Artistiek onderzoek en maatschappelijk engagement vormen in het werk van Sarah van Lamsweerde de basis voor het onder de loep nemen van hoe wij via kunst naar de wereld kijken. Met dat kijken en vaak ook tasten, ruiken en luisteren lijkt zij toeschouwers over te willen halen de wereld anders tegemoet te treden: met meer mededogen, en oog voor de beperkingen van het eigen denken en doen.

‘Volgt u mij?’, ‘Zijn we compleet?’ Onze gids maakt geen grapje, maar het is geestig hoe zij voor ons met haar verhalen terugkijkt in de tijd, terwijl wij voor haar om ons heen kijken in de ruimte. Onze host is aan één oog blind, en met het andere ziet ze nog maar 50 procent, kijkend door de barsten in een verdroogd hoornvlies. ‘De rest vul ik zelf in’, zegt ze welgemutst terwijl ze voor ons uit over de enorme, onregelmatige, hardstenen plavuizen van de Oude Kerk in Amsterdam stapt. Ze wijst op een zwaar rood gordijn dat er niet hangt en een triptiek aan de wand, idem dito. Terwijl de gids uitleg geeft bij het schilderij, speelt regisseur Sarah van Lamsweerde (1971) met de waarneming van haar publiek.

De beschrijvingen van het imaginaire schilderij en later van een heuse grafsteen aan onze voeten zijn uiterst minutieus, maar de gebruikelijke geschiedkundige autoriteit wordt door kleine plaagstootjes doorbroken. Heeft de triptiek hier wel ooit gehangen? Bestaat er wel een schilderij met hard door elkaar voorlezende sterfbed-gasten en een in een bruin gewaad gehulde verschijning, die vanuit het rechterpaneel de toegang tot het middenpaneel wordt geweigerd door een vrouw in een witte jurk? En doet dat ertoe?

Nadat de gids het ons heeft voorgedaan bij het graf van Maria Tesselschade Roemers Visscher, een beroemde dichteres, zangeres, graveur, eigenzinnige en aan één oog (door de vonk van een aambeeld) blinde vrouw uit de zeventiende eeuw, sta ook ik met een schoen in de hand op kousenvoet de oppervlakte van een grafsteen in de Oude Kerk af te tasten. Ik probeer mij de voorstelling die in de steen is gebeiteld voor de geest te halen, maar het lukt niet. Ook een andere deelnemer aan Sightless Seeing#2: Tessels Oogh (2017) doet een paar plavuizen verderop zijn best, hoofdschuddend. Via de besokte voet op de grafzerk mengt het verhaal van Tesselschade zich met dat van Weijn Ockers, een andere fameuze zeventiende-eeuwse. Tijdens de beeldenstorm zou zij haar pantoffels naar een Mariabeeld in een glazen kastje in de Oude Kerk hebben gegooid en daarvoor, na wrede martelingen, twee jaar later een publieke verdrinkingsdood op de Dam sterven.

***

In het werk van Sarah van Lamsweerde vormen artistiek onderzoek en maatschappelijk engagement de basis voor het onder de loep nemen van hoe wij via kunst naar de wereld kijken. Het kijken zelf is onderwerp, hoewel het meestal wordt kaltgestellt en vervangen door voelen, tasten, ruiken en luisteren. In 2020 leidden Leroy de Böck en Alicia Hoost tijdens Sightless Seeing#4: Aquisitions bezoekers van het Stedelijk Museum door de tentoonstelling In the Presence of Absence rond. ‘Before we start, I must give you some important information about how we travel through space and time’. Zoals vaker in het werk van Van Lamsweerde ging de rondleiding gepaard met oefeningen om het hoofd, de nek, de ogen, de armen en de rest van het lichaam te ontspannen, het te voelen en ook de aanwezigheid van de anderen in de groep bewust te ervaren. 

Vanuit deze introspectie werden de toeschouwers met suggesties en opdrachten verleid om op een andere, meer tactiele en associatieve, en daardoor ook meer persoonlijk geëngageerde manier naar hun omgeving te kijken. Deelnemers kregen ook een handschoen uitgereikt. Handschoenen zijn een vast item in het arsenaal van Van Lamsweerde. Ze leggen nadruk op de tastzin en de inzet van de handen, maar herinneren als een officiële versie van de sok in Tessels Oogh aan het delicate karakter van de aanraking. Alsof alles het verdient om als een uniek en broos voorwerp of document behandeld te worden. 

‘Feel the fabric of the clothes you are wearing against your skin. The tightness of the belt around your waist, your boots a little too tight; feel the weight of the ornaments around your neck’. Zonder er bij stil te staan, namen de bezoekers van het Stedelijk de pose aan van de figuren op Natasja Kensmils Huwelijksportret, waarop Johan de Witt en Wendela Bicker staan afgebeeld. Het portret lijkt een herschrijving, maar een oorspronkelijk portret van deze machtige echtelieden uit de zeventiende eeuw bestaat helemaal niet. ‘Feel the weight of your power on your shoulders’, zei Leroy de Böck. ‘Sensations might ripple up from inside you, that you don’t recognize as your own. A sense of great bitterness for instance, a sense of injustice. Just let it all pass through you.’

Het zien als metafoor voor de waarborging van waarheid en kennis, en de nadruk die zo op het beeld is komen te liggen, worden door Van Lamsweerde ondergraven door de inzet van orale geschiedenis, persoonlijke perspectieven, de inzet van het lichaam en andere zintuigen dan het oog, het bevragen van de taal die we gebruiken en de plek die we innemen, wanneer we kijken en verwoorden. Alternatieve ervaringen, sociaal of historisch, worden ontwikkeld door liefdevol aandacht te besteden aan minder in het oog springende of verloren gelopen voorwerpen, mensen en hun verhalen, die allemaal een rol krijgen in het kantelen van het dominante perspectief.

***

Claire Bishop beschrijft al in 2013, in Radical Museology, or, What’s ‘Contemporary’ in Museums of Contemporary Art?, hoe musea veranderd zijn in pretparken, onder invloed van eisen omtrent eigen inkomsten en bezoekersaantallen en hoe het spectaculaire museumgebouw afleidt van een intieme ervaring met de tentoongestelde objecten. Bishop citeert Rosalind Krauss, die reeds in 1990 over het hedendaagse museum vaststelde dat: ‘the unanchored hyperreality of its architectural container, (…) produced effects of disembodiment that, in her view, correlated to the dematerialized flows of global capital’.

Of het nu om het museum of het theater gaat, alle culturele instellingen staan steeds meer in dienst van een bredere politiek van city marketing, en lijken nog slechts gewaardeerd te worden voor zover zij financiële waarde toevoegen en economische activiteit genereren. Te midden van deze vergaande vercommercialisering van de kunst- en cultuursector zijn het vooral onafhankelijke curatoren en individuele kunstenaars die nog aandacht vragen voor het publieke belang, voor het diepgaand en kritisch bezorgen of ontsluiten van oeuvre, of dat nu oude verzamelingen betreft of nieuwe uitingen. Van Lamsweerde levert met haar werk een belangrijke bijdrage aan deze artistieke tegenbeweging. De afgelopen jaren werd zij vooral door het Mondriaan Fonds ondersteund, hoewel haar werk een sterk performatief en choreografisch karakter heeft. 

Na haar werk als danseres vanaf de jaren negentig, met choreografen als Leine&Roebana, en Donald Fleming, deed Sarah van Lamsweerde een aantal vergeefse pogingen om in Nederland een carrière op te bouwen als choreograaf. Een master theater bij Dasarts bracht een kentering en in 2012 kwam 80 Words uit bij het Veemtheater in Amsterdam. Na deze lecture performance over taal en taalgebruik ontwikkelde Van Lamsweerde met veel succes in musea, theaters en parken vele performances en installaties, die het formele met het informele, het officiële met het ondergrondse, en de kunsten met ideeën over samenleven verbinden.

***

80 Words (2012) vertoont alle choreografische trekken, die ook het latere werk van Van Lamsweerde zo herkenbaar maken. Een groots onderwerp als het functioneren van taal – in zichzelf én als menselijk communicatiemiddel – wordt behapbaar gemaakt door samen met het publiek een aantal fundamentele bewegingen te voltrekken. Soms zijn dat gedachtenbewegingen, soms zijn de bewegingen letterlijk en lichamelijk, soms zijn ze ruimtelijk en gaan ze over het verschijnen en verdwijnen – van tastbaarheid, van zin of begrip. Lichamen communiceren ook zonder taal, zoals een hand op andermans schouder. Wat gebeurt er als we de verschillende zintuigen en dito vormen van communiceren naast elkaar leggen? Wat betekenen al die bewegingen tussen dingen en mensen?

Zowel het slagen van de bewegingen als ook de mislukking, het falen van een bepaalde inzet of aanname, worden door Van Lamsweerde met de vrolijke scepsis en precisie van een echte onderzoeker benaderd. Dit betekent niet dat de complexiteit van het functioneren van in dit geval taal – het werk van Van Lamsweerde gaat over allerlei vormen van representatie, en met name dominante beelden moeten het bij haar ontgelden – en hoe wij hem gebruiken, wordt weggenomen. De schijnbare eenvoud van de voorstellen vergroot juist de reikwijdte van het onderwerp, zoals plaagstootjes en andere lichtzinnige of poëtische gestes de status van onderzoek en kunst, van het vergaren van kennis en methode, ondermijnen. Ernst slaat bij Van Lamsweerde nooit om in autoriteit en moralisme.

Van Lamsweerde stelt zich op als een onderzoeker die beweging organiseert tussen aspecten van het leven en van de kunst, die normaliter door specialisten worden geduid en daarmee ook een bepaalde onaantastbaarheid krijgen. Het is als met het stellen van domme vragen: ze zijn vreselijk belangrijk, maar de meeste mensen schrikken ervoor terug, bang om een flater te slaan. Het is juist in het proces van domme vragen stellen en speculeren, dat het eigen proces van kennis vergaren en zin geven naar voren treedt en niet bij voorbaat wordt overschreven door de meest gebruikelijke, dominante vormen. Bovendien geldt voor alle wetenschap, van de dagelijkse tot die die met Nobelprijzen wordt overladen, dat ze voorlopig is en betrekkelijk.

***

Maar Van Lamsweerde betoont zich geen scepticus of relativist. In Montage, het laatste deel van Three Portraits (2013) bouwen Sonja Jokiniemi and Norberto Llopis Segarra met lege dozen van ongebleekt karton een wand, waardoor stapsgewijs steeds meer delen van een grote, geprojecteerde groepsfoto zichtbaar worden. Wie zijn de mensen op de foto in zwart-wit, met hun kostuums en medailles op de borst geprikt? Van Lamsweerde, die de foto vond op een rommelmarkt, zet aan tot speculatie. Daardoor komt zowel het belang van kennis als de betrekkelijkheid ervan tot uiting. Ook zonder bijschriften valt er van alles aan de foto af te lezen, en bovendien is het buitengewoon interessant om te zien welke speculaties, inclusief vooroordelen en andere ‘verworvenheden’, er bij gebrek aan feiten in je opkomen. 

In Meeting You, het eerste deel van Three Portraits kijkt de toeschouwer in haar eentje naar een afbeelding van een portret van een jonge, anoniem gebleven vrouw uit de vijftiende eeuw. Ook zij intrigeert, ook van haar weten we niets. De wijze van schilderen geeft de vrouw een bepaalde uitstraling of aura, maar de afstand in de tijd en het ontbreken van iedere verdere informatie, maakt dat ook zij een soort canvas wordt, waarop wij als toeschouwers heerlijk projecteren kunnen.

Kunnen we ons identificeren met mensen, wier naam we niet kennen, wier geschiedenis voor ons verborgen is? Kunnen we met elkaar spreken als onze woordenschat wordt teruggebracht tot tachtig woorden? Wat doen we met de halve indrukken en losse eindjes die ook het officiële archief of de befaamde collectie kenmerken, niet alleen de rommelzolder of de antiekmarkt? In de beweging die Van Lamsweerde organiseert tussen gekend en ongekend materiaal, geoorloofde en ongeoorloofde methodes, courante en minder courante bronnen, ontstaat ruimte en tijd. In de dubbelzinnigheid van die speelruimte, waar de onbepaaldheid van de lezing van beelden en voorwerpen speculatie noodzakelijk maakt en ruimte geeft om verhalen in te vullen en over te nemen, schuilt een creatieve kracht, die ook ontluisterend kan zijn, vanwege alle preconcepties waarmee we de wereld tegemoet treden.

***

In Cast Witnesses (2017) worden beelden uit de gipsotheek van het Allard Pierson Museum behandeld als levende wezens. De twee gidsen stellen de bezoekers voor om met hen in contact te treden, door ademhalingsoefeningen, aanraking en verbeelding. Tips over hoe een mens lang in een pose kan staan zonder flauw te vallen, worden opgevolgd door de instructies voor een massage waarmee bij een beeld fantoompijn kan worden verlicht. Het aanraken van de beelden om warmte door te geven en in de streling bepaalde informatie en gevoel uit te wisselen, geeft de bezoeker een nieuwe kijk op de beelden en de verbeelde figuren. 

Het wegkijken of niet willen zien van de gemankeerde geschiedenis van de gipsen en de theatrale nep van het neo-neo-classicistische decor waar de beelden toe behoren, wordt door Van Lamsweerde zonder enig moralisme, maar met gevoel voor humor ten tonele gevoerd. Het levert ook een onderkoelde uitwisseling van blikken op. Terwijl de beelden en bezoekers dicht bijeengepakt op de zolder van het Allard Pierson staan en hun blikken elkaar kruisen, dringt zich de vraag op waarom de geïdealiseerde stolling van mensen als ranke, machtige godenwezens en helden toch zo’n enorme invloed heeft gehad en nog steeds heeft. En welke rol het kijken en het verschijnen in andermans blik daarbij heeft.

Met hun vergeelde uiterlijk en ondefinieerbare herkomst, als afdanksels van voorbije en niet altijd even frisse idealen, krijgen de gipsen een hele nieuwe rol. Als we de geschiedenis van de gipsen afgietsels tot ons laten doordringen, kunnen we misschien ook een andere blik op onze geschiedenis toelaten. Eentje waar niet het versteende hellenistische schoonheidsideaal centraal staat, met alle verabsolutering en uitsluiting van dien, maar een meer reële geschiedenis, van tweedehandsjes en hun migratie, minder ideaal, reëler en menselijker.

***

Het falen, de plaagstootjes, de lichtzinnigheid van de fantastische wending in het historische verhaal of het lichamelijk maken van beeltenissen, uitdrukkingen en zegswijzen die zelden meer letterlijk worden genomen, herinneren de toeschouwer of deelnemer niet alleen aan de concreetheid van het onderzoeken, maar bevrijden die ook van de verplichting reeds te weten. Speculerend vanuit jezelf beginnen, goed naar anderen en het andere luisteren, omgeven door de kloppend harten en de ademteugen van een kleine groep lotgenoten, die net als jij door Van Lamsweerde en haar gidsen mee op zwerftoer zijn genomen, ontstaat er een bepaalde vrijheid, een zeker gemak de complexiteit aan te gaan en die ook te laten voor wat ‘ie is, te accepteren dat veel sociaal-historische fenomenen complex en pijnlijk zijn, in plaats van ze handig te verpakken in een geruststellende oneliner, als doekje voor het bloeden.

In de alternatieve lezing en belichaming van tekens schuilt nog een heel andere waarde, namelijk die van het bevragen van het repertoire of de canon. Het bedenken van alternatieve verledens, aan de hand van een losse lezing van de schaarse tekens, mag lichtzinnig lijken, maar betreft in feite de ernstige kwestie van in- en uitsluiting, bijvoorbeeld naar sekse en seksuele oriëntatie, klasse en huidskleur. Het werk van Van Lamsweerde heeft een ernstige ondertoon, wanneer het aandacht vraagt voor perspectieven die als vanzelf worden weggelaten, omdat ze zwart zijn, ongeschoold of van een slechthorend of visueel beperkt iemand. Daarin schuilt ook het radicale vermogen van haar strategie: het publieke belang terug te brengen in de omgang met kunstuitingen, -collecties en –archieven, door publiek actief mee te laten doen in de alternatieve duiding.

Van Lamsweerde verliet niet alleen de ‘moderne dans’, maar ook het gevestigde theater, al treedt ze er nog regelmatig op. Ze heeft een hybride praktijk, waarbij ze met gemak in verschillende media werkt, uiteenlopende kunsttradities gebruikt en tegen elkaar uitspeelt. Zoals op haar website te lezen valt over de stichting van waaruit ze produceert: Tre Tigri is ‘an undisciplined artists’ association for individual and collective projects’, met een voorkeur voor ‘extra-curricular’ ofwel buitenschoolse methoden. Het gaat vooral om het belichamen van de verschillende perspectieven en daarmee het eigen perspectief te activeren, maar ook voor een moment uit te stellen.

***

Cultuurhistoricus Carlo Ginzburg vergeleek ooit in een essay het werk van de jager als sporen-zoeker met het werk van de detective, de huisarts, en de kunsthandelaar die vervalsingen van authentieke schilderijen moest kunnen onderscheiden. De verschillende vormen van sporenonderzoek hebben gemeen dat ze een diagnose moeten stellen van voorbije gebeurtenissen en gedane zaken, waarvan men zegt dat ze geen keer hebben. Zonder een ontwikkeld voorstellingsvermogen kan de spoorzoeker niet verder, we kunnen niet anders dan ‘to imagine the truth’. Maar soms valt de sporenzoeker ook ten prooi aan zijn eigen fantasie. Het is een dunne grens waarop de jager, de huisarts, et cetera, zich bevinden.

Afgelopen mei was tijdens het Amsterdamse performance festival FLAM Sightless Seeing #5: Black Box te zien. Sightless Seeing, waartoe ook Tessels Oogh en Acquisitions behoren, is een voortdurende reeks performances, die ingaat op het instabiele van de ervaring van kunst. De serie startte in 2014 met een intieme wandeling langs kunstwerken in de publieke ruimte van Amsterdam-West. Het verbond de vraag naar de betekenis van hun aanwezigheid in parken, scholen en gemeentekantoren met de kunstbezuiniging van dat moment. Tegelijkertijd werden in die tijd veel bronzen beelden gestolen, vanwege de marktprijs van het brons. Van Lamsweerde vroeg zo met haar wandeling en het bevoelen van beelden, staand op verrijdbare trapjes, aandacht voor zeer uiteenlopende aanslagen op het functioneren van kunst in het publieke domein. 

Black Box vertelt de verhalen en maakt de geschiedenis tastbaar van enige objecten uit de TIN-collectie, die sinds de sluiting van het Theater Instituut Nederland in 2012 een onderkomen heeft bij de bijzondere collecties van de Universiteit van Amsterdam ofwel het Allard Pierson Museum, maar grotendeels in een depot aan de rand van de stad huist. Een beperkte groep bezoekers, omgeven door het grijze licht van een tentoonstellingszaal in de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae, wordt gevraagd de ogen als waterdruppels het lichaam in te laten zakken om op die manier beter te kunnen luisteren naar de blinde gids Leroy de Böck, en de materialen die hij uitdeelt een voor een te betasten. Samen met De Böck lopen we zo een (denkbeeldige) toer door het depot in Amsterdam Zuidoost en verplaatsen ons met hem in de levens van een marionet, een danser, nog een danser en dan nog een voorwerp, dat ik jammer genoeg vergeten ben, hoewel er nog iets van een houten vorm tevoorschijn komt, als ik heel erg mijn best doe. 

Het opnieuw maar anders betreden van platgetreden paden, naast het aanleggen van nieuwe paadjes maakt toeschouwers bewust van de gewoontes, gebruiken en andere mechanismes in het kijken en grijpen, begrijpen en oordelen. Het werk van Van Lamsweerde lijkt ook een poging om toeschouwers over te halen de wereld anders tegemoet te treden: minder agressief, met meer mededogen en oog voor de beperkingen van het eigen denken, doen en voelen. Met een buitengewoon goed gevoel voor verhouding weet Van Lamsweerde zo niet alleen de vinger te leggen op zere plekken – veroorzaakt door de wonderlijke vanzelfsprekendheid van ingesleten categorisaties, hiërarchieën, blinde vlekken, vormen van uitsluiting en ontkenning – maar ontwikkelt zij ook methode om in waardigheid die pijn aan te gaan, er om te kunnen lachen, en zich eigen of andermans lot aan te trekken. Het zachtjes aanraken doet wonderen, en zet aan tot een andere manier van verwerken. Zoals de bezoekers aan het einde van Cast Witnesses konden ervaren toen zij een wit brokje meringue kregen uitgereikt en dat met vragende blik in hun mond staken (voor wie durft).

Foto: Jan-Peter van Popta. Sarah van Lamsweerde in 80 words (2012) van Sarah van Lamsweerde / Het Veem Theater

Dossiers

Theaterkrant Magazine zomer 2022