De afgelopen seizoenen waren meerdere voorstellingen te zien met als thema zelfdoding onder jongeren. Dat is niet vreemd: het aantal zelfdodingen onder jongeren stijgt. Hoe ga je om met dit thema voor een jong publiek? En kan theater helpen?

Zonder dat ze het vooraf van elkaar wisten, maakten theatermakers Belle van Heerikhuizen en Timothy de Gilde vorig jaar allebei een jongerenvoorstelling over zelfdoding. Met hun voorstellingen willen ze de leerlingen laten zien dat praten over zelfdoding kan helpen om het te voorkomen. Beide voorstellingen tonen bovendien de impact van een zelfdoding op de achterblijvers en wat je daar als omgeving vervolgens in kan betekenen. De intieme setting – Game Over speelde in een vrachtwagentrailer, Sweet Sixteen in de eigen klas van de jongeren – en een zorgvuldig nagesprek zijn daarbij van cruciaal belang.

Niet romantiseren

 ‘Als ik pauze had kunnen nemen had ik dat gedaan, maar leven kent geen pauzeknop, die kent alleen maar on en off, dus werd het off…’ Uit: Game Over.

‘Zelfmoord niet romantiseren en duidelijk maken dat als je dood bent je er ook echt niet meer bent. Dat waren de eerste tips die ik kreeg toen ik contact opnam met zelfmoordpreventielijn 113’, vertelt Timothy de Gilde, die begin 2019 Game Over rondom dit thema maakte.
Het resulteerde in een aangrijpende jongerenvoorstelling met een tekst van Magne van den Berg die meer dan negentig maal in de tot theater omgebouwde vrachtwagentrailer van Oostpool op schoolpleinen was te zien. In Game Over worden Ayla en Joep verscheurd door een veelvoud aan emoties na de zelfdoding van hun klasgenoot El. Ze zijn verdrietig, vragen zich af of zij wat hadden kunnen of moeten doen, begrijpen het niet, zoeken naar antwoorden die ze nooit zullen krijgen en zijn ook oprecht boos. Op zichzelf, op elkaar, maar zeker ook op de zeventienjarige klasgenoot die niet langer wilde leven.
Ze zoeken en vinden steun bij elkaar, maar praten ook met El die als in een lucide droom fysiek aan- en afwezig is. Cruciaal is ook dat El weliswaar sprekend wordt opgevoerd, maar de achtergebleven klasgenoten haar niet kunnen horen of zien. Er is de nadrukkelijke suggestie van een sprong, maar net als in de gesprekken van Ayla en Joep worden concrete details weggelaten.
Zonder dit nu direct als reden voor Els zelfmoord te geven, of een oordeel te vellen, toont de voorstelling de keerzijde van opgroeien in een maatschappij waarin alles draait om geluk, de zucht naar likes, het perfecte leven op sociale media en het altijd maar het beste uit jezelf moeten halen.

Tragisch toverwoord

‘Mijn zus heet Dido. Ze is dood en ik mis haar vreselijk. Ze heeft zichzelf doodgemaakt, en ik zal nooit snappen waarom. Ik heb jullie nodig.’ Uit: Sweet Sixteen.

Ook Belle van Heerikhuizen, die Sweet Sixteen maakte, focust op de impact die een zelfdoding heeft op de achterblijvers. En net als Game Over werd de voorstelling voornamelijk voor schoolklassen gespeeld. Enkele jaren nadat haar zus Dido zelfmoord pleegde, bereidt Dunya een spreekbeurt voor over zelfdoding. Terwijl ze oefent, verschijnt haar dode zus: ‘Je weet dat ik langskom als je dat zegt. Als je dat tragische, allesverzengende toverwoord uitspreekt, dan kom ik weer tot leven.’ Dido is natuurlijk niet echt, ze zit in haar hoofd, maar ze plaagt, daagt uit, waarbij het zeker niet alleen over dat moeilijke onderwerp gaat, maar ze als zussen ook kibbelen over jongens of hun ouders en gezamenlijk herinneringen ophalen.
Van Heerikhuizen gebruikte zowel haar eigen ervaringen als wetenschappelijke kennis bij het maken van Sweet Sixteen. ‘Toen ik vijftien was, dacht ik de enige te zijn die zich alleen voelde en soms niks van de wereld begreep. Ik was erg idealistisch en kon niet wachten tot de wereld begon. Pas tien jaar later ontdekte ik dat bijna iedereen zich soms zo voelde. Ik heb een jaar sociologie gestudeerd en daar maakte ik kennis met werk van Franse socioloog Émile Durkheim. Iedereen denkt dat zelfdoding een hoogst individuele daad is en daarmee niet te voorspellen, maar Durkheim toonde aan dat de zelfmoordcijfers van een land wél met grote nauwkeurigheid zijn te voorspellen. Hij liet in het standaardwerk Le suicide (1897) zien dat zelfmoorden met name in twee maatschappijvormen plaatsvinden. Een waar de onderlinge verbinding te strak wordt ervaren, denk aan totalitaire regimes, of in samenleving waar de onderlinge cohesie te veel is uiteengevallen.
Psycholoog Steven Pont vatte het in 2018 in de Volkskrant als volgt samen: ‘De maatschappij krijgt de zelfdodingen die ze zelf veroorzaakt, en wij krijgen de maatschappij waar we zelf voor kiezen. Dus als we het laten lopen door slecht doordachte plannen als passend onderwijs, accepteren dat honderden kinderen waar geen behandelplek voor is in jeugddetentie zitten, aanvaarden dat er voor duizenden thuiszittende basisschoolkinderen ondanks passend onderwijs geen ‘passende’ plek is en de al jaren geleden ingezette afbraak van het verbindende buurtwerk en soortgelijke voorzieningen niet wordt herzien, dan moeten we natuurlijk niet verbaasd zijn als dat voor onze kinderen consequenties blijkt te hebben.’
Die consequenties lijken schrikbarend: vorig jaar vonden per dag vijf zelfdodingen plaats en vooral onder jongeren is het aantal zelfdodingen toegenomen – in 2017 en 2018 zijn ruim anderhalf keer meer tieners van 10 tot 20 jaar overleden door zelfdoding dan in de jaren ervoor. Maar crisislijn 113 nuanceert: ‘Het is niet zo dat er een enkele reden voor de stijging is aan te wijzen. Maar feit is dat op tijd signaleren en zelfdoding onder jongeren bespreekbaar maken, ook in een theatrale vorm, belangrijk is.’

Kopieergedrag

Zowel De Gilde als Van Heerikhuizen noemen ter illustratie de omstreden Netflix-serie 13 Reasons Why uit 2017. In de slotaflevering van het eerste seizoen is zeer gedetailleerd te zien hoe hoofdpersoon Hannah Blaker zelfmoord pleegt. Er volgde een zelfmoordgolf in de Verenigde Staten, hoewel een oorzakelijk verband niet kon worden aangetoond. Toch besloot Netflix het bekritiseerde einde te verwijderen, maar de makers weigerden te erkennen dat de serie een te romantisch beeld van zelfmoord schetst.
Kern van de kritiek op 13 Reasons Why is niet dat de serie ingewikkelde thema’s aansnijdt, maar dat zelfmoord als een oplossing voor de problemen van de hoofdpersoon wordt gebracht. Dat gaat in tegen alle kennis die er is over op verantwoorde wijze met zelfdoding om te gaan in kunst en journalistiek. Wat ontbreekt is de boodschap dat praten over problemen helpt. De richtlijn voor media bepleit daarom bijvoorbeeld terughoudendheid in de berichtgeving, zonder details over de methode en geen simpele verklaringen, omdat de oorzaak van suïcide vaak niet eenduidig is vast te stellen.
Dat kopieergedrag wel degelijk bestaat, lijkt evident: nadat in de Duitse en Nederlandse media in november 2009 uitvoerig werd bericht over de dood van de Duitse doelman Robert Enke besloten significant meer mensen ook voor een trein te springen. Dit effect heeft zelfs een naam: het Werther-effect, naar Goethes roman Het lijden van de jonge Werther, waarin de hoofdpersoon zichzelf doodt. Na publicatie in 1774 beroofden met name jonge mannen zich op dezelfde manier van het leven als de hoofdpersoon.

Blindemannetje spelen

‘Eén…twee… drie… ik ben af.’ Uit: Perenbomen bloeien wit.

Game over en Sweet Sixteen zijn zeker niet de eerste jongerenvoorstellingen rond het thema zelfdoding. In 2015 bewerkte Josee Hussaarts, artistiek leider van Kwatta, de jeugdroman Perenbomen bloeien wit van Gerbrand Bakker. Protagonisten zijn de tweelingbroers Klaas en Kees. Zij vertellen het verhaal van hun jongere broer Gerson en hun vader – de moeder is afwezig, want die is er met een Italiaan vandoor. De drie broers spelen een variant op blindemannetje. Een verzint een doel en met gesloten ogen proberen ze dat te bereiken. Wie het eerst zijn ogen opendoet, is af. Hoewel hij de jongste is, kiest Gerson meteen voor de lastigste uitdagingen: een grafsteen op de begraafplaats over de sloot bijvoorbeeld.
Wat als een spel begint, wordt harde realiteit wanneer de vier mannen op weg naar opa en oma niet op de snelweg blijven, maar gaan kijken of perenbomen echt wit bloeien. Dan maakt een auto-ongeluk een einde aan alles. De tweeling komt er goed vanaf, vader zit vooral onder de scherven, maar Gerson raakt in een coma en wordt blind. Eenmaal wakker is hij nukkig, verbitterd en wil hij vooral slapen, want alleen in dromen ziet hij nog. Waar Bakker het in het boek nadrukkelijk heeft over zelfmoord, is de voorstelling suggestiever.

Gruwelijke onverbiddelijkheid

‘Er bestaat niets van betekenis, dat had ik al lang door. En daarom heeft het geen zin om iets te doen, dat heb ik net begrepen.’ uit Niets.

Een jaar later maakte Freek Vielen bij De Nwe Tijd & HETPALEIS de 12+ voorstelling Niets. De voorstelling is gebaseerd op de gelijknamige Deense jeugdroman van Janne Teller uit 2000. In deze roman gaat een groep veertienjarige schoolkinderen op zoek naar de zin van het leven. En komt uiteindelijk tot de conclusie dat die zin er niet is. Het onverbloemde nihilisme van Niets choqueerde met name veel volwassen en in twaalf landen werd het boek op scholen verboden.
Toen Vielen het boek las, wist hij meteen: ik wil hier iets mee doen. ‘Het is zo’n extreem boek en zo gruwelijk in zijn onverbiddelijkheid dat ik erdoor geprikkeld werd. Ik wou er iets tegenover zetten.’ Het begint allemaal met Pierre Anthon, een jongen die erachter komt dat het leven totaal geen zin heeft. Hij staat op, loopt uit de klas en gaat in een pruimenboom zitten. En sinds die dag gooit hij pruimenpitten naar zijn klasgenoten en zegt steeds dat niks zin heeft.
‘Die klasgenoten voelen zich daardoor zo bedreigd, dat ze besluiten op zoek te gaan naar wat wel waarde, wel betekenis heeft. Ze dagen elkaar uit een berg van betekenis te maken en ieder van hen moet iets op die berg leggen wat voor hem of haar wel betekenis heeft. Net als de klas wou ik direct bewijzen dat er wel zinvolle dingen bestaan. Dat niet alles waardeloos is. Dat was de motor om te beginnen met schrijven en bewerken. Met de voorstelling wilde ik samen mijn dramaturg Rosa Vandervost en onze spelers een eigen Berg van Betekenis maken. Voortdurend vroeg ik me daarbij af: hoe ver kan je gaan? Dat is exact waar ook de personages mee worstelen.’ 

Praten helpt

Niets werd overwegend goed ontvangen, maar recensent Tuur Devens vroeg zich in zijn recensie op Theaterkrant.nl af of je prepubers wel met ‘de existentiële fundamentele worsteling’ kunt confronteren en schreef: ‘Je moet dan wel als kind de zekerheid hebben dat er mensen in je nabijheid zijn die je helpen recht te krabbelen. Die garantie kunnen theatermakers niet bieden. Na deze heftige theaterbelevenis is die wel noodzakelijk.’
Ook de voorstellingen van Van Heerikhuizen en De Gilde kunnen geen garantie bieden, maar schoolvoorstellingen bieden docenten de kans om op een veilige manier met leerlingen het gesprek aan te gaan. ‘De leerlingen kennen elkaar en anders dan bij een reguliere voorstellingen houden ze elkaar ook in de gaten’, vertelt De Gilde. ‘Direct na het slotapplaus volgt meteen een nagesprek in de trailer, met de acteurs en een theaterdocent.’ Eenzelfde werkwijze werd ook gebruikt bij Sweet Sixteen, waarvoor de leerlingen niet eens uit de vertrouwde omgeving van het eigen klaslokaal hoefden.
Hussaarts is ervan overtuigd dat jonge kinderen ‘niet meer uit een voorstelling halen dan ze aankunnen. En dat is vaak veel meer dan hun ouders denken. Ten onrechte willen zij hen vaak beschermen.’ Een zekere komische lichtheid speelt daarbij in alle drie de voorstellingen een rol. Voor Van Heerikhuizen was dat een belangrijke reden om Casper Vandeputte als schrijver te vragen: ‘Hij heeft het vermogen om een zwaar onderwerp ook van humor te voorzien.’ De Gilde wilde dat Game Over ook zou gaan over ja durven zeggen tegen het leven. ‘Dat zie je in het herkenbare en onhandige geflirt tussen de achterblijvers. Tijdens het repeteren was dat voor mij de sleutel: hoe meer ik ook de liefde aanzet, hoe meer de voorstelling ondanks al het verdriet ook een bijna feelgood karakter meekrijgt. Bijvoorbeeld als Joep Paddenburg het uitdelen van een zakdoekje in de voorstelling verwerkt door daar ook achteloze goocheltruc van te maken.’
‘Het mooie aan het boek van Bakker is dat het allemaal niet expliciet is’, vertelt Hussaarts. ‘Dat geeft mij als theatermaker veel ruimte. In de voorstelling speelt het hondje Daan – net als alle andere poppen in de voorstelling gemaakt door poppentheatergezelschap Gnaffel – een grote rol. Waar Klaas en Kees proberen te begrijpen wat er gebeurd is, toont Daan alle emoties. Hij kwispelt, blaft en huilt, heeft op alle cruciale momenten een hoofdrol en is zelfs volkomen geloofwaardig als hij aan het eind de rol van verteller op zich neemt.’
Van Heerikhuizen: ‘Jongeren die worstelen met dit thema hebben vaak het gevoel dat ze er alleen voor staan. Hanna van Vliet en Sophie Höppener weten door hun lichte, naturel spel gemakkelijk dichtbij te komen. Ze maken de jongeren zo ook echt onderdeel van de voorstelling.’
Dat is belangrijk, want: praten helpt, daarvan is iedereen doordrongen. ‘Het streven is nul zelfdodingen onder jongeren, maar het heet niet voor niets een streven. Een streven is geen hard doel’, vertelt een van de trainers van 113 waarmee zowel Van Heerikhuizen als De Gilde en de betrokken theaterdocenten tijdens het maakproces meerdere malen contact hadden. Daarbij speelt de sfeer op school een grote rol, merkte De Gilde: ‘Als docenten heel open zijn en emoties durven te tonen, dan durven de leerlingen dat ook en is het gesprek en daarmee de voorstelling waardevoller.’

Foto’s: Sanne Peper en Kurt van der Elst