De Nederlandse musical, een van de populairste theatervormen in het land, is volgens sommigen toe aan een nieuwe impuls. Jonge schrijvers en componisten staan te popelen om het stokje over te nemen en aan het werk te gaan. Theatermaker ging in gesprek met vertegenwoordigers van die nieuwe generatie musicalmakers. ‘Wij gaan een musical maken op onze eigen voorwaarden.’

Voor maker en performer Job Greuter is het duidelijk: ‘Ik kan het, ik wil het, let’s do it.’ De 23-jarige acteur en maker studeerde in 2018 af aan de muziektheateropleiding van Codarts en rondt daar dit jaar zijn tweede bachelor klassieke muziek (cello) af. Het afgelopen seizoen speelde hij onder meer in A Little Night Music van de Nederlandse Reisopera. ‘Het Nederlandse musicallandschap is een beetje vastgeroest’, vindt Greuter. ‘Volgens mij heeft dat heel erg met financiering te maken. Er zijn geen subsidies dus er wordt nauwelijks risico genomen. Zo wordt een vicieuze cirkel in stand gehouden die de voortuitgang van het genre totaal niet bevordert.’

Het stoort Greuter vooral dat muziek vaak een ondergeschoven kindje is; volgens hem is de ontwikkeling van de Nederlandse musical juist te vinden in de emancipatie daarvan. ‘Het is belangrijk om je af te vragen: wat vertellen we, waarom, en hoe? Welke stijl gebruiken we bijvoorbeeld, en is dat wel de goede stijl? Gaan we een traditionele Amerikaanse musicalsound gebruiken of juist het geluid van een rockband? Een musical als Fun Home heeft de vibe van een kamerorkest. Dat past heel goed bij de sfeer en zeggingskracht van de voorstelling. Ik mis die koppeling vaak.’

Makers moeten op onderzoek gaan naar dit soort dingen, vindt Greuter. ‘Er wordt nu te veel gedacht binnen de kaders van wat musical zou zijn. Terwijl: musical is niet één ding. Bij de opening van het Musical Awards Gala werd allerlei materiaal uit traditionele Amerikaanse showmusicals gebruikt. Was dat een bewuste ode? En is dat nog wel het beeld dat we in deze tijd willen uitdragen? Ik mis het besef van alle andere mogelijkheden die er zijn. Ik hoop dat de hokjesgeest doorbroken wordt. Gooi alles eens open, zou ik zeggen. Doe dat gewoon, who cares als het mislukt. En als iets niet werkt, laten we dan in gesprek gaan over waaróm het niet werkt. Maar de poging om iets nieuws te proberen moet bestaansrecht hebben. Dat wens ik het vak toe.’

Sanna Vrij is een van de makers die de grenzen van het gezongen muziektheater onderzoekt. Samen met zes andere performers, een dramaturg en een zakelijk leider vormt ze CLUB GEWALT. Volgend jaar wordt hun eerste musical Antropoceen verwacht. Vrij: ‘Het afgelopen seizoen maakten we de opera Life, oh life. Ter voorbereiding daarop lazen we het boek Ecologisch wezen van Timothy Morton. Daarin beschrijft hij hoe je als individu moet omgaan met het Antropoceen, het tijdperk waarin we nu leven. Dat onderwerp bleef hangen. We dachten: wat als je zo’n groot en complex thema zou samenvatten in iets behapbaars als een musical? Dan krijg je een soort paradox tussen het zware onderwerp en het stereotype beeld van musical, dat bekend staat als een narratief sjabloon waarin dingen worden versimpeld. Een beetje à la Crazy ex-girlfriend, waarin continue middels musicalsongs dingen versimpeld worden die eigenlijk helemaal niet simpel zijn.’

Antropoceen heeft als ondertitel ‘een opera’ en gaat in première tijdens de Operadagen Rotterdam 2021. Vrij: ‘Operadagen is een van de weinige plekken waar muziektheater als discipline wordt onderzocht. Dat is bij musical ongebruikelijk. Wat met musical wordt geassocieerd is redelijk vastomlijnd. Er is geen platform of werkveld waarin een discours plaatsvindt over het genre; musical plaatst zichzelf altijd in de traditie van de vrije sector en daarin is nog geen sprake van experiment. Wij gaan een musical maken op onze eigen voorwaarden.’

‘De musicals die ik de afgelopen jaren heb gezien, interesseren me niet zo. Uiteindelijk loop ik vaak teleurgesteld de zaal uit. Dat ligt met name aan het soort verhalen dat verteld wordt en de weinige uitdaging daarin voor het publiek. Het heeft ook te maken met degenen die musicals schrijven en ze uitvoeren en de vorm waarin ze worden uitgevoerd. Terwijl: musical heeft een enorm publiek. Dat is fantastisch, want daarin liggen kansen om nieuwe verhalen te vertellen en nieuwe manieren te onderzoeken om dat te doen. Er moet opnieuw gekeken worden naar welke vertelvorm het beste past bij het verhaal dat verteld wordt. En van nostalgie moeten we af. Dat hele verlangen naar het verleden vind ik naïef en totaal geen waardevolle bijdrage leveren aan het gesprek van nu. We moeten juist voorstellen doen voor de toekomst.’

Charlotte Dommershausen en Amanda Payne zien die toekomst in de vorm van werken vanuit het collectief. Beiden afgestudeerd aan de muziektheateropleiding van Codarts, vormen ze samen open musicalcollectief P(L)AYHAUS. Afgelopen zomer stonden ze met hun voorstelling Privileged the Musical op het Amsterdam Fringe Festival. ‘Iedereen staat in de musicalsector met de neus dezelfde richting op’, stellen Dommershausen en Payne. ‘De jonge en de oudere generatie willen allebei kwaliteit op de vloer zetten en het musicalgenre vernieuwen.’ Vooral wat dat laatste betreft lopen musicalmakers echter tegen instituten aan zoals de producenten en de theaters, vinden de twee. ‘De musicalsector is commercieel, het draait er om geld. Aangezien het huidige aanbod publiek trekt, is er op economisch gebied geen noodzaak om het genre opnieuw uit te vinden. Maar daardoor staat de ontwikkeling in de musicalsector wel stil.’

Dommershausen en Payne vinden het goed dat er Broadwaymusicals in de Nederlandse theaters te zien zijn. ‘Maar daarnaast verlangen wij naar een breder aanbod van bijvoorbeeld kleine musicals, musicals met nieuw geschreven muziek en meer ruimte voor het experiment.’ Volgens hen is er genoeg talent in Nederland om dat te realiseren. Payne: ‘Jonge schrijvers hebben echter nog geen naam gemaakt en daardoor vormen ze een te groot risico. Je ziet dat het nu veelal dezelfde mensen zijn die Nederlandse musicals schrijven.’

Zelf vormen Payne en Dommershausen een collectief waarin alle elementen van de voorstelling in samenwerking worden ontwikkeld. Dankzij een subsidie was het voor hen mogelijk om Privileged the musical te schrijven en zelf te produceren. Dommershausen: ‘Het lijkt mij gaaf als we met een collectief een grote musical kunnen maken. Een productie waarin een strenge scheiding tussen producent, regisseur en performer verdwijnt en binnen het collectief ruimte ontstaat om met elkaar te experimenteren.’

‘Het imago van de musical moet echt verbeteren’, vindt Arnoud Breitbarth. Hij begon zijn carrière als journalist maar switchte naar de masteropleiding Writing Musicals aan de Mountview Academy of Theatre Arts in Engeland. Als musicalmaker is Breitbarth tegenwoordig werkzaam in Amerika, Engeland en Scandinavië. ‘Het beeld van musical als grote tapdans- en struisvogelverenshow van dertig jaar geleden domineert nog steeds terwijl het genre zo ontzettend veel breder is.’ Dat cliché is zowel bij het publiek als bij de beleidsmakers lastig weg te nemen. Volgens Breitbarth heeft dat onder andere te maken met het feit dat musicalmakers in Nederland weinig tijd en geld hebben om musicals te ontwikkelen. ‘Sommige voorstellingen worden daarom heel snel gemaakt en soms zie je dat eraan af.’

Wat dat betreft ziet Breitbarth een duidelijk verschil met het buitenland. ‘Zeker in de Verenigde Staten verwachten producenten van makers dat ze een stuk jarenlang ontwikkelen’, zegt Breitbarth. ‘Het gebeurt regelmatig dat nummers herschreven moeten worden. Niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze net niet goed genoeg doen wat ze zouden moeten doen in een voorstelling. Als je geen goede ontwikkelingsgeschiedenis kan laten zien, kom je bij veel Amerikaanse producenten niet binnen.’

‘Initiatieven om nieuw theater te ontwikkelen zijn in Nederland hard nodig. Om nieuwe makers en nieuwe projecten de kans te geven om langzaam te rijpen en tot wasdom te komen.’ Meer tijd voor het ontwikkelen van Nederlandse musicals zorgt voor betere kwaliteit, en daarin ziet Breitbarth kansen om Nederlandse musicals te exporteren naar het buitenland. ‘Bijna alle musicals die in Nederland worden geproduceerd komen uit het buitenland. Maar we hebben hier ook heel veel talent en kennis. Niets houdt ons tegen om zelf musicals te exporteren. Met name in Zuid-Korea, Japan en China is er veel interesse in Europese musicals.’