Hoe wordt een acteur op de toneelschool opgeleid? In dit derde deel van een serie over toneelmeesters, vertelt Mandela Wee Wee hoe Johan Simons voor hem een speeltuin creëerde. En dat hijzelf zijn leerlingen soms uitput om hen waarachtig te kunnen laten zijn in hun spel.

Paramaribo

‘Ik ben in 1983 geboren in Paramaribo. Mijn ouders kwamen als Marrons uit het binnenland van Suriname en behoren tot de stam van de Saramaccaners. Dat zijn de tot slaaf gemaakten, die zich hadden bevrijd vóór de afschaffing van de slavernij. Mijn moeder werkte als secretaresse op het kantoor van haar oom, de mensenrechtenactivist Stanley Rensch. Mijn vader was leraar Nederlands. Ik heb een grote en hechte familie, die altijd veel bij ons over de vloer kwam in ons huis in de volkswijk Latour. Elk weekend gingen we het binnenland in, naar de dorpen waar mijn ouders vandaan kwamen. Ik hield van dansen. Mijn oma zei altijd: als iemand een scheet laat, gaat Mandela al dansen. Toen was ik nog geen twee jaar. En ik ging naar tekenles en zong mee in het kinderkoor van de kerk, waar wij lid van waren. Als kind was ik heel nieuwsgierig en stelde vaak tot vervelens toe vragen. Ik keek veel naar Engelstalige tekenfilms, die mijn taalgevoeligheid sterk hebben beïnvloed. In Suriname maakte ik kennis met veel verschillende talen, zoals de Marron-talen, het Saramaccaans van mijn familie, het Sranantongo en het Hindoestaans, Javaans en Chinees van de verschillende andere Surinaamse bevolkingsgroepen. Door op te groeien met zoveel verschillende culturen, ontdekte ik dat taal een belangrijk middel is om met mensen uit andere milieus in contact te komen. De Marrons zijn verhalenvertellers. In de dorpen in de binnenlanden, waar wij in de weekenden naar toe gingen, werden bij de kampvuren de meest fantastische verhalen op orale wijze doorverteld. En er werd ook vaak bij gedanst. Daar is mijn interesse in theater ontstaan. En ik ben de eerste van mijn Surinaamse familie die er zijn beroep van heeft gemaakt.

Tilburg

Op mijn negende verhuisden we naar Nederland, omdat het vanwege de politieke situatie in Suriname te riskant werd om te blijven. Heel veel Surinamers gingen toen naar Nederland, omdat ze voor hun kinderen een betere en vooral veiliger toekomst wilden. Mijn vader vertrok als eerste en een jaar later volgden mijn moeder en ik. We gingen wonen in een flat in Tilburg-West. Na de lagere school ging ik naar het Paulus Lyceum, waar mijn lerares Rosemarie Smeets bepalend is geweest voor mijn verdere ontwikkeling op het gebied van de podiumkunsten. Ik was een slimme en getalenteerde leerling en haalde goede rapportcijfers. Maar ik presteerde regelmatig onder mijn vermogen omdat ik snel was afgeleid. Zij benaderde mij op een andere wijze dan de overige docenten. Zij zag potentie in mij en honoreerde mijn beweeglijkheid juist positief. Ze zag mij vaak dansen en stimuleerde mij daarin. Tot de dag van vandaag komt ze nog altijd naar de voorstellingen kijken waarin ik speel. Door haar is het vlammetje in mij aangewakkerd om zelf op het podium te willen staan. Aan het einde van mijn middelbareschooltijd sloot ik me aan bij de dansgroep van choreograaf Regillio Eyck in Eindhoven. Ook hij is heel belangrijk voor mijn theatrale ontwikkeling geweest.  Als een soort grote broer. Hij gaf me zelfvertrouwen op het podium. Want ik wilde een ster worden net zoals Michael Jackson. 

Bij mij thuis was het vergaren van kennis echter heel belangrijk. Om mezelf te kunnen ontwikkelen en me daarmee te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Zoals wij dat hadden meegemaakt toen we vanuit Suriname gevlucht waren en in Nederland opnieuw moesten wortelschieten. Daarom ging ik naar de Netherlands Business Academy, een hbo-opleiding in Breda, die ik ook heb voltooid. Om mijn ouders tevreden te stellen. En ook voor mezelf. Ik wilde graag naar Amerika om een succesvolle internationale ondernemer te worden. Maar mijn artistieke ambities werden steeds sterker. Ik ging naar de oriëntatiecursus van de Amsterdamse Toneelschool, maar ben daar al na één dag weer vertrokken omdat ik niet snapte wat daar gebeurde. Het was me allemaal te vaag. Door de ruimte lopen met je ogen dicht. Dat paste helemaal niet bij het beeld wat ik van acteren had. Ik vond het belachelijk. Pas veel later ontdekte ik dat theater over verbeelding gaat en dat ik daarvoor naar een opleiding moest. Iemand attendeerde mij op de Open Dag van de Internationale Theaterscholing van Theatergroep De Nieuw Amsterdam (ITS/DNA) en die Open Dag heeft alles veranderd.

ITS/DNA

Het belangrijkste waar ITS/DNA mij bij geholpen heeft is mij in verbinding te brengen en vertrouwd te laten raken met mijn eigen authentieke bronnen als acteur. Ik ben Surinamer, Marron, Nederlander, Brabander, Tilburger, et cetera. En al die bronnen kon ik daar aanraken en uitproberen. Omdat er bij ITS/DNA zo’n rijk aanbod was aan lessen vanuit verschillende richtingen en disciplines door zwarte docenten. Zij snapten mijn mores en ook vaak mijn sores beter en gaven mij het gevoel dat ik bestaansrecht had. Ook heel bepalend was de werkmentaliteit die wij al vanaf de eerste schooldag ontwikkelden. Tijdens de introductiedagen van de opleiding gingen we niet lekker de stad in om te rollebollen, maar gingen we het gebouw schoonmaken. Het gaf urgentie aan het werk en veroorzaakte het bewustzijn dat het een privilege was om les te krijgen. Dat besef vormt nog steeds de basis van mijn werkmentaliteit in de beroepspraktijk. 

ITS/DNA was een soort van hofleverancier van zwart talent richting de toneelscholen. Toch had ik twijfels of ik wel acteur wilde worden. Wat zouden mijn beroepskansen zijn als zwarte acteur? Er is tegenwoordig veel meer werk voor zwarte acteurs. Maar ik vind niet dat er in de ontwikkeling van zwarte rollen een grote vooruitgang zit. Die zijn nog steeds voornamelijk ondersteunend. Er zouden meer dragende rollen voor zwarte acteurs geschreven moeten worden. Wij zijn nu nog steeds te vaak onderdeel van een wit verhaal. Als je zwarte mensen op cruciale functies zet krijg je andere verhalen. Omdat er dan sprake is van een andere beleving en van een ander perspectief. Het feit dat ik Surinamer én Nederlander ben, voelde door het ITS/DNA jaar niet meer als een spagaat. En als er een vierjarige acteursopleiding volgens het ITS/DNA model was geweest, dan was ik daar zeker naar toe gegaan. Maar die was er niet. En dus ik ging naar de Toneelacademie in Maastricht.

Maastricht

Voor mij werkte het positief dat ik pas met de acteursopleiding begon toen ik al vijfentwintig jaar was. Door levenservaring en een afgeronde business studie wist ik veel beter wat ik tijdens de opleiding wilde leren. Waardoor ik van het spartaanse klimaat in Maastricht genoot en erdoor werd gevoed. Ik omarmde het, omdat ik me ervan bewust was dat ik daar niet was om complimenten te ontvangen. In de lessen van René Lobo leerde ik de meest basale en essentiële zaken waar je als acteur mee bezig moet zijn. Dat je je meest primaire instincten tijdens het spelen van een rol moet opzoeken. Dat hielp mij om af te komen van mijn neiging tot people pleasen in een omgeving waar ik mij niet veilig voel. Een intrinsieke onbewuste eigenschap van veel Afro-Surinamers is om harmonie na te streven. Daardoor is het ook mogelijk geweest dat het Afrikaanse continent zo heftig gekoloniseerd werd. Het is een cultuur van opnemen, absorberen en meebewegen met de ander, wat vaak een beschermingsmechanisme wordt in onveilige situaties. Daardoor waren mijn eerste twee studiejaren het moeilijkst. Maar door de feedback van de docenten leerde ik om dat pleasen te vermijden tijdens het spelen. En om me niet te laten intimideren door mijn omgeving. Maar meer zelfvertrouwen te hebben en te durven falen. Toen ik afstudeerde wilde ik graag rollen gaan spelen waarin deze menselijke complexiteit goed zichtbaar zou worden.

De praktijk

Dat lukte al meteen in mijn eerste grote rol in Mogadishu van Vivienne Franzmann in de regie van Matthias Mooij bij De Utrechtse Spelen in 2013. Ik dacht toen: ik wil meer van dit soort rollen spelen, die mij uitdagen en waar ik mijn tanden in kan zetten. En zo kwam ik bij Johan Simons terecht. Tijdens het werken met hem ervoer ik een prikkelende creatieve vrijheid. Hij creëerde voor mij als acteur een speeltuin, waarin ik mocht gaan spelen. Ik mocht zelf kiezen welk toestel ik als eerste ging gebruiken. Ik bepaalde de volgorde. Hij bedacht de context, gaf mij als acteur carte blanche en zei: doe maar iets. Dat maakte mij als acteur heel ontvankelijk en gul. Hij stimuleerde me hierdoor om heel veel uit mezelf te halen. Omdat ik hem graag liet zien wat ik te bieden had. En ik mocht falen. Dat kreeg hij voor elkaar omdat hij zichzelf ook kwetsbaar opstelde. Maar hij was ook zelfverzekerd genoeg in het werkproces. Ik heb nooit paniek gevoeld tijdens het werken, omdat hij vertrouwen uitstraalde richting het eindproduct. Ik kon ook heel goed met hem van mening verschillen. Johan houdt van boksen, omdat hij zelf ook een bokser is. Het was fijn om op deze manier met elkaar de messen te kunnen slijpen. Van Johan leerde ik om mijn eigen identiteit los te laten en abstracter en meer vanuit ideeën te durven spelen. Daardoor werd mijn acteurschap meer fluïde. Ik ben een acteur die gedijt in geleide vrijheid, waarbij de regisseur de structuur van mijn creatieve krachten bewaakt. Johan was de architect die mij als ingenieur had ingehuurd. 

Toneelmeester

In mijn lessen leer ik de studenten hoe zij kunnen spelen vanuit hun eigen menselijke bronnen. Dat zijn ervaringen, gedachten of emoties. Ik train de studenten in de vijf w’s: wie, wat, waar, wanneer, waarom ben je? Vandaaruit maak ik de studenten bewust van hun eigen bronnen waarmee ze kunnen werken. Soms geef ik hierbij fysieke opdrachten zoals het opdrukken van het lichaam terwijl ze hun tekst zeggen. Dat leidt af van te veel denken en brengt ze dichter bij hun primaire emoties. Uiteindelijk is acteren handelen, dus altijd fysiek. Uitputting helpt de studenten om dichter bij hun waarachtige en primaire emoties te komen. En veroorzaakt meer waarachtigheid en eerlijkheid tijdens het spelen. Want alleen door eerlijk te zijn naar zichzelf kunnen ze zich verbinden met de ander. Waardoor er een open verbinding naar elkaar ontstaat. Ze worden betere acteurs door als mens te groeien en te leren luisteren naar hun eigen bronnen. Daarbij stuiten ze onvermijdelijk op eventuele blokkades in het niet eerlijk naar zichzelf zijn tijdens het spelen. Ik leer de studenten hoe ze die blokkades kunnen opheffen. Mijn lessen zijn een combinatie van alles wat ik zelf in het verleden heb geleerd. Lesgeven is voor mij ook belangrijk om mijn eigen kennis aan te scherpen van wat ik al wel of nog niet weet. En het confronteert mij met de essentie van waar ik zelf als acteur mee bezig ben. Eigenlijk is lesgeven ook les krijgen.’

Foto: MDT op Zuid Summer Experience 2020, Beeldbakkers

Dossiers

Theaterkrant Magazine maart 2022