Het huidige discours rondom diversiteit en inclusie volstaat niet meer, zo concluderen Paulien Geerlings en Nina van Tongeren. Tijdens een zoektocht naar nieuwe impulsen, ontmoetten ze Caroline Guiela Nguyen. In haar werk staat gelijkheid centraal en is ze wars van bestaande hiërarchieën. ‘Ik ben niet naïef, ik doe er gewoon niet aan mee.’

Het dekoloniseren van het Nederlandse theaterveld gaat niet van een leien dakje. Tokenism ligt op de loer, onveilige werkplekken zijn niet opeens veilig en D&I-beleid is niet altijd intern gemotiveerd. Bij een straffe rechtse wind waait alles zo weer het raam uit. Betekent dit dat ondergetekenden de D&I-handdoek in de ring gooien? In tegendeel. We gaan op zoek naar een radicalere paradigma-shift.

Die shift vinden we in het denken rondom care. Binnen onze huidige samenleving neemt zorg, en iedereen die het uitvoert of ontvangt, een marginale plek in. Zorg is onzichtbaar in een wereld die draait om groei en winst. Maar als care onze voornaamste waarde zou zijn in plaats van vooruitgang, komen de marges in het centrum van de aandacht te staan. Vertaald naar het theater, betekent dit dat we zorg in de spotlights zouden moeten zetten, in plaats van de gebruikelijke hero’s journey van conflict, groei en ontwikkeling. Maar hoe ziet zorg er dan uit op het toneel? Zijn er al care-makers? En zijn die hero-loze zorgvoorstellingen niet heel duf, degelijk en saai?

Enter schrijver en regisseur Caroline Guiela Nguyen, sinds twee jaar directeur van het Théâtre National de Strasbourg (TnS) en de daaraan verbonden theateracademie. Guiela Nguyen is een bright star aan het Europese theaterfirmament, met nog maar weinig Nederlandse aandacht. In 2018 was haar voorstelling Saigon te zien tijdens het Holland Festival, maar sindsdien is haar werk niet meer in Nederland vertoond. De eerste voorstelling die wij van Guiela Nguyen zagen was LACRIMA, tijdens het Festival d’Avignon 2024 en daarna in Reims. In deze show – allesbehalve duf, degelijk en saai – volgen we het maakproces van de trouwjurk van een Britse prinses. Dat voltrekt zich gelijktijdig in drie ateliers, in Parijs, Alençon en Mumbai. Guiela Nguyen laat zien wat het werkelijk kost om de jurk te maken, aan ambacht, uren en toewijding van alle betrokkenen. Dít is care, dachten we: laten we checken of zij zin heeft in dit hokje. We reisden af naar Strasbourg, zagen een repetitie van haar nieuwe voorstelling Valentina en gingen met haar in gesprek over maken, verhalen en het theater als ‘plek van gelijk aanzien’ (lieu d’égalité d’estime).

 Op de site van TnS staat de term ‘levende dramaturgie’ (dramaturgie vivant). Wat versta je hieronder?
Bij het TnS hebben we een ‘verhalencentrum (centre des récits) opgezet. Makers van nu hebben ‘experts van het echte’ (experts du réel), nodig om hun fictie te kunnen voeden. Jullie zagen net een repetitie van Valentina. Die voorstelling gaat over een meisje dat doktersbezoeken vertaalt voor haar Roemeense moeder met een hartziekte. Samen met ons verhalencentrum, heb ik tolken en mensen uit de Roemeense gemeenschap geïnterviewd om dit stuk te kunnen schrijven. Dat noem ik een ‘levende dramaturgie’: mensen leven tegenwoordig veelal in verschillende werelden en je kunt niet over een andere wereld schrijven, zonder deze te ontmoeten. Voor mij is het ook een antwoord op de vraag wie mag spreken, voor wie en met wie. Daarvoor zet ik de ‘levende dramaturgie’ in.’

Het verhalencentrum is een volwaardige afdeling van het TnS met drie fulltime werknemers, van wie wij er twee spraken: Fanny Mentré en Béatrice Dedieu. Op basis van een vraag of thema van een maker, interviewen zij (ervarings)deskundigen, met wie in een contract wordt vastgelegd voor wie hun verhaal toegankelijk is. Ook wordt er bewust geen documentair theater van de verhalen gemaakt om de veiligheid en privacy van de geïnterviewden te garanderen.

Guiela Nguyen benadrukt dit: ‘We stelen geen verhalen, nooit. Als het iemands eigen verhaal is, staat diegene ook op het toneel. De verhalen van de ‘experts van het echte’ voeden een vertelling die ik intuïtief al in me draag. Bij Valentina ging het bijvoorbeeld om één simpele zin. Aanvankelijk deden we onderzoek naar de waarheid in relatie tot kinderen. We spraken onder andere met medische tolken die migranten begeleiden in het ziekenhuis. Toen we vroegen wat er gebeurt als er geen tolken beschikbaar zijn, was het antwoord: ‘Dan nemen ze hun kinderen mee.’ Die zin bleef bij me. In mijn hoofd ontstonden een moeder en een dochter, die voor haar moet tolken. Zo begon het verhaal van Valentina.’

Maak je naast nieuw geschreven werk ook bestaand repertoire?
‘Ik ben mijn carrière begonnen met het bewerken van klassiekers: Macbeth, Andromache, Oom Wanja. En ik ben gek op Tsjechov, Claudel, Racine. Maar ik maak het niet meer. Ik ben een creërende maker, geen conserverende. Het TnS is ook nooit een repertoire-theater geweest. We focussen op wat er leeft onder het publiek en in de stad. Het maken van Valentina was ook een manier om me te verankeren in Strasbourg, waar een grote Roemeense gemeenschap leeft. En Strasbourg is veeltalig, dus we proberen altijd voor boventiteling te zorgen. Ik maak voor mensen die denken dat theater niet voor hen is.’

Haar collega’s van het verhalencentrum vertellen enthousiast over Guiela Nguyens focus op toegankelijkheid en de rol die taal hierin speelt. Niet alleen de voorstelling maar ook alle communicatie met het publiek is meertalig. Bij Guiela Nguyens aantreden als artistiek directeur liet ze een enorme banner op de voorgevel van het pompeuze theater plaatsen met daarop ‘welkom’ in de vijftien meest gesproken talen van de stad. Ze liet het rode pluche van de foyer vervangen door glitter, neonlicht en kroonluchters in alle kleuren van de regenboog, en stelde deze dagelijks open voor bewoners van de stad. Ook worden sinds haar komst affiches gedrukt in de talen die in de voorstelling gesproken worden. In LACRIMAwas dat, naast Frans en Engels, bijvoorbeeld het Tamil en in Valentina het Roemeens. Bij het TnS merken ze hoe uitnodigend dit werkt: mensen zien hun eigen taal voor het eerst terug in de stad en komen uit nieuwsgierigheid naar het theater.

Wat ons opviel bij LACRIMA is dat de dramaturgie van de voorstelling niet een conflict volgt, maar het maken van de jurk. Zou je dit een care-dramaturgie kunnen noemen?
‘Ik herken me daar eigenlijk helemaal in. Er is natuurlijk altijd, overal conflict, maar ik probeer in mijn dramaturgieën te laten zien waar we écht aandacht aan zouden moeten besteden. Ik denk namelijk dat dat niet aan conflict is, maar aan naaiers, kantbewerkers, mensen die hier pas zijn en geen Frans spreken, mensen die het aan zorg ontbreekt. Dat doet mijn werk: ‘Kijk hiernaar, hiernaar, hier’. Die focus op conflict verdeelt alleen maar en ik heb een hekel aan verdeling. Ik wil niet dat men na een voorstelling van mij woedend de zaal uitloopt. Ik heb liever dat het publiek naar buiten komt met een behoefte aandacht te besteden, zorgvuldig te zijn, precies te kijken.’

Werk je daarom ook met een mix van professionele acteurs en amateurs?
‘Ja, precies. Maar het is complexer dan wel of niet professioneel. Er staan mensen met totaal verschillende levens samen op de vloer. Het is dus de kunst om altijd aandachtig te blijven en jezelf af te vragen: vanuit waar spreekt iemand? Ik draag er zorg voor dat al die verschillende mensen een community vormen gedurende de repetities en tournee. Alleen dan kan ik werk maken dat zegt: ‘Zorg voor mensen in naaiateliers, zorg voor mensen die de taal niet spreken, zorg voor dit en dit en dat.’ Dat is veel werk maar het is ook de essentie. Een verhaal vertellen is een democratisch proces. In Valentina spelen een kind van negen, een violist, een vrouw zonder enige acteerervaring en een vrouw die al vanaf haar vijftiende op het toneel staat. Als er een plek is waar die mensen samen kunnen leven, dan is dat op het podium.’

We vragen je naar care omdat we het gevoel hebben dat het diversiteits- en inclusie-discours niet toereikend meer is. Wat denk jij?
‘Ik praat niet in termen van ‘dominant-gedomineerd’ (dominant-dominé). Niet omdat ik de realiteit ontken, want die dynamieken bestaan. Sommigen zijn zelfs onveranderlijk. Toen ik met mijn moeder mee naar de dokter ging, aan het eind van haar leven, heb ik het zelf gezien. Mijn moeder had een donkere huid. Ik zag hoe ze door bepaalde artsen anders behandeld werd dan als ze wit geweest was, of afkomstig uit een hoge sociale klasse. Eigenlijk draag ik Valentina aan haar op. Ik ben dus niet naïef, ik doe er gewoon niet aan mee. Ik wil geen verhalen schrijven die die dynamieken bevestigen.’

Heb je het daarom liever over gelijkheid? Op je site staat dat je het theater ziet als ‘plek van gelijk aanzien’. Wat versta je eronder?
‘Dat is een term waar ik veel van houd. Het betekent dat we geen onderscheid maken tussen klassiek theater en andere vormen waar vaak op neergekeken wordt: musical, stand-up, wat dan ook. Als ik alleen nog klassiek theater zou mogen maken, zou mijn vlucht gevlogen zijn. Die meer populaire vormen van kunst voeden mij juist. Stand-up inspireert bijvoorbeeld tot een andere relatie met het publiek. In essentie wil ik niet dat er dingen onder of boven in de mand zitten: er zit waarde in ieders artistieke voorstel.’

Dat vindt niet iedereen. In Avignon werd je werk door een collega-theatermaker afgedaan als ‘Netflix-theater’. Hoor je dat vaker?
‘Ik hoor dat heel vaak. Toen series nog niet zo in trek waren, werd mijn werk cinema genoemd. Daarna zei men dat ik series probeerde te maken. Ik kijk heel veel series, maar ik zit niet de hele dag te bedenken hoe ik mijn theaterwerk daarop kan laten lijken. Series zijn ook niet één ding, dus wat is ‘Netflix-theater’ überhaupt? Baby Reindeer bijvoorbeeld, of Adolescence zijn heel gedurfd in vorm. The Wire heeft zelfs de hele manier waarop we verhalen vertellen veranderd. Men kijkt automatisch neer op wat populair is. Ik word als ‘Netflix-theater’ weggezet omdat mijn werk het goed doet, wat blijkbaar verdacht is. Maar mijn stukken worden gespeeld in meer dan negentien landen en raken overal. Mijn werk is traangas.’

Dat Guiela Nguyens werk behoorlijk kan raken, ervaarden we bij LACRIMA. In een huiveringwekkende scène wordt Marion, hoofd van het Parijse atelier, onderworpen aan een absurd kruisverhoor door haar afgunstige en gewelddadige echtgenoot. Dit lijkt een klassiek conflict, maar Guiela Nguyen regisseert het niet als zodanig. Ze laat Marion niet ingaan op de beschuldigingen van haar man. Al haar energie gaat uit naar het afwenden van de ruzie, want ze moet verder werken aan de jurk. De tijdsdruk waar Marion onder gebukt gaat, wordt onderstreept door een naaister uit het atelier in Alençon, die we gedurende de hele scène stug door zien werken op een groot scherm. Ook als publiek kun je het nauwelijks opbrengen om Marions man aan te horen. Het liefst zou je hem eigenhandig van het toneel rossen zodat zij haar deadline tenminste kan halen. Misschien niet heel care, maar soit.

In de repetitie van Valentina zien we een vergelijkbare scène voorbijkomen. Het meisje Valentina houdt de pieper die afgaat zodra er een donorhart voor haar moeder beschikbaar is, non-stop aan haar borst geklemd. Ze wordt door haar leerkracht hevig onder druk gezet om het apparaatje in te leveren, aangezien andere leerlingen ook geen tablets of telefoons bij zich mogen hebben. Ook hier ontstaat de crisis niet door het uitleven van het conflict, maar door het blokkeren van de nodige zorg. In het universum van Guiela Nguyen is iets schijnbaar triviaals als een jurk of een pieper van levensbelang.

Het TnS heeft een theateracademie aan huis. Kun je daar iets over vertellen?
‘De studenten komen uit alle hoeken van de wereld. We willen ze de ruimte geven om op een veilige manier samen te komen, met al hun verschillen. Om samen te denken.’

Ook de TnS école richt zich, sinds Guiela Nguyens aantreden, op mensen die denken dat theater niet voor hen is. Deze nationale theateracademie – een van de twee in Frankrijk – is geen acteursopleiding maar een plek voor makers uit verschillende disciplines. Toekomstige acteurs, scenografen, dramaturgen, schrijvers, regisseurs vormen gezamenlijk een jaarlaag. Om brede toegankelijkheid te verzekeren, legt studieleider Marie Schaaff uit, reist het auditie-comité een maand lang door Frankrijk, zodat aspirant-studenten geen peperdure treinkaartjes hoeven te betalen. Ook is het niet langer verplicht om repertoire te maken in het eerste studiejaar: de academie is eveneens creërend.
We vragen Guiela Nguyen of haar desinteresse in repertoire voortkomt uit de beperkte vrouwbeelden in klassiekers: ‘Ik voel de behoefte mijn eigen, nieuwe tragedies te schrijven, waarin personages niet passief, maar actief kunnen zijn.’

Dat laat haar werk duidelijk zien. Guiela Nguyens personages zijn actief, maar leven geen hero’s journey. Ze verlegt de aandacht van onoverwinnelijke helden naar mensen die hun stinkende best doen. De laatste woorden van Marion, voor ze in LACRIMA onder de druk bezwijkt: ‘Ik heb mijn best gedaan. Zeg mijn dochter dat ik mijn best heb gedaan.’ Traangas, echt.

Met haar grensverleggende werk op het podium en achter de schermen, doet Guiela Nguyen geenszins aan window-dressing of symptoombestrijding, maar maakt ze gelijkwaardigheid tot een holistische visie. Van de glitterpalen in de TnS-foyer, tot de contracten in het verhalencentrum, tot de auditie-tour van de école. Dit is een hokje dat ze wel degelijk lijkt te omarmen: ‘Care, merci’, mompelt ze aan het eind van ons gesprek. Merci beaucoup, care.’

Foto SMITH

Dossiers

Care
Theaterkrant Magazine juni 2025

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.