Hee! Geweldig! Kun jij gedachtenlezen, je hebt taart bij je!

Nee.

Maar dat is toch een taartdoos?

Neenee.

Pizza?

Beslist nee.

Ik heb zo’n zin in taart. Citroentaart of iets met dat ene, hoe heet dat, frangipane, dat is toch die amandelvulling, ik kan wel een hele slof op met aard- … Biertje?

Ja, lekker. Het is wel voor jou.

Echt? Zomaar?

Ja. Of nou ja, nee niet zomaar, ik had nog geen goed verjaardagscadeau, toch?

(pakt de doos uit) Maar wat is het?

Dit is Roomba.

Ik hoor hier toch een moorkop in. Ook al lijkt het op een, een grote schijf, een soort discus?

Roomba is een robot. (De discus bliept aan. Rijdt een stukje.)

Nee! Oh! Wat kan hij?

Hij stofzuigt of zuigt stof, wat jij wilt. Hij rijdt rondjes door de kamer. Ik dacht, jij houdt van dieren en robots en een huisdier is niet handig met hoeveel jij reist dus…

Hier ben ik duizend blij mee! (Roomba valt uit.) Oh.

Hij moet nog even opladen, dit is zijn docking station. Daar gaat ie zelf naar toe terug als ie leeg raakt, maar daar moet ie nu eerst even in.

We leven in de toekomst! Ik las dus net over een robot, of een AI eigenlijk, die kan leren zo te reageren zoals jij reageert.

Wat, mild kribbig en zonder taart? 

Nee, of nou ja, ook. Want je voert gewoon al onze e-mails in, en al onze berichten, in dat programmaatje. En als ik dan een bericht stuur naar dat programmaatje, stuurt ie me iets terug zoals jij dat zou doen.

Dus dan hebben we elkaar er helemaal niet meer bij nodig?

Nee, in feite niet, nee.

Dus als je er twee maakt dan kunnen wij gewoon ergens in het gras gaan liggen?

Ja.

Hm. Maar dan komt er nooit meer iets nieuws bij?

Nee. Het is bedacht omdat de beste vriend van de programmeur overleed.

Oh.

Ja.

Ik zou je op die manier ook af en toe een berichtje sturen.

Hee.

Ja?

Zo kwam ik te denken: wel niet doodgaan.

Nee, beslist niet doodgaan. 

(Klikt biertje open) Proost, lieve, laten we naar Roomba gaan staren en ons best doen niet dood te gaan.

Proost.