Het contrast was groot: tientallen namen onder rouwadvertenties in de kranten, maar slechts een enkele necrologie. Het tekent de positie van producent en zakelijk leider Maarten van der Cammen: dienstbaar achter de schermen, maar tegelijk voor makers een onmisbare gesprekspartner met een enorm netwerk.

Maarten van der Cammen groeide op in Hilversum, waar zijn geschiedenisleraar op het Gemeentelijk Gymnasium hem in aanraking bracht met theater. Een praktische wereldverbeteraar was hij al. In 1995, aan het eind van de Bosnische oorlog, ging hij naar Kroatië om in een vluchtelingenkamp in de buurt van Pula theaterprojecten te doen met de kinderen en jongeren die daar zaten.

Ik leerde Maarten kennen toen hij daarna Theaterwetenschap ging studeren in Amsterdam.  Even dacht ik dat hij aan zijn werk in Bosnië een soort morele superioriteit ontleende, maar al snel werd duidelijk dat hij oprecht geloofde in de mogelijkheid van theater om mensen heler en gelukkiger te maken.

Met zijn onverwoestbaar goede humeur en zijn (soms bijna hinderlijke) optimisme was hij al snel de spil van het jaar – de feestjes waren altijd bij hém thuis – en met vier vrienden richtte hij een klein maar ambitieus productiebedrijfje op.

Na zijn studie werkte hij als productieleider bij Frascati, als programmeur van openluchttheater Caprera in Bloemendaal en lange tijd als barman in café De Smoeshaan bij Theater Bellevue in Amsterdam, waar zijn sociale vaardigheden hem al snel contacten opleverden met alle uithoeken van het veld.

In 2006 kwam hij terecht bij Via Rudolphi, aanvankelijk als productieleider en assistent van oprichter Marie-Anne Rudolphi. Maar al snel bleken zijn capaciteiten groter: hij produceerde een tour van Boukje Schweigman door het Midden-Oosten en Iran, hij begon met de zakelijke leiding van Boogaerdt/VanderSchoot en groeide uit tot  Rudolphi’s klankbord en zakenpartner. Het was de bedoeling dat hij in de loop van 2019 het bedrijf van haar over zou nemen.

In de loop van de jaren was Maarten betrokken bij een groot aantal gezelschappen. Hij was zakelijk leider van het Volksoperahuis, YoungGangsters en Naomi Velissariou, bestuurslid van Ulrike Quade Company en Theatergroep SubSub (de talentontwikkelingspoot van Suburbia in Almere). Op al die plekken was hij een bron van ideeën, begeisterungsfähig over kunstenaars, sensitief voor de noden en wensen van makers. Stephanie Louwrier vertelde onlangs aan de Volkskrant: ‘Maarten zei steeds tegen mij: ‘Fuck de hokjes, breek eruit, doe wat je wilt. Hoe absurder, hoe groter, hoe beter.’ Dus dat deed ik.’

In hun verhalen op de stampvolle herdenkingsbijeenkomst in Bellevue op 10 juli kwam een aantal elementen steeds terug. De grens tussen zijn werk en privéleven was diffuus, hij deelde met al zijn vrienden zijn liefde voor Ajax en Prince, zijn trouw aan Oerol, zijn goesting voor het Bourgondische leven en zijn toewijding aan zijn vrouw Anouk (die hij leerde kennen bij Theaterwetenschap) en zijn drie kinderen.

Maarten was geen man die aan monumenten of instituten bouwde, hij geloofde in de verbindende werking die kunst kan hebben en probeerde de mensen die dat ambacht verstonden zo goed mogelijk te helpen bij het realiseren van hun dromen.

Daarbij verloor hij de wereld buiten het theater niet uit het oog. In oktober 2015, op het hoogtepunt van de vluchtelingcrisis, organiseerde hij een benefietvoorstelling van Nobody Home van Daria Bukvić, die zich snel uitbreidde tot alle theaters rond het Leidseplein. Ook was hij in 2013 betrokken bij de herziening van de theater-CAO, waar hij zich sterk maakte voor bescherming van het sterk groeiende aantal ZZP’ers, die na de bezuinigingen extra kwetsbaar werden.

Maarten was die zin misschien wel de verpersoonlijking van hoe de theaterwereld zichzelf het liefste ziet: bevlogen, geëngageerd, wars van cynisme en gastvrij.

Voor mij bleef hij al die jaren een geruststellende verschijning in zijn flamboyante pakken en op mooie schoenen. Hoe saai de borrel ook was, hoe mislukt de première of hoe overbodig het debat, Maarten was degene met wie het gesprek altijd ontspannen was.

‘1 meter 97 / 44 jaar en vol goede moed’ was het motto op Maartens Facebookpagina. Een dubbele herseninfarct maakte een einde aan zijn leven. Als donor kregen de organen in zijn lijf een tweede leven; de goede moed zullen zijn naasten en vrienden zelf bij elkaar moeten sprokkelen.