo ook de setting buiten het reguliere theater. Mertens: ‘We willen de wereld veranderen, maar we zijn een heel klein collectief, en het is theater, dus er zit ook een droom in, in dat livestreamen. Ik vind het een meerwaarde dat je het live kan zien. Dat het zich niet alleen hier afspeelt. De concentratie van het live gaan is een vormkeuze. Het aftellen zorgt voor een ander soort gezamenlijkheid.’

Vallend blad
Kan metamodernisme, waarbij ironie plaatsmaakt voor oprechtheid, dan ook moralistisch zijn? Zit dat dan in de vormkeuzes van Untitled 2017? ‘Er zit iets spannends in oprechtheid en moraal, versus de snelheid waarin we de dingen consumeren en geëntertaind willen worden. Dat is een mooi spanningsveld waar ik mijzelf als maker kan uitdagen. We hadden ook de keuze om een echt heel lang durende show te maken, van vier uur. Dat was zo interessant aan TV-Party, het was echt een kut programma. Het zou maar net kunnen dat iemand de zoom-knop van de camera ontdekte en dan 37 keer in- en uitzoomde om te laten zien dat het iets is dat hij had uitgezocht. Zonder daar verder iets mee te doen. Dat vind ik heel goed. Wij hebben te maken met een theaterspanningsboog. Je wilt iets laten zien, je wilt iets verbeelden. Daarin hebben we soms ook een mooie show gemaakt, maar ik hoop dat de show soms ook lelijk en saai kan zijn. Dat is wat we geprobeerd hebben,’aldus Mertens.
Er is nog veel meer te noemen, muurbloem Kassandra die aan het einde van de voorstelling plotseling in een halve neon-outfit het hele podium bezweert met haar zang; het verschrikkelijke performance-art-hipster-koppel in wollen truien met knotjes op hun hoofd, dat uitlegt hoe moeilijk een vallend blad oprecht uit te beelden is; de drummer die na het applaus toch een poging waagt en een vallend blad uitbeeldt en zo van ironie iets oprechts probeert te maken.

Jedi Code

Neem daarbij het telkens zoeken naar een nieuwe opstelling van acteurs en makers die zich in elk nieuw stuk van dit collectief volledig voor een onderzoek buiten de gebaande paden van theatermaken inzetten. Misschien steekt daar wel de allergrootste oprechtheid in. Nineties Productions is niet elitair, maar wel intelligent. Het gezelschap vermengt hoge cultuur met lage cultuur. Ze halen ander publiek naar het theater, publiek dat gerust wekelijks naar de getver gaat op technofeesten en niet te vinden is in de Stadsschouwburg. Anders gezegd: ze brengen het theater naar het publiek, buiten de zalen, in hippe of achteraf-galeries en oude concertzalen zoals Kytopia in Utrecht. Plekken waar je als niet reguliere theaterbezoeker het gevoel hebt dat je welkom bent, dat theater ook voor jou is, waar je gerust een biertje aan de bar mag halen na twintig minuten zonder dat iemand opkijkt. Waar mainstream zich vermengt met high culture. Daarom, als samenvattend voorbeeld van de kracht van Untitled 2017: de Jedi Knight, gespeeld door Marius Mensink, die na duizend maal vragen vrijwillig het podium op komt. Hij is net terug van een conferentie over Jedinisme en noemt, met een lightsaber in de hand, de Jedi Code op. Hierin versmelten moraliteit, oprechtheid en ironie misschien nog wel het meest: een vorm waaruit blijkt dat je niet cynisch-onoprecht hoeft te zijn als kunstenaar, maar ook niet compleet ideologisch en naïef.

There is no emotion, there is peace.
There is no ignorance, there is knowledge.
There is no passion, there is serenity.
There is no chaos, there is harmony.
There is no death, there is the Force.

Foto: Marc Slings