Het was een merkwaardige gewaarwording om enkele dagen na zijn overlijden een interview te horen dat beginnend theatermaker Rosa Asbreuk een paar jaar geleden hield met Loek Zonneveld, die al wat verder in het leven stond. In dat uur ging het over de  dood. ‘Het leren spreken over en het omgaan met de dood is het meest ongewisse avontuur dat je moet aangaan’, vertelde hij Asbreuk.

In mijn herinnering dwaal ik terug naar het midden van de jaren negentig, toen we elkaar leerden kennen als presentatoren van het programma Ophef en Vertier. Op kosten van de Vara volgden we een cursus radiopresenteren, waar we kundig en streng werden geschoold door oud-omroepster Judith Bos die ons leerde hoe we een uit zeven woorden bestaande zin als ‘De vis wordt op vrijdag duur betaald’ op zeven manieren konden uitspreken. Na twee seizoenen moesten wij als freelancers het veld ruimen voor vaste krachten. Niet veel later werd Radio 5, ‘de cultuurzender’, zonder slag of stoot opgeheven, waardoor dit land, waarschijnlijk als enige in Europa, niet meer over een culturele radiozender beschikt. Loek kon zich daar enorm over opwinden.

Gelukkig vond onze samenwerking al snel een nieuw platform. Hoewel Loek, als oud-hoofdredacteur van Toneel Theatraal, niet stond te juichen toen dat blad werd gedwongen samen te gaan met het dansblad Notes tot Theatermaker, ontpopte Loek zich al snel tot een steunpilaar voor de aanvankelijk zeer wankele uitgave en voor mij als zijn weg zoekende hoofdredacteur. In de zeventien jaar dat ik het blad leidde, was Loek van onschatbare waarde. Zijn kennis, eruditie, kritische benadering en liefde voor het theater in al zijn geledingen leidden tot talloze markante artikelen en voorzagen het blad van een permanente stroom hoogwaardige bijdragen.

In bijzondere mate raakte ik onder de indruk van de manier waarop Loek de toneelverslaggever zich keer op keer kweet van de ‘ondankbare’ taak om een theaterpersoonlijkheid uit te luiden. Hij creëerde als het ware een eigen genre waarin aan de hand van overlijdensberichten ook een geschiedenis van het Nederlandse toneel werd geschreven. Als er weer zo’n schitterend verhaal mijn postbus binnenviel, deed ik wel eens een schietgebedje dat Loek minstens honderd jaar zou worden. Wie anders zou zijn taak kunnen overnemen, laat staan evenaren?

Want Loek was overal. Niet altijd liep je elkaar tegen het lijf, meestal zag je hem vanuit een ooghoek voorbijschuiven, met een geconcentreerde blik, een tas in de hand. Soms merkte je hem pas op als je hem tijdens een voorstelling in de lach hoorde schieten. ‘Aha, Loek is er ook’, dacht je dan. Niet verrast, eerder gerustgesteld, dit was de normale gang van zaken, hoe het hoorde! Ook dat zullen velen missen, Loeks  vanzelfsprekende aanwezigheid – de normale gang van zaken zal niet meer normaal zijn.

Waarom hij zo nodig altijd in het theater moest zijn, vertelde hij ook in dat interview. ‘Ik durf zelfs de bewering aan dat troost uiteindelijk de reden is waarom ik zo dol op toneel ben omdat het eigenlijk een permanent gevecht is tegen de eigen sterfelijkheid. Voor mij is het toneel van levensbelang.’

Loek Zonneveld belichaamde een halve eeuw toneelgeschiedenis, een bagage waar niemand tegenop kon. Voor je het wist zat je in de rol van luisteraar. Alleen over smaak viel te twisten en dat deed hij met verve in debatten, gesprekken en in het radioprogramma Clash der Recensenten.

Lees nog eens zijn laatste necrologieën (Loek had liever niet dat we de rubriek de titel ‘Necrologie’ of ‘In memoriam’ gaven, daarom bedachten we de benaming ‘Doek valt’) in de vorige Theatermaker. Daarin herdenkt hij de op 7 maart overleden Ben Hulsman en de op 19 april overleden Shireen Strooker. Opnieuw raakt hoe de schrijver dit laatste portret afsluit, met inbegrip van de cursief benadrukte woorden. ‘Strooker constateerde tijdens deze regie (van Hoog Tijd) dat de dood een constante is in haar werk: “Er is niets wat niet over de dood gaat. Toneelspelen en regisseren – ik doe het niet om het succes. Het is iedere keer een levensteken. Voor mijn zoons, mijn dochter, mijn hond, voor de hele troep – dat is wat mij gaande houdt”.’

Levenstekens, daar ging het om in het leven van Loek Zonneveld. Hoe prachtig is hij erin geslaagd een constante stroom van die tekens te geven. Voor de spelers, de schrijvers, de studenten, de verzamelaars, de collega’s, de toeschouwers en de lezers. Kortom, voor de hele troep. Het zijn tekens die tot in lengte van jaren zullen worden verstaan. Omdat hij meeademde met alles wat zich in en om het theater afspeelde en geen onderscheid maakte tussen voor en achter het doek.

‘Glimlachende radeloosheid’ noemde Zonneveld de omgang met de dood in een brief aan Rosa Asbreuk. ‘In het aangezicht van de dood moet je allemaal op nul beginnen.’ Aan het slot haalt hij een favoriete tekst van Toonder aan, bij monde van Joost, de butler van Olivier B. Bommel: ‘Men doet wat men kan, en zodoende blijft er heel wat liggen’.

Loek Zonneveld overleed in de nacht van 3 augustus 2018, nadat zes weken eerder slokdarmkanker was geconstateerd. Hij is 70 jaar geworden.


Dag Loek

Op de vrijdagmiddag, vlak voor het regie-café met tosti’s, bier en inspirerende interviews, gaf Loek Zonneveld zijn lessen regie-geschiedenis. Als ik nu terugreken moet hij nog geen 32 jaar oud zijn geweest. Een jonge studieleider. Gedurende het eerste semester van het eerste studiejaar stonden Loeks lessen in het teken van levensverhalen.

Iedere vrijdagmiddag vertelde een van de kersverse regiestudenten zijn of haar levensgeschiedenis.

Loek trapte af. Het verhaal over zijn – veel te jong overleden – grote liefde en de impact van dat verlies op zijn leven hebben diepe indruk op me gemaakt. Evenals de verbindende en intieme onthullingen van de anderen.

Vanaf dat moment waren we samen en wist je dat je om verhalen te kunnen vertellen, je diep in je eigen leven moest durven afdalen. Daar lagen de thema’s waar je nooit meer vanaf zou komen en die je zouden helpen je werk diepte en kleur te geven.

Nadat deze bodem gelegd was, doken we via Nietzsche, Brook en Bausch verder de geschiedenis in. Ik herinner me bevlogen middagen in donkere zaaltjes, Loeks ‘palestijnensjaal’ en ‘de geboorte van de tragedie’.

Gedurende de opleiding was hij de vinger aan de pols die je prikkelde met zijn liefde voor theater. Maar ook daarna bleef hij de meesten van ons volgen terwijl intussen nieuwe generaties werden ‘ingewijd’.

De geblokte sjaal werd verruild voor een rode, een update die zijn vurige betrokkenheid bleef onderstrepen.

Als hij je voorstellingen bezocht om ze te recenseren nam hij – tegen de gewoonte van recensenten in – de tijd om je mondeling terug te geven wat hij gezien had. Altijd verdiepend. Altijd de leraar. Tijdens het maken zat hij soms in je achterhoofd. ‘Wat zou Loek vinden? Hoe zou hij dit zien?’

Dag Loek! Dank voor je lessen en woorden. Je werd onderdeel van ons leven en hebt diepe indruk op ons gemaakt. Van jou komen we nooit meer af. Fire… walk with us.

Carina Molier


Sterk Spul

‘Sterk spul’ of ‘Sterke Stukken’ was de naam van de cursus, die Loek Zonneveld jarenlang gaf over het kijken naar toneel.

Aanvankelijk onder de vlag van de Stadsschouwburg en vanaf 2011 in eigen beheer gaf hij tijdens het theaterseizoen les aan geïnteresseerde toneelkijkers.

Voorafgaand aan een bepaalde productie werd door Loek een avondvullende inleiding gegeven op het materiaal en de uitvoerders, over de schrijver, de regisseur, over de ontstaanstijd. Bijna altijd geïllustreerd met beeldmateriaal. We kregen ook de scripts om de tekst vooraf te kunnen lezen, aanvankelijk in stapels gekopieerd papier, later digitaal. Daarna gingen cursisten zelf het stuk bekijken.

En een of twee weken daarna was er een tweede avond, waarin de voorstelling werd nabesproken, altijd in het bijzijn van een gast zoals de betreffende regisseur, de dramaturg of een andere woordvoerder.

Zelf heb ik de cursus gevolgd vanaf 2009. En met mij een groep van trouwe medecursisten.

Ik heb goede herinneringen aan de prachtige avonden die Loek organiseerde in het zaaltje van Perdu, de poëziewinkel aan de Kloveniersburgwal of soms in de Theaterschool. Loek had een onuitputtelijke kennis van de theaterwereld. Ik noemde hem wel een lopend archief. Daarnaast was er ook altijd zijn heerlijke humor en zijn relativerend vermogen. Terwijl hij zelf duidelijke meningen had, stimuleerde hij ons om ons eigen oordeel te geven.

Het was een schok, toen hij eind juli in een brief meldde dat de cursus van het seizoen 2018-2019, die hij grotendeels al had voorbereid, niet door kon gaan omdat hij ongeneeslijk ziek was. In een ontroerende brief nam hij afscheid van ons.

Margot Kaldenbach

foto Bas de Brouwer