Grootschalige regionale locatievoorstellingen met lokale onderwerpenlijken de laatste jaren in opmars te zijn. Twee mooie voorbeelden hiervan spelen dit seizoen: Jumping Jack en Hanna van Hendrik. Hoe verklaren de makers deze trend?

Meestal maakt BUOG (Bedenkers en Uitvoerders van Ongebruikelijke Gebeurtenissen) wat kleinschaliger producties, maar het motormuziekspektakel Jumping Jack heeft plek voor maar liefst drieduizend bezoekers per avond. De voorstelling speelt op een oude lus van de TT Assen en draait om een Nederlandse motorlegende uit de jaren zeventig: Jack Middelburg, een onbevreesde coureur die op jonge leeftijd verongelukte. Extra lokkertje: bezoekers mogen voor aanvang een rondje over het circuit scheuren.

Steeds vaker ziet producent/maker Pieter Stellingwerf animo voor grootschalige regionale locatievoorstellingen met een link naar de regio. Met BUOG maken hij en Kees Botman al sinds 2002 locatietheater dat middenin de gemeenschap staat. Volgens Stellingwerf is de onderwerpkeuze veel breder dan vroeger. ‘Dan was het Shakespeare op de hei of een bestaand stuk dat werd gespeeld. Er wordt nu veel meer speciaal geschreven voor bepaalde doelgroepen. Thema’s, plekken of verhalen waar normaal geen theateraandacht voor is, spreken mensen denk ik aan. Bij regionale stukken hebben mensen het gevoel: dit is echt voor ons of van ons, of hier kunnen wij ons presenteren.’

De gang naar het reguliere theater droogt een beetje op, constateert Stellingwerf. ‘Als er een paar honderd man zit, is dat veel. Het publiek zoekt naar een andere manier van beleven en meemaken.’ Dat dergelijke locatieprojecten het goed doen,komt ook omdat de omgeving er vaak bij is betrokken. Denk aan amateurs, maar ook aan medewerkers. In Jumping Jack doen bijvoorbeeld honderd dansers uit de regio mee. ‘Dat zijn allemaal ambassadeurs van je productie’, stelt Stellingwerf.

Dat herkent Johanna ter Steege, de stuwende kracht achter Hanna van Hendrik, een ode aan de veerkracht van de boeren en de mens in het algemeen. Als wij haar spreken, zit ze nog middenin de repetities. Ze heeft zich enorm ingezet om van Hanna van Hendrik echt een project van de Twentenaren te maken. ‘Dat is nu zo voelbaar! Toen we voor het eerst repeteerden met het regionale vrouwenkoor en de kinderen die meedansen, voelde het bijna alsof we aan het trippen waren. Dat komt door die bijzondere energie, door samen iets maken. Ik geloof ook echt dat je dat straks ziet.’ Ook hier zijn motorcrossers van de partij. ‘Dat hoort gewoon bij Twente. Iedereen die meedoet, vertelt het verder en ook hun trotse vrienden en familieleden praten erover.’ Allemaal steentjes in de vijver, die hopelijk een rimpeleffect hebben.

Draagvlak

Precies dat effect moest Ter Steege volgens de steenrijke Twentse ondernemer Dick Wessels proberen te bereiken. Ze ontmoette hem net na haar grote doorbraak met haar rol in de film Spoorloos. ‘Mijn vader zat in een kring van Rijssense werkgevers, waar ik in 1987 wat heb verteld over acteren. Alleen maar mannen in de zaal, rokend. Na afloop zei Wessels: (schakelt over naar het Twents) ‘A’j ooit iets hebt, kom noar mie hen.’’

Dat zinnetje komt terug als ze bezig is met Hanna van Hendrik. 32 Jaar later staat ze bij hem op de stoep met het verzoek om advies. Nadrukkelijk niet om geld. Ze geeft een boeiende weergave van hoe het gesprek zich ontvouwde. Lang verhaal kort: ze moest zoveel mogelijk draagvlak creëren. Daartoe gaf hij haar een lijst met twintig 06-nummers van bedrijven die haar misschien wilden helpen. Zijn naam mocht ze niet noemen. ‘Dan denken ze allemaal: Dick helpt dat meisje wel, zei hij tegen me. 58 Ben ik hè’, lacht ze.

‘Ik sta er echt van te kijken hoeveel regionale bedrijven én particulieren Johanna heeft weten te enthousiasmeren om een bijdrage te leveren’, vertelt Raoul Boer, directeur van Schouwburg Hengelo. ‘Dat zo’n bekende actrice uit hun eigen regio een productie maakt die ook nog eens over Twente gaat, vinden ze fantastisch. Alleen daardoor was het financieel haalbaar.’

Investering

Naast Hanna van Hendrik wordt in Twente ook gewerkt aan het vierluik De historie van Twente. De eerste twee delen werden goed bezocht: Het Verzet Kraakt (2017) trok ruim 27 duizend bezoekers, STORK!(2018) 22 duizend. Schouwburg Hengelo is alleen bij Hanna van Hendrik betrokken als partner. Simpelweg omdat de producent ze benaderde. Boer: ‘De artistieke potentie sprak ons aan. Het is een mooi concept en Johanna heeft daar hele goede mensen bij betrokken, onder wie Liesbeth Coltof voor de regie.’

De schouwburg heeft hiervoor een deel van de financiële ondersteuning uit de Stichting 4 Oost aangewend. Dit fonds ondersteunt de vier grote schouwburgen in Overijssel. De bijdrage is relatief klein, benadrukt Boer. ‘Veel inkomsten zullen uit de recette moeten komen.’

Boer ziet het vooral als een goede investering in het culturele klimaat en dat van Twente in het bijzonder, een van de doelstellingen van de schouwburg. Daarnaast hoopt hij nieuw publiek naar zijn theater te trekken. ‘Omdat de kaartverkoop door Schouwburg Hengelo wordt verzorgd, beschikken we straks over de gegevens van de bezoekers. Daar zitten zeker mensen tussen die nog nooit bij ons binnen zijn geweest.’

Het regionale locatietheater zal het reguliere aanbod nooit vervangen, benadrukt hij. ‘Al was het maar omdat het zeker twee keer zo duur is als je het per bezoeker omrekent. Alleen al omdat de schouwburg alle faciliteiten in huis heeft.’

Toch verwacht hij dat regionaal locatietheater een blijvertje is en schouwburgen daarin een rol blijven spelen. Al zal de financiële slagkracht verschillen, want sommige theaters krijgen veel meer subsidie dan andere, ook als dat wordt berekend per inwoner. En dat betekent dat lang niet alle theaters in de positie zijn om mee te produceren of mee te investeren.

Toegevoegde waarde

‘Sinds Het Pauperparadijs weten we dat dit soort producties haalbaar zijn en iets toevoegen aan het reguliere aanbod’, verduidelijkt Boer. ‘Gebaseerd op een bestseller, er waren goede mensen bij betrokken, het stond op de plek waar het zich allemaal had afgespeeld en er werd mooi gebruik gemaakt van de ruimte. Dan heeft het echt toegevoegde waarde. Ik vind het belangrijk dat de keuze voor een locatievoorstelling voortkomt uit het idee van de maker en daar optimaal tot zijn recht komt. Dat er niet wordt gezegd: kom, we gaan iets op locatie doen. Want dan wordt het een trucje.’

Het Pauperparadijs, een theaterspektakel over de armenkoloniën in Veenhuizen, trok in twee seizoenen bijna 100 duizend bezoekers. Dat het werd gespeeld op die ‘schuldige grond’ zorgde voor extra context en lading. In 2018 stond de voorstelling in aangepaste versie vijf weken in Carré. Daarmee kwam de eindteller uit op ruim 130 duizend bezoekers.

Jumping Jack ontstond nadat BUOG de cultuurambtenaren van de provincie Drenthe tegen het lijf liepen. Iets in de trant van Het Pauperparadijsleek hun een goed idee. Bij voorkeur in Wildlands Emmen of op de TT Assen, want zo’n voorstelling zorgt voor naamsbekendheid en kan een provincie op de kaart zetten. BUOG koos voor de TT. ‘Echt een Drents icoon.’

Ze kregen 250 duizend euro van de provincie en dat geld was hard nodig om de begroting van 1,2 miljoen rond te krijgen. ‘Met dat als startbedrag haal je bij anderen nog eens zo’n zelfde bedrag op. Maar er moet zeker 65 tot 70 procent uit de kaartverkoop komen’, vertelt Stellingwerf. ‘Dat zijn grote bedragen, dus we lopen zelf veel risico. Die steun van de provincie helpt natuurlijk wel, want dat betekent dat je project serieus genomen wordt en ook waarde heeft.’

Recettes

Ook voor Hanna van Hendrik zijn de recettes belangrijk. ‘Dat is het risico van ondernemen wanneer je met kunst bezig bent’,vindtTer Steege. ‘Het is een groot risico en ik voel die verantwoordelijkheid iedere dag. Iedereen die meedoet, gelooft in Hanna van Hendrik.’

Hoewel de voorstelling over Twente gaat, hoopt Ter Steege dat mensen uit de stad zich ook kunnen vinden in de thema’s die ze erin heeft verwerkt: vertrouwen, verbinding, liefde en angst voor het onbekende. ‘Naoberschop speelt een grote rol in Twente, maar ook in een stad moet je het hebben van de mensen om je heen.’

Beide voorstellingen richten zich op de regio, maar ook op de rest van het land. Zijn landelijk of regionaal bekende makers en spelers belangrijk om de benodigde recettes te halen? ‘Als je 20 duizend man wil trekken, dan moet je wel echt wat grote namen inzetten’, bevestigt Stellingwerf. ‘Bij de subsidieaanvragen helpt dat natuurlijk ook. En bij de pr.’

Spreiding

Wellicht een verklaring voor de toename van het aantal regioproducties: is er bij de provincies ook meer geld beschikbaar? Niet in totaal, denkt Stellingwerf. ‘Wel wordt er voor grootschalige projecten met een landelijke of een bovenregionale uitstraling meer geld vrijgemaakt, waar het voorheen meer over kleinere producties werd verdeeld.’

Sommige fondsen hebben volgens hem als doel cultuur en bewoners te betrekken bij theater:‘Het VSB Fonds wil bijvoorbeeld graag dat amateurs samenwerken met professionals zodat het een leereffect heeft. De regiovisie Groningen-Assen heeft ons ook gesteund. Dat is een regionaal ondersteuningsfonds om ontwikkeling in Groningen en Drenthe te bewerkstelligen. Ook van het Fonds Podiumkunsten hebben we geld gekregen, dat gaat meestal niet makkelijk. Het heeft deels met spreiding te maken, dat er naast de Randstad ook in andere kernen in het land geld beschikbaar komt.’

Het feit dat iets buiten de Randstad plaatsvindt is voor Boer op voorhand geen reden voor financiering. ‘Je moet altijd kijken naar de kwaliteit van de plannen. Bovendien moeten de regio’s laten zien dat ze het zelf ook belangrijk vinden door geld vrij te maken voor dit soort producties.’

Opstaan

De regionale verbondenheid helpt andere doelgroepen te bereiken, maar bij Jumping Jack kwamen er onverwacht vooral motorrijders, vertelt Stellingwerf. ‘Normaal weten we een breed publiek te bereiken, maar hier blijkt het lastig. Mensen denken: rockmuziek en motoren, dat is veel lawaai. Anders zijn het vooral vrouwen die de kaarten bestellen of bellen of mailen, nu zijn het bijna allemaal mannen.’

Terwijl de hoofdrol voor een vrouw is. Jack Middelburgs (fictieve) kleindochter probeert hem er in een hallucinerende droom van te overtuigen dat hij moet stoppen met racen voor hij zich te pletter rijdt. Zeker klinkt er veel geraas van motoren. Die power, de spanning en misschien wel angst dat het misgaat, maakt juist dat je als bezoeker proeft en voelt wat die motorwereld behelst. ‘Een vrouw zei na afloop tegen me: ik begrijp mijn man nu veel beter’, vertelt Stellingwerf.

Deze publiekssamenstelling heeft een onverwacht bijeffect: tijdens de voorstelling loopt tussen de vijftig en honderd man weg om terug te komen met bier. ‘De hele rij op de tribune moet dan opstaan, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Eerst denk je: vinden ze er niks aan? Maar na afloop wordt er wel gejoeld en geklapt.’ Het zal deels komen doordat eerst anderhalf uur een bandje speelt. ‘We zochten naar een festivalsfeer, met wat stands en eten en drinken.’ Want ja, mensen zoeken naar die beleving.

Eerste taal

Een daadwerkelijk door de regio gedragen voorstelling levert veel extra’s op, ook voor Ter Steege als actrice. Na een mooie internationale carrière met Engels-, Duits- en Franstalige rollen, acteert ze nu voor het eerst in haar eerste taal: het Twents. Dat voegt ontzettend veel toe. ‘Het is eigen. De klank, het ritme en de humor, die begrijp ik. Hopelijk zie je dat straks ook.’

Stel je voor: ze leerde pas in de eerste klas van de lagere school Nederlands praten. ‘Daardoor trekt het Twents. Naarmate je ouder wordt, krijg je meer respect voor je ouders, voor waar je vandaan komt, de geschiedenis, de tradities.’Ter Steege vertelt en vertelt, over haar opa en oma, haar ouders, de boerderij die werd verkocht omdat die niet meer rendabel was. Relevant, want in de voorstelling heeft scriptschrijverBouke Oldenhof zowel haar jeugdherinneringen als inzichten die ze in haar leven heeft opgedaan verwerkt.

Ruilverkaveling

Het hart van de voorstelling is gesitueerd in de jaren zeventig. ‘Dat was een kantelpunt in het boerenleven. De schaalvergroting en de mechanisatie begonnen in die tijd. En er was de ruilverkaveling. Daar ging het thuis altijd over. Mijn opa had, zoals alle boeren, overal stukjes land. Heel inefficiënt, daarom besloot de regering dat elke boer grond rondom zijn eigen boerderij zou krijgen. Zonder overleg. Dat leidde tot de felste boerenopstand van Nederland. Dat de politiek iets voor jou beslist, zonder dat jij daarin gekend wordt, wekt natuurlijk woede. Dat speelt nu ook.’

Volgens haar zijn Twentenaren nog altijd trots op wie ze zijn. Het lijkt alsof er meer oog is voor de regio, alsof er anders naar gekeken wordt. Ter Steege: ‘Deze tijd heeft behoefte aan authenticiteit en echtheid. Als de mens niet gehoord en gezien wordt, gaat er iets mis. De boer maakt het mogelijk dat er eten op ons bord ligt. Over deze dingen gaat Hanna van Hendrik.’

Volgens haar zijn Twentenaren altijd trots geweest op wie ze zijn. Dat is niet veranderd. Nee, het komt volgens haar van buiten. Het lijkt alsof er meer oog is voor de regio, alsof er anders naar gekeken wordt.

Foto: Ben van Duin

Abonnees lezen meer

Deze pagina is gratis te lezen voor ingelogde abonnees van Theatermaker. U kunt inloggen met uw emailadres en uw wachtwoord. Heeft u wel een abonnement maar geen wachtwoord? Mailt u dan met info@theatermaker.nl. Bent u geen abonnee? Neem dan een abonnement!

Alles lezen uit Theatermaker? Neem een abonnement Neem een abonnement