Over generaties, een statement. Deadline begin augustus. Ja, prima. Als ik gevraagd word, reageer ik enthousiast. Nu ik ervoor ga zitten irriteert het me mateloos. Iets schrijven over generaties. Weer een manier om ons op te delen. Een hulpmiddel om analyse mogelijk te maken.

Wat brengt het ons? Waarom heb ik geen zin om na te denken over de verschillende generaties binnen het theaterlandschap in Nederland?

‘Over drie jaar stoot jij me van de troon’, riep Koos Terpstra me lachend toe vlak na mijn afstuderen. Waarom zou ik? Een stramien van opvolging. Een vast patroon. Eerst ik, dan jij, dan zij. Het stokje overnemen. Is het waar dat we het vak op die manier aan elkaar doorgeven? Van oud naar jong. Eenrichtingsverkeer. Een herhaling van zetten. Een invuloefening. Als je op zoek bent naar nieuwe vormen, naar het openbreken van de vorm, moeten we misschien wel beginnen met het heroverwegen van die structuur.

Wat zou er gebeuren als we die begrippen, oud en jong, minder standaard zouden interpreteren? Als we onze opleiding niet zouden bundelen in vier jaar, maar zouden uitsmeren over veertig jaar? Als kennis niet zou worden doorgegeven en uitgewisseld, maar in een samenzijn tussen ervaren en minder ervaren mensen steeds opnieuw en steeds anders zou worden gecreëerd? Als ook zeer onervaren en daardoor juist vrijdenkende mensen grote gezelschappen zouden leiden? Wat zou er gebeuren als de oude rot in het vak opnieuw naar school gestuurd zou worden om daar het een en ander af te leren? We hebben diepgaande verandering nodig. Waar begin je dan?

Een samenwerking tussen Johan Simons en Bianca van der Schoot lijkt mij spannend. Maar niet als nu al duidelijk is dat dit moet leiden tot grotezaalprojecten en het overdragen van een beeldtaal die bij Johan al bekend is. Als zij werkelijk samen aan het werk gaan, zouden ze iets kunnen maken wat voor hen beiden nieuw is en wat wij nog nooit gezien hebben. Dat Toneelgroep Amsterdam ruimte biedt aan mensen die aan het begin van hun carrière staan is op zich geweldig. Maar niet als ze bij voorbaat, door de naam TA2 alleen al, op de tweede plaats gezet worden. Niet als de richting waarin gegeven en ontvangen wordt al vaststaat. De ontmoetingen tussen generaties zou kunnen leiden tot structurele veranderingen van binnenuit en niet alleen tot overname.

Ik ben fan geworden van de term rolfluïditeit. De vloeibaarheid van rollen. We spelen niet slechts één rol. We vervullen meerdere rollen, tegelijkertijd. Een rol past altijd meerdere mensen. En een mens vervult altijd meerdere rollen. Ik ben niet de enige schrijver. Jij, die nu leest, schrijft ook wel eens. En ik ben niet alleen schrijver. Ik ben ook moeder, dochter, zus, theatermaker, gespreksleider. Ik ben actief in de marge van ons bestel en ben verbonden aan het establishment. Ik verzet me en ik beweeg mee.

We zijn allemaal oud en jong. We zijn allemaal revolutionair en afwachtend. We zijn allemaal ambitieus en lui. We kunnen allemaal groot en klein denken. We zijn allemaal op zoek naar collectieve en individuele ervaringen. Die eigenschappen behoren niet toe aan bepaalde generaties. Wanneer we de rollen te zeer vastpinnen, te zeer fixeren, ontnemen we onszelf bewegingsvrijheid. Wanneer opstand, verstilling, vernieuwing, traditie slechts toebehoren aan een bepaalde groep ontnemen we onszelf de dynamiek die nodig is om vooruit te komen. We kunnen alleen improviseren als de rollen vrij uitgewisseld kunnen worden. We kunnen alleen spelen als we de verkleedkist samen delen.

Ik pleit voor een averechts en tegendraads generatiedenken. Een shakespeareaanse midzomernachtsverwarring. Waarin niemand meer weet wie met wie wat doet en waarom. Dat zou alles in beweging brengen. Ik heb zin in minder consequente praktijken, minder doordachte samenwerkingen. Dwarsverbanden. In onze voorstellingen spelen alle leeftijden samen, combineren we oude en nieuwe vormen. In de manier waarop we ons veld inrichten zijn we helaas minder open, minder beweeglijk en minder creatief. Onze creativiteit behoort niet enkel ons werk toe. Diezelfde creativiteit speelt een onmisbare rol bij de inrichting van het landschap waarin we werken. Als we onze gezamenlijke eigenschappen zo breed mogelijk inzetten, zonder ze vast te pinnen op een bepaalde groep of een bepaald domein, zouden er wel eens ongelooflijk mooie dingen kunnen gebeuren.